APRILBERICHT                                 Print

April is de maand van de grappen.
Betalen is niet grappig, maar voor NULPUNT kan je een uitzondering maken:
Betalen met de glimlach.
Tijd dus voor vernieuwing van uw abonnement op NULPUNT.
Dit zijn de betaalmogelijkheden:
Categorie 1 : de grapjassen
                      Ze maken er een lolletje van, om welke reden dan ook: ze kunnen
                      niet of ze willen niet of ze hoeven niet. Dat kan.
                      Zij kiezen ervoor om niet te betalen, maar hebben wel toegang tot     
                      de site. Ze zijn welkom.
Categorie 2 :  de cliniclowns
                       Een beetje gek, maar zij beuren op.
                       Zij kiezen ervoor om 20 euro te betalen. Dank u.
Categorie 3 :  de stand-up comedians
                       Zij staan er op om te betalen en zijn professionals in de
                       grapjasserij.
                       Zij kiezen ervoor om 30 euro te betalen. Met dank.
Categorie 4 :  de lolbroeken
                       Zij hebben altijd plezier in het leven en zijn van aard
                       en van kunnen gulhartig.
                       Zij kiezen vrij een bedrag, hoger dan 30 euro. Met frisse dank.

Zo, maak jouw keuze. Wat die ook moge zijn: je bent me lief.

Marcel Ploem

Bankrekening: 735-0157309-60 van Nulpunt Marcel Ploem
IBAN: BE73 7350 1573 0960


Maandbrief April 2008

VERKLEUTERING en VERLEUTERING

Klein klein kleuterke, wat doe jij in mijn hof?
Je plukt er alle bloemetjes af
En maakt het veel te grof!

Wellicht een oud baby-slaapliedje of was het een zoete berisping van een lieve jonge moeder aan haar wereldverkennende peuter? Niemand zal dat een kind kwalijk nemen. Maar als grote mensen zich zó gaan gedragen, moeten er toch wel dringend knipperlichten op rood springen. Dan maken ze het veel te grof in die dagelijkse hof. Ik trek grote ogen als ik momenteel een algemene verkleutering rondom mij zie. Een infantilisering op mega schaal. En dat verontrust mij. Het ontsnapt me waar ik het gelezen heb, maar iemand schreef ooit: Als een cultuur zich teveel focust op het kind, dan is ze flink op weg naar decadentie. Een dergelijke uitspraak wordt momenteeel uiteraard met gefronste wenkbrauwen onthaald. Moeten we het kind niet met volle inzet beschermen, alle kansen geven, wereldwijd? Verdienen kinderen niet onze grootste zorg en aandacht? Wie durft er dan beweren dat het kind ons in de decadentie zou storten!

Nou, dàt bedoelde de schrijver ook niet. En ikzelf evenmin. Het is ook niet de diepere zin van de wijsheid, die men in elke grote leer kan vinden: Als je niet word als kinderen... De decadentie, de verwording en verloedering sluipt binnen als grote mensen verkleuteren,als ze niet meer weten of willen weten wat de zin is van volwassen worden. Natuurlijk juichen we verwezenlijkingen toe als Unicef, Childfocus, alle inspanningen om kindsoldaten te bevrijden, alle pogingen om kinderarbeid af te schaffen, alle inzet om kindermisbruik op te sporen en te voorkomen, recht op onderwijs voor elk kind, enz. Maar dat is niet waarover we het willen hebben. Er is een sluipend gif, een complexe cocktail, die volwassenen drogeert. Ze ontneemt hen zin voor verantwoordelijkheid, ze wakkert hun egotripperij aan, ze krimpt hun gezichtsveld in, ze doet hen stampvoeten als verwende kinderen die hun zinnetje niet krijgen. Het zichtbare proces van infantilisering Deze tijd staat er bol van, zoals een kind roodbol kan staan als het halsstarrig zijn adem inhoudt. Er is in de ontwikkeling van het bewustzijn een belangrijke periode geweest: loskomen uit de onbewuste collectiviteit, uit de versmelting en de symbiose van de groep. Het was de periode van het besef van individualiteit. IK. Elke mens moet die faze door om de eigen individuatie gestalte te geven.Dat is een stap verder, maar ook diepgaander, noodzakelijk voor volwassenheid. Wat we in deze tijd vooral furore zien maken is een blijven hangen in individualiteit. Men wil niet doorgroeien, een koppige verkleutering, een opgeblazen narcisme.

