MAANDBRIEF: April 2007                                  Print

VELD-WERK

In de vorige maandbrief schreef ik hoe je eventueel zicht kan krijgen op de import en export van jouw stad (of ‘het huis waarin ik woon’).
Je gaten in de gaten krijgen, noem ik dat speels.
Het is belangrijk te zien dat er in de beide richtingen, in en  uit, zowel schitterende creatieve stromen zijn als donkere destructieve.
Het is goed dat je die stromen visualiseert.
Wat je dan onbewust eigenlijk doet is jezelf tot een soort centrum maken. Het is alsof  het leven, en alles wat daarrond reilt en zeilt, van jou uit vertrekt.
Dat is jouw ik dus en misschien hang je daar ook nog aan: ’Dat ben ik, dat is mijn persoonlijkheid, ça, c’est moi!’.
Een ietwat goede observator merkt dan meteen hoe je een scheiding maakt tussen ik en al het andere.
Heerlijke kans is dat om op te merken hoe je dualiteit schept. Dualiteit is een vermogen dat je ook uit de mogelijkheden van het Veld kan plukken.
Maar je stapt daardoor wel buiten de verwevenheid van het Veld. Er is dan ik en het Veld. Je doet alsof er twee zijn.
Ik is de kern van gescheidenheid. Veld is essentieel verwevenheid, eenheid.

Zit je daarmee dan in een zelfontworpen dilemma?
Vermits je als kritische lezer van deze nulpunt-site een beetje verliefd bent op het Veld - anders zou je dit niet lezen - heb je misschien de neiging,
uit een aangepraat spiritueel schuldgevoel - om te zeggen: ‘Weg dus met dat ego, weg met mijn persoonlijkheid.
Foei!’. Ik is èèkes bèèkes en persoonlijkheid is het beton waarin ik dat ik alsmaar meer vastzet.
Toch niet doen, a.u.b.!
Er is niets mis met het ik en het hebben van een eigen persoonlijkheid... als het maar verweven is met het Veld.
Gans mijn leven door, veelal in ‘spirituele’ kringen, heb ik moeten horen hoe slecht het ego wel is, des duivels.
Hoe remmend het werkt, hoe verdorven en ego-istisch, hoe het moest uitgebannen, uitgevast, uitgeboet, uitgezweerd en gezweet.
Het is nochtans onbegonnen werk. Het is aan iemand vragen om uit zijn vel te stappen. Hoe je het ook draait of keert, het ik  is de huid van elke mens.
Mensen, dieren, planten, dingen hebben allen een eigen ‘huid’. Ze zijn omhuid, omhuld. En innerlijk, bij wijze van spreken, hebben we ook zo’n huid.
De huid is niet alleen een net of zak dat ons materieel samenhoudt. Het is het orgaan van contact, van zichtbaarheid, communicatie en uitstraling.
Welnu, onze innerlijke huid reflecteert onze persoonlijkheid.
Het dilemma situeert zich dus niet tussen mijn ego (en persoonlijkheid) en al de rest. Dit is slechts een oppervlakkige illusie.
Het situeert zich in mijn aandacht en alertheid, of ik mij met mijn ik in de verwevenheid van het Veld weet.
Ik heb het illusionaire vermogen om me buiten het Veld te plaatsen, alsof ik er niet toe behoor, alsof ik met het Veld niets te maken heb, niet verweven ben.

Simple mind.

Het dilemma is dus kwestie van mijn bewustzijn.
Het ik is een kwestie van koppigheid: ik wil niet. Ik vereng mijn bewustzijn.
Daarom geeft het altijd de zelfverzekerde indruk van zelfstandigheid en onafhankelijkheid. (De ziekte van veel zogezegde wetenschappers)
Nochtans is er veel meer te ontdekken door overgave. De meest kritische houding is deze van overgave.
Wie zich aan en in het Veld overgeeft heeft oneindig veel mogelijkheden.
Wie zich in zijn ego verschanst heeft ook mogelijkheden, maar erg beperkt.
Wie zich met ego en al overgeeft, zwemt in de zee van mogelijkheden, het Veld.

