MAANDBRIEF September 2008                                 Print

MEDEDOGEN en VERZOENING

Op spoor

In de vorige maandbrief schreven we hoe het hartbewustzijn een nieuwe periode inluidt. Het is een keerpunt.  Zowel naar boven: ons verstand, als naar beneden: ons emotionele veld. Het hart harmoniëert binnen en buiten. Inkeer en uitkeer. Zoals onze ademhaling. Aanname en afname. In deze herhaalde beweging is het hart het ‘zusammen’, het ontmoetingspunt in het transformatieproces. Het hart is als de naaf van het wiel. In de naaf worden beweging en rust volkomen één.
In de vorige periode (die in feite ‘voorbijgaand’ is) zaten we vast in de worsteling van altijd twee. We lagen uit elkaar, stuksgewijs. Verstrikt in ons denken óf chaotisch in onze emoties. We hadden er een gigantische klus aan om door die oerwouden onze weg te vinden. Ontmoedigend soms omdat we telkens opnieuw verloren liepen. Uitputtend ook omdat we altijd weer voor dezelfde onopgeloste problemen stonden. Sisyphus-arbeid.
We droegen het hart niet op de juiste wijze. Het had geen plaats, behalve als pompspier. Rondom stapelden we gecondenseerde angst. Daardoor hebben we het ervaren als centrum van onze zorgen, pijnen, ontgoochelingen... Het stikte. Nu kunnen we ons terug bevrijden. We kunnen weer ons eigen diepste leven ontdekken, ons ontdoen van lagen en lagen illusies.We kunnen weer zijn naar onze eigenlijke eigenheid. Tot nu toe waren we ‘mens’. Vanaf nu hernemen we weer onze goddelijkheid.

Een radicale taal

We moeten voor deze nieuwe tijd een nieuwe taal leren. Het is een radicale taal. Dat klinkt absurd want we hebben het hart al te vlot herleid tot zoetsapperigheid. Hartjes in boomschors, suikerhartjes, peperkoeken harten... alles liefst in het roze. Maar dat is niet de taal van hart. Dat is verloedering en verweking.
Radicaal komt van het latijnse woord radix, wortel, kern. Tot in de diepte dus. Tot op het bot. Tot op de bodem. Niet half, niet lauw, maar rauw.
Waarin wil het hart radicaal zijn?
Het wil alles tot in zijn eigenlijke werkelijkheid erkennen. Alles zoals het eigenlijk is.
Hoe kunnen we dat? door te kijken en nog eens te kijken. Telkens opnieuw kijken tot er geen enkel vooroordeel  meer in de weg staat. In het latijn hebben ze daar een mooi woord voor: respicere.
‘Spicere’ betekent aandachtig kijken. Misschien komt ons nederlandse ‘spieken’ daar wel van. Woorden als spektakel, spectrum, spiegel (speculum) hebben allemaal die verwante stam. In respicere hebben ze daar nog het voorvoegsel re- aan toegevoegd. Het duidt nog eens op herhaling, het beklemtoont de noodzaak van repetitie.
Dat is de eigenlijke betekenis van respekt: zolang kijken met het hart tot het eigenlijke van het geziene helemaal oplicht er niets meer overschiet van mijn bestaande vooroordelen.

  1. Respect voor wie?
  2. Voor het Wezen dat mij al die vruchten en bladeren laat plukken.
  3. Wie is dat Wezen?

Hij dacht even na en zei:
-    Het is de ziel van de bergen.
Hoog in de boom dacht ik na over zijn woorden en ik probeerde me voor te stellen hoe de ziel van de berg eruit zou kunnen zien. Het was moeilijk om je een ziel voor te stellen, dus in plaats daarvan dacht ik aan de stenen, de vruchten en de rivieren die ik had gezien tijdens de wandeling die we gemaakt hadden toen we hier pas waren.

Liu Hong. Droomkruid. Van Holkema en Warrendorf, 2006, p.47

De eerste vereiste voor de hartbewustzijnstaal is dus respekt. Het mankeert ons aan respect.
We kijken naar onszelf, naar de andere mensen, naar de dieren en de planten, naar de vier elementen, naar alles wat bestaat en volgens sommige niet bestaat, met onze overwoekerde onklaargemaakte zintuigen. Wij spijkeren alles vast, spelden alles gelabeld in kastjes, zoals we bij een collectie vlinders of kevers doen. En alles is door ons kijken even dood als die vlinders, bewegingloos, zonder ziel, zonder leven, maar wel benoemd.
Als wij in ons gewone taalgebruik zeggen : ‘Ik heb respekt voor...’, is dat dan met die radicale ingesteldheid van het hart? Kunnen we het langzame geduld opbrengen om eerst te kijken en te herkijken, tot we de ziel van dat andere, die andere zien? Meestal is onze waarneming gebaseerd op geheugen. Dit schept oordelen. We zitten boordevol chips: minieme, middelgrote en kanjers denkbeelden, allemaal opgeslagen ergens daar binnenin, plaats zat. Door respekt maken we ons radicaal leeg en het andere kan dan in zijn volle eigenheid oplichten, in ons komen wonen. We ontwortelen ons geprefabriceerde denken en voelen. Het is net als onkruid wieden in de tuin. Willen we de ziel van het of de andere wel zien, of zitten mijn denkbeelden als vervormende lenzen vóór mijn waarneming? Leegmaken is een radicale keuze.