Een koppig verhaaltje

Een tijdlang heb ik op op een vrij strenge grote school gewerkt, met een groot internaat. Het was de gewoonte dat de verantwoordelijke van een afdeling persoonlijk ’s avonds vóór het slapengaan de jongens, bij wijze van ‘het is nu bedtijd, lichten uit, slaapwel’ ging wensen van kamer tot kamer. Sommige kamers waren dubbele, voor broers. Zo kwam ik op mijn dagelijkse ronde die avond bij Piet en Jef. Piet,de oudste, lag al in bed. Jef zat nog, met zijn dagkleren aan, op de rand van zijn bed duidelijk te mokken. ‘Wel, Jef, is er iets?, vroeg ik. ‘Kmoet mijnen appel hemmen!’, zei hij ferm.Het was een algemene gewoonte dat de jongens ’s avonds hun slinkende voorraad snoep of fruit aanspraken – wat zoete troost in barre internaatstijden. ‘Waar is jouw appel?’, probeerde ik. ‘Piet heeft hem opgeten’, siste hij tussen zijn toegeperste lippen door. Ik liet Piet weten dat dat niet fijn en niet eerlijk was. En Piet beaamde dat, zei dat hij honger had gehad en zich niet had gerealiseerd dat het de laatste appel was. Sorry, zei hij. Ruzie tussen twee broers is een delicate zaak op een klein territorium. Dus ‘ik zou even later terugkomen’. Tijd winnen, laten afkoelen. Na de lange wandeling van kamer tot kamer kwam ik weer op de plaats délict.

Jef zat nog altijd op de rand van zijn bed. Ik wilde vragen... maar hij was me vóór: ‘Kmoet mijnen appel hemmen!’ Piet lag al op zijn zij, gezicht afgewend. Hij was de grootste, de oudste en de sterkste. Misschien dacht hij ‘gedane zaken nemen geen keer’. Nou, wat kan je redden van een appel die al opgegeten is? Ikzelf had op mijn bureau fruit liggen en ging dus een vervangappel halen. Ik koos de meest blozende uit. Toen ik binnenkwam gunde Jef mijn geen blik. Hij zat daar als versteend, koppig op ’t randje, en zei als een refrein: ‘Kmoet mijnen appel hemmen’. Ik heb dan maar het licht uitgeknipperd, slaapwel gezegd. Hoelang Jef nog randje heeft gezeten weet ik niet. Piet wist het ook niet. Maar ’s morgens was Jef wel op appèl. Sindsdien gebruik ik Jefs ‘kmoet mijnen appel hemmen’ altijd als dé illustratie voor een onoplosbare impasse, als mensen zich hebben vastgezet in een verkleuterde situatie.

KLADDEN GEKLEUTER

Laten we, bij wijze van illustratie, een aantal maatschappelijke verkleuteringen schetsen.

het prepuberaal profiel

Eén van de eerste tekenen van seksuele rijping is de langzame beharing van de pubis of venusheuvel en de genitaliën. Het is de meest natuurlijke ontwikkeling. Het  is ook een teken van diversifiëring: mannen krijgen baard en vrouwen borsten, spieren en huid veranderen. Maar blijkbaar, en wellicht in een onbewuste refex, wil men tegenwoordig naar een prepuberale lichaamslook. Men wil een babyvelletje. Men wil onvolwassenehid. Alle beharing wordt afgeschoren, geëpileerd, tot in de smalste en intiemste huidplooien, glad als biljartballetjes... Om hygiënische redenen? laat me lachen! Voor het gemak? een trendy esthetiek? toe nou! Verkleutering... zoals kleuters spelen met hun piemeltje of spleetje. Men houdt zich in om volwassen te zijn, regelrechte regressie.

