MAANDBRIEF: november 2006                                  Print

Het terrorisme van systemen

Gevangen

We zitten allemaal gevangen.Niemand ontsnapt er aan.
Bijzondere gevangenis!

We zijn tegelijkertijd wie opgesloten zit én de bewaker.
Bovendien zijn we ons niet eens bewust van die toestand.
Telkens opnieuw zetten we ons vast. Zitten we vast.
De grootste illusie die we onszelf aanpraten en voorspiegelen is de overtuiging dat we vrij zijn.
O, ik heb het niet over de dagelijkse beperkingen, de vanzelfsprekende onhebbelijkheden van het leven:
geldtekort, te dik of te mager, een dominante baas, een pietpeuterige buur, wekenlang slecht of goed weer...
Jawel, ik ben beperkt door mijn budget, mijn partner misschien, mijn aantal dagen verlof, mijn belastingen,
mijn koopkracht. Noem maar op.

Mijn gevangenis zit dieper. Veel subtieler.
Ik zie ze niet, omdat ik ze ben. Ik zie mijn tralies niet.
Mijn bewaker wandelt bij mij binnen en buiten.
Ben ikzelf.

Mijn cel, mijn beperkte bewegingsvrijheid, heb ik zelf gebouwd en ingericht.
Ben ikzelf
.
Mijn medegevangenen heb ik zelf gekozen en zijn me onafscheidelijk dierbaar.
Ben ikzelf.
Mijn directeur van de instelling heb ik zelf geïnstalleerd en alle gezag toegekend.
Ben ikzelf
.
De duur van de internering – levenslang of zoveel jaar of zelfs de doodstraf – heb ik zelf uitgesproken.
Ben ikzelf.

Ik weet mijn gevangenschap op te smukken.
Ik maak het leuk. Ik ben expert in camouflage.
Ik versier dit hypocriete leven door allerlei escapes. Die zijn te koop. Ze liggen open geëtaleerd.
Ze worden op de vrije markt verhandeld: verkocht en gekocht.
Er is geen gemakkelijker markt dan wat nodig is om in gevangenschap te leven.
Noemen we maar wat: exquise reizen , adventure, politiek, carrière, consumptie à volonté, scholen,
geestesscholen, kerken en godsdiensten, democratie, fundamentalisme, wetenschap, mode, trends, boeken,
deze tekst van dit maandartikel...
Eindeloze lijst. Alles kan systeem worden. Opgepast.

Gevangen, we zitten erin gevangen. We worden erin geluisd.
Waarin? In systemen.
Allemaal beestjes, die systemen. We zitten er vol van. We ademen ze.
Het wordt de hoogste tijd dat we ze in de gaten krijgen.

Beste bezoeker of lezer,

Nu heb je nog de tijd om hier en nu te stoppen met lezen, nu rechtsomkeer te maken.
Als je stopt, gebeurt er verder niets. Hoegenaamd niets.
Je leven zal niet veranderen.
Je kan rustig de systemen in je blijven ademen en voeden.
Je zal wellicht moeiteloos en gewetenloos van de open markt kunnen genieten, eindeloos.
Maar, weet wel, je gaat echt dood.

Als je niet stopt, riskeer je bewustzijn. Dat is me wat.
Je gaat zien en leven. Niet gemakkelijk. Ik beloof geen rozentuin.
Wel diepgang. Wel vrijheid. Wel conflict. Wel bvrijding. Eindeloos.
Geen gewinkel, geen alsof, geen verstoppertje.
De weg naar jezelf ligt open.
Niemand kan je die weg geven omdat niemand eigenaar is van de weg.
Jij bent de weg, de waarheid, het leven. Jijzelf.

WARNING
Uw huidige werking is aangevallen door een virus genaamd nulpunt.
Wil je dat het niet klikt, schakel dan deze energie onmiddellijk uit en stel je werking niet meer af op dit artikel.
Wil je dat het klikt, lees dan verder, maar blijf onafgebroken kritisch, want alles kan systeem worden.
Ook Nulpunt.

