MAANDBRIEF MEI 2008                                 Print

BANG VAN HUN EIGEN SCHADUW

Van start

Lente. Ik zit in de zon, de kersverse zon van dit jaar.
Ver weg roept een koekoek. Die te horen doet deugd.
Plots wordt alles voller. Bomen krijgen blaadjes. Ze verliezen hun magerte, worden kleuren, dikkerdjes die leven uitstralen, energie, enthoesiasme. Wat een verandering! Je kan de stuwing voelen. De natuur heeft haast. Merkwaardig toch dat er nu meer schaduw is, schaduw in alle vormen van alle vormen. Het valt me op dat alle dingen een schaduw werpen: vóór zich, achter zich, rondom naargelang de zon- of lichtinval. Het moest lente worden voor meer schaduw. Het spel van licht en schaduw, onverbrekelijk met elkaar, elkaars ontwerpers, elkaars geliefden, elkaars tegengestelden, uit-één. Alles bestaat uit twee en toch is alles één.

Zou de zomer schrik hebben van de winter?
Vreest licht het donker?
Gaat morgen lopen van gisteren?
Heeft haast angst van rust?

Wat beweegt er in de moderne mens dat hij bang is van zijn eigen schaduw? Lucky Luke schoot sneller dan zijn eigen schaduw, naar het schijnt. Leuke strips, maar wijst het naar de bizarre mogelijkheid van ontdubbeling? ik en mijn schaduw. Liggen we uit elkaar soms en is gespletenheid in deze tijd schering en inslag?

Gepikt verhaaltje

Bruno De Roeck zal het me niet kwalijk nemen dat ik een verhaaltje van hem pik en het kort eigentijds hertaal, hoop ik.

Er was eens een man die zich te pletter werkte. Was het een manager of een gedreven zelfstandige, ik weet het niet. Hij sloofde zich dag en nacht uit. Hij werkte zich de naad uit zijn kleren en zijn ziel uit zijn lijf. Randje depri toen hij besefte dat het zó niet verder kon. Er daagde zowaar een inzicht. ‘Ik ga eraan kapot’, zei hij beslist. Die dag verscheen hij niet op zijn bureel. Niemand verwonderde zich daarover, want onze man was een duizendpoot en zijn blackberry stond vol afspraken, in binnen- en buitenland. Dus...

Hij had dat ding bewust achtergelaten. Hij had nu een ander doel, een andere afspraak: zijn ziel terugvinden. Hij vertrok met niets, tenzij de nadaver van zijn drukke bezigheden. ‘Gewoon stappen, dacht hij, en uitkijken waar mijn ziel te vinden is’. Hij stapte een volle dag en volle nacht, maar hij zag niets behalve schimmen van zijn bedrijf en ingetikte afspraken op de harde schijf van zijn geheugen. Binnen stormde het, stuwde het, wriemelde het in golven op en neer. Onrust troef. Hij stapte een week lang en kreeg het gevoel dat hij aan een queeste was begonnen, een pelgrimage. Hij had weinig of niets gegeten en voelde zich op. ‘Uitgepat en afgemut’, grapte hij, legde zich aan de kant van een bos en viel als een blok in slaap. Zelfs in zijn dromen golfde een onstuimige zee.

Maar hij sliep, sliep dóór alles heen, misschien wel dagen lang. Toen hij wakker werd was hij de tel kwiijt. Hij wreef zijn ogen uit, geeuwde als een open schuurdeur en keek rondom zich als een vreemde in een onbekend land. Hij oriënteerde zich wat, want hij wist bij Zeus niet waar hij was. En terwijl hij zo keek, bespeurde hij een heel eind achter zich een silhouet, dat hem bekend en toch vreemd voorkwam. Hij keek eerst wat nieuwsgierig en toen van langsom meer met aandacht en uiteindelijk vol verlangen.
Hijgend kwam zijn ziel hem achternagelopen. Met een brede glimlach vol zelfhumor zag hij in dat hij al die tijd zijn ziel voorbijgelopen was. Ze omhelsden elkaar, innig, één. Ze bloosden. Niemand die het zag, behalve een eekhoorntje dat precies zat te bidden met zijn knaagtandjes op een eikel.

