MAANDBRIEF: Februari 2008                                  Print

DE VEELVRAAT TIJD

Start

Macht heeft tijd als maîtresse. Ze eigenen zich een koninklijk afstrammingsverleden toe en een goddelijke toekomst.
Beiden schuwen het nu, de werkelijkheid van het gewone dagin-daguit leven.
Macht die niet meer verbonden is met Kracht is pure waan.Tijd die zich opdeelt in fragfmenten bestaat alleen in ons denken. Ons denken is fragmentarisch, zoals beelden op de pellicule van een film.
Zowel macht als tijd scheppen zich noodzakelijk een verleden en een toekomst. Ze willen zich verzekeren, omdat ze nooit zeker zijn.
Beiden zijn vergankelijkheidsgevoelig. Hun bestaansgrond is angst, angst om te vergaan.Macht en tijd zijn daarom agressief, veroverend, dominant...ze vechten voor hun bestaan.
Wellicht hebben we, jij en ik, geen flauw benul hoe erg macht en tijd ons beheersen.Machtbebbers willen altijd, kost wat kost, de tijd beheersen. Wie tijd beheerst heeft macht. Ook de machthebber in ons functioneert ook zo.

Heb je al ooit nagedacht over het scheppingsverhaal? In zes dagen schiep de machtige Jahweh uit het Niets: de eerste dag... de tweede dag...
Dat is het begin van de tijd. Merkwaardig toch dat nergens vermeld staat dat Jahweh de tijd schiep. Scheppen is dus tijd.
Die was er voordien niet. Hij schiep het licht, scheidde het water en de aarde, zette zon en maan aan het firmament, riep planten dieren tot bestaan, boetseerde de mens... maar geen sprake van de tijd.
De machtige Jahweh beschikte dus evident over de tijd. Het lag opgesloten in zijn tijdloosheid.
Zie je hoe die hand in hand gaan? zie je waarom wij sindsdien tijd en macht als vanzelfsprekend toekennen aan machthebbers?
Zij kunnen, zonder zich te moeten verantwoorden, beschikken over ‘de tijd’, leven en dood van hun onderdanen, elk moment, tot in der eeuwigheid.

Vormen en tijd

Alles wat uit ‘het Niets’ ontstaat  neemt een of andere vorm aan. Tegelijkertijd vallen ze dan in de tijd. Wat een rare zin, want zolang is al een tijdsaanduiding.
De tijd dat er geen tijd was, kunnen we dus niet verwoorden. We kunnen ons dit evenmin voorstellen, precies omdat we zelf al vorm, en dus tijd, zijn.
Uit de niet-tijd gevallen in de tijd. Uit de vorm-loosheid en de tijd-loosheid vorm geworden die leeft in de tijd.

Er zijn, zoals bekend en gebruikelijk, twee soorten tijd: kloktijd en ervaren tijd.
Kloktijd is de kwantitatieve tijd. Die is standaard, opgedeeld in seconden, minuten, uren... Tijd is een soort maat, zoals een meter voor lengte en kilo’s voor gewicht. Netjes in exact gelijke delen verknipt.
Het is vastgestelde, gestolde tijd, waar niet aan te wrikken valt. Objectief, voor iedereen en altijd gelijk. Iedereen kent dit soort tijd wel. We lopen er constant mee om de pols, als een tweede huid, onafscheidelijk dag en nacht. Zelfs in ons blootje blijven we de tijd dragen. Het wordt ons, reeds in de kleuterklas zo vroeg, aangeleerd. Die tijd moet dus wel heel belangrijk zijn. Basis-onderwijs.
Het is dan ook deze tijd die gekocht en verkocht kan worden, gestolen, geschonken, onderdrukt, versjoemelt...
Aspecten van leven worden uitgedrukt in termen van die tijd: werktijd, oorlogstijd, schooltijd, ontspanningstijd, militietijd... en elk kan men omzetten in geldwaarde, verplichting, macht.
De factuur van een stielman vermeldt het aantal gepresteerde arbeidsuren en rekent die om in uurkost.
De staat doet er dan een schep btw bovenop. Een machthebber legt de burger de verplichting op om een deel van zijn leven als soldaat ‘ten dienste te staan’.
Soms betekent dat ‘gans zijn leven’, gesneuveld of levenslang gehandicapt. Een werkgelegenheid wordt ekonomisch berekend in termen van geld en tijd.
Arbeidsbewegingen worden omgezet in tijd en die tijd wordt omgezet in geld. Ongelooflijk hoeveel een bepaalde beweging, ongelooflijk hoeveel een werkgelegenheid kost!
Geobjectiveerde tijd. Horlogetijd, kloktijd, ekonomische tijd... we doen alsof die bestaat. We meten met de verfijnste apparatuur. Het wereldraderwerk moet klokvast draaien: stipte treinen, perfecte vertrekuren van vliegtuigen, prikken bij start en stop op het werk, records tot op hondersten, duizendsten, van wereldbelang... Het moet. De tijd doet ons moeten, doet ons presteren, want ‘time is money’. Slaven van de objectieve tijd. Slaven van een systeem dat we zelf ge-vormd hebben en dat dus per definitie niet wezenlijk is. Wie bereid is om met open ogen te kijken heeft al vlug door dat de tijd de mens is gaan beheersen. De mens ziet niet meer dat hij slaaf geworden is van zijn eigen ontwerp.
Er is niets mis met objectieve tijd, zolang het maar een middel is, een hulpstuk om het leven in zijn vormen te organiseren.
Nu organiseert de tijd de mens, houdt hem in een wurggreep, dag en nacht. Wie de tijd dus beheert, beheerst de mens.

