MAANDBRIEF: december 2006                                  Print

ZEE VAN MOGELIJKHEDEN

ENGE GRENZEN, BEKROMPEN VERSTAND

In het engels taalgebied is er een gezegde dat zó klinkt: narrow borders, narrow minds.
Hoe enger we onze grenzen stellen, des te bekrompener onze ingesteldheid, ons inzicht, ons bewustzijn. Inperkend, inkrimpend.
Deze levensstijl hebben we in het Westen tot een adagium gemaakt.
Het is ons ingebakken. Men heeft het erin geheid, met de paplepel ingelepeld.
Rusteloos en onbevredigd leven we als Westerlingen altijd zoekend naar iets onvindbaars.
We grijpen, graaien naar ‘ergens-een-geluk’. Maar we mogen het niet vinden.
We leven vanuit een gemis.. Het is er. Het is er niet. Of nog erger: het was er, maar we hebben het verloren.
Kwijtgespeeld door eigen schuld.
In alle geval: schuld, eigen verdomde schuld, dikke bult.
Het zit ons tot in de genen. Onschuldig nog erven we die schuld. En schuldig geven we die door van generatie op generatie.
Stom gevoel er niets aan te hebben kunnen doen, maar we zitten ermee.
Ze zit ons tot in onze gedachten. Overal ligt ze op de loer en wordt ze door ‘the big eye’ gezien, terwijl jezelf dat ding niet kan zien.
Het is groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk.
Big Brother is watching you. Zelfs tot in jouw geheimste gedachten, stond er vroeger in de
catechismus. Tot in ons geweten dus. Ooit, vroeger zijn we gevallen, ontspoord, ontaard.
Dus moeten we er voor boeten, eindeloos boeten. Nooit weten we of de bodemloze put gedelgd is.
Het stekend gevoel gefaald te hebben. We moeten onze oerschuld goedmaken: Wiedergutmachung.
Maar hoe groot en diep en breed is dat nooit te dempen gat?

Wat oorspronkelijk een liefdevol, verzoenend en vredevol oog was, symbool van aanwezigheid en bescherming,
heeft men gemaakt tot een spiedend oog. Niet alleen in de politiek, maar veel leper en behendiger in kerken.
Tot in onze diepste kern, in ons ‘geweten’. Het spiedt tot in ons hart.
Ik maak me echt minder zorgen om de bewakingscamera's in straten of waar dan ook, of om de chip in mijn bankkaart of in mijn bad.
De meest destructieve chip zit al eeuwen ingeplant in de harten van de mensen.
De voortdurende vibrerende chip van schuldinductie en afhankelijkheid.
Er is altijd de doem geweest van iets of iemand die groter is, alwetend en alziend.
Geen ontkomen aan. Goddeloos heeft men het God genoemd.
Díe God heeft men geclaimd in allerlei godsdiensten en instituten.
Díe God. Niet deze van liefde en vrijheid. Men heeft er een systeem van gemaakt:
de beste manier om mensen klein te houden is ze te bepamperen, ze te beschouwen als minder.
Het systeem van minder en meer, van schuld en heilig.
Het apartheidssysteem: zaai schuldbesef, minderwaardigheidsgevoelens, een slecht zelfbeeld, noem ze zondaars of zwakkelingen,
dan heb je ze in een machtsgreep. Zorg ervoor dat jij en jij alleen het monopolie hebt van vergeving, de zaligmakende genezende zalf,
vrije toegang tot hun geweten. Laat ze voelen dat er een fundamenteel gemis in hun  leven is, praat ze dat aan.
Maar , er is een andere weg: leven vanuit overvloed.

EEN ANDER VERHAAL

In nog  al wat culturen is de hoogste daad zijn leven te geven voor een ander.
‘Niemand heeft groter liefde dan hij die...’
In oorlogstijd worden ze helden genoemd: ‘heros’, gevallen op het veld van eer.
Alle dictators worden wild van heros: Hitler, Bush... Allerlei patriotistische woordenronk.
Er is geen enkele dictator op die manier heilig of hero geworden. Ze blijven rechtop, stijf van de bodyguards.
In godsdiensten heten ze heiligen, martelaren, uitverkorenen.
Hoe ook: zijn leven geven voor een ander is het summum.
Stel nu, ik zeg wel uitdrukkelijk: stel nu, dat op een goeie dag die oneindige eindeloze Kracht,
die nooit aflatende Stroom van creativiteit en scheppingsvermogen, dat Inzicht dat boven en binnen
alles is en van alles de ontwerper is en weet hoe alles werkt, die totale onvoorwaardelijke onuitputtelijke Liefde...
op het idee zou komen om zijn leven te geven voor de anderen, zijn goddelijk groots leven, afstand te doen van zijn méér-heid,
zich te ontledigen, totaal, zich uit te storten in alles wat bestaat, zodat zij zouden leven in volkomen
vrijheid, in onafhankelijkheid.
Stel dat hij daar geen enkele voorwaarde aan vastkoppelt. Geen kleine lettertjes in het contract, in het verbond.
Stel dat hij hen alle eigen vermogens toekent, hen maakt ‘naar zijn eigen beeld en gelijkenis’.
Hij heeft zich uitgegoten, zijn Geest in en over alles uitgegoten, uitgestort.
Stel dat en nog veel meer, oneindig veel meer, want zijn mogelijkheden stromen en blijven stromen.
Van een top-liefdevolle God mag je dat toch verwachten: de summum-uiteindelijke gave .
Ja, toch?  Zijn gedacht. Roekeloos geef ik toe. Maar een schitterend idee!
Nou, stel dit alles: waarom zoeken we dan, in godsnaam, god nog ergens als een apartheid?
Uitgegoten: hij is er niet meer.Hij is gestorven opdat alles zou leven in vrijheid.
Nergens méér, nergens meer. Alles draagt zijn watermerk en waarmerk: vrijheid, ga!

