MAANDBRIEF: September 2007                                  Print

Verontschuldiging

Een beetje een late maandbrief zal je zeggen. Terecht. Daarom mijn verontschuldiging.
Ik had enkele redenen, maar redenen zijn dikwijls niet zo redelijk.

Vooreerst was mijn voornemen om tijdens mijn vakantie te schrijven.
Maar het was er zo zalig dat ik zonder tekst thuis kwam.
Bovendien las ik het boekje van Kan. Leclerc ‘De lof der luiheid’ en had ik een autoriteit
om mijn uitstellerij te dekken. Verder was ik bij thuiskomst zó ontgoocheld door het weer dat ik er ziek van werd.
Wil je begrijpen?

Alles heeft zijn ‘Oei’ en zijn ‘Oh!’

In de vorige maandbrief schreven we over het belang van gezonde voeding. Een eenduidig algemeen schema, dat zou gelden voor iedereen, kunnen we niet aanhouden. Elke voeding staat direct in verband met de eigenheid van elke persoon: zijn fysieke constitutie, zijn omgeving, zijn innerlijke psychische toestand, zijn graad van bewustzijn... Kortom, deze unieke persoon in zijn zo-zijn,  hier en nu. De ideale voeding bestaat niet.
We wezen er ook op dat, hoe belangrijk fysisch gezonde voeding ook is, we ons voeden met talloze andere soorten voeding. We eten elkaar op, elkaars energie, door woorden, handelingen, bejegening. Miljarden kleine of grote porties impulsen van informatie, natuur, elementen van aarde, lucht, water en vuur, andere culturen, verslinden we. Alles heeft invloed op ons, zit aan ons vel, klopt aan in onze hersenen, stroomt door ons bewustzijn, drukt zich in onze ziel. En laat sporen na.
Dat is een ontzaglijk gekriskras, gepierewier in ons. De drukste markt is peanuts vergeleken bij deze wirwar. Op deze markt schreeuwen venters en lokkende verkopers, doen we inkopen, impulsief of bedachtzaam, naargelang onze behoeften of onze goestjes.

Hoe we kopen heeft natuurlijk te maken met de graad van ons bewustzijn. Eigenlijk kunnen we dit met een ander woord aanduiden: keuzes op basis van ons al of niet ontwikkeld onderscheidingsvermogen.
Je mag echter nog zo’n groot en lichtend bewustzijn hebben, toch zal je moeten kiezen, want alles heeft zijn ‘Oei’ en zijn ‘Oh!’. Het is niet omdat je verlicht bent dat je niet meer hoeft te kiezen. Verlichting licht je niet uit deze aarde-wereld. Ze doet je precies meer en meer houden van deze aarde-wereld. De opperste vrijheid is immers te kunnen kiezen. Wellicht nergens in deze kosmos is dat mogelijk. Weet je, precies daarom heeft alles, ieder ding en iedere mens, zijn ‘Oei!’ en zijn ‘Oh!’. Wie alleen maar ‘Oh!’ verwacht en ‘Oei!’ veracht schijnt niet te beseffen in welke weelde hij of zij leeft nl. te mogen en te kunnen plukken uit de boom van het onderscheiden tussen wat hem of haar deugd doet en eigen is en anderzijds wat hem of haar vreemd is en oneigen.

Plukken uit de levensboom of dartelen in het Veld gaan gepaard met ontdekkings- en ervaringskreetjes van ‘Oei!’ en ‘Oh!’.

SIMPEL

Laten we het even simpel houden.
Het meest gekende cliché-voorbeeld is dat rozen ook doornen hebben, of elk huisje heeft zijn kruisje. Dat kan iedereen zien en ervaren.‘Ho!’ hoor ik je tegenwerpen,’ we kweken nu toch rozen zonder doornen.’ O.k. Maar hoe dan ook, ze verslensen. Of hoe chique de villa ook moge zijn, het regent wel ergens door of er hangt een kwalijke putjesgeur, of er is wel ergens een nog mooiere villa. Nothing is perfect.
Er zit in de mens een drang naar altijd beter, efficiënter, rijker... of perfider, geraffineerder, uitgekookter... Sommige specialiseren zich in de ‘Oh!s’, anderen bekijken alles in het ‘Oei!’-perspektief. Maar het goede kan altijd beter en het andere altijd nog slechter. Het is een Sisyphus-arbeid. We geraken nooit aan de perfectie. Perfectie is een gedachte, een dwanggedachte. Hamvraag die opborrelt is :’Wat is perfectie, wat is volmaaktheid?’.