Er is een tweede soort tijd: de ervaren tijd. Zij is niet objectief maar subjectief. Soms kan eenzelfde kloktijd heel lang duren of heel kort lijken.
Maar het blijft ook kwantitatieve tijd. Ze is niet klokvast. Ze doorbreekt de horlogetijd, maakt ze korter of langer, al naargelang de emoties die door ons heen trekken.

Als ik onuitstaanbare pijn heb, tandpijn bv., dan kan wachten bij de dokter lang duren.  ‘Hoe lang gaat dat nog duren!’, zeuren we dan. Maar een dagenlange vakantie is soms voorbijgevlogen!

Tijd is dus kneedbaar. Subjectief ervaren tijd laat zich  niet opdelen in precies gelijke partjes. Tijd danst en golft mee op de fluctuaties van onze emoties.
Blijkt duidelijk dat tijd rekbaar is, in alle richtingen: vroeger, later, hoogtijd, een tijdje, een zee van tijd, in tijdnood...
Dit soort tijd plukken we uit ... het Niets, uit de mogelijkheid tijd te maken.
De mens schijnt niet meer te weten dat hij, en hij alleen, tijd kan maken. Hij denkt dat de tijd hèm maakt, dat hij leeft in een vaste periode, dat hij vast zit in een verleden en in een toekomst.
Ieren hebben een uitdrukking: ‘Toen God de tijd schiep, schiep hij er veel.’.
Het meest opvallende voor mensen uit niet-Westerse culturen is hoe Westerlingen bezeten zijn door de tijd. Ze schijnen geen tijd te hebben. Ze hollen.Zo schuiven we een  derde soort tijd in: de tijdloosheid of Alle-Tijd.
Tijd wordt gemaakt vanuit de eindeloze stroom van tijdloosheid. Ze valt dan in het Nu. Alleen dit Nu is eeuwig. Alle opeenvolgende snippertjes tijd die wij seconden noemen, zijn voortdurend Nu. In feite bestaat er geen andere wezenlijke tijd, wel onwezenlijke. Deze onwezenlijke tijd stolt meteen in verleden of toekomst, condenseert in een gedachte. Het is gestapelde tijd, geen stromende. Tijd die op elkaar gaat liggen zoals multiplexplaten, gelaagd. Ze klontert in de stroming, zoals cholesterol doet in onze bloedbaan, en leidt tot infarcten, zoals wrok, wraak, onverzoenbaarheid... Ze belet creativiteit omdat ze de stroom van mogelijkheden, eigen aan tijdloosheid, afdamt.
Verleden en toekomst zijn als wrakhout in een rivier: vroeg of laat stroppen ze de vaart, doen het water uit haar oevers treden en wordt gans het land moeras. Verzopen land.

Wie goed observeert ziet onafgebroken een wonder ontstaan: uit tijdloosheid dansen vormen het Nu binnen en lossen weer op in tijdloosheid.
Wij, mensen, willen die dansbewegingen vastleggen. ‘Freeze!’ roepen we dan en precies deze bevroren vormen houden we krampachtig vast. We vergeten de dans!
Ik heb die dans- en freezemomenten in cursussen zelf geproefd: de golvende bewegingen en de gestolde. De gestolde zijn niet leefbaar. Ze deden me denken aan een filmband die even blijft haperen, vastzit, en dan weer stuiterend krakend en knetterend verder loopt. Als hij blijft hangen verbrandt hij. Het beeld blijft roodgloeiend in ons oog hangen. Als hij verder loopt zet het leven zijn beelden door.