Waarom kunnen we nog altijd niet aanvaarden, geloven, dat God zijn goddelijk leven heeft gegeven?
Dat hij het summum heeft gerealiseerd? Hij is de Hero, zichzelf geofferd ‘op het
veld van eer’. Ja toch? staat in de bijbel. Nou jij.
We hoeven niet meer te stellen: ‘Stel dat...’. Het is stellig zo. Hij deed het. Hij gaf zijn diepste zelf weg.
Hij gaf het beste van zichzelf (we noemen dat ‘zijn zoon’). Hij gaf alles zijn vrijheid.
Hij gaf alle controle op. Geen oog meer dat alles wil zien. God totaal leeggegoten, ontledigd, om zijn volheid af te staan.
Kan het nog voller? Totaler? Kan het liefdevoller?
Waarom kunnen wij het niet aanvaarden dat hij er niet meer is, zijn wil eerbiedigen dat hij zich aan ons heeft overgeleverd?

Weet je waarom? Omdat wij niet goddelijk durven zijn, omdat wij denken dat goddelijk zijn goddeloos is.
Wij durven niet leven uit overvloed, omdat wij liever leven uit angst, vanuit gemis.
We hebben blijkbaar de moed niet – o, gij kleingelovigen! – om schuldeloos te zijn en de chip van schuld uit ons hart te branden, for ever.

De kerken: ze geloven hun eigen heilige boeken niet; ze horen hun eigen profeten niet; ze zijn ziende blind en horende doof.
Datgene wat God uit handen heeft gegeven, macht, installeren ze opnieuw als eigen bezit.

O.K. lees ‘dit ander verhaal’ kritisch. Spit het onderstebinnen en bovenstebuiten! Misschien haal je dwaasheid boven.
Maar heb dan ook de moed om de teksten van de kerken en hun woorden vooral even kritisch te lezen In vrijheid.

ZEE VAN MOGELIJKHEDEN

Zo, we ploeteren dus in die zee van mogelijkheden, de pure goddelijke vrijheid.
Maar wat nu? Kunnen we wel zwemmen? Kunnen we wel omgaan met dit enorme gegeven?
Het moet ongeveer hetzelfde gevoel geven wanneer iemand van een oerwoudstam plots en
voor het eerst binnenstapt in een mega-groot warenhuis. Waw!
Alles is er, alles is ter beschikking. Ik kan het pakken. Het is van mij. Elk moment kan het.
Vrijheid stelt me voor een nooit geziene opdracht. Ik moet kiezen. Vrijheid is keuze.
Kan ik wel kiezen als ik het nog nooit geleerd heb?
Wat kiezen? Ik ken de werking niet van wat ik kies. Ik heb niet de minste ervaring.
Sommige dingen gaan niet de richting uit die ik wil.Of soms wil ik wel iets en kan ik het niet de baas.
’s Jongen, wat is me dat!
Wat wil ik? wat heb ik nodig?
Dit brengt me tot de verbluffende vraag: Wie ben ik?
Aan de hand van keuzes en ervaringen kan ik mezelf leren kennen en kan ik ontdekken wat de wereld rondom mij is.
Ik ontdek alles, ontdek dus het goddelijke.
Ik ervaar sommige anderen , sommige dingen, sommige omstandigheden als bevredigend voor mij,
sommige anderen als niet-bevredigend.
Help! ik ben door in de zee van mogelijkheden te zijn tegelijkertijd in de zee van de dualiteit geduikeld.
Vrijheid is dualiteit
, meerkeuze-mogelijkheid, multiple choice. Neem dualiteit weg en je neemt vrijheid weg.
Oeps, geen goddelijkheid meer.
Help! Ik verdrink in mijn mogelijkheden.

Goddelijk-zijn, jeezes! Niet makkelijk. Kiezen tussen dit en dat, tussen licht en donker, man of vrouw,
wat klopt voor mij en wat niet voor mij klopt... tussen goed en kwaad...

Hé! Wat hebben we nou! Zitten goed en kwaad ook in die goddelijke cadeau?
Moet zijn. In de zee van mogelijkheden zit alles. Alles, ja. Dus ook goed en kwaad, geluk en
verdriet, verzadiging en honger...al die tegengestelde paren zitten in die goddelijke dualiteit, die we over en in ons gegoten kregen.
Zijn Geest.

