MAANDBRIEF: Januari 2008                                  Print

KRACHT EN MACHT

Een vrij lange aanloop

Het vervullingslichaam, dat geen lichaam is, is totaliteit. Het omvat het. Het sluit niets uit. In die zin is het liefde. Liefde vervult.
Woorden wringen altijd: ze trachten vorm te geven aan wat aan vorm ontsnapt. Dat is de paradoks met woorden: je bent hen zo dankbaar om wat je kan uitdrukken en je worstelt met hen om het onverwoordbare.
Het vormloze misprijst het vormvolle niet, zelfs niet wat in onze ogen vormvervormd is. Het is schroomvol, omdat het weet dat elke vorm een risico van beperking in zich draagt. En toch stuwt het zijn energie krachtig en in een onstuitbare stroom het leven van vormen in (zie nota).
        
Nota:
          
Een ongelooflijke sublieme tekst, die perfect illustreert wat hier bedoeld wordt
vind je in: Het evangelie der Waarheid. Uitg. Karnak. Amsterdam 1981. Lees het
deel ‘Donder, volmaakte Geest’ pp.53-61.
Ik citeer een deel ervan in de Meditatie van deze maand.

Eigenlijk leven we in een tijd die gezegend is met een overvloed aan vormen.
Hoorn van overvloed. Het leven bruist. Wellicht is er nog nooit zo’n stroom van ‘nieuwe dingen’ gemaakt. En het blijft maar borrelen! In feite is dat een zalige zegen. Uit het ‘niets’ worden een onuitputtelijke resem van ‘ietsen’ getoverd. Ze rollen van de lopende band...Ik ben heel dankbaar voor die zegening en voor die scheppende energie.
Let wel: ‘uit het niets’ toveren we. Dat is boeiend, want d’er springt een wit konijn uit die hoed, een heldere vraag: Wat is dan dat niets?
Wat is creëren uit het niets?  Of moet ik zeggen : uit het Niets? Is het een kleine letter n of een grote letter N. Dat is een hemelsbreed verschil.

Niets of niets

In onze Westerse benadering van het leven hebben we het erg moeilijk met ‘niets’. We kunnen ons daar geen voorstelling van maken, want er is altijd wel iets. Dingen, gedachten, emoties, gebeurtenissen. We zijn een beschaving van heel veel ‘ietsen’. Zalige zegening hebben we gezegd. We ervaren ‘niets’ als een gat, een leegte, verveling, tekort, gemis. We kunnen niks beginnen met niets.
Zelfs als we denkend en zoekend teruggaan willen we nog altijd iets in handen of in de microscoop hebben: atomen, protonen, of hormonen,of  partikels...
We willen de ietsen kunnen benoemen en aanduiden. Die gedrevenheid om altijd verder te gaan, om de ietsen te kunnen uit-leggen, vind ik heerlijk. Ze situeert ons, orienteert ons, geeft ons verklaring, breidt onze kennis uit, ontwikkelt ons als tastend en vechtend en wroetend. We mogen er niet mee stoppen. We kunnen dat waarschijnlijk als mens ook niet. Het zit in het leven zelf, die drang naar verder. We mogen ons ook zomaar niet neerleggen bij een soort luie onwetendheid. We willen zelfs weten hoe we weten.
Het moet ontzaglijk boeiend zijn om heel die onbekende vormenwereld te onthullen, nieuwe combinaties te maken en zelfs totaal onbekende ietsen te creëren, onszelf zelf inbegrepen. Ik benijd wetenschappers.
Wetenschap wil niet in het niets staan. Voor haar is er uiteraard geen gat. Ze vecht tegen die gaten van nog-niet-weten. Ze verovert altijd meer en meer terrein in de wereld van de ietsen. Zij sluit per definitie niets uit.

Niets heeft dan ook niets te maken met kennis. Niets is niet te verstaan zoals men het woord ‘niets’ gebruikt. Niets is weer zo’n non-woord. Men kan het evengoed benoemen als Al. Maar niets en al zijn in het westerse denken kwantitatieve begrippen. We drukken die gewoonlijk uit in cijfers, volumes, formules... Al en Niets zijn niet form-uleerbaar omdat ze geen vorm hebben en toch voortdurend zich uitstorten in vormen.
Het vormeloze is de bron waaruit alle vormen ontstaan. Het Al stort zich in een onuitputtelijke stroom uit in vormen, zoals ons denken zich vertaalt in adembewegingen en stolt in woorden, in taal. Soms moeten we letterlijk in ons spreken naar adem happen. Of we vertalen wat we willen uitdrukken in tekenende lichaamstaal.

