MAANDBRIEF: februari 2007                                  Print

Excuses

Door omstandigheden is deze maandbrief later on site.
De aanwezigheid  en begeleiding bij een stervende vriendin hebben de redactie erg vertraagd. Mijn excuses.

 

A D R M   : vier op een rij

INLEIDINKJE

We zijn nu al aan de vierde maandbrief toe. Da’s al een eindje gegaan.
Ieder kan voor zich ingeschat hebben in welke systemen hij of zij zich gevangen heeft gezet, zonder het wellicht te hebben beseft.
In de greep van een slim opgebouwd terrorisme.

Misschien heb je het ervaren, in de gaten gekregen. Misschien heb je d’eraan gewerkt en gevoeld det het niet zo gemakkelijk is je te bevrijden.
Zo kan je ook tot de ontdekking zijn gekomen hoe een zee van mogelijkheden achter die betonnen stuwdam zit.
Er komt dan een nieuwe horizon vrij, een gans ander perspektief.. In je golft die zee van mogelijkheden, een constante zich vernieuwende beweging, eb en vloed. Een oneindige wereld waarvoor we eigenlijk geen naam hebben. We gebruiken gesloten woorden zoals God, het Veld, het Onbekende, de Onnoemelijke, Tao...

Zelfs als we die gesloten woorden openbreken doen we dit met andere gesloten woorden, beelden, gedachten, hopend het mysterie te ontbolsteren.
Echter, alleen door in het mysterie te gaan staan, zijn we zelf het mysterie. Het mysterie zijn. We hoeven niets op te lossen.
Dus kunnen we niets beter doen dan te leven in het huis waarin we wonen. Niet als een noodzakelijk kwaad, maar vanuit ‘een weten van overvloed’.
De juiste en enige plaats is waar ik nu ben. Het leven als een spelende opdracht. vanuit een goddelijke vrijheid,een ongelooflijk geschenk.
In deze woning, die de mijne is en die ik deel met anderen, kan ik zoeken naar een harmonie tussen de meest onmogelijke tegenstellingen.
Dansen op de koord tussen licht en donker, links en rechts, goed en kwaad... Een oneindige reeks mogelijkheden. Dát is pas goddelijk!

Het komt er niet op aan de dualiteit uit te bannen. We zijn aangewezen om te flirten met dit uitdagende evenwicht.
Ik zie nogal wat groepen en bewegingen die zich inzetten om alle dualiteit te bannen.
Dualiteit is voor hen de te bevechten vijand, of de te ontmaskeren illusie. Ze menen dat harmonie gelijk te stellen is met een conflictloze eenheid.
Ik geloof daar niet in. Voor mij is het leven zelf een voortdurende beweging en dus conflict d.i. een ‘samen’ (cum)
en ‘tegen elkaar slaan, botsen van tegenstrijdigheden’ (fligere). Dus in het woord zelf zit opnieuw het zoeken naar evenwicht, dansen op de levenskoord.
Ik wil grond onder mijn voeten en een oneindigheid boven en rondom mij... en die twee in evenwicht. Balnceren, dans en balans.

Deze drie maandbrieven zijn voor mij de noodzakelijke basis voor wat ik heb afgekort als A D R M .
Het zijn de beginletters van vier houdingen, vier innerlijke attitudes, die als het ware voortvloeien uit die basis:
aanwezigheid, dankbaarheid, respekt en mildheid.

Mijmerend en spelend merkte ik op tot mijn kinderlijke verwondering, dat ik elk van deze vier kan verbinden met één van de vier elementen.
Dat hoeft niet, maar het is wel leuk. Het helpt ook als een onderbouwend geheugensteuntje.