Uit onwetendheid kan ik kiezen. Maar ook uit bewust en alert weten en kennen.
Kiezen uit onwetendheid  is door tekort aan ervaring. Leven geeft je die mogelijkheden tot ervaring.
In die zee van mogelijkheden kan je volop experimenteren.
Beurtelings draag je koningskleren en bedelaarslompen, ben je kreupel of een ster, ben je een gangster of een Mother Theresa.
Leven is leren.

Misschien ben je bang om te leven. Je kruipt weg in een hoekje, durf je de risico’s en verantwoordelijkheden niet aan,
steek je het gekregen talent in de grond uit schrik voor de grote baas.
Je kan jouw mogelijkheden zo schraal en petieterig maken als je maar wil.
Expert in het verzinnen van alibi's om niet te hoeven leven. Ook dat is een keuze in vrijheid.

Je kan ook bewust en alert kiezen.Volkomen toerekeningsvatbaar.
Vanuit die gekregen goddelijke vrijheid kan je twee richtingen uit.
Hou je vast, want het is verbluffend. Tenminste, voor mij was het een schokkend inzicht.

Mensen kunnen zich specialiseren in goedaardigheid of in boosaardigheid, of er ergens tussenin.
Die beide mogelijkheden liggen in de zee van mogelijkheden.
Ik zie ze rondom mij reëel bestaan.
En ik zie ze in mij bestaan.
Ze zijn er, echt waar.
Realiseer ook jij dat even. Gewoon ze zien zonder enige schuld of schuldgevoel. Gewoon
objectief observeren, zonder je onder te brengen in het ene of andere kamp.
Ze zijn beide overal, ook in jou, ook in mij, in jouw lief, in jouw gedachten, in jouw ziel. Verbluffend!
Het is een goddelijke gave, de beide.
Straf, hé! Ongelooflijk, niet?

Ik zie hoe sommige mensen, groepen, politici, godsdienstleiders... zich specialiseren, heel boosaardig,
in vernietiging, in massamoord, in uitbuiting, in eigenbelang, in macht, in vernedering, in gewetenloosheid.
Heel bewuste strategische boosaardigheid. Ze draaien er hun hand niet voor om, laten er hun slaap niet voor.
Het kan. Het zit in die zee.

Ik zie hoe sommige mensen, groepen, politici, godsdienstleiders...sommige... gewone mensen ook, zich specialiseren,
heel goedaardig, in bevrijding, in verzoening, in vrede, in samenwerking, in liefde, in zorg, in aanwezigheid,
in dienstbaarheid, in stilte, in overgave, in engagement, in creativiteit, in durf en moed.
Ik zie: heel bewuste, doorwerkte en doorleefde goedaardigheid. Ze hebben geen handen genoeg, ze laten er hun slaap voor en veel meer.
Het kan. Het zit in die zee.

En nu kort bij mijn eigen bed... bij mezelf. Wat zie ik in mij? Welke zijn mijn keuzes?
Welke  ‘specialiteiten’ heb ik, wil ik ontwikkelen? Wat vis ik uit die zee?

Voel hoe belangrijk dit is, hoe ik onderscheidingsvermogen moet verwerven.
Hierover zullen we het in de maandbrief van januari hebben. Stof voor een nieuwe geboorte en een nieuw jaar.

Weet je wat voor mij nog schokkender was? te constateren dat ik zowel goed als kwaad,
goedaardigheid en kwaadaardigheid moet liefhebben. Moet... moet... niets te moeten!
Kan liefhebben.
Ze zijn twee aspekten van het Al. Allebei zijn ze deel van de vrijheid, van het diepste van het goddelijke.
Ik hoef natuurlijk niet te kiezen voor het kwaad of het boze. Maar ik kan het wel zijn plaats geven.
Ik hoef het in mij niet te voeden, maar ik kan het wel in liefde omarmen. Ik kan het kwade omvatten.
Doe ik dat niet, dan kom ik nooit klaar met mezelf. Ik  zal dan altijd dat stuk, het kwade, als iets vreemds ervaren.
Er zal dan altijd een afstotingsverschijnsel zijn, altijd schuld, altijd de ingeplante chip in mij voelen vibreren als een sluipende guerillastrijder.
Ik zal dan nooit begrijpen wat het betekent: Bemin je vijand. Bemin wat jou vijandig is, wat vreemd is.
Ik zit in een contradictie, want het boze is deel van mezelf.

Doe ik dat niet dan kom ik niet klaar met anderen die boosheid en kwaadaardigheid tot hun keuze hebben gemaakt.
Afstotingsverschijnsel... Ik zal oorlog en vijandschap zaaien, verdeeldheid.
Ik zal de chip in mij doen vibreren tot vernietigende krachten. Ik zal de scheldende sluipende guerillastrijder zelf zijn.

Weet je, het kost me enorm veel om in deze wereld een paar oefeknoefen en wiepewappers,
met boosaardigheid in hun logo toch binnen mijn liefdevol energieveld te halen...wat kost het me!
Maar het ligt binnen mijn mogelijkheden van mijn keuzes in vrijheid.

Het kan, het zit in die zee.   

up naar boven


Terug