MAANDBRIEF: Maart 2008                                  Print

NABIJHEID

Kortbij

In het vorige hoofdstukje schreven we over de bijzondere positie van tijd in ons leven. Hopelijk kwam je tot het inzicht dat jij jouw tijd liet ontstaan uit die eindeloze voorraad tijd. Tijd zat.
Dat ligt in het vermogen van ieder van ons. Tenminste als je je vrij kan maken van de zgn. objectieve tijd. Die draait jouw vermogen de nek om. Die maakt van eindeloze tijd maar een klein eindje, een stompje tijd, doet je niet verder kijken dan je neus lang is. De mallemolen tijd. 

‘Alleen nu is eeuwig’, schreven we.
Objectieve tijd vervreemdt ons van dingen en mensen. Ze schept een afstand. Ik moet telkens de kloof of het kloofje overbruggen van mij naar jou, of van mij naar dit of dat. Dat vraagt tijd. Maak de proef maar eens. Het feit dat ik iemand anders ben dan jij, roept hoe dan ook afstand op en dat drukken we uit in tijd.
‘Het heeft een tijdje geduurd vooraleer ik je leerde kennen.’

‘Alleen nu is eeuwig’ kan de indruk wekken dat eeuwig heel oud is. We staan wat onwennig tegenover eeuwig. We weten niet wat eeuwig is, omdat we ons dat weer kwantitatief voorstellen. Soms zien we dat even anders, bv. ‘Het is precies of ik je al een eeuwigheid ken!’ Dan drukken we een gevoel uit van betrokkenheid, verbondenheid, verwantschap. Dat heeft niets te maken met objectieve tijd. De ander, de andere is kortbij. Tijd ( ‘ik ken je precies al een eeuwigheid’) wordt dan omgezet in een innerlijke ‘afstand’, die geen verwijdering betekent, maar een toenadering, een kortbij-zijn, een kennen van binnenuit. Binnenin is de tijd dus anders dan buitenuit. Nu is eeuwig jong. Nu wordt nooit oud. Oud-nu is verleden.

Het eeuwige Nu, hier en nu, heeft de bijzondere kwaliteit om alles kortbij te brengen. Het stopt met alles op een tijdslijn te plaatsen. Verleden en toekomst zijn per definitie vervreemdend. Ik heb niet alle gegevens meer van toen en dan in handen. Ons geheugen en fantasie vertonen gaten: ze laten gegevens weg en brouwen er andere bij. Alleen het Nu stelt alles onmiddellijk, kortbij, vlakbij.

Schepping – uit de tijdloosheid, uit het Niets – dingen doen vallen in de tijd, is paradoxaal een ongelooflijke kans tot kortbij, tot beleven en inleven, tot intimiteit. Het is het verbluffende spel tot contact. Weliswaar in al zijn vormen:
nabijheid, conflict, vervreemding, éénwording, ruzie, verzoening, liefde, haat...
Op en in deze wereld komen is dus geen afdalen in een tranendal, maar een dartelen op een toverweide. Het is geen vloek maar een resem kansen.

Door te incarneren wordt het mogelijk aan te raken en aangeraakt te worden. Dat is een wonder gebeuren. Blijkbaar is dit een ervaring waarvoor we eerst uit de eenheid moeten stappen (de zoon die uit het Vaderhuis weggaat). Er ontstaat dus een vervreemding, zelfs de herinnering aan de eenheid-ooit wordt versluierd. Er ontstaat onontkoombaar individualiteit. Al loopt zelfs dat niet van een leien dakje: ontsnappen uit de symbiose. Maar gaandeweg lukt het me om me te positioneren tegenover, afgescheiden van elk ander. Ik word ik. Dat lijkt wel met een soort pijn  samen te gaan, een gevoel van verscheurdheid. Maar het is desondanks de moeite waard. Het schijnt dat engelen ons deze ervaring benijden: zelf, vanuit eigen geïndividualiseerd bewustzijn, vanuit vrijheid en vrije keuze, contact te kunnen leggen. Contacten, menigvuldige, eindeloze, volkomen zelfaangegaan, aangedurfd, vormgegeven. Telkens een zeer specifieke, unieke vormgeving. Deze persoonlijke creaties kunnen een bijdrage zijn aan de brede vernieuwende stroom van de Geest-in-actie. Mijn bijdrage, hoe miniem ook, verandert de loop en de inhoud van deze Stroom.