We laten ons vangen door ons te nestelen in één van beide polen. We sluiten al het kwade (alle ‘oei’-ervaringen) uit en vervolmaken ons in wat we ‘Oh!’ benoemen. Of vice-versa. M.a.w. in feite amputeren we telkens de helft van elk bestaand ding: we halen de doornen van de rozen, de kruisjes van de huisjes, het gebrekkige van het hele, het kwade van het goede...
Maar wie nuchter en simpel wil kijken zal er niet rond kunnen dat alles voor-én nadelen heeft, zijn aantrekking en afstoting, zijn laagtes en hoogtes, zijn demonische en heilige kant.

Ligt de zo begeerde volmaaktheid dan niet simpel in het zien dat ‘het is wat het is’? Dus: de roos met doornen, het huisje met een kruisje..? Ik amputeer de dingen, de mensen, de gedachten...dan niet meer. Ik zie ze in hun ‘heelheid’, gans , totaal. ‘En Hij zag dat het goed was.’
Hetzelfde geldt voor mensen. Ook aan elke mens is er ‘Oei’ en ‘Oh’, en aan godsdiensten en culturen. Het is een ongelooflijke ingesteldheid van onvoorwaardelijke liefde om in je ‘het is wat het is’te laten bestaan. Misschien kan men zo’n houding verlichting noemen.

Een kwalijke draai

Elke mens heeft een eigen perceptie zowel van zichzelf als van alles en iedereen rondom zich. Elke mens ziet de roos anders, kijkt anders naar hetzelfde huisje, heeft een eigen ervaring van goed en kwaad.
de Saint-Exupéry heeft dat schitterend verwoord in ‘De kleine prins’. Ieder heeft samen met de perceptie van zijn wereld, zijn werkelijkheid, meteen ook de verantwoordelijkheid voor wat hij door zijn zien ontwerpt.

Het minder leuke, maar blijkbaar onontkoombaar, is dat er ‘groepen’ zijn die claimen dat hun perceptie de juiste, de enig juiste, is. Zo ontstaan er overtuigingen. Zij trachten mensen te overtuigen van hun monopolie-visie. Zij geven een kwalijke draai aan ‘het  is wat het is’. Het wordt dan: ‘Het is zoals wij zeggen dat het is’.  Dan zitten we regelrecht in systemen. (Zie  hieromtrent mijn eerste maandbrief: november 2006)

Een systeem heeft haar eigen perceptie op de werkelijkheid als methode om die werkelijkheid te interpreteren en werkzaam te maken. Binnen het systeem klopt alles en is het inderdaad werkzaam en het systeem zal alles doen om zich in te dekken en zich te handhaven, zelfs uit te breiden. Elk systeem specialiseert zich, maakt zich uniek en gaat dan universaliseren. Het wil veroveren. Het is macht. Het kan dan ook niet anders dan dat systemen elkaar totterdood bekampen.

Elk systeem – in feite ook elke mens – creëert zijn eigen werkelijkheid door een specifieke perceptie. Met veel machtsvertoon en spitsvondige argumenten fundeert het zijn eigen positie. Meestal zit er geen greintje liefde in voor ‘het is wat het is’ van een ander systeem, hoe een ander denkt, voelt, ervaart. Men negeert en ondergraaft, dwingt, kleineert. De geschiedenis staat er bol van ... en onze eigen dagelijkse geschiedenis ook. Ons eigen denken.Onze eigen machtshonger.

Men doet alsof er één objectieve werkelijkheid bestaat nl. de eigen. Ze zien niet dat ze vanuit hun perceptie, die uiteraard subjectief is, hun eigen wereld ontwerpen, hun eigen roos, hun eigen huisje... Soms zelfs heel creatief, soms zelfs heel geloofwaardig, soms zelfs bijna universeel geaccepteerd. Maar telkens wordt hun werkelijkheid achterhaald.

