MAANDBRIEF Juli 2009                                 Print

DE ZOETE ZONDE: tegen beter weten in

Een vóórhapje

In mijn buurt, aan de rand van Makkegembos, is er een leuk café-restaurant: De zoete zonde. Het is een oude hoeve, hier en daar wat verbouwd, op z’n Vlaams rustiek. Het is een gelegenheid zonder complimenten, kindvriendelijk en een rustpunt voor veel wandelaars en fietsers. Het is een oud café-restaurant. Maar het trekt volk.

De naam, de Zoete Zonde, intrigeert me. Wie niet? Het heeft iets van het mag en het mag niet. Er zit iets stiekems in, deugnietachtig, het deugddoen van een verboden genot. Ik zie daar nogal wat zwaarlijvige tantes en mannen met een buikje, ondanks hun  wellicht té hoge cholesterol, grote pannenkoeken eten en kuipjes ijs met torens slagroom. Tegen beter weten in... een gepermitteerde overdaad... kortom een zoete zonde. Het is hen gegund.

Vorige maand schreven we over het dilemma óf vasthouden aan al het middellijke óf een dieper besef van het onmiddellijke. Alles wordt oud, constateerden we, alles komt en gaat. Alles heeft zijn tijd. En toch is er in de mens een gedrevenheid, een innerlijk weten van een allesomvattende onderstroom die geen begin en geen einde kent, ongeboren, tijdloos en middelloos. Met een koppige verbetenheid blijven we ons nochtans hechten, met alle middelen, aan alles waarvan we weten dat het vroeg of laat verdwijnt.

In mijn geboortestreek zeggen ze :’ ‘t Is zun.’ Het betekent : ‘ ’t Is zonde’, of ‘Wat jammer’. Wij zouden nu zeggen :What a waste!’. Verloren moeite, verkeerd geïnvesteerde energie. ’t Is zun.

Als we zien hoeveel power we steken om al datgene wat afbrokkelt en verkruimelt toch tot het wezenlijke te maken, dan zouden oude wijze mensen zeggen: ‘ ’t Is zun’.

Een zoete zonde

In feite is deze woordspeling een onmogelijke combinatie, een samenvoegen van twee tegengestelden: zonde en zoet. Het druist in tegen de grond van de moraal want zonde hoort bitter te zijn en slecht, terwijl zoet zalig is en lekker. Het ene stoot af, het andere trekt aan.

Het intrigerende zit dus in het tegenstrijdige, in een soort innerlijke strijd: ik kies voor iets waarvoor ik niet mag kiezen. Iedereen zal dit met de ogen toe wel herkennen in het eigen leven: het voortdurende dilemma van de vrije keuze. Soms wordt die bepaald door pure goesting, soms door de voorschriften van de vigerende moraal. Die botsen met de regelmaat van een op hol geslagen klok. Rechtlijnig is dit niet. Gepikt snoepgoed of een overhangende appel van de buur smaken lekkerder. In mijn kindertijd althans.

Het gaat er mij niet om heel de reutemeteut van de zonde op te halen of het zondebesef te restaureren. Wat mij boeit is waarom we soms kiezen voor iets waarvoor we eigenlijk in wezen niet meer zouden mogen kiezen, gezien het ontwikkelde en gegroeide bewustzijn. Wat maakt een zonde zoet? Wat maakt een oorlog zoet? Wat doet wraak zoet smaken? Wat is er zoet aan pesten, roddelen?

Surfers avant la lettre

We zijn al, zolang de kosmos draait, surfers. We googelen al gans de evolutie door. Natuurlijk niet zo hightech en met muizengeklik, maar wel met het clic-clac van ons nieuwsgierig menselijk  zoeken. Onze middellijke wereld is een ideaal veld om voortdurend te experimenteren. Alle vormen kunnen tot stand komen en alles verdwijnt sowieso weer omdat vormen nu eenmaal verslijten. Soms wordt het schoolbord rats afgeveegd, tabula rasa. Opnieuw beginnen. In deze vormwereld laten we alles ontstaan, maar dan ook letterlijk ook alles, zonder exclusieven: goed en kwaad, blij en verdrietig, vruchtbaar en rottig... Het is uiteraard de wereld van de tegengestelde paren. ‘Zonden’ zijn ook vormen van die wereld. ‘Zoet’ ook.

