MAANDBRIEF Augustus 2009                                 Print

VERWACHTINGEN

 Recapiteltje

Ik ga er maar vanuit dat je vorige maand af en toe een zoete zonde hebt gesmaakt. Het was immers vakantie. We permitteren ons dan meer. In ons proces van ‘kleine haalbare stapjes naar meer staat van bewustzijn’ is het wel belangrijk om zicht te krijgen op onze paternoster van zoete zondekes. Opvallend is dat we er onmerkbaar inschuiven. Ze maken deel uit van onze automatische-piloot-sturing. Ze hebben een repetitief karakter en de eigenschappen van een Pavlov-reflex. Ze stapelen ook, in die zin dat er meer opduiken en dan een cluster vormen. Zoete zonden zijn een onschuldige aanloop naar pathologie. Ze worden obsessief, zoetjes aan... In die zin werken ze op de duur remmend voor de groei van ons bewustzijn. Maar omdat ze ‘zoet’ zijn vinden we ze onschuldig. In feite groeien ze uit naar behoeften, die gaandeweg een wat dwingend karakter krijgen.

Nou, innerlijke vrijheid is van essentiëel belang. Dus, het proces van die sluipende behoeften in de gaten hebben, is dan ook absoluut nodig. Vooral omdat ze over een arsenaal van camouflagetechnieken beschikken en we een batterij alibi’s verzinnen. Daar zijn ze (we) experts in. Hoe zoet ze ook zijn, ze zijn leep. Hoe noemen we dat?
‘Het is sterker dan mezelf.’ Of ‘Ik doe het onbewust.’
Dit onbewuste terrein willen we bewust worden. Dat is groei van staat van bewustzijn.

De toverdoos

Elke mens, zou je kunnen zeggen, bestaat uit een aantal huisjes of appartementjes. Toen ik een kind was had ik altijd nog wel een plaatsje in mijn buik voor een toetje of snoepje. ‘Daar is er nog een gaatje’, zei ik dan. Ons hart, bijvoorbeeld, is zo’n kamertje waar alle liefde en warmte in- en uitstroomt. Op onze lever stapelen we veel onverteerde rommel. In het hoofd kriskrassen de muizenissen. Er is ook een doos van Pandora. Als we die openen broebelt en schuimbekt alle ellende en kwaadheid de wereld in. En er is de toverbox. Ken jij jouw toverdoos ? deze van de ontelbare verwachtingen. Het is een onmetelijke onbegrensde volgestouwde ruimte. Ze produceert aan de lopende band een ononderbroken stroom. Het is wellicht het meest onrustige orgaan in ons. Ze goochelt, leeft over het realistische heen, is een fantastische illusionist. Verwachtingen!

Eigenaardig genoeg heeft verwachtingen als stam het woord wachten Terwijl verwachtingen echt niet kunnen wachten. Ze zijn hyper-ongeduldig. Nog erger: het voorvoegsel ver- roept een intensifiëring op, een verdieping van het stamwoord bv. nemen/vernemen, gaan/vergaan, horen/verhoren, knoeien/verknoeien. Het maakt het definitiever. Verwachtingen daarentegen struikelen over elkaar. Het is meestal een chaotisch boeltje. Onverzadigbaar. Het gebeurt wel eens dat ‘onze ogen groter zijn dan onze buik’. We hebben ons dan laten misleiden door het lekkere, terwijl we in feite niet zo’n grote honger hadden. Verwachtingen volgen diezelfde koers. Ze misleiden de werkelijkheid. Ze creëren een eigen wereld, buiten proporties, buiten de tijd. Ze draaien ons een rad voor ogen. Het rad van fortuin. Ze plegen roofbouw op de tijd. Ze trekken de toekomst in het nu. Ongeduldig moet het toekomstige nu gebeuren, stante pede, onmiddellijk. Daarom hebben  verwachtingen het zo moeilijk met concrete vormen, met beide voeten op de begaanbare grond staan. Ze zweven. (Veel spirituele verwachtingen bezondigen zich aan het feit dat ze teweinig gegrond en geaard zijn. Ze willen al verlichting zonder de situatie van donker en duister te integreren.)

Mag het of mag het niet?