Systemen

Een gezin vormt een systeem.
In mijn dorp zegden ‘de Ploems’. Het was een omschrijving van wie we waren en hoe we waren.
Het betekende ook hoe we ons te gedragen hadden. Het was een soort waarmerk, geïmpregneerd watermerk.
Ons waardensysteem kon men ervan aflezen.
Elk gezin clustert niet alleen omheen de genen, maar rond een complex geheel van factoren: stand en status,
beroep van de ouders, studiepeil van de kinderen, de woning, de sociale situering, politieke kleur, ziekte, interne conflicten,
roddels, stads of plattelands, enz.
Het gezin wordt door alle conservatieve instituten geïdealiseerd. Het is standaard.
Maar het leven zelf – progressief – haalt die standaard onderuit. Alle systemen worden bevochten.
Alle systemen willen wat is consolideren. Het systeem moet blijven.
Alles wordt gezien vanuit het systeem en ten voordele van het systeem.
Wat niet in het systeem past, wordt als vreemd aangezien. Lichaamsvreemd.
Het immuniteitssysteem van het sysyteem weert het met alle middelen.

Neem nu het huwelijk .
Het is een systeem. Het was (en is) standaard.
Op alle gebieden: juridisch, kerkelijk, maatschappelijk, ethisch, enz. was het één van de meest exact omschreven verbindingen.
Het was uniek, had een monopoliepositie, was een instituut, een sacrament.
Het had een heilige onomstotelijke verworvenheid.
Hoeksteen van de samenleving. Op elke inbreuk stonden strenge straffen.
Het was een bron van genade, maar op een misstap of een breuk stond geen genade.
Hoe taai ook het systeem huwelijk ook was, het leven heeft het achterhaald.
Er dringen zich altijd nieuwe dingen op die vroeg of laat ook weer systeem worden.
Merkwaardig toch?

Scholen
Meestal zijn scholen vazallen van een grote systeemcluster. Hun basis is dan ook een schoolsysteem,
een filosofie die vanuit die cluster wordt gedicteerd.
Scholen zijn de bestendigers van systemen. Hoe goed ze ook zijn – en er zijn echt wel goede –
Ze zijn de neerslag van de cluster waarop ze geënt zijn.
Ze dragen het waarmerk: Harvard, Eton, KUL, UG , Jezuïeten, Vlerick...
Van aard zijn ze dus conservatief. Zelfs alternatieve scholen vertonen sowieso kenmerken van systeem.
Hun systeem is, indien ze niet echt alert zijn, het bestaande te bevechten en zich een exclusief territorium toe te eigenen.
Wel anders .
Een ander systeem.

Een schoolvoorbeeld van systeem is politiek.
Politiek in se is o.k. Politiek als zorg voor de samenleving (polis) moet er zijn.
Partijpolitiek verkneukelt zich in systemen. Het is een spel van systemen onderling.
Iedere partij heeft zijn eigen territorium (zijn grondprincipes). Het spel bestaat erin dat men elkaar gaat bekampen.
Inzet is de macht. De pionnen zijn de kiezers. Men snoept elkaar pionnen (kiezers) af...met beloftes.
Het is daarom uiterst belangrijk om te weten welke de waardenpatronen (de persoonlijke systemen) van de kiezers zijn.
Beloftes spelen daarop in.
Vroeger waren die waardenpatronen vrij duidelijk, omdat ze rond grote filosofieën (godsdiensten of standen) waren gebouwd.
Maar nu zijn ze complexer, verscheidener geworden. De patronen lopen in elkaar over, overlappen elkaar.
Toch moeten kiezers gewonnen worden en sindsdien schijnen alle middelen geoorloofd.
Er ontstaan onzichtbare systemen. Men speelt vals.
M.a.w. het is niet meer duidelijk wat christelijk is, wat volks, wat liberaal, wat democratisch, wat fundamentalistisch, wat racistisch...
De systemen bevragen hun eigen systeem niet meer, laten ze ook niet bevragen. Het systeem keurt  zichzelf goed. Geen interne kritiek.
Politiek, is dan ook een roetschbaan geworden van uitschuivende systemen. Het gaat puur om de macht.
Uiterst rechtse partijen (en wat is rechts en wat is links?) hebben daarom veel bijval. Ze geven de indruk van een duidelijke lijn.
Maar alles wat uiterst is, is per definitie systeem.
En alles wat systeem is, is evenzeer per definitie eindig. Het leven holt het uit en schuift andere mogelijkheden naar voor.
Wat is het leven slim!
En wat zijn systemen, hoe vernuftig ook bedacht, die zichzelf absoluut willen ophouden met bretellen kortzichtig.
Ze rekken wel een tijdje, maar uiteindelijk missen ze veerkracht, valt hun broek en staan ze met de billen bloot.