Lucht omhult ons, knuffelt en streelt ons, drijft ons voort, is moeiteloosen gratis, ademen we en is er altijd. Aanwezigheid dus.
Vuur doorstroomt ons hart, flakkert op, legt zich neer. Het is warme gloed en steekt alles aan in zijn omgeving. Dankbaarheid dus.
Aarde confronteert ons, dwingt ons tot keuzes en vormgeving, laat ons geboren worden, laat alles bestaan.
Zij sluit niets uit, laat ontstaan, laat groeien. Aarde roept herkenning en erkenning op. Respekt dus.
Water, o water! Niets is zo helend als water, zo zuiverend. Water maakt zacht, doet smelten, ontspant. Water heeft een oneindig geduldig geheugen en laat het vervloeien.Met water wassen we alles wit. Water bindt en ontbindt, geeft en vergeeft. Mildheid dus.


Vier op een rij

Aanwezigheid

Als ik doorheb dat ik in systemen gevangen zit en bereid ben me uit die omstrengeling los te maken, ontdek ik een zee van mogelijkheden. Heel apart
is dan de diepe ervaring van rust. Alles is. Alles is op zijn plaats.

Alles werkt in stilte.
Gewoon.

Nog nooit merkte ik zo’n aanwezigheid. Het wezen van ieder ding of dier of mens kijkt me aan.
Niets deelt zich zo totaal mee als aanwezigheid. Ze verstopt zich niet. Dat is wonder.
Ik kan ze zien als ik mijn blindheid afleg. Het is waar dat men ziende blind kan zijn. Aanwezigheid zien is een anderssoortig kijken.
Meestal lopen we onachtzaam over aanwezigheid heen Aanwezigheid laat zich doen, is verduldig, is altijd gebruiksklaar, ligt voor de hand.

Even verduidelijken.
Neem nu mijn autosleutel. Die is er. Die laat zich nemen, laat zich gebruiken. Ik vind het evident dat hij er is.
Als hij er niet is vind ik dat vervelend. Je hebt die nodig als je weg moet, als er haast is.
Is het wel correct te zeggen dat hij er niet is? Nee, want de sleutel is er, ergens, alleen ik heb hem ergens gelegd.
Het is mijn slordigheid, niet zijn afwezigheid.

Zo is dat ook met een partner of een vriend. Die zijn er.
Maar zijn daarom niet onmiddellijk binnen handbereik of binnen mijn behoeftenveld.
Als ik ik niet op de voorgrond plaats, opent zich de ruimte voor de aanwezigheid van de ander of het andere.
Het ik is als een waas voor mijn ogen.Mijn individualiteit scheidt me af, belet me om in het Veld te zijn,
onderhoudt de illusie dat ik en het Veld twee aparte werkelijkheden zijn.
Niets is zo evident aanwezig als het Veld.

Alles schreeuwt om aandacht, zet zich op het vòòrplan. Het Veld daarentegen is bescheiden en toch zo oneindig groots.
Het is
, altijd. Het is er altijd. Niets is er zonder het Veld. Die vanzelfsprekendheid is het waarmerk van Aanwezigheid.

Uit mijn eigen ervaring weet ik dat ik het meest authentiek ben als ik de dingen vanzelfsprekend doe.
Gewoon erbij zijn bv. in mijn werk als therapeut. Bij de cliënt zijn, luisterend, geluidloos, bewegingloos. Alleen maar ruimte in het Veld.

Aanwezigheid is niet aanwijsbaar, heeft geen vaste plaats.
Het is merkwaardig: aanwezigheid kan niet niet-aanwezig zijn Afwezigheid is in feite een blindheid, een onvermogen om aanwezigheid te zien.
Zo begrijp ik nu iets van wat men ons als kind leerde nl. de alomtegenwoordigheid van God.
Ik begreep er niets van. ‘Hoe speelt die dat klaar?’, dacht ik. Maar nu ik denk in Veldtermen weet ik innerlijk dat Aanwezigheid
het meest fundamentele is van ZIJN. Ik ben die ben.