Er worden de raarste combinaties gemaakt. Dat is nu eenmaal het spel van deze middellijke wereld. We hebben daar een enorme bewegingsvrijheid gekregen. Daar maken we overvloedig gebruik van want daardoor ontwikkelen we bewustzijn.. We knoeien nogal wat af, maar we maken ook heerlijke dingen. Het is dus al doende dat
we onderscheid leren maken tussen wat echt evolutie bevordert en wat evolutie afremt.
Soms investeren we energie – moeite en middelen en af en toe een stukje van onze ziel – waarvan we achteraf moeten toegeven:
‘ ’t  Was zun’. Dat gebeurt  tegen beter weten in, tegen vroegere ervaringen in, tegen ons innerlijk bewustzijn in, tegen ons (ge)-weten in... De ene keer zien we onszelf dingen doen die niet stroken met de eigen innerlijkheid, de andere keer zien we de balk in het oog van een ander. Soms gebeuren er collectief ‘verkeerde’ dingen. Niet één keer maar herhaaldelijk. We zijn hardleers.

Ordening

In de overvloed van sprankelende en wankelende vormen hebben we nood om te ordenen. Dat gebeurt dan ook. Allerlei soorten. Wetenschappers ordenen naar hun vastomlijnde axiomata. Alles moet wetenschappelijk bewijsbaar zijn. Alleen dat telt. Ekonomisten zien alles in termen van winst of verlies. Er moet ekonomische vooruitgang zijn, welvaart. Godsdiensten ordenen naar morele standaarden. Ze leggen de werkelijkheid vast in dogma’s, regels,  heilige rituelen en hierarchie. Politici redeneren in schemata van macht en invloed. En zo verder. Ons leven staat bol van systemen, die elk hun waarden en normen stellen. En ieder van ons grabbelt en grasduint in die oeverloze trommel. We worden systematisch en van alle kanten beïnvloed. Ofwel ondergaan we dit gelaten en onbewust, ofwel zien we bewust deze invloeden door ons heen trekken. Belangrijk in dit gebeuren is: Waar vinden we vaste referentiepunten, de juiste coördinaten om onze levensboot doorheen deze woelige werkelijkheid te loodsen? Immers, er zijn zoveel combinaties van nieuwe vormen mogelijk en ze smaken als zoete zonden. Hoe gebruik ik mijn energie, mijn creatieve vermogens, mijn leven, zodat ik niet van mezelf moet zeggen : ‘ ’t Is zun’. Eigenlijk is dus de vraag: ‘ Hoe gebruik ik mijn energie zodat ik positief en vruchtbaar bijdraag aan de geest-in-actie, bewustzijn dat de evolutie positief vooruitstuwt?

Een wonder spel

Niemand kent dus de finale uitslag van dit  ‘geest-in-actie’- proces. Die schijnt er niet te zijn. Er is geen terminus. Het boeiende spel is dat we al spelend d.i. ervarend, terwijl we dingen doen, allerlei ontwerpend , wel de richting kunnen ontdekken. De hierboven aangehaalde richtingen – wetenschappen, ekonomie, godsdiensten, politiek...-  kiezen een duidelijke exclusieve en eenzijdige richting. Het is hun goed recht. Het is hun weg om bewustzijn in de kosmos te vermeerderen. Het is als het schitteren van een diamant met veel facetten. Heel belangrijk is dus dat we het leven durven leven in zijn veelzijdigheid. Zo niet, dan remmen we bewustzijn af of groeit het maar magertjes.

