MAANDBRIEF Februari 2009                                 Print

TEL UW ZEGENINGEN

Aanhefje

Vorige maand hebben we met passie in het leven gebeten. We ontdekten onze oorspronkelijke staat nl. zijnsvreugde. Niet een tranendal, niet een donkere spelonk, niet een verdoemde aarde, maar een plek en een leven vol kansen. We leerden te kijken van platvlak naar Picassogewijs openvouwend en misschien zelfs ‘los door alles heen’. We hoeven ons niet te forceren of te haasten. We doen het vanuit zijnsvreugde stap voor stap. Als we ons openstellen overkomt het ons wel. We moeten durven kantelen. Vroeg of laat zal in ons een magnificat opborrelen en zullen we het uitzingen van blijdschap, omdat we ons origineel aangezicht zullen zien. Geen maskers meer. Authentiek zijn. Gekanteld.

Misschien vind je het moeilijk. Wie niet?
Het wordt moeilijk door ons denken en onze haast van verwachtingen.

Vroeger leerde ik aan jonge mensen, die ik op wandeltochten in de Zwitserse bergen begeleidde, om niet constant naar die verre onbereikbaar wanende berghut te kijken. ‘Stap voor stap, zei ik dan, geniet nu eerst van elke meter rondom je. Kijk niet naar de uiteindelijke bestemming’. We maken het moeilijk als we het doel onmiddellijk willen. Dan zien we wat we nog niet gehaald hebben. Het werkt ontmoedigend. Je moet de moed hebben om af te zien van het onmiddellijke resultaat. Moed om nu te leven.

Een wijze man zei: ‘Als je in een impasse zit, heb dan het geduld en de moed om lang genoeg in die impasse te zitten. Het is de tijd die je nodig hebt om creatief naar een uitweg te zoeken.’ Op de weg van ieder mens, jij en ik, zijn er heel wat impasses. Begrenzingen, overgangen, straatjes-zonder-eind. Op reis, ergens in een vreemde stad, misschien wat verloren gelopen, vinden we die de meest pittoreske. In ons eigen leven vinden we ze bangelijk, verloren tijd, omwegen, ouwerwets, onderkomen... Raar, toch? Precies deze verdoolde, verloren, stlstaande plekjes in ons leven zijn de meest authentieke, de diepst confronterende. Ze doen ons kantelen. ‘Cul de sac’, slop, geen uitweg, straatje-zonder-eind. ‘Cul’ is het onderste,het achterste, de bodem. Waar er niets meer te vinden is. Leegte. ‘Cul’ is ook het achterste van een schip m.a.w. wat je moet keren om weer te kunnen varen.Keermoment. Rechtsomkeer  maken. Meteen betekent het eigenlijk ook: een nieuw begin. Het opent dus nieuwe einders.

Een volgende haalbare stap: tel uw zegeningen!

Laatst kreeg van een wijze vrouw volgende Engelse spreuk: count your blessings. Vrij vertaald: wees bewust van alle goeie dingen die je te beurt vallen. Of: som eens alle positieve dingen in jouw leven op. Zie ze. Daar stond ik toch even bij stil.

Gewoonlijk, bijna reflexmatig, kijken we naar alles wat er in ons leven pijnlijke sporen heeft nagelaten. Ik hoef je niet te zeggen hoe remmend dit werkt op ons pati, onze energie die haar bron heeft in zijnsvreugde. Al die sporen, wondjes en forse traumata, vormen als het ware een bol, een cluster, een vreemd lichaam, een steeds aangroeiend gezwel. Het is het pijnlichaam in ons. Ieder van ons heeft een eigen uniek pijnlichaam. Je zou het kunnen vergelijken met een zelf aangelegde map in onze computer. Je hebt er alles in opgeslagen wat er ook maar ooit  jouw leven heeft pijn gedaan, je heeft gekwetst. Mislukkingen, angsten, vernederingen, pesterijen, ontgoochelingen, lichamelijke pijnen, zielepijnen... Het staat er allemaal minutieus geregistreerd. Stel nu dat, telkens je jouw computer activeert, hij altijd automatisch en onmiddellijk die bepaalde map opent en je d’er telkens met jouw neus ingeduwd wordt.