Slimmerikken onder jullie, lezers, hebben natuurlijk de vraag op hun tong:
‘Okee, Marcel, mooi beeld van die omwalde stad en die poorten, maar wat moet ik nu binnenlaten en wat buitenhouden?
Wat moet ik vanuit mijn stad uitstralen en wat dek ik best af naar de buitenwereld?
Ik schreef: ‘Dat wat voor jou geëigend is, daar gaat het om.’
Maar nog een andere slimmerd zal opwerpen: ‘Hoe kan ik weten wat voor mij geëigend is?
Zit ik dan weer niet aan mijn ik en persoonlijkheid te metsen, persoonlijkheidsbuilding?’
Deze opmerkingen zijn terecht. Nagel op de kop.
De kapitale vraag is: ‘Heeft het Veld een richting, een doel? waarheen wil het Veld? En hoe kan ik dit te weten komen?’
Ik heb mezelf gedurende jaren ook die vraag gesteld: ‘Waar loopt onze wereld, onze kosmos naartoe?
Zomaar op het goedvallen uit, toeval, of zit er zin in?’

Een mens gaat dan op zoek naar andere mensen die er meer van weten,
mensen of een mens waarin je het eigen zoeken checkt en of het dan klopt met de eigen ervaring.
Opvallend is dan dat je terecht komt in machtssystemen, grote en kleine ideologieen, die elk pretenderen de enige oplossing in petto te hebben.
Het eigen ik doet dit ook gemakkelijk. Eigenlijk zijn het allen ego-systemen dus.
‘Ik heb het bij het rechte en enige eind. Jij niet, jij zit fout, daarom en daarom.’
De geschiedenis staat er bol van.
Het is nogal evident dat wat ik hier schrijf nooit de oplossing van het probleem kan zijn. Er is niet één-zaligmakende oplossing, één weg.
Wat zou dat een pretentie zijn! De kosmos heeft niet één richting of zin, maar talloze.
De kosmos, in al haar facetten, is het Veld in werking, een grandioze onaflaatbare stroom van schepping. Er is niet ooit één schepping geweest.
Schepping is, gebeurt, nu, altijd. Ik, mijn persoonlijkheid, zijn, gebeuren, nu en altijd... in het Werkveld en in Veldwerk.
Omdat ik, mijn persoonlijkheid, alles en iedereen verweven zijn, één ontzaglijk werkend Veld .
Ik doe Veldwerk, ik ben Veldwerk. Ik beweeg mee met de seizoenen van het Veld.
In welke richting? Dat was de vraag, niet?

Wie me het meest hierin inspireerde is  Ken Wilber. Toffe man. Moet je lezen. Beetje moeilijk. Dus lees hem bij beetjes.
Zijn boek waaruit ik verder in deze maandbrief put: Een beknopte geschiedenis van alles. Lemniscaat, Rotterdam, 1996.

Kernbegrip bij Wilber is evolutie, alles is in beweging naar meer, dieper bewustzijn. Geest in actie noemt hij dit proces.
Proces in de letterlijke betekenis: een voortdurend voortevoluerende ontwikkeling (pro-cedere = vooruit-gaan).
‘Goed...we hebben het over de richting van de evolutie, de telos van de Kosmos, die geen willekeurig toeval is maar een gerichtheid.
De evolutie heeft een richting, ja, een beginsel van orde uit chaos... het toeval wordt verslagen, betekenis verschijnt – de intrinsieke waarde van de kosmos neemt toe bij iedere ontvouwing.
... De evolutie kent een algemene tendens in de richting van: toenemende complexiteit,
toenemende differentiatie/integratie, toenemende organisatie/ structurering, toenemende relatieve autonomie, toenemende telos’ p.62

Hé, daar zit een ‘geheime impuls’ in dit mysterieuze geheel, een ‘Geest in actie’. Geen passief gebeuren dus, geen toeval, maar actie.
Is het niet ongelooflijk openbarend deugddoend dat ik hierin mede Geest mag zijn?
Dat is dus de zin waarin ik zin kan hebben. In het frans zeggen ze ‘envie’ (goesting, zin). Leven is dus ‘en vie’, vooruit, zoals ‘en route’.