Mag je dan geen verwachtingen hebben? In spirituele kringen klinkt dat verbod erg dikwijls. Of liever: men laat er zich laatdunkend over uit. ‘Zit jij nog vast in verwachtingen?’ Ik moet de eerste nog tegenkomen die er geen heeft. Er is niets mis met verwachtingen. Integendeel. Het is een heel menselijke creatieve kant. Er zijn soorten verwachtingen. Er zijn verschillende intensiteiten. Er zijn verschillende ritmes en tijdsgolven. Verwachtingen, kortom, zijn een complex fenomeen. Het is dan ook typisch menselijk en een leeropdracht om met verwachtingen om te gaan. Complexiteit is typisch menselijk. Daarom zijn we als mens zo boeiend. Vechten tegen jouw verwachtingen of ze negeren maken ziek. Ze kruipen ergens in een hoekje en liggen daar te mokken of te rotten. ‘Mag het of mag het niet?’ is een morele regel. ‘Ik mag geen verwachtingen hebben’ is ongeveer hetzelfde zeggen als: ‘Ik mag geen honger hebben’ of ‘ ik mag niet genieten’.

Verwachtingen borrelen op, ze zijn er, stuwen in ons binnen, overvallen ons, ontspruiten uit onze fantasie, zijn soms een respons op onze omgeving... De opdracht is: hoe ga ik er mee om, hoe leer ik onderscheiden, hoe schat ik de haalbaarheid in, hoe past het in mijn staat van bewustzijn?

Complex dus, terwijl we verwachtingen meestal ondergaan als een impuls. Ze zijn zo snel. Ze zijn zo zoet en indringend verpakt. Complex? Dus: neem je tijd. Wachten.
Hier komen we terug naar het oorspronkelijke stamwoord. Doe jouw verwachtingen wachten, vertraag het proces, zodat je ze rustig kan bekijken. Observeer ze, kantel ze naar alle kanten. Doorzie hun spel. Verwachtingen spelen graag. Ze zijn handige tovenaars. Verwachtingen dwingen je tot impulsief  gedrag Ze omzeilen de consequenties. Je mag dus best verwachtingen hebben, maar ontdoe ze van hun impulsief dwingend karakter. Jij moet de baas zijn over hen, niet andersom. Behoud jouw vrijheid. Het is een grote innerlijke kunst om sober te zijn in verwachtingen.

Ontnuchtering

Ik noemde  verwachtingen als de inhoud van een gigantische toverdoos.Verleden en toekomst kunnen naar believen door elkaar gehusseld worden. Waar en onwaar zijn scrabblestukjes waarmee men allerlei combinaties kan maken. Gisteren en morgen scharrelen we inhalerig binnen het ongeduldige onmiddellijke. Onontkoombaar botsen we dan tegen de muur van de realieit. Flinke builen! Ontnuchtering door een fikse kater. Verwachtingen zijn trucs uit onze toverdoos, goocheltrucs. Maar onmiddellijk daaraan gekoppeld zijn de ont-goochelingen. Als we gefascineerd en gebiologeerd zijn geworden door de magie, als we niet vrij en lang genoeg hebben gekeken, zijn we de klos. De goochelaar is handig, snel en leidt af. Eigenlijk vervult hij wat de kijker wil zien. De absolute eis van verwachtingen is dat ze haar verwachtingen vervuld wil zien.. En zoals muizen muizen baren, zo baren verwachtingen altijd weer nieuwe verwachtingen. De honger is onverzadigbaar. Ze breien ketens. Ze zijn vermoeiend, strikken je in hun kluwen. Soms moet je, net als bij breiwerk, de moed hebben om een heel stuk weer uit te rafelen: rits, rits... tot je weer in de juiste tekening zit.

