MAANDBRIEF November 2008                                 Print

ZELFWERKZAAMHEID

Kleine toets

Wat heb je van de vorige maandbrief onthouden? Eén principe slechts: Wat is voor mij, hier en nu, haalbaar? Maar precies dát moet je radicaal doen, in de zin van: met volle overgave. Groeien in staat van bewustzijn. Dat is veel omvattender dan slimmer worden of intelligenter. Deze zijn wel nuttige aspekten van een mens, maar je staat van bewustzijn, dat is jouw totaliteit.

Staat van bewustzijn is als een diamant, oorspronkelijk ruw en later, als je wilt, geslepen met veel fonkelende facetten. Die veelzijdigheid is jouw authentieke aard, jouw oneindige gamma mogelijkheden. Het grondplan van jouw diamant is er altijd geweest. Jij bent de kunstige slijper. Alleen jij  kent en leeft en voert het grondplan uit. Nochtans zullen velen trachten te zeggen hoe jij moet slijpen. Zij doen alsof zij jouw blauwdruk kennen en willen die sturen. Alleen jij kent die. Het is jouw ontwerp.

We schreven dat haalbaarheid een dynamisch wordingsproces is. Plus est en vous. Je kan de grenzen verleggen. Wat gisteren nog niet kon, kan vandaag misschien wel of volgende week of ooit. Staat van bewustzijn wordt gestuurd door hunker, verlangen, een gedrevenheid van hart en ziel. Nicos Kazantzakis noemt het ‘ een meedogenloze Schreeuw’ die ons wakker schudt, ons in de lenden port, ons opvordert naar ‘wat daarachter ligt’. ‘Hoe moeten we dat doen?’, roepen we dan, ‘wij kunnen dat niet...!’ Er is maar één antwoord: leven. Zelf durven leven. Het leven doen, met vallen en opstaan. Durven het leven doen vanuit jouw staat van bewustzijn, hoe klein of hoe onvolgroeid die ook nog mag zijn. Die kan maar bewuster worden door te ervaren. Slijp jouw facetten! Do it yourself!. Het leven is de grootste doe-het-zelf zaak ter wereld en in de kosmos. Alleen door te klussen en te bricoleren worden we vaardig. Staat van bewustzijn vraagt uitdrukkelijk zelf-werkzaamheid.

Werk-zaamheid

Het staat al heel vroeg in het duidingsverhaal, wat we de Bijbel noemen, dat we hier op deze aarde zijn om te werken. ‘Je zal in zweet jouw brood verdienen’. Er moet dus gewerkt worden. De tegenstelling tussen het dolce far niente in het paradijs en het gewroet en geploeter op deze aarde kon niet beter uitgetekend worden. Het zit bijzonder stevig in ons collectieve bewustzijn verankerd dat we uit de luxe verbannen zijn en de domme fout van ‘de eerste mensen’ eeuwig moeten uitzweten. Van harmonie naar chaos. Van zaligheid naar angst. We hebben het verbrod. Fatale blunder.

Iets in me zegt dat dit niet klopt. De liefde zegt me dat. Of ik nu echtgenoot ben, vader, gewezen therapeut: liefde zegt me dat ik mijn vrouw, mijn twee zonen, mijn cliënten niet een hemel moet geven, niet ‘ een rozentuin’ beloven, een paradijs, maar hun vrijheid, ruimte, hun eigen uiterlijke en innerlijke weg. Hun eigen zoekende zelfwerkzaamheid. Het waardevolste geschenk dat we ooit hebben gekregen – een goddelijk geschenk - is de kans om in deze ploeterbak Aarde te mogen leven. Niet in de gouden paradijselijke kooi.Als ik God zou zijn, zijn scheppende almacht en zo meer, en dus allesomvattende liefde en zo meer...dan zou ik de mens – de mensen, allemaal – de ruimte geven om alles te verkennen, tot in haar diepste holletjes en holen. Geen betere plaats dus dan de Aarde.

Ach, God is ook een ploeteraar naast al zijn grandioze kwaliteiten. Het Al is één gedreven, nooit ophoudend gezoek. Opbouw en afbraak. Gelukt mislukt. En opnieuw, opnieuw... Dat is wat ik liefde noem. Liefde is nooit vol. Ze kan nog voller. Liefde is oneindig. Ze zoekt. Kan je aan jouw vrouw of partner, aan jouw kinderen, aan jouw vrienden zeggen: ‘”Kijk, meer liefde krijg je niet. Dat is de hoeveelheid die ik voor jou heb voorzien.’ Nee toch?  Een gestampte overlopende  maat.

Geen betere plaats dus om liefde te leren dan hier. Voor mij is de Aarde niet enkel de aarde, dat kleine rondzwermende planeetje. De Aarde is mijn laboratorium waar ik, samen met anderen en al het andere, werkzaam mag en kan zijn. Het is een heilige plaats, een fantastische plek waar er gewroet en geploeterd mag worden, lukken en mislukken, feesten en rouwen.

