MAANDBRIEF: December 2007                                  Print

HET VERVULLINGSLICHAAM

Voorzetje

Wat ik me afvroeg, nadat ik het inspirerende en verhelderende hoofdstuk over het pijnlichaam van Eckhart Tolle had gelezen, is of er een tegenhanger bestaat van dit pijnlichaam. Vermits we geankerd zijn in een leven van tegengestelde paren zou dat toch evident zijn. Door allerlei niet-leuke, pijnlijke, verdrietige en frustrerende traumatische ervaringen broeden we in ons de slang uit het ei. We voederen ze door negatieve energie. Daar puurt ze vergif uit. Deze verlamt en verkrampt ons.
Het is geen verkwikkend scenario.

Spiritueel gezien kan je d’er aan kapot gaan. Spiritualiteit doet je immers scherper zien en alerter kijken. Je ziet meer. Je bent gevoeliger. Je wordt in ’t begin ook meer ziek. Je gaat meer en dieper op alles en iedereen in.
Precies deze vergrote aandacht kan dan ook oorzaak zijn van ontmoediging. ‘Nu doe ik zo m’n best en het loopt allemaal fout’. De wereld zoals ze reilt en zeilt lijkt wel hopeloos. Ons lichaam schijnt opener en gewilliger te reageren op de impulsen van de buitenkant, op de rotte aangestoken vruchten van de Boom. Ons ‘zijn’, binnen de wereld van de tegengestelden, lijkt wel vertroebeld, afgesneden van de binnenkant. Het is maar door allerlei ervaringen – en daar zijn die pijnplekken het tastbare bewijs van – dat we weer op het spoor komen van ons eigenlijke zijn.

De ‘spirituele gevoeligheid’, waarbij men meer gewaarwordt, is in feite een eerste faze. Het is vóóroefening, een zich oriënteren naar het wezenlijke. Eerst moet men de vervreemding ontdekken. Het heeft iets van een ontmaskering: ik ben ik niet. De wereld is de wereld niet. Wat we denken dat is, is wat we denken, zijn onze gedachten en zelfontworpen scenario’s. Maar het is niet dat wat is.

Dus: goede moed. Als je ontmoedigd bent, ben je op de goeie weg... in faze één. Paradoxaal maar waar. Je bent al niet meer ziende blind. Nu is het een kwestie van méér-zien, anders-kijken. Je krijgt een andere perceptie. Het woord perceptie komt van een samengesteld latijns werkwoord: capere (nemen, grijpen) en per- (door en door; duidt op een intensiteit). Italianen zeggen:
‘Capito!, ik heb het begrepen, ik heb het door.’ Zo duidt perceptie eigenlijk op op iets door en door begrepen hebben, het wezenlijke zien. En niet zoals men tegenwoordig ‘perceptie’ gebruikt in de betekenis van een subjectieve visie, ‘da’s mijn perceptie’.

Ik wil hier even aanduiden dat het franse ‘perspicace’ meer het wezenlijke raakt: scherpzichtig, doorziend’.
Die beweging is de tweede faze. Je ziet in een bredere context, niet meer vanuit de eigen subjectieve scenario’s. M.a.w. je ontdoet je van de rumoerselen van jouw emotionaliteit. Het is niet langer de slang die jou beweegt en beveelt.

Het gelukslichaam

Alle mensen willen gelukkig zijn. Zegt men. Is dat wel zo?
Gelukkig willen zijn is een hebbelijke behoefte. Het veronderstelt een streven. Gelukkig-zijn is een ideaal (idee, gedachte) en is iets dat altijd opschuift, zoals de horizon. Je haalt het nooit. Het heeft iets zuchtigs, iets onverzadigbaars.
Ik ben er nochtans van overtuigd dat we een gelukslichaam in ons opbouwen, net zoals een pijnlichaam.
Het verzamelt alle positieve ervaringen, opgedaan in ons leven. Herinneringen aan leuke dingen, fijne ontmoetingen, gelukte realisaties, deugddoende relaties... Ga maar na: jij ook hebt zo’n gelukslichaam. Jij ook hebt zo’n verhalen, geschiedenissen. En je wil er terug naartoe. Terug naar dat restaurantje, terug naar die orgastische beleving, terug naar het winnen van de lotto, terug naar de tijd dat je een voetbalster was of een gevierde solozangeres in een koor...terug naar jouw geschiedenissen.