Het eeuwige Nu

Ik kom even terug op : alleen het Nu is eeuwig.
Kijk, het verleden is altijd de geschiedenis van iets (bv een land, een stad), of iemand. Mijn verleden. Het heeft een begin. Dit ligt ergens, zover mijn geheugen reikt. We drukken dit uit in toen.
Toen bestaat uit een lange snoer toens. Mijn geheugen rijgt die aan elkaar.
Mijn moeder herinnerde zich nog veel ‘toens’ van mij, die ikzelf niet meer wist.
Bij elke familiebijeenkomst worden de ‘toens’ van ieder familielid plastisch opgedist en aangedikt. Het geheugen neemt het niet zo nauw.
Al die toens waren op het ogenblik dat ze gebeurden nu’s. Toen was er alleen maar nu. In feite kan je dus besluiten dat er altijd maar nu’s geweest zijn: nu nu nu nu...
Als ik over toen vertel, vertel ik nu over toen.
Hetzelfde geldt voor de toekomst. Toekomst is wat ik nu naar me toe laat komen.
Alle mogelijke vormen kan ik uit de vormeloosheid laten ontstaan en op me laten toekomen. Ik kan over haar maar nu iets zeggen.
Als het zover is (bv. als morgen morgen geworden is) dan is die toekomst nu. Ze is geworden, vorm-gemaakt.
Verleden en toekomst bestaan slechts bij de gratie van Nu. Daarom noem ik het Nu eeuwig. Er is alleen maar de voortdurend vluchtige stroom Nu.
In het grieks zeggen ze ‘Panta rei’, alles stroomt. Niet in de droeve betekenis dat alles vergaat, dat je niets kan vasthouden,
maar in het grandioze besef dat er een ononderbroken eeuwige stroom is van creatieve mogelijkheden.
‘Kai ouden menei’, en niets blijft, is dan geen hopeloze situatie, een nihilistisch wereldbeeld,
maar de weergave van een innerlijk weten dat we leven in een dynamische zich altijdvernieuwende kosmos, de adembenemende Geest-in-actie.

Vanuit dit inzicht kan mijn verleden nooit alleen maar mijn individueel verleden zijn , en mijn toekomst nooit allen maar mijn individuele toekomst.
Ze zijn immers ingebed in het grote geheel van alles rondom mij, van de totale Stroom, hoe uniek mij mijn verleden en toekomst ook voorkomt.
Ik ben golf in de beweging, druppel in de zee. Ik ben partikel in het Veld, en tegelijk dus het ganse Veld.
Nu is het ganse Veld, de volle stroom. Verleden en toekomst zijn de af en toe  druppels, af en toe akkertjes. Maar samen zijn ze wel het Al.

Het is natuurlijk verleidelijk én menselijk dat ik  me verleden en toekomst toeëigen als mijn verleden en mijn toekomst. Daardoor denken we dat we anders zijn dan de anderen, uniek tussen de anderen. In de vorm, in de individualiteit, is dat ook zo.
Hetzelfde doen we collectief: mijn stamboom is dan wat breder dan mijn eigen ik, of de geschiedenis van mijn land is nog wat omvattender. Hoe verder ik in de beide richtingen, achteruit of vooruit, ga, des te helderder het zal oplichten dat ik, mijn land enz., behoor tot een groter geheel. Binnen de groep Vlamingen ben ik ook Vlaming, niet de enige Vlaming. Misschien vinden sommigen Vlamingen zich meer Vlaming.
Zo ook Europeaan. Zo ook wereldburger... Zelfs kosmisch vinden sommige zich zelfs meer dan enig ander eventueel levend alien. Het is op zich een wonder hoe geschiedenis en futurologie me dan exact situeren in het Nu. In feite brengen ze me tot het wezenlijke, tot dat wat is. Het is alsof ik op een grote cirkel loop, waarbij ik tot het besef kom dat ik ,een wandelend punt, eigenlijk zelf de cirkel trek en ben.
Al lopend merk ik dat  de cirkel  er altijd al geweest  is.

Op elk ogenblik is er alleen maar dat wat is, wat zich nu aan mij openbaart en wat ik geboren laat worden. Dit mij is mijn bewustzijn, mijn bereidheid om te zijn. Dat is mijn NU. Maar ik merk, al gaande, al levende,
dat dit NU zich uitbreidt naarmate mijn bewustzijn groeit. Het Nu laat zich gaandeweg ontsluieren, zelf tijdloos in de tijd. Het cholesterol in mijn bewustzijnsstroom is mijn innesteling in  mijn verleden of mijn hang naar de toekomst.
Ze verzieken mij. Ik ben nooit hier, nooit nu. Ik mank en mankeer het leven. De veelvraat tijd verslindt me zoals elke seconde verzwolgen wordt in de opengesperde muil van de volgende seconde en sterft daar.
Ook mijn ik sterft daar. Opgevreten.

Als ik me vrijmaak van tijd  heb ik weer het vermogen om tijd te maken, voor alles, voor iedereen. En die tijdsbron is eindeloos.


up naar boven


Terug