Immers, de wereld, de werkelijkheid danst. Ze is constant in beweging, in verandering, en vraagt telkens opnieuw naar weer een andere interpretatie.
Godsdiensten creëren hun geloofswerkelijkheid.
Wetenschappen doen in wezen precies hetzelfde.
Beiden behelpen zich, terecht, met referentiepunten van waaruit zij de werkelijkheid willen ordenen en zingeven. Beiden maken hun werkelijkheid levensvatbaar d.i. gieten ze in een vorm, vormen. Maar geen van beide kan juiste en enige interpretatie claimen. Openheid zou hun devies moeten zijn. De wetenschap danst en God is een grandioze danser. Alles danst. Alles is wat het is, tijdloos in de tijd. Duizende gezichten, duizende bewegingen, duizende modellen. Ieder van ons is zo’n model, ieder van ons is een stukje vormgegoten werkelijkheid.

Moeten we dan ophouden met grotere structuren te ontwerpen? Einde van godsdiensten, einde van wetenschappen, einde van culturen en volkeren? Natuurlijk niet. Alleen is het erg belangrijk elke vorm te zien als een voorlopige subjectieve interpretatie van dé werkelijkheid, hoe objectief we die ook trachten te componeren. Alleen het NU bestaat in de dans. Wie in de dans denkt, struikelt. Ik dans NU. Ik dans.

Enkele dagen geleden zag ik een merkwaardige reportage op T.V.
Een man verdiende de kost als marktkramer door allerlei devote kaarsen te verkopen. Alle heiligen en kleuren, maten en kitsch waren vertegenwoordigd. In zijn tuin had hij een kapel gebouwd, even devoot. Sinds hij kind was had hij deze droom. Nu stond ze daar, in zijn tuin.

Men vroeg hem: ‘ Wie bouwt er nu in godsnaam een kapel in zijn tuin?’ ‘Wel, zei hij, sommige mensen bouwen in hun tuin een duivenkot, dat duizende euro’s kost. Het geeft hen plezier, het geeft zin aan hun leven. Ik heb een kapel gebouwd omdat dit   zin geeft aan mijn leven en het ordent. Dat is mijn wereld. Ik heb respect voor de duivenmelker. Ik hoop dat hij respect heeft voor mij.’

Toen dacht ik meteen hoe wetenschap en godsdiensten hun eigen duiventillen en kapellen bouwen. Het ordent hun wereld, het is de perceptie van hun werkelijkheid. In al zijn eenvoud verwoordde de man het wijze adagium: Het is wat het is.

Een steriele discussie

De laatste tijd laaien discussies hoog op over schepping (creationisme) door een goddelijke Schepper of hogere Macht, of een door toeval bepaalde evolutie (survival of the fittest). God of Darwin. Boeken over negatie van God (bv. God als misvatting, Richard Dawkins), staan top op de bestsellerslijsten.

Zonder twijfel heeft God ook ‘Oei!’ en ‘Oh!’- aspecten. Het is geen onbesproken figuur. God danst. God wordt gezien, verondersteld, geanaliseerd en/of genegeerd, aanbeden en geprezen, verguisd en vervloekt door mensen, subjectieve mensen. Er is geen objectieve God die te vangen is in beelden, in dogmata, in moraal. God is geen leer, geen formule. Voor sommige mensen is Het een reeks van ervaringen, die hun werkelijkheid ordent en zin geeft. Terecht.

Zonder twijfel zijn er aan Wetenschap ook ‘Oei!’ en ‘Oh!’-aspecten. Wetenschap is uiteraard onderhevig aan kriteik. Het is haar bestaansgrond. Wetenschap danst, soms op een slappe koord. Wetenschap wordt gezien, ontdekt, heeft aanzien, gevreesd, geprezen, soms aanbeden, is analytisch en draagt negatie als kritische houding in zich. Wetenschap uit zich in beelden, vormen, in hypotheses, formules, in stricte premissen die zolang gelden als ze gelden. Soms is wetenschap zelfs moraal. Wetenschap is geen vaststaande leer. Ze heft zichzelf constant op om telkens weer anders overeind te komen. Voor sommige mensen bestaat zij uit reeksen experimenten, ervaringen die hun werkelijkheid ordent en zin geeft. Net als godsdiensten holt ze de werkelijkheid achterna en is deze niet te vangen. Dé werkelijkheid ‘wetenschap’ is een eindeloze dans (cfr. De Oosterse inzichten). Dé werkelijkheid ‘God’ is een eindeloze dans. Er is geen beginnen aan, er is geen eindigen aan.