Maar, merk je en zal je altijd opnieuw merken: dit soort geluk bladdert af, vermolmt, verfomfaait... Het is als een krant: elke dag moet er nieuws zijn. Elke dag moet het gevoed worden met gebeurtenissen. Het gaat op en neer, hot of komkommer.
Ons gelukslichaam voelt wellicht wel leuker aan dan ons pijnlichaam, maar...is voortdurend bedacht op ongeluk. Het is een dubbeltje op zijn kant. Het kan bij vingerknip kantelen naar het pijnlichaam. Gelukslichaam en pijnlichaam zijn een tweeling. Ze komen uit hetzelfde nest en zijn samen uitgebroed.

Soms nemen ze gewoon van elkaar over, spelen ze haasje over.
Even illustreren? Sommige mensen zijn gelukkig in hun slachtofferrol. Hun behoefte bestaat erin aandacht te krijgen. Ze zijn gespecialiseerd in een averechtse manier om affectie te zoeken. Heel doordacht en systematisch. Geluk puren uit ongeluk. Een lepe tweeling!

Jaloezie is ook zo’n maneuver. Het fijn vinden om anderen te diskrediteren. Hopend natuurlijk dat zij er winst uit halen, aandachtswinst, machtswinst. Sommige mensen zijn gelukkig als ze zichzelf kwetsen, letterlijk fysisch pijndoen: zich snijden, scratchen, afjakkeren. Slim als het lichaam is produceert het lustsubstanties (dopamines en endorfines) en zo trekt pijn en geluk samen op!

Wat we gewoonlijk ‘geluk’ noemen is sterk verbonden met onze fysische emotionele en psychische behoeften. Op een of andere manier hebben we dan een geluksgevoel. Vluchtig of wat langer van duur. Maar hoe dan ook voorbijgaand, snel verstoord. We moeten dát geluk telkens weer waarmaken. Het is een vermoeiende bezigheid achter geluk aan te zitten.
Misschien is dat wel een verschrikkelijke valstrik: door achter geluk aan te hollen ervaren we dikwijls of af en toe, dat we het niet altijd kunnen hebben. Het ontsnapt ons. En... dan zijn we ongelukkig.

Zie je de valkuil? Zie je hoe we lopen op het scherp van het mes, ‘on rasor’s edge’? Pijnlijk, toch? Telkens het risico van het kantelen. Manisch-depressieve mensen dansen ‘une danse macabre’ op dit ritme, verschrikkelijk uitputtend.

Kortom: we hebben dus ook een gelukslichaam, een arsenaal(tje) van onze gelukkige ervaringen. Maar het is in hetzelfde beddeke ziek. Het is eindig, vluchtig, vergankelijk... en het is deel van een tweekoppige slang, dat ook op zijn beurt bij een of andere gebeurtenis zich laat triggeren.
Terug bij af!

Het vervullings-lichaam

Terug bij af. Wat nu? Is ons bestaan dan uitkomstloos, ‘dust in the wind’?
Als we vanuit de beperkte blik van ons pijn- en gelukslichaam kijken is het perspektief niet rooskleurig, inderdaad. Dan is het gezichtsveld slechts een fragmentarisch deel van het ganse Veld. Iedereen kan voelen dat het niet bevredigt. Er blijft altijd die moeilijk te omschrijven honger naar vervulling, totale vervulling.

We weten wel dat het pijn- en gelukslichaam essentiëel behoren tot het Veld, maar ze maken absoluut niet het totale Veld uit. Er is iets dat deze omvat, omsluit. Er is een andere dimensie. Pijn- en gelukslichaam zijn erin opgenomen, worden erin doorlicht, krijgen hun zinvolheid vanuit die totaliteit. Ze worden transparant gemaakt, ze krijgen hun zinvolle plaats, hun ‘duiding’.

Het vervullings-lichaam is geen lichaam. Ik gebruikte die term naar analogie met pijn- en gelukslichaam.
Die zitten nog in de stof, of het meer fijnstoffelijke.
Het vervullingslichaam is vormeloos, tijdloos, niet persoonsgebonden. Het is een non-realiteit, zoals we elders non-woorden beschreven. Het kan dan ook niemands bezit zijn, nooit, of van een instituut of een godsdienstige of filosofische of wat voor gemeenschap ook. Men kan het ook niet verwerven.