Merk hoe enorm de Kracht  is van het  Al, het Niets.
Dit Niets is dus een onmetelijk krachtveld, een energie-Veld.
Niets genoemd omdat het onbenoembaar is.
Niets genoemd omdat het niemands  eigendom is, niemand toebehoort.
Niets genoemd omdat niemand het beheert.
Het meest wezenlijke van het Niets is dat het er is en dat het zich voortdurend uitstort.

[Wie wil mediteren kan dit gebeuren contempleren. Laat deze verbluffende werkelijkheid in je om en om rollen. Zie hoe jij dit Veld bent.]

Men heeft dit ontzaglijke in beeld trachten te brengen. Zo bijvoorbeeld in het Scheppingsverhaal:
... de aarde was nog ongeordend en leeg. Over de wereldzee heerste duisternis en Gods Geest zweefde over de wateren...
Of zoals in de aanhef van het Johannes’evangelie: ...In het begin was het Woord.
En het Woord was in God. Het Woord was God... Alles is door Hem ontstaan.     
Jammer is natuurlijk dat men het beeld dat oorspronkelijk dat enorme krachtveld aanduidde gepersonaliseerd heeft.
Het werd een vorm, terwijl het in wezen vormloos is. (Daarom is het juist dat men in sommige religies geen beeld,
zelfs geen naam, mag maken van dit Onnoembare.)
Merkwaardig is in dit verband het verhaal van het Pinkstergebeuren.
Het is een duidelijke poging om het vormbeeld weer vormelozer te maken, om weer meer accent te leggen op de Kracht dan op de vorm.
...er kwam plots een geruis als van een hevige wind... vurige tongen verschenen en spreidden zich rond over hen...
Dit is een bekwame poging om de kracht van een (non-gebeuren), een non-woord, om te zetten in een verhaal.

Kortom, waar het om gaat is het besef van een levend Kracht-Veld, een doorbraak in het bewustzijn van een onzegbare en onnoemelijke duiding van alles, wat men dan het Al gaat noemen of, als men het onvergelijkbaar met alle ietsen ervaart, als Niets. Datgene waaruit alle ietsen ontstaan zijn en ononderbroken blijven ontstaan.

Kracht en macht

Vanuit bovenstaande vrij lange aanloop, zoals we titelden, mag duidelijk zijn   dat alle macht ontstaat uit Kracht. En daar willen we het eigenlijk over hebben.
Macht is een iets.Ze is gemaakt.Ze is een gecreëerde vorm die men zich toeëigent. Vormen behoren altijd aan iets of iemand toe. De gedrevenheid van de Kracht zoekt als een magneet naar allerlei vormen waarin ze zich kan uitstorten. Die vorm wordt dan de ‘eigenaar’ van die uitgestorte kracht. De Kracht ‘bewoont’ die ietsen, dingen of mensen of wat ook.
Op een of andere manier weten machthebbers perfect dat ze hun macht ontlenen (putten) uit een oorspronkelijk Krachtveld. In feite is dat juist, maar ze perverteren die Kracht, eigenen zich die toe en claimen een plaats als plaatsvervanger, als iemand met een ‘goddelijke’ missie, als iemand met een hotline op pipeline rechtstreeks verbonden.
In feite is ook dát juist omdat alles en iedereen rechtstreeks in dit krachtveld staat en eruit put. Maar machthebbers claimen een geprivilegiëerde positie en monopoliseren die. Alles moet langs hen passeren en zij zijn de uitdelers, in volle willekeur, van  elke vorm van energie. Ze wanen zichzelf de bron.
Wat is hier in ’t groot aan de hand, wat er zich wellicht in ’t klein binnen in ons afspeelt? Spiegeltje, spiegeltje...
Er bestaat een spelletje: Zoek de zeven verschillen, of, zoek de fout. Leuk!