Het is exact wat het pijnlichaam doet. Het duwt ons met onze neus op het negatieve verleden. Het overwoekert onze zegeningen. [Lees over het pijnlichaam: Eckhart Tolle, Een nieuwe Aarde. Ankh-Hermes, Deventer, 2005, pp.105-146]

Het pijnlichaam doet ons absoluut platvlak kijken. Het verengt ons kolossaal. Het dwingt je tot tunnelzicht, meer en meer obsessioneel. De meeste mensen merken niet eens hoe zij in die zelfaangelegde computermap gevangen zitten. De een al wat meer of minder dan de ander, afhankelijk van hun bewustzijnsstaat. Het wordt gewenning. Niks leeft nog. Alles is oud, litanie van het verleden. Telkens oude koeien die uit de gracht worden gehaald. Geen sprietsje melk meer. Uitgemolken. Het pijnlichaam duwt ons systematisch in een ‘cul de sac’. Dat is zijn functie: ons bewustmaken van ons platvlak leven. Boodschap is: keer jouw steven! Tel jouw zegeningen in plaats van jouw pijnen en tekorten. Ons pijnlichaam is niet ons oorspronkelijk ‘lichaam’. Het is een parasiet, een kankerend gezwel dat teert op ons eigenlijke wezen: zijnsvreugde, pati, leven. Het holt ons uit. We gaan kijken met holle lege ogen. Geen gretige glinsterende oogjes meer, geen pretoogjes.

 Blessings – zegeningen

Het is een gedemodeerd woord. Zegeningen, zegen: wie neemt dat nog in de mond? Het klinkt voor veel mensen té katholiek. Het doet denken aan vroegere versteende rituelen, die helaas hun diepere betenis verloren hebben. Voor alles had men de zegen nodig. Een synoniem van ‘permissie’. Mogen of niet-mogen. Van gezag naar onderdanigheid. Bazen, ouders, gezagdragers hadden de macht om al dan niet hun zegen te geven. Maar dat is de oorspronkelijke betekenis en zin niet. Alle zegeningen komen uit de enorme bron van energie. Iedereen, alles heeft deel aan deze bron. Iedereen en alles kunnen dus deze energie uitdelen en van deze bron zelf ontvangen. Eigenlijk zijn we zelf die bron. We weten dat niet meer. We zijn ervan vervreeemd. Jammer. Eeuwenlang hebben wij ze ‘verplechtigd’, geritualiseerd. En zo kwam die bron in handen van hen die zich gespecialiseerd en bekwaamd hadden in rites. Rites kwamen dus buiten het leven te staan, buiten ieders bereik. En vermits zegeningen tot rites waren omgevormd, werden ze vreemd aan het leven. Wie van ons zegent nog? Wellicht denk je dat dit niet binnen jouw eigen bevoegdheid ligt? Of denk je dat je daartoe gemachtigd moet zijn of bepaalde instrumenten nodig hebt? Ja, toch?

Op verjaardagen sturen we dierbaren en vrienden een wenskaart. Tijdens de kerst- en nieuwjaarsdagen mailen we hen een beste nieuwe periode en gezondheid. Bij een huwelijk feliciteren we bruid en bruidegom, geven een geschenk en bevestigen hen in hun relatie. Bij een geboorte vieren we de ouders en het nieuwe leven. Weet je, al deze gebaren zijn in wezen zegeningen. Maar we hebben ze anders verpakt. Platvlakker. We hebben ze laten verworden tot sociale verplichtingen, gewoontes...terwijl wij ze weer zouden kunnen opladen met de diepere energie van ons hart en onze ziel. Soms springt ons hart  even op als een bijna onzichtbaar watermerk in ons leven. Zegeningen hebben te maken met ons geluk. We voelen ons gesteund, gedragen, begenadigd, bevoorrecht. Kracht en energie komen ons toe, worden met ons gedeeld. Het is het gevoel van uitdeinende golven... zover als onze aandacht en liefde reiken. Er is geen einde aan die bron. We kunnen er voor onszelf én voor anderen blijvend uit putten.

Zegening is iets of iemand een goed hart toedragen. Het is een bewuste attentvolle houding, waarbij men het/de andere alle waardering betoont en weet heeft van de verbondenheid en eenheid. Het is een heel persoonlijke relatie. In die relatie speelt het pijnlichaam geen enkele rol. Men transcendeert het verleden. Men kijkt met ogen ‘los door alles heen’. Het gaat dus om het diepste zijn van het/de andere.Men kijkt naar ‘het schone en goede’ over alle platvlakke gebreken heen. Het liefdevol kijken is de kern van de zegening.

Elke mens weet en voelt dat, wanneer iemand liefdevol en bevestigend en waarderend bekeken wordt, dit deugd doet en verrijkend werkt. Ik kan kijken met mijn ogen, maar ook met mijn hart – met de ogen toe. Zo kan ik zegenen met gebaren maar ook met mijn innerlijke intentie. Ik kan dus zelf zegenend naar mensen en naar dingen gericht staan, naar alles. Ik kan ook openstaan voor de zegeningen van andere mensen en alle dingen naar mij toe. Ik ontvang constant zegeningen. Wellicht ben ik er mij niet bewust van, maar een ononderbroken stroom van zegeningen koestert me. Ik word overgoten met zegeningen. Maar... mijn pijnlichaam – je weet wel: die zelfaangelegde map in mijn computer waarin ik alle pijn en ontgoocheling heb opgeslagen – zorgt er razendsnel voor dat ik me met een hard pantser omgord, zodat ik de zegeningen niet meer zie of voel.