De tweede vereiste  volgt als vanzelfsprekend uit de eerste nl. als ik het volle respekt heb voor alles, dan krijg ik de ervaring van éénheid met alles. Het veronderstelt dat ik mijn onderscheidenheid met alles niet meer prioritair stel. Niet mijn individu-zijn, mijn persoon-zijn is het belangrijkste maar mijn onverdeeld zijn met alles. Ik hoef mijn ego niet te doden. Door de ingesteldheid van respekt smelt mijn ego als sneeuw voor de zon. Het is eerder een ervaring van bevrijding dan van doodgaan of doodmaken. Het ego versmelt in zijn diepste kern met alles en in zijn fysiek-mentale aspekt vindt het zijn biotoop in de onderscheidenheid.
Dit apart-zijn (a-part= geen deel zijn m.a.w. het diepste wezen is eenheid, niet in parten) niet meer prioritair stellen is wel echt radicaal. Het gaat tot op het bot, want  in ons westerse denken is de verworvenheid van individu en persoon te zijn een heilige zaak. Daar nijpt het schoentje. Het roer omgooien is voor vele westerlingen schijnbaar een onmogelijke opdracht. En toch.

Zo kan vanuit deze grondervaring van eenheid mededogen ontkiemen. Alles en iedereen is voor mij dan spiegel. Al deze spiegelingen zijn me dus niet vreemd. Ik ben die.
In het geschrift ‘Donder. Volmaakte Geest’ (in :Het Evangelie der Waarheid.
Karnak) beschrijft de mystieke auteur al die verschillende facetten die in een mens leven.
      Ik ben de vereerde en de verachte.
      Ik ben de hoer en de heilige.
      Ik ben de vrouw en de maagd.
      Ik ben de moeder en de dochter...
      Iik ben de bruid en de bruidegom...

Niets is mij vreemd. Ik ben dit alles. Ik herken en erken alles als ook levend in mij. En waar ik eerst vanuit mijn vooroordelen over struikelde, zie ik nu als delen van het geheel, als mogelijkheden van het Al.
Mededogen is een soort blijdschap, om deze enorme creativiteit, zowel wat wij goede als wat wij slechte dingen of mensen noemen.
Ik formuleer het gewoonlijk zo: mensen hebben altijd, onbewust of bewust, redenen om te doen wat ze doen, ook al lijken die redenen voor mij soms stupiede redenen.
De consequenties van deze ervaring zijn zeer radicaal. Het betekent onvoorwaardelijke aanvaarding. Nou, nou, gaat daar maar aanstaan.
Ons verstand en onze emoties zijn experts in het produceren van voorwaarden. Zij staan regelrecht tegenover onvoorwaardelijkheid. Onze maatschappij is er op gebouwd. Vele godsdiensten trouwens ook.
In zijn boek ‘De derde Jezus’ illustreert Deepak Chopra dit glashelder. Jezus bracht een boodschap die zó radicaal was dat het blijkbaar onmogelijk is te leven naar zijn leringen.
‘ Wat was de bedoeling van Jezus, als zijn woorden te radicaal zijn om te volgen? Of begrijpen we deze spirituele leraar niet die zo helder, eenvoudig en rechtstreeks lijkt te zijn? Ik denk dat Jezus een volkomen nieuwe kijk op de menselijke aard voor ogen had die onmogelijk te begrijpen is als je zelf niet eerst verandert. Je kunt je hele leven wanhopig proberen een goede christen te zijn zonder erin te slagen precies te doen wat Jezus nadrukkelijk, verlangde.
Hij wilde een wereld inspireren die was wedergeboren in God. Dit visioen is zo ambitieus dat het je de adem beneemt. Het verwijst naar een mystiek rijk, de enige plaats waar de menselijke aard radicaal kan veranderen. Daar kunnen we op zielsniveau ontdekken hoe we onze naasten kunnen liefhebben als  onszelf, daar kunnen we alles opruimen wat in de weg staat en ons verhindert anderen te behandelen zoals wij willen behandeld worden.’
Deepak Chopra. De derde Jezus, Servire, Utrecht/Antwerepen, 2008, p8-9.