Het bekend-iemand syndroom

Er is sinds de laatste decennia een goed floriserend syndroom: de rage om te behoren tot de groep van ‘Bekend Iemand’. ‘Bekende Iemanden’ zijn een nieuwe elite. De grootste zorg wordt besteed om in deze groep te geraken. Nog een grotere zorg is erin te blijven. Kenmerkend voor een elite is dat ze een hechte groep vormt. Dat is een absolute noodzaak. Je kan niet op je eentje elite zijn. Dus houden ze zichzelf in stand, geven elkaar postjes. Pure inteelt. Overal en altijd zie je dezelfde eensoortige saaiheid. Het clubje van ons kent ons. Bij elke gelegenheid draven ze op, altijd dezelfde genodigden op vernissages, filmpremières, openingen, awards... Altijd ook op de rode loper van de media. Oersaai voor de kritische kijker, maar oervoeding voor het emo-publiek. Een wereld van concurrerend narcisme, zoals kleuters die pochen dat zij de sterkste en stoerste zijn. En dat altijd maar opnieuw en opnieuw: vulling voor sensatieblaadjes, wekelijkse portie tristesse van infantilisme, ja dag allemaal!

De grootste intellectueel

Het was een wijze relativering vroeger : In het land der blinden is éénoog koning. Een ‘verstandig’ weekblad organiseerde onlangs een enquête. Ze schreef een aantal intellectuelen aan en vroeg hen een rangorde te maken van volgens hem of haar ‘de invloedrijkste intellectueel’. Ze mochten niet voor zichzelf kiezen. Werd ie toch wel niet gevonden zeker! aangeduid, genomineerd en gepubliceerd zelfs! Ik heb geweten dat ooit befaamde schrijvers, wetenschappers, politici...hun prijs weigerden te ontvangen omdat ze zo’n prijs niet relevant vonden en ethisch niet correct, niet ‘wijs’. Maar in ons kleine deelstaatje is onze grootste intellectueel van studio naar studio gesleept en liet ‘de wijze’ zich die eer lustig welgevallen. Hij mocht over alles zijn zeg doen, als een absoluut verlichte. Heb ik ergens kritiek gelezen in kranten, heb ik ergens luid gelach gehoord? bijzonder weinig. Is de tijd van de jaarlijkse proclamatie in vroegere colleges met een laurierkroontje, een muziekstrijkje en een stapel prijsboeken voor de beste van de klas dan toch nog niet voorbij? En zou het niet klasse zijn geweest als die invloedrijkste betweter beter zou geweten hebben? Zou ‘wijs’ niet geweest zijn dat die rij ‘intellectuelen’ bedankt zouden hebben voor deze intellectuele verkleutering? O narcisme, o kinderdwaasheid!. Hij die weet dat hij niet weet...

De spelletjes-mode

Zelf ben ik nooit zo’n gezelschapsspel-speler geweest. Ik ben nog van de tijd dat kinderen buiten konden ravotten. We kwamen alleen binnen van de honger, of met kapotte knieën waar mama dan moederkeszalf op zoende. Nu zie ik kinderen in restaurants of waar dan ook, erg erg laat, met allerlei electronische speeltjes heel individualistisch ‘bezig’. Totdaar, tijden veranderen. Maar er is een enome regressie op gang getrokken van spelletjes voor  ‘volwassenen’. De meest infantiele raadprogramma’s, gepresenteerd door kwebbelgetrainde wiepewappers, die zwaaien met kleurige eurobrieven. Bovendien zijn het gewiekste leugenscenario’s. Al maar meer wordt dom entertainment ingelepeld in allerlei idiote vormen. Pure training in consumentisme. Doelgroep van de zender? Op een schaamteloze manier worden mensen dom en klein gehouden: scholing in infantilisme. Een erge ziekte, een publiek-ondersteunde verslaving, urenlang gewauwel. Training in ongeloofwaardigheid. Wie neemt er wie nog au sérieux? Diezelfde ongeloofwaardigheid is zelfs binnen de politiek geslopen. De burger ziet de politici als kleine kinderen ruzieën. Het gaat niet meer om het algemeen belang of welzijn, maar om het eigen grote gelijk van de eigen kleine bekrompenheid: kmoet mijnen appel hemmen. Het eigenbelang primeert óf persoonlijk óf van de partij óf van het eigen volkje. Spelletjes, pesterijen.