Eigenlijk bekampen een aantal uit elk van beide hoeken elkaar in een uitkomstloze steriele discussie. De een is voor de ander teveel ‘Oei!’ en voor zichzelf teveel ‘Oh!’. Misschien.

De aard van elke diepere godsdienst is eigenlijk een groot en onvoorwaardelijk respect voor wat dan ook, zelfs voor wie haar vijandig is.’Bemin je naaste, bemin je vijand, bemin wat jou vreemd is.’
De aard van elke wetenschap is respect voor elke ervaring, elke vorm, elke uiting, ook al zijn die voorlopig niet te verklaren en ook al kloppen ze niet met de premissen die als basis dienen voor hun huidige werkelijkheidsinterpretatie. Beide missen dikwijls bescheidenheid. Voor mij zouden én godsdiensten én wetenschappen moeten uitmunten in bescheidenheid. 

‘Stilte middenin de wereld’

Van Eckhart Tolle is er onlangs een dvd uitgegeven (eigenlijk twee in één). Pareltje! Parel! Het heet ‘Findhorn retraite’, neerslag van een tweedaagse retraite in Findhorn.
Het gaat voornamelijk over de geraffineerde werking van ons denken en hoe we daarin gevangen zitten. De denkmachine in ons staat nooit stil. Tijd en denken, verhalen uit het verleden en scenarios naar de toekomst, daar zijn we constant mee bezig. Tikkende raderwerken. Tikkend ik.

Alle ‘Oh!s’ brokkelen met-ter-tijd af in ‘Oei!s’ en alle ‘Oei!s’ moeten weer hand-en gedachtematig opgewonden worden worden tot ‘Oh!s’. Stopt nooit. Nooit is iets voldoende. De ene seconde verdwijnt in de opengesperde muil van de volgende. Idem onze gedachten. Godsdiensten en wetenschappen hebben iets gemeen: nooit is het goed, nooit is het af. Het ligt altijd later, niet NU. Omdat het gedachten zijn, systemen. Ze tikken met de tijd en met het aureool van altijdgeldend, de eeuwigheid bestand.
Tolle wijst op het NU. Er is alleen NU. Aanwezigheid. In het NU is er stilte. De evenwichtsnaald helt niet over naar vroeger of naar later.

Enkel in het NU is er geen ‘Oei!’ of geen ‘Oh!’. Het is wat het is.
Je schommelt niet. Je stroomt. Je wordt gedragen. Je staat in het oog van wat gebeurt. Geen gedreun van gedachten. Het getik is stilgevallen, zoals de hangklok vroeger thuis op een hete zomerse dag: geen geluid meer, het tikken versmelt, gaat op in nergens niemand niets. Alleen de aanwezigheid die zichzelf vol laat lopen, die er hangt, die is.
Als kind werd ik erin gezogen. Ik verdween. Tijdloos en geluidloos was alles wat het was.

Groter wordend ben ik het vergeten, kwijtgeraakt, heb ik gemeend aanwezigheid te moeten verkopen aan tijd en gedachten als aandelen gekocht op de markt van het zijn.Tijd heb ik  volgestouwd met gedachten, met ‘Oei!s’ en ‘Oh!s’. Ik heb me lange jaren gevangengezet in dat web. Alles heeft zijn ‘Oei!s’ en zijn ‘Oh!s’. Dat is de wet van het denken, van oordeel en vooroordeel. En het sluipt met de tijd in je binnen, vergroeit er, parasiteert en slingert zich met strengen in je vast. Je wordt sluipend jouw eigen gedachten: ik denk , ik oei en ik oh.

Zo stilaan ont-wikkel ik me, ontdek het NU, drink het, adem het, word het. Ik kan aanwezig-zijn te midden Oei en Oh.

Ik kijk ernaar. Ik zie de dans. Ik glimlach. 

 

up naar boven


Terug