‘Een fundamentele drijfveer van de evolutie is dus het vergroten van diepte’. p.63
In de opvatting van Wilber is er een hierarchie van diepte in alles wat bestaat. Het kleinste geheel bij hem is niet het atoom maar een ‘holon’.
Alles bestaat uit holons (van het griekse ‘holos’ = geheel). (Lees hiervoor deel 1 hoofdstukje 1 pp. 39-52)

 

Die hierarchie noemt hij holarchie. Er is een gradatie van diepte in de holons.

‘Alle holons hebben een zekere mate van diepte, hoe gering ook. En in de evolutie ontstaat steeds meer diepte – steeds meer bewustzijn.
Hoeveel diepte atomen ook hebben, moleculen hebben meer. En cellen hebben meer diepte dan moleculen.
En planten hebben meer diepte dan cellen. En primaten meer diepte dan planten. Er is een spectrum van diepte, een spectrum van bewustzijn.
En de evolutie ontplooit dit spectrum. Bewustzijn ontvouwt zich steeds meer, verwerkelijkt zich meer en meer, komt steeds meer tot manifestatie.
Geest, bewustzijn, diepte – allemaal namen voor hetzelfde.’ p.63

Bewustzijn en diepte zijn synoniem.
‘Bewustzijn is gewoon hoe diepte eruit ziet van de binnenkant, van binnenuit. Dus ja, diepte is overal, bewustzijn is overal, Geest is overal.
En naarmate diepte toeneemt, ontwaakt het bewustzijn steeds meer, ontvouwt de Geest zich steeds meer.’ p.63

Wordt het in je wat klaarder hoe jij op zoek kan gaan naar wat voor jou in jouw ontmoeting met mensen en dingen - jouw import en export  van jouw stad – diepte betekent?
Dat is wat ik noem ‘wat jou geëigend is’. Het is hetzelfde als: datgene waardoor jij de geest in actie brengt, of bewustzijn openbaart. Allemaal namen voor hetzelfde.

Laten we hier Ken even rusten.
Wat we kunnen onthouden is in alle geval de richting. Dat was onze vraag. Richting is dus diepte, want diepte is bewustzijn. Waar het op aan komt is bewustzijn.

Ken Wilber gebruikt de term ‘Kosmos’. Lynne Mc Taggart duidt hetzelfde aan met ‘Het Veld’.
Volgens Ken bedoelden oorspronkelijk de Pythagoreeërs met Kosmos niet het universum, zoals wij dat nu definiëren,
maar ‘ Kosmos was het patroon of het proces van alle domeinen van het bestaan, van materie tot denkvermogen en tot God,
en niet alleen maar het fysische universum zoals wij tegenwoordig meestal ‘kosmos’ en ‘universum’ opvatten.
‘... de Kosmos bevat de kosmos (de fysiosfeer), de bios (de biosfeer), psyche of nous (de noösfeer), en theos (de theosfeer of het goddelijke domein.’ pp.38-39

Wat ik bij Lynne Mc Taggart speur is haar  zoektocht  aan de hand van allerlei uitstekende wetenschappelijke onderzoeken
om precies deze ‘Geest in actie’ zichtbaar te maken. Haar zoektocht ‘Er is meer’. De ondertitel van haar boek is dan ook:
De zoektocht naar de geheime kracht van het universum.

Om te illustreren hoe deze beiden putten uit dezelfde bron (nl. die zee van mogelijkheden van het Veld),
zij het dat ze die benaderen vanuit andere invalshoeken, geef ik hiernavolgend twee teksten, van elk eentje.
Wat een verbluffende rijkdom!

‘Dit waren ook de ontdekkingen die de oude wijsheid en folklore van traditionele culturen wetenschappelijk staafden.
De theorieen boden wetenschappelijke bevestiging van veel van de mythen en religies waarin mensen sinds het begin der tijden hebben geloofd,
maar waarbij zij zich alleen op het geloof konden verlaten.
Wat de wetenschappers hadden gedaan was een wetenschappelijk raamwerk verschaffen voor wat de meeste wijzen onder ons al wisten.