De druk van drukte

Een goede vriend zei me eens zuchtend: ‘Later, als ik dood zal zijn, zullen ze op mijn graf zeker geen zerk leggen, maar mijn doodzware agenda. Ik zal er niet onderuit kunnen.’ Waarom zijn we verslaafd aan drukte? Alle dagen moeten vol zitten. We hollen van de ene activiteit naar de andere. Eén avond niets, is een ramp. We schuiven de schuld naar het werk en het arbeidsritme. Of naar onze sociale verplichtingen en bijscholingen, naar onze  sport- en bewegingsnoodzaak. We voorzien drukke citytrips en avontuurlijke reizen om het gewone leven te overleven. We willen de saaiheid van ons bestaan overstemmen, het dagelijkse menu overgieten met een pikante saus. Er zijn veel soorten saus. Er zijn natuurlijk nog veel andere oorzaken waarom we doen wat we doen, maar waarom doen we druk? Omdat het in is, chique staat zoals een 4x4 ? Wie het niet druk heeft is een loser. Dus ontstaat er al druk om niet bij de losers te belanden. Bijblijven dus, erbij blijven. De vraag is: Waar wil je bijhoren? bij welke populatie, élite, massa, trendsetters?

Er gaat een druk uit van drukte. Blijkbaar leven we in een tijd waarin drukte een trendsetter is. Druk is mode. Maar mode is een uitdrukking van een onderliggende behoefte. Ze brengt iets in de openbaarheid wat tot dan toe sluimerde, taboe was, onbewust-ondergedoken leefde en zich opstapelde. (Denk maar aan de lang onderdrukte vrouwelijke vormen. Die mogen nu, worden geëtaleerd, zijn mode. Of aan de saaie kleurloze mannenkleren vroeger die zich nu mogen transformeren in kleurige kledij.)

Druk ontstaat altijd wanneer iets lange tijd, té lang, onderdrukt is geweest en nu, als stuwend water, zijn doorbrekende weg zoekt. Druk heeft dus zin. We hebben daarom misschien zin in druk, omdat ze een doorbraak kan betekenen. Druk evolueert naar steeds meer druk, onhoudbare druk. De stuwing wordt alsmaar groter. Precies hierin zit de kick. Er zit iets obsessioneels in. Zoveel zin, zoveel goesting, zoveel passie, zoveel drang...tot de weerstand, de d   am, breekt, en er een nieuw landschap, nieuwe gewoontes, nieuw leven open liggen.

Twee voorbeelden.

Het leven bestaat uiteraard uit druk. Anders zou het dood zijn en rotten in onbeweeglijkheid. Maar bang zijn van de eigen schaduw  is in wezen bang zijn van wat er door die druk teweeg wordt gebracht. Het is doen alsof de zon of elke andere lichtbron altijd en constant knal boven je blijft staan en dus de schaduw alleen onder jouw voetzolen zit... en je ze daar krampachtig onder drukt. Het leven – zon en licht – werpen hun schaduwen naargelang hun stand, soms kort, soms erg lang. Wat de moderne mens nu doet is zichzelf onafgebroken vlak onder de zon plaatsen. Hij wil niet anders, hij wil niet fundamenteel bewegen, hij wil geen schaduwen. Dat is vragen om te verbranden.

Horizontaal en vertikaal

Druk komt tot uiting in twee richtingen: horizontaal en vertikaal (links-rechts en hoog-diep). Lange tijd (verleden tijd eigenlijk) hebben we geleefd in een sfeer van vertikale druk. De piramidale machtsstructuur illustreert dit het best. Ik ben met m’n gezin enkele keren op vakantie geweest in Midden-Italië. We zaten daar in een dorpje dat gebouwd was op een heuvel: Labro. Merkwaardig hoe dit dorpje gebouwd is. Op de top staat een (vroeger) bisschoppelijk paleis en de dorpskerk. Een laag lager staan de statige patriciërshuizen. Nog een ring lager leefden de middenstanders en ambachtslui. Er is een aparte dorpsingang, een grote slotpoort, bovenaan en een andere onderaan. Buiten het dorp, als een gordel tegen de flanken, stonden de arme huisjes van arbeiders en boeren.
Die stijl vind je in alle gemeenschappen met een uitgsproken hiërarchische structuur, centripetaal. Alles gaat uit van een kern (die hoger ligt) en alles zuigt ze naar zich toe.  Van dit toppunt gaan magische krachten uit. Heel dikwijls gebruiken deze machtshebbers religie als magisch middel. Hoe verder van de top of kern des te afhankelijker. In moderne middens is die kern economische macht geworden. In feite eenzelfde magisch denken. De nieuwe pausen zijn de economische grootmachten. De magie wordt dan onderhouden door megamedia. De god-is-dood gedachte werd vervangen door een nieuw levende welvaartsidee. De beloofde hemel is nu de onuitputtelijke welvaart.