Mijn bijdrage(n) verander(en)t de blauwdruk van het oorspronkelijke scheppingsplan. Dat is de enorme liefdesruimte van de Oerbron. Zoals ouders een oorspronkelijke blauwdruk meegeven aan hun kinderen door en langs hun genen, én hun verwachtingen, én de opvoeding enz., laten ze, als het wijze ouders zijn, die kinderen hun eigen bijdrage leveren, hun eigen ruimte uitbouwen, hun eigen stempel drukken, hun eigen weg gaan en leven leven. Dat is liefde.

Het is precies in ons contact met al het geschapene dat ons nieuw bewustzijn kan groeien. Het is dan ook een enorme misvatting om het ‘aardse’ te misprijzen en te prediken dat enkel het hemelse ons heil zou zijn.

Tegenspraak?

Hebben we ons dan niet in een contradictie, in een tegenspraak gewurmd?
Immers, contact doet ons toch echt in de tijd vallen, terwijl je me hoort pleiten voor tijdloosheid, vormloosheid, Nu?  Contact introduceert precies tijd en vorm.
Nou, dat is exact juist, nagel op de kop.
Maar het is geen tegenspraak.
Het is precies ons deelgenoot-zijn in de Geest-in-actie. Het is meedoen met de uitstorting, ze gestalte geven.. Deze enorme stroom van energie verlangt naar vorm, naar openbaring, en vraagt medewerkers, vormgevers om dit in reële gestalten om te zetten.

We moeten niet terug naar iets, een eenheid, een aardsparadijselijke vroegere werkelijkheid, waaruit we zouden gevallen zijn. Integendeel: we zijn uitgenodigd op een superfeest van creativiteit. Maar soms lopen feestjes fout door foute mensen met foute keuzes. Dat gebeurt, maar het mist zijn doel. Oerbronnen van energie, ja...maar ze zouden onvruchtbaar zijn, niet borrelen, niet spetterend opspuiten en niet stromen, als wij daar als vrijwilligers niet aan zouden meewerken. We zijn nodig.
Voltooi het! , is de roep, ‘sta op! Openbaar het, haal alles te voorschijn, geef alles een aanschijn! Laat het leven. Vermenigvuldig het!’.

Och, we weten het wel: het kan alle kanten uit, de kanten van onze vrije keuze. Onze contacten schuren soms grof tegen kanten, zijn soms gepolijste vlakken, wringen tegen, voelen af en toe teder en zacht. Heel ons leven is een zoeken en aftasten tot het goed voelt. Voltooien is een moeilijk kunststuk. We weten nauwelijks dat we designers zijn. We moeten de stiel nog leren, het spel van raken en geraakt worden. We zijn tegelijkertijd beeldhouwer en de harde steen die we houwen, zelf componist en de nog ongeordende klanken in ons, zelf schilder en we weten niet eens hoe we kleuren moeten mengen. En toch...
Voltooi het!

Nabijheid

Door in de tijd te stappen, in de vormen, in het Nu kunnen we alles nabij zijn. Ik hoef maar aan te raken. Al mijn zintuigen staan me ter beschikking, veel meer dan we gewoonlijk benoemen en gebruiken. Niet enkel dus de vijf uiterlijke , maar ook de innerlijke en de vele combinaties van beide. We zijn ongelooflijk geëquipeerd. Het is niet zo dat ik aanraak, maar alles raakt mij, doordringt me, stoot me aan, botst met me, ziet me, kijkt me aan, aait en streelt me, kwetst me, verwondert en ontgoochelt me, doorzindert, zingt en rouwt in me. Hier en nu gebeurt het, gebeuren ze, de dingen en de mensen en alles wat plots benoembaar wordt en naam krijgt. Ze worden in mij geboren. Ik geef ze kleur, klank en geur. Ik laat ze door mijn handen gaan, door mijn gedachten, door mijn ziel... en raak hun ziel, geef ze hun unieke aanschijn. Ik laat ze oplichten en zij lichten mij op. Ik deel met hen licht en donker. Ik boetseer ze en zij vormen mij.
Als je wilt kunnen we dat samen doen, alle mensen samen.

‘Voltooi me!’ , zeggen we tegen elkaar.
‘Sier me, versier me! Laat me bestaan!’

En Het zag dat alles goed is. Het blijft zich uitstorten zonder iets achter te houden, onvoorwaardelijk. Altijd eeuwig uitstorten NU.

Niets is ons zo nabij.

 


up naar boven


Terug