Wat hebben we werken toch misprezen! Wat hebben we het versmald tot het uiterlijke materiële kostwinningsgedoe. In feite zijn we zo slaaf geworden van een nostalgie naar een verloren paradijs. We willen kost wat kost, in het zweet van ons aanschijn, de gouden kooi terug. En zo hebben we ons gewurmd in een onmogelijke situatie. We zijn vergeten dat we hier gekomen zijn om zelf een eigen bestemming te bewerken, in vrijheid, in liefde. Dat brengt ons van uiterlijk werk naar innerlijke zelfwerkzaamheid.

Wat is werken?

Moeilijke vraag.
We komen zeker uit een tijd dat werken een vloek was, een straf, tuimelen van de hemel in de hel. Er hangt een heel bruine rand aan werk. Toch is er iets in gans de schepping – ook in de mens – dat altijd in werking is. Deze werking drijft de mens naar werk, dingen doen, bewerken, uitvinden, veranderen,opbouwen en afbreken. We voelen dat, als we een hele tijd niets doen, we ons beginnen te vervelen. Zomaar zitten te niksen kon niet: het was het oorkussen van de duivel. Vooral vrouwen moesten bezige bijen zijn: naaien, kousen stoppen, poetsen... Het was een doel op zich. Het werd aanzien als luiheid als men niets om handen had. Luiheid was één van de hoofdzonden.

Dit toont aan dat een evenwicht tussen werken en niet-werken niet eenvoudig is. Soms is het dus nodig om niet te werken, om te rusten. We vonden andere soorten werk. Denken bijvoorbeeld. Er zijn mensen die hun kost verdienen met te denken. Iets waarbij je niet zweet. Moeilijk misschien en vermoeiend, maar je zweet er niet van. Heel veel ‘modern’ werk bestaat uit denken. Zo bedachten denkers machines die in onze plaats werken en zelfs denken. Ook zij zweten niet. Zelfwerkzame machines. Misschien gebruiken bepaalde mensen het denken wel om niet te hoeven werken. Dat lijkt slim maar uiteindelijk heel leeg en steriel. Benedictus wist dat. Voor de ordebroeders legde hij vast dat bidden, denken en handenarbeid in evenwicht moesten zijn. Ze houdt de mens in een goede balans. Dit evenwicht kunnen we vinden als er naast fysieke arbeid en denkwerk ook innerlijke werkzaamheid is.

Deze is van een gans andere orde. Heel dikwijls een vergeten en verwaarloosde bezigheid. We dweilen, poetsen, koken, tuinieren, ontwerpen bruggen en buildings, vliegen naar Mars...werken ons de naad uit onze kleren, maar onze innerlijke tuin ligt braak, is een troosteloos maanlandschap. De accenten liggen zò uitsluitend op uiterlijke bedrijvigheid. We hebben geen tijd voor die innerlijke wereld, geen interesse. Die is al van vroeg in onze wieg té godsdienstig ingekleurd. Arbeid en denkwerk worden ervaren als maatschappelijk evident. Innerlijke werkzaamheid als privaatzaak. Er is geen ministerie van ‘innerlijke arbeid’, geen bijscholingsfaciliteiten. Braakland. Geen besef hoe men zielengrond moet bewerken, omploegen, bemesten, beplanten en oogsten. Hoe men met de ziel op vakantie moet gaan en waar ik gereedschap kan kopen om er vanbinnen mee aan de slag te gaan. Het grote zwarte gat van onze onbekende ziel.

Men berekent quasi exact de kostprijs van een arbeidsplaats. Er worden enorme politieke pleidooien gehouden om meer mensen aan het werk te krijgen. En dat is goed. Hoeveel zou de kostprijs zijn van een zielenjob? Die kost moeite Misschien zweet je er niet van uiterlijk, maar er valt echt wel te werken binnenin. Een job die alle anderen omvat, inspireert, bezielt. Eigenlijk een droom van een job. Ik heb de indruk dat zielenjobs beschouwd worden als volkomen bijkomstig, overbodig. Werken aan jezelf is vooral bezig zijn met de  look, je zelfbeeld, het ver brengen, met de villa met zwembad en jacuzzi, met socializen, lichamelijke fitheid en het afdweilen van modeshows. Ik gun al deze dingen aan iedereen uit de grond van mijn hart. Toch wil ik zo naïef zijn om de innerlijke werkzaamheid ter sprake te brengen. Ik wil braakland vruchtbaar maken. De Aarde barst dan open zoals een nooitgeziene lente.