Het  is uiterst moeilijk, als we onze evolutie bekijken, om de quantumsprongen te maken die ons leiden naar onvoorwaardelijkheid. Maar we gaan erop vooruit al vraagt elke sprong eonen tijd.
Ooit zijn we begonnen met de primitieve gedragsreflex van het recht van de sterkste.De jungle-regel. Dit lijkt heel oud, maar in onze wereld drijft er nog heel veel op dit principe. We hoeven echt niet ver te zoeken.
Na eeuwen ontsond er een nieuwe overeenkomst, begin van een redelijk evenwicht, maar nog barbaars: een oog voor een oog en een tand voor een tand.  Een stuk rechtvaardiger, lijkt mij. Ook op deze stelregel draaien nog heel wat menselijke, maatschappelijke en godsdienstige praktijken. Maar het was een stap vooruit. Je ziet: we vorderen.
Toen nam de mensheid een grote stap in de ontwikkeling. Op veel plaatsen tegelijkertijd zo lijkt het wel. Een verbluffende gedurfde sprong: Bemin je naaste zoals je zelf bemind wil zijn.
De afstand tussen deze nieuwe houding en de vorige is enorm. Voor het eerst breekt liefde door. Geen rechtstermen meer maar harttermen. Liefde. Beminnen. Geweldig is dat. Voor het eerst ontstijgt de mens zichzelf. Voor het eerst wordt hij echt mens.
Voor het eerst ook is de grond van deze regel niet meer rechtlijnig (een oog voor een oog...) maar gekoppeld aan innerlijkheid: zoals jij jezelf bemint. Het zet elke mens voor een spiegel. Het confronteert hem met zichzelf. Negatief geformuleerd: doe een ander niet aan wat je verwacht dat een ander jou niet aandoet. Het ligt nog in de balans. Het is een zoeken naar een nieuw evenwicht. Positief geformuleerd: bemin je naaste zoals jezelf.
Dat klinkt al anders. Er zit meer liefde in. Toch is er nog een voorwaarde: zoals jezelf. Weer een stap verder. Oef!

Wat Jezus zo uniek maakt, maar daardoor ook zo radicaal, is de volgende quantumsprong: bemin jou vijand. Bemin wat jou vreemd is.
‘s Jongens, dat is onverteerbaar.
‘Bemin je naaste’: tot daar aan toe. Maar jou vijand ! dat is gortig. Dat is over de rooie.
Dat is het drama van Jezus. Dat kostte hem zijn leven. En sindsdien sjoemelen we. Doen we alsof  we die boodschap niet hebben gehoord. Vinden we allerlei spitsvondigheden, ook theologische én politieke, om die te omzeilen. We zeggen wel dat het intrinsiek behoort tot onze spirituele bagage, maar we handelen er niet naar. We zoeken en vinden allerlei gefoefel om die radicale radicaliteit te verzoeten. Waar Jezus de doorbraak mogelijk maakte naar onvoorwaardelijkheid voerde men andere omzeilende voorwaarden binnen. Men brokkelde de kern van zijn diepste boodschap af. Men geloofde niet in de haalbaarheid. Daar is de evolutie blijven steken. Het verraad van Jezus gebeurde niet door de kus van Judas, maar door het ongeloof in de onvoorwaardelijkheid. Wie goed de ontmoeting van Jezus met Pilatus leest, ziet de schrijnende ontluistering van de onvoorwaardelijkheid.
En dat is een kwestie van ieder van ons: Doen we het of doen we het niet?

Pas vanuit dit onvoorwaardelijk mededogen is er verzoening.
Verzoening gebruiken we gewoonlijk als een bijleggen van een conflict, of een ‘Wiedergutmachung’, kwijtschelding. Verzoening zit hier nog op het vlak van vergeving en schuld  
‘De essentie van vergeven is dat er eigenlijk helemaal niets is om te vergeven.’
Inzicht in vijfdimensionaal bewustzijn. A.M.Jones. Uitg. Akasha, 2008, p.56;

In mededogen zien we, met de glimlach van de Boeddha en de onvoorwaardelijkheid van Jezus, hoe alles spiegel is van onszelf. Door alle vormgeworden uitingen van de oneindige mogelijkheden van het Al kan ik ervaringen opdoen en doen anderen ervaringen op. Zo ontwikkelen onze zielen en verrijken we het Al. Paradoxaal dus verrijken alle ervaringen het goddelijke, ook dat wat wij negatieve noemen, omdat er in de éénheid geen tegenstellingen zijn. 0, felix culpa !
Alles wat gebeurt, gebeurt eigenlijk binnen het allesomvattende Al. Wij zien echter, met de waarnemingen van ons verstand en de woelingen van onze emoties, alles gebeuren binnen gescheiden velden. Ons gewone kijken splitst, terwijl het innerlijke schouwen, zoals in ons hart kan gebeuren, alles in eenheid ziet.
Wat er ook gebeurt: er hoeft dus niets vergeven of verzoend te worden. Er is alleen liefde én mededogen. Er is alleen een begrijpen dat gebeurt wat gebeurt.
Onze wereld rekent sinds mensenheugenis nog in termen van schuld en schulddelging: het gerechtsapparaat, politieke partijen, banken, industrieën en bedrijven, godsdiensten... Zij eigenen zich het alleenrecht toe om op hun manier te bepalen wat en door wat vergeven wordt. Methodes die alsmaar complexer worden, complexer dan deze van de schriftgeleerden en farizeeën.
Jezus’ radicale houding was blijkbaar té ingrijpend: ‘Als iemand je op de linkerwang slaat, biedt hem ook jouw rechterwang aan. Als iemand je dwingt om één mijl met hem te gaan, ga er dan vijf met hem...’

Geen vergeldingshouding, geen weerstand. Wel het bewustzijn van een grenzeloze eenheid met alles en allen.

up naar boven


Terug