Net    als veel andere ‘primitieve’ culturen geloven de Australische aborigines dat stenen,
rotsen en bergen leven en en dat wij de wereld ‘in het bestaan zingen’ en dingen creëren door ze te benoemen...

De nakende wetenschappelijke revolutie kondigt in alle opzichten het einde aan van het dualisme.
In plaats van God naar het rijk der fabelen te verwijzen, begon de wetenschap voor het eerst Zijn bestaan te bewijzen –  door aan te tonen dat er een hoger,
collectief bewustzijn bestaat. Niet langer hoeven er twee soorten waarheid te zijn: de waarheid van de wetenschap en de religieuze waarheid.
Er kan één uniform wereldbeeld ontstaan.

Deze revolutie in het wetenschappelijk denken belooft ons ook een optimisme terug te geven,
iets dat uit ons zelfbesef was weggenomen met behulp van de steriele visie van de 20e-eeuwse filosofie, en grotendeels ontleend aan de door de moderne wetenschap verkondigde opvattingen.
Wij zijn geen afgezonderde wezens die hun uitzichtloze leven slijten op een eenzame planeet in een onverschillig universum.
We zijn nooit alleen geweest – waren altijd een deel van een groter geheel. Wij waren het middelpunt van de dingen en zullen dat altijd zijn.
De dingen vielen niet uiteen. Het centrum blijft in stand en wij zijn degenen die het instandhouden.

Wij beschikken over veel meer kracht dan we ons realiseerden – om onszelf, onze dierbaren  en zelfs onze grotere gemeenschap te helen.
Ieder van ons heeft het vermogen – en samen hebben we een machtig collectief vermogen – tot het verbeteren van ons levenslot.
Wij hebben ons leven zelf in de hand, in alle opzichten.’

Lynne Mc Taggart, Het Veld, De zoektocht naar de geheime kracht in het universum;Deventer, Ankh-Hermes,2005,pp.244-245.


‘Wij – en alle andere wezens – zijn ondergedompeld in betekenis, drijven op een stroom van zorg en diepe waarde, van uiteindelijke betekenis, intrinsiek bewustzijn.
We zijn onderdeel van deze immense intelligentie, deze Geest-in-actie, deze God-in-de-maak.
We hoeven ons God niet voor te stellen als de een of andere mythische figuur achter de schermen, die de regie heeft.
Noch moeten we het Goddelijke voorstellen als een uitsluitend immanente Godin, die opgaat in de vormen van haar eigen schepping.
De evolutie is zowel God als Godin, zowel transcendentie als immanentie. Het Goddelijke is immanent in het proces zelf,
komt voor in het weefsel zelf van de Kosmos; maar het overstijgt overal de eigen scheppingen, en schept ieder moment opnieuw.

V: Overstijgen en omvatten.
A: Inderdaad. En wij worden uitgenodigd, denk ik, om ons van dit proces bewust te worden.
De Geest zelf in ons wordt uitgenodigd zelfbewust te worden, of zelfs, zoals sommigen zouden zeggen, bovenbewust.
Diepte neemt toe van onderbewustzijn tot zelfbewustzijn tot bovenbewustzijn, op weg naar het eigen schokkende inzicht, volledig één met het stralende Al, en wij ontwaken als die eenheid.

Wat denk je? Is dat idioot? Zijn mystici en wijzen gek? Want zij vertellen toch allemaal varianten op ditzelfde verhaal, of niet soms?
Het verhaal van het op een morgen ontwaken en ontdekken dat je één bent met het Al, op een tijdloze en eeuwige en oneindige manier.

Ja, misschien zijn ze gek, deze goddelijke dwazen. Misschien zijn ze mompelende idioten aan de rand van de Afgrond.
Misschien hebben ze een aardige, begrijpende therapeut nodig. Ja, ik denk  zeker dat dat helpt.
Maar dan vraag ik me tegelijkertijd af, misschien verloopt de evolutionaire reeks echt van materie naar lichaam naar denkvermogen naar ziel naar geest,
elk overstijgend en omvattend, elk met meer diepte en bewustzijn, en een wijdere omarming.
En in de hoogste fasen van de evolutie raakt het individuele bewustzijn misschien, heel misschien, aan de oneindigheid – een volledige omarming van de gehele Kosmos –
een Kosmisch bewustzijn dat de Geest is die ontwaakt, zich bewust wordt van zijn eigen aard.