Ik hoor je al jammeren: ‘Jamaar, jij hebt goed zeggen, jij! Ik voel en zie die zegeningen niet. Bij mij is het al kommer en kwel. Ziek, blut, geen werk, arm, eenzaam...’ Hoor je pijnlichaam eens argumenteren, merk hoe leep het in je werkt en er rondwaart! Natuurlijk kan ieder van ons een lange inventaris maken van allerlei moeilijkheden. Soms torenhoge en afgronddiepe pijnlijke dingen. Toch... tel uw zegeningen. Laat ze toe. Laat je niet doen door jouw pîjnlichaam.
En vanuit die rijkdom strooi zegeningen rond. Het kost je niks. Je ontdekt  het wonder van de vermenigvuldiging.
Wees ervan overtuigd dat jij anders kan kijken: zegenend, bevestigend, dragend, vernieuwend, scheppend...
Wees ervan overtuigd dat er tal van mensen zijn, overal ter wereld, die zegenend met jou verbonden zijn.
Wees ervan overtuigd dat de dingen rondom jou zegenend naar jou kijken en er voluit willen zijn voor jou.

Kattebelletjes van zegeningen

  1. Als je met de auto of de fiets rijdt en je passeert huizen, van wie dan ook, zegen de bewoners, ook al zie je ze niet.
  2. Als je in een bos wandelt zegen de bomen, de struiken, het pad, zegen de lucht boven je en het licht dat speelt in de blaren.
  3. Als je winkelt zegen het brood, de macaroni, het fruit, de chocolade...
  4. Zegen de kassajuffrouw, de mensen die voorkruipen in de rij, de jengelende kinderen.
  5. Als je in de file staat, zegen dan de auto’s en alle mensen onderweg.
  6.  Zegen de regen, de vlucht duiven, het vliegtuig heel hoog en de piloot en de bemanning en alle reizigers.
  7. Zegen de kippen in de tuin, het onkruid, de rozen, de herfstblaren of de rijp op de takken.
  8. Zegen de winterkou, de sneeuw, de zoutstrooimannen, de autopechhulp, de postbode.
  9. Zegen de tafel die jouw brood draagt en jouw krant, de stoel aan jouw bureau, de bloemen door jouw vrouw daar gezet.
  10. Zegen jouw huisgenoten, de buren, de zieken in jouw dorp of stad, de armen en de rijken.
  11. Zie hoe de zon je zegent, de kippen eieren leggen voor jou, hoe het gras groeit voor jou, hoe de wind waait voor jou, hoe de winter wacht voor jou op de lente.
  12. Zie hoe de morgen wakker wordt en het licht schijnt voor jou. Hoe de vaatwas wacht op jou en je dankt omdat ze straks weer blinken zal. Zie hoe de glazen glimmen en het kristal klinkt.
  13. Zie hoe de nog ongeboren baby naar jou kijkt, los door alles heen, en luistert vol verwachting en dank voor het leven, blij dat jij er bent straks.
  14. Zie hoe de vogels jou danken voor de opgehangen vetbolletjes met zaden,en de oudbakken brokjes brood.

Weet je, er is zoveel zegening te geven en te ontvangen. Voortdurend zijn we omringd door een briljante schepping, die onafgebroken werkt en wroet en stroomt. Je kan je bewust worden dat jijzelf onafgebroken die schepper bent. Als je kantelt...

Dankbaarheid

Zegeningen zijn in wezen vanzelfsprekend. Ze hebben geen begin en geen einde. Alles is er. Alles is er al. Alles kan stromen. Dit te zien vraagt aandacht. We kunnen het binnen ons bewustzijn laten komen. Zegeningen zijn eigenlijk gewone uitingen van dankbaarheid, eenmaal wij die stromende overvloed hebben gezien. Dankbaar omdat we toegang hebben gekregen tot het wezen van alles, omdat we dan getuige zijn hoe alles zich wil mee-delen, openbaren, zich ter beschikking wil stellen. Eén golvende beweging van elkaar doordringende in-wezigheid. Er zijn. Zoals wij soms aan elkaar zeggen: ‘Ik zal erzijn. Je kan op me rekenen met jouw ogen toe. Ik zal er voor jou zijn’. Emmanuel.

up naar boven


Terug