Opgepast voor spirituele scholen, godsdiensten, overtuigingen, goeroes, websites, boeken,...
Ze classeren zichzelf boven systemen. Zij pretenderen systeemloos te zijn. Larie, absolute larie.
Ook wat ik hier schrijf, wat jij dus leest, ontsnapt niet aan systeem. Is systeem,
als jij het voor de waarheid aanziet. Ook dit is larie.
Precies omdat het over bewustzijn gaat en niet over materie, zijn de valkuilen subtieler en dieper.
Geloof nooit dat zij iets zien wat jij niet ziet. Kan zijn, leuk voor hen, maar jij hebt er geen rooie cent aan.
Hoor ze, lees ze: o.k. Zeg niet ‘het bestaat niet’ of ‘het kan niet’, maar toets ze, draai ze binnenstebuiten,
haal ze door de mangel, stroop ze tot op het bot. Respecteer ze, heb ze lief, maar ga jouw weg.
Hetzelfde geldt voor iedere zin van deze tekst.

Och, misschien heb je tijdelijk een houvast (systeem) nodig, een rugzak met proviand, een bedelnap op jouw tocht.
Maar elk houvast is tijdelijk. Het is tegelijkertijd een laatlos. Na een dagtocht leg je je rugzak af en slaap je toch niet met je bedelnap.
Gevaarlijker dan dagelijkse beslommeringen zijn de werelden van de spirituele weerhaken.
Ze dringen bij je binnen als rozen en verspreiden  subtiele geuren van bindende systemen.
Hiërarchieën, regels, dogmata, schuldsystemen, schuldgevoelens, competitie in volmaaktheid, een regen van beloftes, zalige inzichten, visioenen...
Elke spirituele of godsdienstige richting richten groepen op en in.
Soms miljoenen groot. Soms elitair klein. Het groepsgevoel is van kapitaal belang.
Je hoort erbij Je bent van de club.
Net als bij een weerhaak raakt ze er wel vlot in, maar eruit...o wee, is uiterst moeilijk en pijnlijk.
Zolang je in de groep, in hetzelfde geloof, in dezelfde spiritualiteit vertoeft, ben je gedragen, geborgen, omgeven en deel je de inzichten van het systeem.
Dat kan echt deugd doen. Dat kan echt groeibevorderend zijn.
Ik ben alle systemen, waarin ik heb gezeten en wellicht onbewust nog zit, bijzonder dankbaar.
Maar ik juich en kir als een nieuwgeborene telkens als ik wat was, kan ruimen voor wat is.
Ik ben dan letterlijk opgeruimd.
Godsdiensten, spirituele scholen en allerlei scholingen hebben het o zo moeilijk om hun leerlingen, gelovigen, adepten, geschoolden... los te laten.
Waarom toch?
Ik weet het niet. Het is hun contradictie: mensen vrijmaken en ze niet kunnen loslaten.Het is wellicht hun macht.
In hun geschriften staan er nochtans heerlijke dingen als deze:
‘Wie is jouw vader, wie is jouw moeder?’
of ‘If you meet the Buddha kill him.’

Ik heb hiervan een omschrijving gemaakt voor het eigen therapeutisch werk dat ik doe:
‘Elke cliënt moet in zich de therapeut doden.
Doet hij dit niet, dan blijft hij levenslang een cliënt;’
Parafraserend: ‘Elke gelovige moet in zich datgene doden waarin hij gelooft.
Doet hij dit niet dan blijft hij zijn levenlang een gelovige, geen wetende.’

Gedachten,
mijn gedachten. Mijn wereld van allerlei gedachten. Bijna nooit zonder. Ze stormen binnen, nestelen zich,
zoeken hun eigen hoekje van herinneringen, herhalen zich duizende keren, maken de wildste scenarios, zelfs denken te denken wat andere denken.
Gedachten zijn systemen en niet van de minste. Vermits ik doordrongen ben van gedachten, ben ik een en al systeem.
Vreemd dat ik denk dat ik vrij ben, maar in feite gedomineerd word door systemen: geördende en nog meer ongeördende.
Mijn bewustzijn is dus aanzienlijk kleiner dan mijn on-bewustzijn.
Misschien denk ik wel dat ik besta omdat ik denk. Ouwe koek van Descartes.
Conclusie zou dan zijn: dus besta ik maar een fractie, want ik denk maar een fractie van wat leven is, bestaan is.
Zou een perfecte conclusie zijn.
Mijn gedachten zijn niet altijd sluitend. Systemen denken dat ze sluitend zijn, maar zijn het uiteraard niet.
Als systemen zich sluiten – wat ze uiteraard vroeg of laat beweren te zijn –
dan tekenen ze hun eigen doodsvonnis. Daarom laten godsdiensten etc. geen enkel gaatje.
De beste stopverf of silicone zijn dogmata en fundamentalisme.