Liegen zoals  kinderen doen, liegen tot ze het zelf geloven. Volkomen onbekwaam en onwillig tot overleg. Stampvoeten tot ze het eigen goestinkje krijgen. Wij moesten vroeger in de achterkeuken gaan staan tot onze kuren over waren en we bereid waren weer in gemeenschap te leven. Nu staan ze op de eerste rij te drummen op recepties, worden ze geïnterviewd, ontvangen door de koning, verslaafd door de spiegeltjes spiegeltjes van de media. Houd de mensen dom, beloof ze het onmogelijke, zeg later dat dat niet haalbaar is, bespeel hun emoties... en ze zullen voor je stemmen. Eerst ze infantiel en volgzaam maken... en dan beweren dat het volk jou een plebisciet heeft gegeven om de eigen goesting te doen. Het is een oud spel in een nieuw kleurig karton, nieuwe wijn in oude zakken.

De 10-seconden regel

Sinds er scholen en diplomas zijn van communicatiewetenschappen heeft men een spiksplinternieuwe gespreksmethode ontwikkeld. Stel een interessante actuele vraag. Laat de gesprekspartner hoogstens 10 seconden aan ’t woord en onderbreek hem meedogenloos. Poneer dan jouw mening in de vorm van een nieuwe vraag. Druk die door. Laat de ander in geen geval zijn antwoord nuanceren. Voor nuance hebben we geen tijd. Gun hem gewoon geen tijd. Wees de ander vóór. Als de ander toch verder gaat praat er dan gewoon overheen. Bedelf hem, spit hem onder. Want niet zijn antwoord op jouw vraag is belangrijk of relevant. Jij bent belangrijk, jij hebt macht. Laat dat voelen! Nu zou een mens mogen veronderstellen dat vooruitgang in de communicatiewereld overleg en luisterbereidheid en empathie zou genereren.

Nu zou een mens mogen verwachten dat beleefdheid en respekt terrein zouden winnen, maar van pausen over presidenten, over parlementariërs en senatoren, over collegae-politiekers, over godsdienstleiders, over... heen, blijkt dit niet waar te mogen zijn. Ze glunderen en blinken daardoor in ongeloofwaardigheid, zonder te verpinken. Niet de boodschap blijkt nog belangriijk maar het imago van de boodschapper. Vloer de tegenstander in minder dan 10 seconden!

De grote nietszeggendheid

Belangrijk en trendy is het om het talent van ‘de grote nietszeggendheid’ te etaleren. TV-programmas waar iemand echt iets te zeggen heeft hebben uilen-uren of worden afgevoerd. Alles moet luchtig zijn, licht en laat. Een presentator die wat aanstuurt op kwaliteit en diepgang krijgt al gauw de naam van bitch of egel. Toen ik nog student was kwam af en toe mijn naaste kotbewoner op bezoek. Het was een ritueel in de examentijd. Hij legde zich dan lui languit op mijn versleten sofa en we speelden ons spel van de grote nietszeggendheid. ‘Semmelen’ noemden we het. Semmelen was de kunst om eigenlijk niets te zeggen, prietpraat, inhoudsloos gebabbel. Na een poosje stapte hij weer op. Het was onze manier om te ontstressen. We wisten hoe ons gesemmel een afeageren was, een manier om ons leeg te maken. We hadden daarover dan ook niet de minste pretentie. Maar de huidige grote nietszeggendheid is anders. Ze denken hardop dat ze iets te zeggen hebben.