Op zichzelf is er niets mis met macht, zolang ze bewust is dat ze uit de Krachtbron ontstaat. Ieder van ons kan putten uit die onuitputtelijke bron. En dat doen we ook.  Maar de kwestie is wat we eruit putten. Bedoeling is om mee te stromen met de oorspronkelijke bedoeling van de bron: de energie te vermenigvuldigen, zelf te handelen naar ‘het beeld en gelijkenis’
Dit uitstorten van die oer-Geest is onvoorwaardelijke liefde. Alle ietsen dragen dit merkteken.
Weet je, het loopt fout als de ietsen zich die macht toeëigenen, als ze gaan doen alsof zij de uitvinder zijn van die macht. Als macht zich gaat hechten aan ego. Het ego kan bol staan van macht. Ego ontstaat precies als macht ontkoppeld wordt van Kracht.

Ego is niet hetzelfde als individualiteit. Alle ietsen hebben een individualiteit. Het woord duidt precies hun zijnswijze aan: een vorm die anders is dan andere vormen. Ego duidt op de moedwillige afgescheidenheid, op de keuze om niet meer in verbinding te willen staan. Het staat erop om puur op zichzelf te staan zonder verbondenheid. Individualiteit zegt gewoon iets over de vorm die zich onderscheidt van andere vormen.
Kracht is de basis, het wezen van het grote geheel. Scheppende, stromende, zich mededelende Kracht. Ego doet de stroom stollen in de waan van bezit, in de illusie ‘ik ben machtig’. Het houdt de macht vast. Gevolg immers van de onvoorwaardelijke liefde die de Geest van de Kracht uitstort is de mogelijkheid van de mens om vrij te kiezen wat hij met die Kracht doet.
Het is een vrije keuze om buiten de eenheid te gaan staan, zich af te zonderen. Alsof dit mogelijk zou zijn! Niets of niemand kan buiten het Al leven, maar men kan wel denken een wereld op zichzelf te zijn. Dat is ego.
Dat is precies het drama van machthebbers: zichzelf zo bijzonder achten, zo
uit-zonderlijk dat men buiten alles gaat staan. Maar het kan en het is ieders vrije keuze!
Dit soort macht breekt de eenheid, versplintert Kracht, spuit mist, verduistert de Bron.
Deze tijd is ziek i.v.m. macht. Opzienbarend ziek. Doodziek.
Men weet niet meer hoe met macht om te gaan. Macht staat niet meer in verband met mens en natuur. Onbeschaamdheid is in haar plaats gekomen. Ze verhullen ze niet eens meer. Verkiezingen worden schaamteloos vervalst. Tegen democratische beslissingen in stellen ze hun eenzijdige totalitaire veto. Hun zuchtigheid naar bezit is  pathologisch. Miljoenen mensen worden om geldgewin de dood in gejaagd, geschoten, gebombardeerd, gefolterd, verraden. Ik walg wanneer ze stereotiep hun speech afsluiten met ‘God bless...’ Bestaat er een ergere blasfemie?  En erger dan erg wordt deze hypocrisie door de ‘bondgenoten’ breedlachend vanop politieke  tribunes ondersteund. De media draven geilend met die troep mee. Politici lopen ongegeneerd hun bolle ego achterna. Massa’s mensen worden in kampen gedumpt, systematisch uitgehongerd, terwijl hun land wordt leeggeroofd en de  economische groot-belangen sacrosankt verdedigd. God bless...

Gepommadeerd in hun Armani-kostuums paraderen ze grotesk, of in hun staatsiekleren van tijden geleden, middeleeuws, in paleizen van vroegere glorieuze tijden, toen al gebouwd  met het bloed en de onderdrukking van hun slaven. Shame!
Waar zijn de enkelingen die opstaan om deze rottende plekken in onze ‘beschaving’ aan te wijzen? Wenen, hete tranen vanbinnen en in mijn ziel.

Stroming of afdamming

Laten we samenvatten.
Kracht is een altijd stromende energie. Onuitputtelijk, voortdurend aanwezig, voor iedereen bereikbaar. Er is geen begin aan en geen einde. Ze is nu, eeuwig jong. Ze is naamloos en vormloos. Maar ze beschikt over alle namen en alle vormen. Ze popelt om tot vorm te worden gemaakt. Daarom is volop leven helemaal in haar geest en stroming. En wij, mensen, kunnen dat doen!
Voortdurend nodigt ze uit om uit haar te putten. Ze stuwt en pulseert in alles om te leven, om dát te zijn waarin elke vorm echt vorm kan zijn, een individualiteit.
Kracht kent geen angst, al is angst één van de oneindige aspekten van kracht Maar het is haar wezen niet. Het is één van haar mogelijke fenomenen. Angst kan soms haar specifieke zin hebben, zoals trouwens elke vorm.