Conclusie
Ik heb een aantal velden van systemen geschetst. Een heel beperkt aantal, want alles heeft zijn systeem, is systeem:
dorp of stad, democratie of anarchie, vandaag of morgen,  de medische wereld, globalisatie, emoties... zeg maar iets. Zoek maar.
Daar gaat het nu precies om. Durf ik mijn systemen onder de loupe te nemen?
Ben ik bereid om  te zien hoe ik systemen onderga, hoe ikzelf systemen heb opgebouwd en telkens weer opnieuw opbouw?
Ik hoef niet in paniek te slaan als ik in mezelf systemen ontdek, onthul. Net integendeel.
Spring een wereldrecord hoogspringen van contentement! Je bent op weg naar het ontdekken van jouw zee, jouw eigen zee van energie: nulpunt-energie.
Een flinke hap van jouw on-bewustzijn wordt jouw bewustzijn.
Leuk toch. Zomaar.
En dan maar kirren als een nieuwgeborene want er ontstaat een nieuwe creatieve ruimte.
Vanuit nul-punt.

EN WAT NU ?

Geen systemen? Weg ermee?
Nee, natuurlijk niet. Kan ook niet. Eigenlijk kunnen we niet zonder.

Is ‘gezin’ slecht? het huwelijk? scholen? politiek? spirituele en godsdienstige scholingen? gedachten?
Uit het voorgaande  kan ik de indruk hebben gegeven van wel, maar dat is niet zo.
‘Wat bedoel je dan, Marcel?’
Voortdurend zijn we omgeven en doordrongen van patronen, gewoontevelden, opvattingen, of in de meest gewone alledaagse dingen.
Ze zijn er gewoon. Ze ontstaan spontaan.
Ieder van ons doet ze ontstaan. Daar is niets mis mee.
Het is de enorme stroom van creativiteit die vibreert, deint en tot vormen stolt. We zijn dus constant scheppers.
We putten, scheppen, uit de grote zee van de nul-punt energie.
Het is precies het eigene van deze zee om er te zijn, ter beschikking te zijn.
‘Schep mij, pluk mij, vorm mij!’
Alles kan gemaakt worden: goed en kwaad, goedaardigheid en kwaadaardigheid, mooi en lelijk...
Wat er ook tot gestalte komt wil zich verankeren. Vorm wil blijven, zet zich vast in patronen, clustert, zoekt ankerpunten.
Alle energie organiseert zich. Dat is schitterend.
Uit wat nog niet-iets is (chaos, de wateren, tohoe wabohoe...)ontstaat iets, groeit, wil zich handhaven, sytematiseert zich. Prachtig!
Systemen zijn dus deel van een schitterend proces. Ze zijn schitterend zolang ze in het proces zijn
Proces betekent ‘vooruitgaan’ (pro-cedere).
Essentiëel is dus de stroming, de verandering.

Het gevaar is nu dat een systeem zich gaat afzonderen uit het proces.
Het gaat zichzelf belangrijk vinden en overwoekert het proces. Het zet zich vast in de stroming.
Werpt dammen op. Het gaat zich verstevigen ten koste van het proces.
De kracht ligt niet meer in de stroming van het gehele proces, maar wordt omgevormd tot macht en behoud van zichzelf.
Dan wordt systeem gevaarlijk: het ent zich op de stroming en parasiteert, zuigt die leeg:
bv. het systeem kanker, het systeem wraak, het systeem anorexia, het systeem racisme...

Het verraderlijke van een systeem is dat het de indruk geeft tot het proces te behoren.
Maar dat is schijn. Het heeft de rollen omgekeerd: het systeem gaat het proces overheersen, maakt het ondergeschikt aan het systeem.

CONCLUSIE

Dit eerste maandartikel wil een aanzet geven om deze systemen  te zien en te beseffen dat ze onze kracht  hebben overgenomen en afgenomen. 
Zij zijn de sluipschutters die ons onvrij en afhankelijk maken.
Ze ontkrachten ons, lopen met onze energie weg..
Ze vormen de bouwstenen van ons ego, van onze camouflagepraktijken.
In het volgend maandartikel gaan we daarop verder:
Hoe kunnen we onze gaten in de gaten krijgen?

up naar boven

Terug