Besef van aanwezigheid geeft een zalig gevoel van geborgenheid. Ik ken niets van handlijnkunde,
maar ik kan me best indenken dat men  die warme binnenkant van een hand, met zijn wondere grafiti,
is gaan lezen als een levenslooptekening. Levenslijnen  die zich graveren als een bloedeigen verhaal.
Wat een geborgenheid inderdaad als we ‘geschreven staan in de palm van Zijn hand’.
Getatoueerd, geëtst, getekend in iets dat het meest eigen en kortbij is; de hand.
Kinderen voelen zich veilig aan de hand van hun ouders. Gevoelde aanwezigheid.

Aanwezigheid is vrijheid.
Geen loerende aanwezigheid, maar een aanwezigheid waarin alles kan. De ruimte voor schepping, creativiteit.
De onbeperkte ruimte waarbinnen het leven zich laat dansen. Angst voor controle, voor webben (al of niet wereldwijd) die ons bedreigen,
zijn projecties van de eigen blindheid om de vanzelfsprekende Aanwezigheid niet te zien. Het is zich bezighouden met schaduwen.
Aanwezigheid is er evenzeer in licht als in donker en duister. Niets belet aanwezigheid om te zijn.
Niets belet  mij of jij om aanwezig te zijn. Ik dans, jij danst. Ik schrijf jou in mijn handpalm.
Ik vind mijn grafiti terug in de jouwe. Alles is in ons aanwezig en wij zijn in alles aanwezig. Het is een kwestie van kijken.

Plus –element

We verbinden aanwezigheid met LUCHT.
De kwaliteit van lucht is dat ze overal aanwezig is. Zonder lucht kan leven niet leven, althans niet naar onze biologisch-fysische conditie.
Bovendien is lucht symbool van datgene wat alles doortrekt, doorademt. We noemen het dan ook spirit, geest, prana.
In het scheppingsverhaal staat er dat Jahweh, de scheppende god, zijn adem blies in de neus van Adam.
Niet alleen het opwekken van de levensgeest, maar ook als teken van Zijn blijvende aanwezigheid.
Zijn identiteit. ‘Naar zijn beeld en gelijkenis’. Hier krijgen we een bevestiging van de mens als behorend in het allesomvattende Veld.

Dankbaarheid

De tweede op een rij van vier is dankbaarheid.
Heerlijke kwaliteit! Maar een eigenschap die in onze levenswijze dreigt verloren te gaan. Reden?
Een grenzeloos individualisme waarin alles naar zichzelf wordt toegetrokken en elk resultaat geduid wordt als eigen verdienste.
Momenteel kickt het Westen mega op een extreem individualisme.
Wie leeft en denkt in Veldtermen weet dat alles uit het Veld komt. Daar borrelt alles uit op. Dat is de bron van alle creativiteit.
Dank wordt in andere taalgebieden uitgedrukt als ‘merci’, ‘mercy’.
Het betekent ‘genade’, iets wat jou ten deel valt, in jouw schoot wordt geworpen. Tegelijkertijd heeft het ook de betekenis van ‘ondanks alles’, vergeving.
Wat je ook maar uit die zee van mogelijkheden vormgeeft, het kan, het mag. Die zee is zo immens genade.
En dat overkomt mij, en jou, en ieder. Die zon en energie schijnen over goeden en kwaden, zonder onderscheid.
Dat inzicht brengt een constante stroom van  dankbaarheid op gang.  Alles wat gebeurt heeft zin.
Ik mag de schepper zijn en de genieter. Ik mag de incarnatie zijn van alle tegenstellingen.
Dat alles leeft in mij. In alle vrijheid mag ik ontwerpen. In alle argeloosheid mag ik met die ontwerpen spelen. Ik mag experimenteren. Ik kan groeien. Alle dimensies kan ik verkennen, alle horizonten afspeuren. Ik kan goddelijkheid zelf onthullen.
En van dit alles ook de tegendelen: vernietiging, eigenbelang, hoogmoed, perversiteit...
Dat kan. Vroeg of laat bezinkt alles weer in die altijd vernieuwende zuiverende zee.