Kracht heeft veel namen, maar – je weet wel – ze is naamloos. Elke naam wijst wel naar haar, maar kan haar niet omvatten: God, Veld, Vader, Leven, Geest, Al, Tao, Niets, Prana... Kracht kent noch tijd noch oriëntatie (noords, zuiders, oosters, westers).
Kracht is ongelooflijk tolerant, omdat alles wat uit haar ontstaat familie is van elkaar, broer en zus, vader en moeder, tweeling, meerling...Verwant. Alles is ontstaan uit één en dezelfde bron: ziek of gezond, blank of zwart, man of vrouw, oosters of westers, islaams of christen, Israël of Palestina, Bush of Bin...

Als Kracht een vorm aanneemt wordt het Macht.
Elke vorm ontleent haar energie aan die oorspronkelijke stroom, maar damt die ook af, stolt ze enigzins in welk soort iets ook : in een gedachte, een gedicht, een systeem, een waan, een gebeurtenis, een relatie, een design, een oorlog, een vriendenconflict, een verwondering, een kippenei, een godsdienst, een stoomtrein, een tgv, een pissebloem, een orchidee, een blackberry.. allemaal gestolde energie die haar eigen specifieke energiefrequentie doet verder zinderen. Laag of hoog, juichend of mat, verziekend of gezonderd...

Macht ligt helemaal in de lijn van Kracht. Ze laat het op vraag en moeite en creativiteit ontstaan uit Kracht. Als goede observator heb je natuurlijk meteen al gemerkt dat macht begint te perverteren als ze niet meer in de lijn ligt van de oorspronkelijke Bron nl. te stromen. Als macht zich gaat indammen en afdammen, en alle ontleende energie voor zich gaat houden, dus niet meer deelt,  dan wordt ze onvruchtbaar en vernietigend.
Eigenlijk wordt macht dan illusie. Er is alleen nog een zelfgeschapen waanbeeld. Macht perverteert dan naar uitbuiting: men staat niet in verbinding met de oer-werkelijkheid.
Daarom  hebben machthebbers onderdanen nodig. Ze teren op de energie van de onderdanen omdat ze niet meer aangesloten zijn op de Oerbron. Men weet m.a.w. niet meer hoe het werkt die werkelijkheid en eigent zich een werking toe. Men is verward. Dat werkt uiteraard verlammend en vertragend voor de stroming, voor de ontwikkeling, vooral de eigen ontwikkeling. Men is ook niet meer bevruchtend voor zijn omgeving.
Een erg lepe truuk van machthebbers is dan ook aan hun ‘onderdanen’ de verzekering te geven dat ze wel rechtstreeks in contact staan met de Oerbron. Dat is hun leugen. De voorbeelden liggen voor ’t rapen.
Maar,
ook ieder van ons, ik en jij, doen dat. In ons gewone leventje willen we het eigen grote of kleine gelijk. We halen dan allerlei machtspeeltjes boven – ouwe koeien, boekenwijsheid, diploma’s, vermeende wijsheid, wetenschap, kennis, moraal, esoterie, oordelen of wat ook, uit onze doos van Pandora. We hebben zo ons eigen arsenaal van zogezegde oerbronnetjes... En wellicht is dat onze scholing om die maneuvertjes in ons in de mot te krijgen.

Bij de start van NULPUNT  -  weet je nog? – wees ik erop en nodigde ik je uit om tegenover elk systeem kritisch te zijn, tegenover jouw eigen systemen en tegenover de mijne. Blijf dit doen, onafgebroken, in alle vriendelijkheid.

Altijd -  juichend, vitaal, gedurfd, vormgevend, kwetsbaar en gekwetst vormgeworden, volop levend op het scherp van het mes – je telkens opnieuw refereren naar de Oerbron, hoe je die persoonlijk ook noemen wil.
En leer van de Kracht dat ze onnoemelijk tolerant is. Of heet dat mildheid?

Altijd opnieuw sluit ze ons in haar armen, herdoopt ze ons in haar zee van levengevend water, doorzindert ze ons van nieuwe energie.


up naar boven


Terug