Het is op zijn minst plausibel. En zeg me: is dat verhaal, dat verteld wordt door de mystici en wijzen van over de hele wereld, dwazer dan het verhaal van het
wetenschappelijk materialisme, dat zegt dat de gehele evolutionaire reeks een verhaal is dat door een idioot wordt verteld, vol geraas en gebral,
dat niets om het lijf heeft? Luister heel goed: welke van deze twee verhalen klinkt nu eigenlijk gestoord?

Ik zal het je zeggen. Ik denk dat deze wijzen de voorlopers zijn van de geheime impuls van de evolutie. Ik denk dat ze de voorhoede vormen van de drang tot
zelfoverstijging die altijd verder gaat dan wat eens was. Ik denk dat zij de belichaming vormen van de drang van de Kosmos naar een grotere diepte en een verruimd bewustzijn.
Ik denk dat zij zich voortbewegen langs een straal die voortschiet naar een ontmoeting met God.

En ik denk dat ze wijzen naar de diepte in jou, en in mij, en in ieder van ons. Ik denk dat ze aangesloten zijn op het Al, en de Kosmos zingt door hun stem,
en de Geest schijnt door hun ogen. En ik denk dat ze het gezicht van de toekomst ontsluieren,
ze openen ons voor de kern van onze eigen bestemming, die ook nu  al gelegen is in de tijdloosheid van ditzelfde moment,
en in die schokkende herkenning wordt de stem van de wijze jouw stem, worden de ogen van de wijze jouw ogen,
spreek je met de tongen van engelen en brand je door het vuur van de realisatie die nooit ontstaat of vergaat,
herken je je eigen ware Gezicht in de spiegel van de Kosmos zelf. Je identiteit is inderdaad het Al,
en je bent niet langer ‘deel’ van de stroom, je ‘bent’ die stroom, waarbij het Al zich niet om je heen ontvouwt maar in je.
De sterren stralen niet langer buiten je, maar hier binnen. Supernova’s ontstaan in je hart, en de zon schijnt in je bewustzijn.
Omdat je alles overstijgt, omvat je alles.Er is geen laatste Geheel daar, alleen een eindeloos proces,
en jij bent de opening of de open plek of de pure Leegte waarin het gehele proces zich ontvouwt – onophoudelijk, wonderbaarlijk, altijddurend, lichtvoetig.
Het gehele spel is voorbij, deze nachtmerrie van de evolutie, en je bent precies daar waar je je bevond voordat de hele voorstellling begon.
Met een plotselinge schok van het meest voor de handliggende, herken je je eigen Gezicht, het gezicht dat je had voor de Big Bang,
het gezicht van pure Leegte dat glimlacht als de gehele schepping  en zingt als de gehele Kosmos – en het is allemaal voorbij in die
oorspronkelijke blik, en alles wat overblijft is de glimlach, en de weerspiegeling van de maan in een kalm vijvertje, laat in een kristalheldere nacht.

Ken Wilber, Een beknopte geschiedenis van Alles. Lemniscaat, Rotterdam, 1996, pp.64-66.