Dankbaarheid. Het is iets dat  juicht in mij, of iets dat alles rustig maakt zoals een vacht van sneeuw over de velden.
Het speelt en dartelt in mij zoals meesjes die tè vroeg de lente inluiden.

Eigenlijk vraag ik me af waarom ik zo weinig dankbaar ben, zo weinig bewust van die mogelijkheid.
Is alles dan zò evident? Zijn we als kinderen zò weinig bewust van wat ons en wie ons draagt, voedt, behoedt, ruimte geeft?
‘Als je niet wordt als kinderen...’
‘Zie de vogels, de bloemen in het veld...’

Wordt hier niet de vanzelfsprekende innerlijke houding aangeduid: te zijn ?
Zij zijn in het Veld, terwijl wij denken over het Veld, het analyseren, het door het oog van onze twijfel trekken.
Als dat oog zo’n klein gaatje is, wat geraakt er nog door? En als wij in het oog gaan dwarsliggen met ons ego,
hoe zouden we dan nog weet hebben van het Veld, laat staan in het Veld zijn? Te zijn.
Als je het Veld ontrafelt, verbrokkelt, verkruimelt, ontleedt en herleidt tot losse eindjes, tot gebeurtenisjes,
tot mensjes, en die dan tegen elkaar opzet, vergelijkt, dan zie je onverzoenbare tegenstellingen, onverenigbare systemen.
Dan schep je massaal een ongenoegen. Foetsie dankbaarheid! Weg de meesjes en lente! weg aandacht voor verbondenheid en zingeving!
Rest alleen het malcontentement van het grijze uitkomstloze en de vraag:’ Wat loop ik hier te doen?’
Geen dans meer, geen balans, geen clown op de koord, geen gedragenheid, God noch mens. De gloed is weg.
Het vuur versintelt. De vuurvogel sterft in zijn as.
Ik merk bij zuiderse mensen meer kleur, meer dans, meer lof voor luiheid en genieten, meer goeiedag en lach.
Wij vergaan in grijsheid en anonimiteit. Is individualisme een overlevingsstrategie om boven ‘niemand’ uit te komen.
Wat is de ontdekking van die dragende gloed van dankbaarheid dan een genade!

Plus – element
Dankbaarheid linken we aan vuur.
Vuur danst met vormen. Het is energie die flirt en schertst met vormen, maar zich nooit in vaste contouren vastzet.
Het kan hoog oplaaien en dan verstillen.
Vuur heeft lucht nodig. Het veronderstelt dus aanwezigheid. Je moet erbij zijn, je moet het onderhouden anders dooft het uit.
In sprookjes wordt de prins verliefd op het eenvoudige dienstertje dat het vuur gaande houdt, Assepoester.
Niet toevallig wordt men, ìs men koninklijk als men aanwezig is in dankbaarheid.
Dat maakt het gewone (een muiltje) transparant. Dat maakt verbondenheid mogelijk van tegenstellingen: prins en werkstertje, man en vrouw...
Vuur verslindt, vernietigt als het niet begrensd wordt.
Teveel lucht, teveel aanbidding, teveel hartstocht (tocht in het hart), teveel afhankelijkheid van goeroes...
doet uiteindelijk alle energie verliezen. Alleen nog stof dat verwaait in de wind.
Zo’n dankbaarheid leidt naar slaafsheid; men wil zuchtig bij de ander zijn.
Echte dankbaarheid is bescheiden, pronkt niet. Het is een stil vuur.
Het werkstertje in je, jouw aandacht, houdt het brandend. En de prins zal komen.