Ze doen alsof ze vol zijn, vol iedeeën, vol macht. Vol arrogantie ja. Ze zeggen maar op. Ze onstressen niet, maar zaaien velden vol spanning. De blackberry-generatie, afstandscommunicatie, nooit aanwezig, nooit hier. Netwerken van onmiddellijke leegheid en eenzijdigheid. Wild gewandel over en weer, met de hand afgeschermd wantrouwen, alsof hun gebuur hun inhoud zou spieken. Is er wel inhoud? Monumenten van afwezigheid. Papa’s grote speelgoed. Waarom gaan die kerels en kerelinnen niet eerst eens afzonderlijk en grondig op afzondering, alleen, ergens in de woestijn, in alle soberheid, niet in kastelen, om zich te confronteren met hun eigen ego, zoekend naar eenheid en gemeenschap. Sporters doen dat wel, kunstenaars ook en monniken doen dat al lang, en moeders in hun keuken of aan de strijk, mediterend. Grote nietszeggendheid is gemakkelijk te herkennen: aan een grote bek, aan gebrek aan stilte...

Totdaar enkele velden van verkleutering. O, er zijn er veel meer te vinden, binnen onszelf – we zwemmen allemaal in die tijdsstroom – en in onze maatschappij, raapbaar als paaseieren. Misschien moeten we ons toch maar eens terugtrekken, alleen, en ons confronteren met de eigen onwil om volwassen te worden. Want daar nijpt het schoentje of misschien wel een zevenmijlslaars.

VERLEUTERING

Iets verleutert als er de spankracht uit is: een elastiek bijvoorbeeld. Er zit geen energie meer in, geen leven. Verkleutering brengt verleutering voort. Het is regressie naar een voorbije faze of voorbije toestand. Een boog is eerst hout. Dan wordt die gevormd en gebogen. Tenslotte bespannen en gespannen. Dat geeft de boog zijn mogelijke kracht. Breekt hij dan wordt hij weer hout en pees. Verleutering is verlies van energie door tekort aan zorg, aandacht en verantwoordelijkheid. Ze kenmerkt zich door nonchalance, onverschilligheid, slordigheid en luiheid. Eigenlijk kan het ook door onwetendheid, tekort aan kennis en aan afgestemdheid. Wil ik een goede boog maken dan moet ik  weten welke de kwaliteiten zijn van de verschillende houtsoorten: lange of korte vezel, buigzaamheid, trillingsmogelijkheid, vastheid... m.a.w. er ontstaat een soort ernst tussen de boog en mijzelf. Meer nog: tussen de boog, mezelf en het doel. Meer nog: wat heeft de boog en ikzelf nodig om het doel te raken? Met welk soort pijlen wil ik schieten en over welke afstand moet die dragen? Dat heeft te maken met kracht, afgestemdheid en aandacht. Verleutering ontstaat als men het niet zo nauw neemt. Dat is niet hetzelfde als overacting-serieuzigheid, pilaarbijterij of regelvreterij. Misschien heeft men té lang, in vorige generaties, de boog gespannen gehouden. Wellicht kwam er te weinig ontspanning. Nu is echter niets nog ernstig. Ernstig is een vies woord.  Men heeft volwassenheid eenzijdig ervaren als saai, verplichtend, dominerend.
Er zat te weinig plezier in volwassenheid, te weinig zwier en schwung en voldaanheid. Onze huidige volwassen wereld is moe, haar kracht en energie kwijt. Ze boezemt angst in, we durven ze niet meer aan. ‘Pakken wat we krijgen kunnen’, daar laten we het bij. We ervaren onzekerheid en onvastheid We driften en gaan in de bar van de Titanic zitten voor een laatste glas. Het komt er niet meer op aan. Er zit geen rek meer in. Verleutering van de zin.