De richting, die blijkbaar in de ‘geest-in-actie’ ligt, kunnen we enigszins aflezen aan de tekenen van de tijd of uit de tekenen van de sterren, whatever. Als we maar alert zijn. Een hele tijd geleden ramden we er op los. De planeet Mars nam de leiding. Dat bracht nogal wat wapengekletter teweeg. We zaten dan ook in het dierenriemteken Ram. Maar ook rammen worden oude bokken. Dus... We totterden een heel andere periode in: soepeler, liefdevoller. Het Vissentijdperk was doorgebroken. Jezus, dé drager  van de nieuwe tijd, werd dan ook afgebeeld als een vis (ichtus) of als de zorgzame zachte herder. De liefdesgodin Venus inspireerde volop. Stilaan dooft ook deze faze uit en komen we terecht in de periode van de Waterman (Aquarius). Water staat symbool voor zuivering, stroming en eenheid. De nieuwe richting loopt dus naar liefde, eenheid, solidariteit, vriendschap, communicatie, overleg, gemeenschap. Dit alles over scheiding heen. Het is de tijd waarin grenzen worden gesloopt.

Dergelijke ontwikkelingen kunnen we uit de geschiedenis opdiepen. Nemen we de bijbel. Eerst is er de scheppende, jaloerse Jahweh. Hij gaat een Verbond aan met Israël: Ik zal uw God zijn en gij zult mijn volk zijn. Een exclusief contract waarbij Israël kan rekenen op de kracht van Zijn arm. Hij sloeg ze bij tienduizenden neer.

Dan krijgen we een gans ander verhaal van de Vader en de geliefde Zoon. ‘Niemand heeft groter liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn naaste’. Nog verder, als Jezus zijn testament zegt bij het laatste avondmaal wordt er verwezen naar ‘de man met de waterkruik’. ‘Volg deze (water)man.’ Jezus’ Hooggebed wijst de richting aan ‘Moge allen één zijn’.

Evolutionair gezien: eerst hebben we ‘het recht van de sterkste’, de wet van de jungle. Primitief en hard. Dan groeit een nieuwe wet in het menselijk bewustzijn: Een oog om een oog, een tand om een tand. Rechtvaardigheid al, maar nog wrakerig. Dan komt een absolute quantumsprong als Jezus zegt: ‘Hebt elkaar lief, bemin je naaste als jezelf’. Wat een vooruitgang! Nu opent zich opnieuw een totaal verbluffend perspektief: ‘Bemin je vijand’. Dit laatste is Aquariuskwaliteit.

Zonde tegen de geest

Heel lang en dikwijls heb ik in mijn leven gepiekerd over een soort ‘zonde’ die men ‘zonde tegen de heilige Geest’ noemde. Dat was, zo zei men, een kanjer, eentje die (bijna) niet te vergeven is. Ik kon er kop noch staart aan krijgen. Maar ‘de zoete zonde’ bracht me wellicht wat korter bij inzicht. Blijkbaar kan men, gewild en geweten, handelen tegen de geest in actie, tegen groei in bewustzijn. Da’s erg, da’s spijtig, da’s zun. Er zijn zo van die handelingen die overevident ‘tegen de geest’ zijn. Zo voelen we dat gezamenlijk aan: oorlog, volkerenmoord, grootschalige financiële fraude, mensenhandel, slavernij, racisme, milieuvervuiling... Toch doen mensen dat. Het is ’zoete zonde’ omdat het hen op de een of andere manier een voordeel oplevert. Ze kijken naar niks, het kan hen niet schelen. Regelrecht tegen het gewonnen kosmische bewustzijn in.

We zien dat ook op kleinere schaal: gefoefel van politici, gesjoemel met voeding, klassejustitie... zoete voordeeltjes, zoete zonden. Ieder van ons kan het ook zien in eigen boezem. Meer wil ik daarover niet zeggen. Het is een kwestie van zelfeerlijkheid. Ik noem dit bizarre gedrag: de grote weigering of de kleine weigerinskes. Als we foeteren met onszelf of met de grote golven van groeiend bewustzijn geven we die weigering gestalte. Misschien bedoelde Jezus dat, al stervende: ‘Vader, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen.’ Soms zijn we ziende blind en horende doof.

Misschien begrijp je nu waarom ik af en toe naar mijn stamcafé ‘De zoete zonde’ trek. Om te mediteren. Gezondheid!

 

up naar boven


Terug