Respekt

Vanuit aanwezigheid en dankbaarheid belandt men vanzelf in de school van respekt. Ik zeg wel ‘school’, want respekt is niet evident. Het vergt oefening.
Het is een langzaam proces van zich ontdoen van vooroordelen.
De absoluut noodzakelijke voorwaarde voor onvoorwaardelijke liefde is respekt. Het is anders leren kijken.
Het latijnse ‘spicere’ betekent ‘aandachtig kijken’ en het voorvoegsel ‘re’ intensifiëert dit nog.
In onze taal zouden wij zeggen ‘bekijken, langs alle kanten bekijken, zodat je alle invalskoeken hebt verkend’.
Tegelijkertijd kijkt men als een objectieve toeschouwer en toch ook met betrokkenheid.
Respekt is dus nooit een koude afstandelijkheid. Het is een relationeel kijken maar zonder vooroordeel.
Men tracht het andere, de andere te zien zoals ze zijn. Puur. In een ruimte die leeg is, maar warm.
Een bijzondere, voor de handliggende valkuil voor respektloos kijken is ons geheugen.
Er is niets mis met dit vermogen, maar een nevenwerking van ons geheugen is dat het negatieve onprettige traumatische herinneringen clustert in wat ‘een pijnlichaam’ wordt genoemd (lees hierover in ‘Een nieuwe Aarde’ van Eckhart Tolle).
Als we niet alert zijn en niet leven vanuit aanwezigheid en dankbaarheid, dan is ons geheugen er als de kippen bij om uit dit negatieve pijnlichaam te putten.
Geheugen werkt zeer individualiserend. Het splitst alles op en scheidt alles in bits en bites.
Met die puzzlestukjes gaat het dan scenarios maken. Dat kunnen best soms heel creatieve en constructieve bouwsels zijn, maar ook helaas soms zeer destructieve en obsessionele.
De scholing bestaat er precies in om dit in de gaten te krijgen m.a.w. onderscheid te leren maken tussen de energieen (de volgende maandbrief, deze van maart, zal integraal dit ‘onderscheid van energieen’ als thema hebben).

‘Respicere’ kan ook betekenen terug(re-)  kijken(spicere) op alles wat vroeger is gebeurd.
Nou, dat kan soms erg belastend zijn. Scenarios...scenarios...
Of het kan uitnodigen om alles te beschouwen als vormgegeven energieen uit de grote zee van mogelijkheden.
Laat alles dan weer verzinken in die zee. Alles verdient respekt omwille van die oerzee, waaruit alles is ontstaan en waar alles naar terugkeert.

In dit respekt zit op de allereerste plaats respekt voor zichzelf. ‘Zichzelf’ is de meest nabije energievorm, de onmiddellijk ervaarde.
Wie niet goeie-maatjes is met zichzelf start al erg moeilijk om alles en iedereen niet vervormd te zien. Alle energieen worden scheef getrokken.
Respekt begint bij zelfrespekt: zich congruent  weten met het Veld. Durven wonen in het eigen huis. Het ‘zichzelf’ is de eigen unieke plaats in het Veld.
Wie ik ook ben, wat ik ook doe of denk, wie of hoe de ander ook is, wat die ook doet of denkt, alles verdient het grootste en heiligste respekt.
Alles heeft zijn terechte plaats, zijn terechte zin. Scenarios ontstaan als ik die plaats en zin niet zie. Het is mijn blindheid.
Respekt is met liefde kijken. Geen inhalerige liefde. Laat leven leven, laat los. Laat het zijn.

Met verwondering kan je ontdekken dat alle vormen – mensen, dieren planten, dingen, gebeurtenissen – ontstaan in het Veld.
Het is toveren uit de grote hoed, het is laten rollen uit de hoorn van overvloed. Met open mond zie je hoe het ganse gamma van de
schoonste over de meest grijze vlakkeloze tot de lelijkste en slechtste uit het Veld mogelijk zijn. Het ontstaat, het kan, het is er – wat dan ook.
Verwondering kan verbijstering zijn, afgrijzen, onbegrip, walg... hoe kan dat nou, hoe bestaat het? Wie laat dit toe...?

maar het is er, vormgemaakt uit het Veld.
Hoelang duurt het vooraleer verwondering dan stilaan verglijdt naar begrip, acceptatie, naar ‘ik laat het zijn, het is wat het is’?
Nog verder gaat de scholing: bewondering dat alles zijn plaats heeft. Dat is respekt.
Ik zie het of hem of haar zoals die is. Onvoorwaardelijk. Ik kijk niet neer. Ik kijk. Mijn blik is onbevangen.