En de verantwoordelijkheid lossen we dan op met op alle hoeken van de straten cameras te plaatsen. Volwassenen die blijkbaar willen gesurveilleerd worden (en nochtans als pubers staan op hun vrijheid). En hoe meer cameras des te geraffineerder en stiekemer onze schijnbewegingen om ze te verschalken, net zoals pubers doen die niet willen betrapt worden op hun eerste sigaret, eerste pint of joint of eerste lief. Alles kan, alles moet kunnen. Het komt zo nauw niet meer. Taal wordt aan flarden geschoten. Gsm-jargon wordt de regel, zelfs in scholen en tot in hogescholen toe. In naam van vrijheid van meningsuiting flapt men er om het even wat uit, ook in de pers. Vertrouwen wordt ingedeukt en mensen worden door de media al gelyncht vooraleer er recht is gesproken. Alles lekt. Niet zomaar een toevallige slechte dichting, maar doelbewuste schending. Alle middelen zijn gewettigd. Het vinden van gaten, procedurefouten, wordt verheven tot een kunst. Het lekt niet alleen. Men maakt lekken. Het is taktiek. Alles wordt uitgerekt, verleuterd. Deontologie is een vies woord geworden, liegen een gemeenschappelijke taal. Het is alsof we van niets nog de kern, het wezen zien of willen zien. Normaal is niet eens meer de grootste gemene deler (zelfs dàt zou fout zijn), maar het ordinaire  laagste niveau: dàt wat elke consument door de strot wordt geduwd door geraffineerde spindoctors.

VOL-WASSEN

Wat ik vast geloof, wat ik zie, is dat er in alles groeimogelijkheden zitten. Dat zie ik in planten en dieren, in bewustwording, in kennis, in samenleving. ‘Geest in actie’ zegt Ken Wilber. Voltooi het. Als mens openbaren we dit proces: wonder van geboorte, wonder van kind-zijn, wonder van volwassenheid, wonder van loslaten. Alhoewel één groot proces toch leven we in fazes. Elk van deze fazes heeft haar eigen specifieke inhoud. Ze houdt een opdracht in, ze veronderstelt luisterbereidheid én creativiteit, aanvaarding én verantwoordelijkheid. Er stroomt een gedrevenheid door. Elk heeft ook haar rustperiodes en rijping. Op en neer zoals wisselende seizoenen. Die groei kan ik bevorderen òf afremmen, individueel en collectief. Dat is mijn multiple choice. Verkleutering en verleutering zijn groeiremmers, soms zelfs regressoren. Ze verpieteren het proces, verschrompelen het. Het lijkt wel of we in een tijd leven waarin we bang zijn van verantwoordelijkheid, angst om te groeien. We krimpen in tot angsthazen of beroezen ons in grenzeloos consumentisme, of verschuilen ons in het men, de kleurloze onbewuste massa. Dansen op ijsschotsen, springend van stuk op stuk, zonder te weten of te willen weten waarheen de stroming schuift. Maar we dansen, we doen alsof het leven één grote verkleedparty is. Alles moet jeugdig zijn en onmiddellijk. Alhoewel er jachtige bedrijvigheid is, toch staat alles immobiel. De beweeglijkheid is maar schijn. Niets groeit in de diepte. Oppervlakkig gerimpel. Anorexia durft de stap van kind naar volwassene niet aan. Terugkeer naar niet-differentiatie: geen vrouw willen worden of geen man. Plastische chirurgie die leugens verkoopt: niet zijn zoals men eigenlijk was. Stilstand. Automerken die hun product aanprijzen als het speelgoed van papa. Wereldheersers die niet loskomen van de faze van soldaatje spelen of cowboy. Alles moet magisch zijn, onecht, glitter, vuurwerk: boem! oooh! Het gewone is te saai, vastheid is saai, continuïteit is saai, het dagelijkse is saai, volwassenen zijn saai, ik ben saai. Men heeft schrik van zijn eigen schaduw. Men huivert bij stilte en alleenzijn. Men duikelt terug in het kindzijn, met de handjes vòòr de ogen ‘Je ziet mij niet’. Maar in feite is het de weigering om de werkelijkheid te zien rondom zichzelf en van zichzelf. Grow up. Doe je ogen open. Ga in de stroom staan. Word stroom.

Dopen is niet alleen gewassen worden en bevrijd van het oude. Het is ondergedompeld worden, symbolisch een beetje verdrinken, om de wereld aan te kunnen, te voltooien. Het is bekleed worden met de kracht van de stroming, deelgenoot worden van het water waaruit alle leven ontstaat, gespoeld en gewassen worden, levengevend water tot vol-wassenheid.


up naar boven


Terug