Verpakkingen

Verwachtingen zijn bijzonder slim in verpakken. Soms heb ik goesting. Het is een mooi warm woord en ziet er dus onschuldig uit. Goesting is nog anders dan verlangen. Verlangen ligt verder af. Goesting is korterbij. Maar de verwachting die erin besloten ligt wil wel vervuld worden. Ver-langen komt van lang, langer maken. Ik stel de te vervullen verwachting wat uit. Misschien geeft dat een zoet gevoel. Goesting komt van het franse woord goût, en van het latijnse gustare (smaken). Dan staat het water, bij wijze van spreken, al in de mond. Verwachtingen spelen dus met tijd en ruimte. Maar ze hebben ook een eigen energie, een aantrekkingskracht. Soms zeggen we dan ook: ‘Ik heb trek in...’. Niet ik trek dan, maar feitelijk word ik aangetrokken. Er onstaat een wederzijdsheid. Het vertaalt zich dus in een behoefte (behoeven, nodig hebben). De energie heeft zich geïnstalleerd in een dwingende vorm. Wanneer men een eigen behoefte naar iemand gaat overbrengen, ze dus gaat opleggen, dan wordt het een eis. Mijn verwachtingspatroon breng ik dwingend over op andere mensen. We zitten vol van dergelijke eisen. Dat klinkt fors ‘eisen’, maar zoals ik al zei, weten ze zich bijzonder goed te verpakken. Dergelijke eisen zitten in ons opvoedings-verwachtingspatroon, in onze moraal, in onze maatschappelijke ordeningen, in de politiek, in ons relatiesysteem... Zij bepalen hoe ik mij dien te gedragen m.a.w. wat er van mij verwacht wordt. En dat begint al van in de wieg, met de paplepel...tot en met hoe ik mag doodgaan.

Verwachtingen waaieren dus uit over alle facetten van mijn bestaan, mijn doen en denken. Ze zijn dus veel breder dan mijn persoonlijke verwachtingen: mijn gezin, mijn familie, mijn werkomgeving, mijn man of vrouw zijn, mijn afkomst, mijn taal, mijn huidskleur... De lijst is eindeloos.Verwachtingen nemen ook de vorm aan van plannen. Dit woord komt van het latijnse woord planum: vlakte, plattegrond, opzet. Verwachting krijgt hier dan een ruimtelijke, dimensionele betekenis. Het is iets dat buiten mij ligt, iets dat ik geobjectiveerd heb. Ik spreid het over mijn tekentafel uit. Ik werk iets uit. Het is dus ontdaan van zijn impulskarakter. Het neemt ook meer tijd. Ik kan ernaar kijken, het een poosje laten liggen, het hertekenen. Nu en dan, nu en later sluiten een verbond. Ik projecteer het nu in het later, terwijl impulsen het later in het nu dwingen. Ik heb dus een pro-ject (pro-iacere= iets vooruit werpen). In een project ontwerp ik verwachtingen die ik toets aan de haalbaarheid.

Haalbaarheid

Met een boutade zeg ik wel eens: ‘Ik heb maar één principe: is het haalbaar?
Als ik gevangen zit in het impulskarakter van mijn verwachtingen, dan ben ik zo benomen dat ik geen moment denk aan de haalbaarheid.
Is een kwart kilo chocolade haalbaar? is nog een kind erbij haalbaar?
Is voortdurend nachtelijk uitgaan haalbaar voor mijn partner, voor mijn gezondheid, voor mijn lever?
Wil ik groeien, stap bij stap, in graad van kwaliteit van bewustzijn dan moet haalbaarheid mijn vaste vriend en aanwezige maat zijn. Die vriend vraagt me telkens te toetsen aan de haalbaarheid. Het houdt in dat ik factoren, die met de situatie of persoon te maken hebben, in rekening moet brengen. Of anders uitgedrukt: ik moet rekening houden met... Ik verzamel dus, op basis van ervaringen en informatie en inlevingsvermogen, allerlei gegevens. Hoe bewuster ik leef des te sneller werkt die innerlijke server. Maar het veronderstelt wel dat ik gaandeweg tijd heb genomen. Ik heb dus gewacht. Het woord wachten komt van waken, bewaken (denk maar aan ‘wachters’). Ik heb dus geleerd mijn impulsen te bewaken, ze te ordenen. Ik heb ze niet de vrije teugel gelaten. Ik heb ze bekeken, ze geobserveerd en geobjectiveerd.

In de ‘Twaalf werken van Hercules’  is het allereerste werk ‘het vangen van de mensenetende merries’ (zie tekst in Meditatie augustus 2009). De wilde paarden vernielen de hele streek (ons bewustzijn) als ze ongebreideld en ongetemd loslopen. Ze zijn schrikwekkend en vreten de mens op. Hercules (en Abderis) moeten hen vangen en hun krachten temmen. Ze plannen dit samen. Daar is moed voor nodig, inzicht, geduld en waak-(wacht) zaamheid.

up naar boven


Terug