Plus – element

Aarde staat voor vastheid.
Aarde is zintuiglijkheid: zien, horen,, voelen, smaken, ruiken. Vormen, vast en subtiel.
Wat een veld van mogelijkheden, wat een combinatieveld!
Aarde trekt naar zich toe. Ik zou het geen zwaartekracht noemen, maar vooral aantrekkingskracht. Ze verzamelt.
Aarde bindt, legt relaties, verbindingen, verstrengeling. Dit vermogen is enorm en beperkt tegelijkertijd.
Ontstaan en vergaan in nietaflatende ritmes, cycli, vibraties, golven en deeltjes. In aarde drukt Veld zich uit.
Ik druk mij uit in aarde. Ik maak sporen en wis ze weer uit, golf over golven. Alles maakt indrukken.
Precies daarom kan ik horen, zien... Precies daarom dragen ze mijn vòòr- of afkeuring.

Aarde is mijn oefenterrein.
Maar aarde is ook vol van valkuilen. Het geeft constant voeding om mij te hechten, om mijn voorwaarden te stellen,
mijn behoeften te bevredigen, mij in te metselen in systemen. Als ik niet leer onderscheiden.
Aarde is het veld van keuzes Ze zet me met mijn neus vòòr onontkoombaarheid.
Ik kan niet niets doen. Ik kan niet niets kiezen. Aarde dwingt me te leven... in het huis waarin ik woon.
Hoe kan ik in deze veelhof, in deze doolhof komen tot verwondering over verbijstering, over bewondering tot respekt. Aarde is mijn school.
Ik ben de aarde dankbaar dat ik er aanwezig mag zijn.

Mildheid

Als er een innerlijke houding is waar ik zò naar verlang is het wel mildheid.
Ik denk dat mildheid de vrucht is, de resultante van de drie vorige kwaliteiten: aanwezigheid, dankbaarheid, respekt.
Het Veld is in wezen mildheid. Het is totaal.
Mildheid omvat, omvademt, omhult alles. Er is niets dat ze niet omarmt. Dat is
ZIJN in de rijkste vorm.
Mildheid is klaar. Ze is met alles klaar. Transparantie zou je het ook kunnen noemen.
Alle grenzen worden opgelost, maar alle contouren van de vormen blijven. Men ziet de energie in de unieke eigen vormen.
Wonder, de grenzen zijn geen obstakels meer. Alles is, mag zijn wat het is.
Mildheid, precies omdat ze klaar is, is scherp. Niet kwetsend scherp, maar er is geen begoocheling meer, geen waas van oordeel, van ego.
Mildheid misleidt niet en laat zich niet misleiden. Ze is echt, authentiek.
Er is altijd een glimlach rond mildheid. Geen spot, geen hautaine blik, geen meergevoel.
Het is de glimlach van het begrijpen, weten dat alles op zijn plaats is.
Geen behoefte om dingen of mensen te verplaatsen of op hun plaats te zetten.
Mildheid houdt niets of niemand vast.
Geheugen doet dat, maar mildheid niet. Ze is een open ruimte waarin dingen en mensen komen en gaan, hun kansen krijgen,
hun kansen verspelen, kunnen openbloeien en waar alle vrijheid bestaat om verder hun eigen weg te gaan.

Ik weet heel goed dat veel mensen mildheid naief vinden en utopisch. Goed voor dromers.
In onze moderne wereld is hardheid en meedogenloosheid aan de macht. Landen beschuldigen elkaar over en weer als schurkenstaten.
‘Wat ge zegt, zijt ge zelf’, zeiden we vroeger als kinderen.
Duizenden mensen worden gedood met de gestolen en verdraaide goedkeuring van godsdiensten en machten, die met de vlag zwaaien van recht,
democratie, heilige oorlog en zelfs mededogen.