° dalers en klimmers

In de evolutie naar bewustzijn kan men grosso modo twee grote richtingen zien:
‘... zullen we ontdekken dat er twee heel verschillende typen spiritualiteit zijn, die ik Klimmen en Dalend noem.
Het klimmende pad is zuiver transcendent en wereldmijdend. Het is meestal puriteins, ascetisch, heeft te maken met yoga,
en het heeft de neiging het lichaam, de zintuigen, seksualiteit, de Aarde, het vlees te verachten of zelfs te ontkennen.
Het zoekt zijn heil in een koninkrijk dat niet van deze wereld is. Het ziet de gemanifesteerde wereld of samsara als slecht en illusoir.
Het streeft ernaar volledig aan het rad van wedergeboorten af te komen. Voor de Klimmers is iedere vorm van Dalen eigenlijk illusoir of zelfs slecht.
Het klimmende pad verheerlijkt het Ene, niet het Vele; de Leegte, niet de Vorm; de hemel, niet de Aarde.
Het Dalende pad leert precies het tegenovergestelde. Het is volledig op deze wereld gericht, en het verheerlijkt het Vele, niet het Ene.
Het viert de Aarde, het lichaam, de zintuigen, en vaak de seksualiteit. Het vereenzelvigt de Geest zelfs met de zintuiglijke wereld,
met Gaia, met de gemanifesteerde werkelijkheid, en ziet in iedere zonsopgang, iedere maansopgang, al de Geest die iemand zich maar kan wensen.
Het is zuiver immanent en veracht alles wat transcendent is. Voor de Dalers is iedere vorm van Klimmen eigenlijk uit den boze.’ Id. pp31-32

Het mag dus duidelijk zijn dat in de zoektocht naar bewustzijn er verschillende dimensies bestaan: hoger en lager, diepte en breedte.
Elk van deze dimensies is even belangrijk. In feite vormen ze één geheel, het Veld.
Maar de geschiedenis wijst uit dat mensen geneigd zijn eenzijdig één van hen uit te bouwen. Ze geven dan gestalte aan Platland (vlakland) of Hoogland (diepland).
Al eeuwenlang woedt er een oorlog tussen deze twee landen. In feite woedt dit ook in ieder van ons Soms is er oorlog, soms is er vrede en rust.
Het golft, beweegt in ons.
Precies op dit punt situeert zich ons vermogen om te kiezen. Wat Ken Wilber bedoelt met ‘omvatten en overstijgen’
is het leren omgaan met alle bestaande energieën die opgeslagen liggen in de Kosmos (voor L.McTaggart: in het Veld).
Energieën met minder diepte (holons van een minder niveau, maar waarin ook bewustzijn is opgeslagen, hoe gering ook)
kan ik omvatten en overstijgen. Ik til ze op naar een verder niveau met meer diepte.
Voorbeeld:
Als ik in mijn donkere verdoken kant kijk zie ik plots een onvermoede ‘gierigheid’. Ik heb nu twee mogelijkheden:
óf ik wil die gierigheid niet zien als een energie in mij (een emotie) en dus dek ik die maar af met een zware betonnen deksteen...foei,
weg ermee, weg in mijn vergeetput, óf ik kijk er bewust naar, aanvaard ze als ‘mij’, omvat ze en transformeer ze naar gulheid.
Dàt is omvatten en overstijgen. Gulheid heeft meer diepte dan gierigheid.

Om die reden kan ik elke impuls die op mij afkomt toetsen op zijn diepte-kwaliteit of bewustzijnsgehalte.
Ik kan mijn diafragma openen of sluiten of doseren, na gebruik eerst van mijn onderscheidingsvermogen, weet je nog?
Dan volgt er onontkoombaar een keuzemoment: negeer ik het of omvat en overstijg ik het. Ik word nieuw als ik het integreer.
Ik ben dan schepper van bewustzijn. Dàt is groei in bewustzijn.

Natuurlijk heb je al in de gaten dat onze eigenlijke opdracht is te komen tot een geïntegreerd evenwicht tussen Vlakland en Hoogland.
Een goede vriendin gaf me aan: ‘Eigenlijk is er geen Klimmend of Dalend pad. Er is alleen het Gaande pad, wat al gaande ontstaat.’
Natuurlijk, het pad dat ieder van ons ontwerpt door te leven en het pad zal zijn wat we er zelf van maken.

...in wezen slaat non-dualiteit op de integratie van Klimmen en Dalen.’
Ken Wilber, ib., p33

En wij voegen eraan toe: paden hebben de natuurlijke eigenschap het reliëf en de seizoenen van het landschap te volgen, op en neer, breed en smal.

Het te gane pad, jouw unieke pad. Ga.

up naar boven


Terug