Op dit punt begon de vertikale druk te verschuiven naar een horizontale. Althans zo leek het toch. Maar in feite gingen de mensen nu offeren aan de nieuwe macht: de economie (die zich sterk verpolitiseerde). Het werd een mix van beide. Zie maar naar G.Bush en Poetin in een verwesterde wereld, en de Khomeinis en de Islam in het Oosten. De materie werd de nieuwe god (petroleum, gronsstoffen...). Zoals de franse koningen zich gedroegen als ‘roi soleil’, zo zijn de nieuwe machtshebbers verzot op praal en kanonnengebulder. Democratie vals verpakt in een pure vertikale structuur.

In die val zijn we allen massaal getrapt. De betovering van de materie. God van zijn voetstuk, de materie op een gouden sokkel. Maar, zoals we hoger hebben aangeduid, alles werpt zijn schaduw. Ik hoef niet uitvoerig te beschrijven hoe donker de wolken zich samenpakken. Eigenlijk verwachten we een knal van een onweer, maar we doen alsof het ons niet kan deren! De bliksem zal elders wel inslaan. Het dondert ondertussen wel al: wereldwijd oorlogen, verbeten godsdiensttegenstellingen, massale onderdrukking en uitbuiting van bepaalde volkeren, toenemende discriminatie, misbruik van vrouwen en kinderen, mondiale milieuproblematiek, schaamteloosheid van frauduleuze politieke leiders, dreigend voedseltekort. Hoor je het knetteren? En, lieve mensen, het zal niet overwaaien als we het signaal van de achterliggende druk niet willen zien, de signalen niet weten te decoderen.

Een nieuw evenwicht

De derde beweging is de kanteling naar een nieuwe vertikale energie, of liever een harmonisering van de horizontale energieën en een ander soort magie van een vertikale werkelijkheid. Niet meer het magische denken van vroeger, waarin we ons naïef afhankelijk verklaarden van hogere machten. Wel de magie van verwondering, ziende het onzienbare. We hebben ons blindgestaard op het ‘platland of vlakland’ (N.Cuvelier, K.Wilber). Materiële rijkdom, technologisch topkunnen, ongebreidelde wetenschap, waren de nieuwe goden. Heerlijke vindingen, magnifieke verwezenlijkingen, dat wel! Terecht hebben we ons eraan gelaafd, ervan genoten. We voelden onszelf als goden. En dat zijn we ook... halfgoden, omdat we niet eens de helft van de waarheid meer zien. We hebben overmoedig het godenkind met het badwater weggekieperd. Dus snijden we ons af van de nieuwe toekomst. Die toekomst wordt ons kenbaar gemaakt door de schaduwen die al dat ontdekte vlakland wierp. Telkens opnieuw is dat de grote verleiding van een heerlijk ontdekt nieuw land: opgaan in de eenzijdigheid, het definitief willen installeren van een systeem (zie de eerste maandbrief: nov. 2006).

Welke is de taal van de geworpen schaduwen?

Wat willen ze ons zeggen? Welke zijn de vernieuwende krachten die de harmonisatie en kanteling kunnen bewerken tussen horizontaal-vlak en vertikaal-bevruchtend? Alle energieën, door de schaduwen gesignaleerd, zijn niet nieuw. Eeuwenoud zijn ze, als de schepping zelf. Maar ze zijn verwaarloosd, ondergespit, bedolven door vastgeroeste nieuwe systemen. Misschien ook wel weggemoffeld, door ons voorbijgelopen zoals we onze ziel voorbijgelopen zijn. Meer nog: we zijn bang van onze schaduwen want ze confronteren ons met de aspekten van onszelf, die we om godweet welke redenen niet ontwikkeld hebben. Schaduwen hebben altijd iets dreigends. Het is alsof we schrik hebben om niet in het licht te staan, terwijl ze eigenlijk wijzen op aanwezigheid van licht. We zijn geneigd onze schaduwen te controleren, zelf te bepalen hoe en waar licht moet schijnen. We zijn controlefreaks. Daarom zijn we springers, van hier naar daar, ongedurig, om onze schaduwen vóór te zijn. Dat is de ongedurigheid van de moderne mens. Omdat onze moderne maatschappij, wetenschap en godsdienst en technologie en ekonomie en politiek, niet naar hun schaduwen willen kijken, zijn ze volop bezig zich te verbranden.
Het wordt bangelijk warm.

De slagschaduwen signaleren ons een dringend palet noden:


up naar boven


Terug