ZELF-werkzaamheid

Er is een faze in onze kleutertijd waarin we voortdurend zeggen: ‘Zelf, ikke, zelf doen.’ We willen dan absoluut en met koppigheid alles zelf doen, met stampvoetende gedrevenheid, ook al kunnen we het nog niet. Toch: ikke zelf. Merkwaardig dat we die gezonde groeiende gedrevenheid gaandeweg kwijt geraken. We passen ons in in de sjablonen, de  zo hoort het regels. We worden binnen de lijntjes lopers. Er wordt ons een schrik aangepraat voor het zelf. Zelf wordt ondergraven als onbetrouwbaar, een auto zonder besturing. We verkopen onze ziel aan vreemden. Die nemen de leiding over. Ze maken van onze ziel een luiwammes en laten haar ondersneeuwen onder een lawine van uiterlijkheden. Zo gaan we dan zeggen dat zoiets als een ziel niet bestaat. Een ziel is voor watjes. Al ooit een ziel gezien? Wel dus: forget it. Er zijn belangrijkere en interessantere dingen in het leven...parachutespringen, exotische reizen, racen, rafting...Ik vraag me dan altijd af: komen die dan in die dingen nooit hun ziel tegen, die onverwachte zeediepe ervaring, het hart dat opspringt voor zichtbare mysteries, in de wijdsheid van een verbluffend landschap, in de armoede-ogen van een Afrikaanse vrouw, in de achtergelaten woestijn van een oorlog? Beseffen ze wel dat hun reislust, sportlust de gedrevenheid is van hun ziel? Hun ziel wil met ze praten, zich aan hen kenbaar maken. Hun zelf dat zich in al die dingen spiegelt? Dit willen zien, willen ervaren, willen eigenmaken, in ja, ook de kleinste alledaagse dingen is zelf-werkzaamheid.

Meer dan ooit heeft de mens de middelen en de ontwikkeling om zich te bevrijden van men, van de geëigende methoden, de gangbare paden die helaas afgesloft zijn. Mogelijkheden te over om de ziel te zien. Onthul ze, leg ze bloot, laat ze stralen. De ziel, het zelf van ieder en alles. En vooral van jezelf. En hoe alles in verbinding staat in dat enorme netwerk. Op één dag krijgen we duizende sms-jes van alles rondom ons, op elk moment.

Zelfwerkzaamheid is alertheid. Het is niet waar dat het in de ziel allemaal zen is, peis en vree. Het kolkt er. Er is levendig gewriemel zoals in gans de schepping. Wie vindt dat het in de ziel unisono is, eentonig en saai, heeft nog nooit de eigen ziel ervaren, gehoord, gesmaakt. Precies de ziel is het grandioos uitgeruste instrument om alles wat in en rondom ons gebeurt op  te vangen. Het heeft oneindige reeksen sensoren. Ongelooflijk gevoelig en intelligent. Maar meestal is ons bedrijf buiten werking. We kennen de knowhow niet meer, we kennen de gebruiksaanwijzing niet omdat we ons laten afleiden, weg van de ziel. Bij zelfwerkzaamheid schakelen we gaandeweg meer afdelingen van ons totale bedrijf in werking. Door onderscheidingsvermogen gaan we weten wat belangrijk is voor verdere groei van staat van bewustzijn. Wat hoofdzaak is en wat bijzaak. Wat hoort tot mijn zelf en wat vreemd is. Ik word weer aangeschakeld op de drijfkracht, die de geest van alles is. Ik krijgt weer zicht op de kern, het wezenlijke van de dingen. Ik kijk weer met het hart. Wat in mijn ziel gonst van bedrijvigheid wordt gefilterd en gezuiverd en vruchtbaar gemaakt. Ik ben bereid om te leren: het voortdurende besef leerling te zijn in een eeuwige leerschool. Een school zonder angst om te falen. Waar ik talloze keren kan herbeginnen totdat ik ken, totdat ik weet, totdat ik kan.

Ik zie mijn zoontje nog, toen voor het eerst zelf rijden op zijn kleine fietsje. ‘Kijk papa, ik kan het zelf!’ Hoeveel rondjes had ik al met hem gelopen terwijl ik hem veilig vasthield aan het zadel. Hoeveel keren niet gezegd: ‘Stuur vasthouden, vòòr je kijken...’. Tot het triomfantelijke: ‘Kijk, papa, zelf!’.

Zelfwerkzaamheid is die keten van schakels van inzichten in eigen kunnen. Alleen te vinden als je zelf werkt.
Vraag me niet: Hoe moet ik dat doen?’
Ga naar jouw ziel en vraag gereedschap om te werken.
‘Jamaar, waar is mijn ziel?’

O, weet je dat niet? Zoek dan tot je ze vindt: onder de herfstblaren, in een boek, in het winterkoninkje, in de dwalende mist, in jouw kofferbak... Jouw ziel wil gevonden worden, laat zich vinden. Zoals je een geliefde zoekt: met passie en gedrevenheid.

up naar boven


Terug