Men kan het wel ontdekken als iets dat er altijd al is geweest en overal is en eeuwig zal blijven. Men kan niet verwerven wat men eigenlijk al is. Hoogstens vanuit verwondering uitroepen: ‘Hé, was ik dit al, was het al altijd in mij!’
Het kan ook nooit een doel zijn, want een doel ligt ergens buiten mij. Ikzelf of iets dat ik uitstuur moet een weg afleggen om het te raken of er te geraken. Iets wat in je is, wat je in wezen bent, wat inwezig is, heeft geen weg. In die zin ben je de weg. Er is niets te bereiken.

Zelfs het woord ‘vervulling’ is nog fout. Het duidt immers op iets dat leeg was en nu vervuld of gevuld is.
Meteen mag het duidelijk worden hoe moeilijk het is wat we trachten uit te drukken door een non-woord. Wat we stuntelig trachten aan te wijzen met
vervullingslichaam’ is zo’n ongrijpbaar non-woord. Elk woord is hiervoor te klein, te petieterig. Zelfs het woord ‘Veld’, hoe omvattend ook, is of kan misleidend zijn. Daarom hebben Wijzen altijd eerder gebruikgemaakt van
neti-neti-omschrijvingen: het is niet dit, het is niet dat. Nog wijzer waren zij die volkomen zwegen.

Bij vervulling heeft men alle eigen verhalen en geschiedenissen achter zich gelaten. Zowel deze van de verleden tijd als de scenario’s van de toekomst.
Het meest kenmerkende van vervulling is stilte. Een stilte die alle gebeuren omvat, een stilte die alle beweging omvat. Lawaai, onrust ontstaan pas als iets zich een verhaal toeëigent. Verhalen maken geruis, lawaai, gaan roezemoezen.
Luister eens geconcentreerd naar jezelf, vooral innerlijk. Je zal merken dat je die geluiden gaat verbinden met verhalen, ooit gebeurde dingen. Wij breien constant verhalen aan elkaar. We laten de dingen zelden zichzelf zijn.
Dingen, mensen, gebeurtenissen zichzelf laten zijn.. dan ontdek je plots vervulling. Het is , ze zijn wat ze zijn.
‘Een boom een boom laten, een bloem een bloem, de onverbiddelijkheid van een dak...’

een apenrek
Als kind speelde ik graag in het apenrek. Je weet wel, je kan er als een kleine Tarzan van de ene koord naar de andere, van de ene sport naar de andere slingeren. Misschien stootte ik wel die typische kreet uit van de pure kick.
Het zal wel met de leeftijd te maken hebben gehad. Wat ik, ouder geworden, zie is dat veel twintigers en dertigers van de ene kick naar de andere leven. Onafgebroken heeft onze moderne tijd het nodig om zich in een constante reeks van kicks te storten. Het is nooit stil. Ze zijn nooit rustig. De tijd moet gevuld zijn. Vervulling zoeken ze in vulling, het volstoppen van een leegte. Heel merkwaardig is dat. Heel slopend ook. Heel camouflerend. Ze laten eigenlijk nooit toe om de taal van het diepe Zijn te horen: stilte. Voortdurend is er trilling, daver, gevoelde frequentie. Een apenrek voor volwassenen en kreten van opwinding.

de dodensprong
Een ander fenomeen is te merken bij een aantal spirituele zoekers. Ze lezen in boeken of horen van ‘goeroes’ dat er zoiets bestaat als ‘verlichting’, een extatische andere werkelijkheid, het ultieme ervaren. Misschien hebben ze zelf wel een ongewone flits van inzicht gehad. Ze worden uitgenodigd door een reeks van scholingen en inwijdingen om een sprong te maken, of ze wijden zichzelf overhaast in. Een veel te grote sprong. Ze slaan de geduldige weg van de ervaring over, de weg langs het pijn- en gelukslichaam, want hoe dan ook is dit onze menselijke weg, de weg van vervreemding, van de nacht, van de tegengestelde paren. En ze gaan op hun bek, verschrikkelijk hard, ontnuchterend. Alsof ze uit eigen macht vervulling kunnen grijpen. Het is roekeloos wilsstreven.

Vervulling – gebruik het als een non-woord – is overgave.. Niet zoals een strijder zich door overmacht moet overgeven. Nee, het is het loslaten van elke oorlog, de reeks van verhalen die ons gevangennemen. Het is de overgave van volkomen vrij te zijn om de dingen te laten gebeuren, nu, zoals ze zich nu aandienen.
Dat is wat Maria bezielde toen het goddelijke in haar doorbrak: volkomen doordrongen te zijn van de Geest. Dat is wat Jezus van Nazareth toeliet toen hij zijn verwachtingen, zijn Messiasschap losliet, zijn God losliet en zich overgaf: ‘Het is volbracht’. Stilte. Geen strijd meer, geen goeroeschap, geen extatische overwelmende Taborberg-ervaring meer, geen macht meer. Overgave.
Vervulling is de vanzelfsprekende aanwezigheid waarbij men zijn hart voelt branden. Emmaüsgangers. Vrees niet, nooit meer. Gegrond in de zekerheid van ‘het is. ‘Het zal altijd met U zijn’. Het is er altijd. Het is in mij, in alles.