Zo zien zij de werkelijkheid. Zij noemen zich niet naief en beweren een klare kijk en inzicht te hebben.
Beroepen zich telkens, als in een refrein, op God of wie ook. God als sluitstuk van hun voorgekauwde speeches.
God is goedkoop tegenwoordig, veel goedkoper dan de miljarden van wapens. Maar Hij moet ze zegenen. God is in solden.
De echte werkelijkheid onthult men niet met slogans. Ze laat zich maar zien door de blik naar binnen te keren, door scholing in achtzaamheid.
Dat kost geen niet-tellen miljarden. Dat kost gewoon je ego en verderop de ontdekking van verwevenheid, verbondenheid, en je in het Veld te weten, grafiti in de palm van Zijn hand.

Mildheid is geen bezit. Niemand kan mildheid claimen. Ze is overvloed. Ze ontsnapt als een glimlach. Wie mild is put uit die overloed.
Altijd gul, altijd aanwezig. Daarom is mildheid overal. Als je wil kan je om het even wanneer voor om het even wie mild zijn.
Het is jouw verdienste niet, het is de mogelijkheid die jij kan vorm geven. Speel.

Kort bij de dood is mildheid absoluut te zien. Dan beseft men – als je die aanwezigheid als een kans wil grijpen – dat je alles kan loslaten.

Mildheid die ‘alles witter wast dan sneeuw’.

Deze dagen, aan het sterfbed van een goede vriendin, heb ik gezien hoe men mildheid echt vorm kan geven.
Zij deed dat. En ik mocht bevoorrechte aanwezige zijn. Ik heb het wonder gezien. Dat is wonder.
Vanzelfsprekend waren er aanwezigheid, dankbaarheid en respekt. Heel diep heel intens.
Het Veld, zag ik, nam haar op in een lichtende mildheid. Het Veld is mildheid.

Zie je dat: een oneindig Veld, een eindeloze zee van mildheid?

 

Plus – element

Wat een heerlijk paar : water en mildheid!
We weten hoe deugddoend en verfrissend water kan zijn als we dorst hebben en kunnen zwemmen bij een snikhete zomerdag.

Als herboren!

Alles wordt van hard weer vloeiend.
Mildheid is de meest soepele vorm. Het is een lach. Niet de bulderende daverende uitbarsting, niet de strakke horizontale scherpe lijn van de mond, maar de speelse glimlach.
De glimlach is de danser op de levenskoord, in volmaakt evenwicht, geen enkele verkramping, zwevend.
Water is de danser van vormen. Het is bijzonder flexibel. Het neemt altijd de vorm aan van haar omgeving, vult die, zoekt oplossingen.
Water beweegt altijd, bij de minste kans of beroering, en als het komt vast te zitten, zoekt het een nieuwe bedding. Water is zuivering, verandering, vernieuwing.
Water is voor mij het meest vergelijkbaar met het Veld. In onze wereld ontstaat (ontstond) alles uit het water, de oerzee van vòòr alles was. In den beginne...

Mildheid weet alles. Toch gebruikt ze haar weten niet om te oordelen. Nooit macht. Wel een eindeloos geduld.
Ze heeft alle tijd om te laten zijn en te laten groeien. Ze past zich aan aan het tempo van dat wat is.
Ze kijkt toe, geamuseerd, geboeid. Bereid om te helpen als men beroep doet op haar energie. Die herstelt, geneest, toont onvoorziene wegen.

Voor mij is mildheid het meest heilige; zelf heel en tegelijk helend.
Wat hoekig is en onaf, rondt ze af.
Haar symbool is rond zoals de Boeddha. Rond als de cirkel, een punt, een nulpunt.
Mildheid is niet in een vorm te vatten. Ze is alle vormen en ontsnapt aan alle vormen.
Ook daarin is ze mild en speels.

   

up naar boven


Terug