Pijn- en gelukslichaam staan stijf van herhaling. Almaardoor herhalen zij dezelfde schemata. Er zijn belangrijke studies gemaakt dat ons denken telkens en telkens opnieuw dezelfde gedachten herhaalt. Het blijft doorcirkelen zoals bij een versleten grammofoonplaat. Slechts een zeer klein percent is nieuw en kreatief. Kortom, ons verstand is niet zo verstandig. Het is saai.

Hetzelfde doen onze emoties. Doe een beetje aan introspectie en je zal het merken. Emoties hebben een draaiende kolkende neiging. We weten allemaal hoe moeilijk het is – als emoties ons te pakken hebben – om uit die draaikolk te komen. Ze hebben een zuigend effect. Ze laten niet los omdat ze zich taai vastzetten. Zoals onze aders aankoeken door slechte cholesterol en uiteindelijk een hart- of een herseninfarct veroorzaken.

Kettingrokers, koffiedrinkers, alcoholverslaafden... zien niet meer hoe hun verslaafde beweging ingegroefd is als een eindeloos herhalen van hetzelfde. Fysiek is er in hun motoriek iets uitgeslepen, zodat ze altijd dezelfde escape-
route nemen.
Heel duidelijk kan men die herhalingsdrang zien bij fobieën en pathologisch fanatisme. Alles moet altijd op dezelfde manier, in dezelfde volgorde, met dezelfde voorwerpen.
Rituelen riskeren diezelfde wegen te gaan. Ze zijn strict onderworpen aan vaststaande regels. Ze geven een vals gevoel van veiligheid.
Godsdiensten, van welke soort ook, staan er bol van. Het opdreunen van heilige teksten met de typische rocking-bewegingen van het hoofd, het reciteren van litanieën, het zingen van mantra’s, het draaien met de vingers van gebedskralen of met gebedsmolentjes... ze geven allemaal een bepaalde soort rust door herhaling.
Vroeger, toen er thuis het rozenhoedje werd gebeden op winteravonden, viel mijn vader gegarandeerd in slaap, en de voorbidders wisten niet meer of ze nu aan de negende of tiende weesgegroet waren. Modern zou men dit nu zoiets als een alfa-bewustzijn noemen. Men is even weg, er is geen dagstress meer. Maar verwar dit niet met vervulling. Het kan hoogstens een opstapje zijn.

Vervulling staat volkomen vrij van herhaling.
Herhaling vindt zijn noodzaak in een kringen rondom zichzelf. Ze werkt verdovend. In feite is herhaling gebonden aan de eigen beweging. De verslavende beweging maakt een verhaal, een vicieuze cirkel die steeds wurgender wordt.
In vervulling is er steeds het nu, niet de herinnering van wat was Ze is altijd nu, ze is niet meer dan ze is. In haar zijn is alle vervulling.

Natuurlijk hebben we bewegingen nodig die zich herhalen en verlopen volgens een min of meer vast patroon bv. zich ’s morgens aankleden, het rijden van een bepaald parcours naar school of werk enz. In zoverre patronen nuttig zijn voor een efficiënt verloop is het goed die te gebruiken. Dan zijn ze middel. Niet méér. Ik identificeer me er niet mee. Geen ingeslepen verslaving. Toch worden we geregeld gedwongen naar gestuurde patronen. Alle automatisatie doet dat. Vroeger had men nog contact met de pomphouder die zelf bediende, of met de bakker of de bankbediende... Nu halen we brood en geld uit de muur... Efficiënt? Natuurlijk, en economisch bovendien. We sparen tijd. Maar men dwingt ons wel tot een reeks van voorspelbare stereotiepe handelingen. Erg? Hangt van jouw bewustzijn af. Erg als je wil leven in verbondenheid en je je niet wil laten persen in dwingende patronen.
Vervulling is essentiëel eenheid met al wat levend is wat het is. Vervulling is het levende leven zelf.

up naar boven


Terug