MAANDBRIEF Juni 2009                                 Print

OUDWORDEN EN OUDZIJN

Verontrusting, zegden we, is één van de slimme zetjes van het Leven om ons wakker te maken voor verdere ontwikkeling. We hebben immers een instinktieve reflex om ons te settelen in het oude vertrouwde. We zijn een bange diersoort die een overlevingsstrategie heeft gevonden in denken. Denken is ons sterkste wapen: efficiënte verdediging, weerstand. Op zeker spelen. Niets of niemand vertrouwen. Kritisch zijn. Maar met deze methode blokken we elke verandering af. Houen wat we hebben. Binnen een bepaald denkveld zijn we uiterst vindingrijk, precies door de conservatieve beperking die we ons opgelegd hebben. Maar het is inteelt, broderen op hetzelfde thema. We coconneren ons in. Het Leven echter knabbelt aan ons huisje. Soms waait de Geest gierend door alle spleten van onze veilig gewaande vesting. Vroeg of laat merken we dat onze burcht op zand is gebouwd en stort onze denkbeeldige wereld verkruimelend in elkaar. Om ons zo’n katastrofale ervaring te besparen, de ontreddering van een desillusie, verontrust het Leven ons. Het zendt regelmatig signalen, uitnodigingen om ons open te stellen voor verandering. Want ‘evolution must go on’. In het Leven zit er een gedreven energie, een geest, een daimon, die ons met het nekvel pakt, ons in de lenden port en ons vooruit stuwt met een meedogenloze kracht. Het Leven wil dat we stappen zetten, haalbare stappen. In haar ontzaglijke ruimte wil ze creativiteit zien, werkzaamheid. Allerlei vormen in allerlei gestalten. Ze is een gigantisch spel van zich uitstortende liefde, onbegrensde mogelijkheden van vrijheid en zich vierende levenskunst.

Eigenlijk is het dan ook een krankzinnige koppige idee dat we vanuit angst om leven te verliezen de stroom van het levende leven afdammen. We kiezen dan voor doods, verleden leven, in plaats van springlevend nieuw leven. Dwaas toch? Daarom schreef ik ‘leve de verontrusting!’. Het gaat niet om de verontrusting zelf. Maar hoe dankbaar moeten we het Leven niet zijn omdat ze ons telkens weer trekt naar onze oorspronkelijke gedreven geest om vrij en zonder angst vol te leven.

Oud-worden

Eén van de processen waartegen de moderne mens zich met hand en tand verzet is het oud-worden. Er bestaat een zeer lucratieve markt die teert op de angst om oud te worden. Ik hoef ze je niet te beschrijven. Misschien heb je zelf een tablet vol op jouw badkamer met antirimpelcrèmes, haarkleurspoelingen, botoxinjecties... De plastische chirurgie-clinics schieten als jonge paddestoelen op uit het oud hout. Het mag best van mij. Het is goed dat mensen prima zorg besteden aan hun body. Het is leuk dat mensen er leuk uitzien. Leuk voor henzelf en voor hun omgeving. Maar het is niet goed als ze zoveel werk maken van hun look als ze het doen uit angst om oud te worden. Helaas, het is vechten tegen de bierkaai.

Oud-worden is een heel natuurlijk gebeuren. Alls wordt oud, alles slijt. Soms weerleggen we dat met een filosofietje: Je bent maar zo oud als je zelf denkt. Handig alibietje, mijdings- of uitstelgedrag. Het behoort tot de soort boekjes:de kunst van het oudworden.In feite wil men uitstel van executie, even de andere kant op kijken. De enige die deze kunst feilloos beheerst is het Leven.

Het laat alles oudworden, met een ongelooflijk doorzettingsvermogen, zonder aanzien des persoons, met een verbijsterende geleidelijkheid, met een verbluffende verscheidenheid, met een absolute zekerheid. We mogen nog zoveel bedenken als we maar dromen kunnen, toch wordt alles oud. Als dingen niet oud worden (of niet snel genoeg) zoals bv. radioactief afval, dan hebben we een wereldomvattend probleem. Als dictators niet snel genoeg oud worden dan is dat voor de bevolking een ramp. Alles heeft zijn tijd. Alles draagt in zich het bijna onzichtbare watermerk van verval.

Ouder-worden is dus goed, is een buitengewoon nuttig gebeuren. Het is geraffineerde, subtiele activiteit, die altijd samengaat met nieuw-worden, opruimen in de zin van ruimte scheppen voor creativiteit. Ons denken is meestal zo bekrompen dat ze een leger van weerstand mobiliseert om het oude aan de macht te houden. Daarom zijn machthebbers altijd behoudsgezind en angsthazen.

Als je goed naar oudworden én naar de mens kijkt kan je ontdekken hoe goed, nuttig en deugddoend oudworden voor je is. Veronderstel dat je niet zou oud worden... dan was je niet eens geboren...bazelde je nog altijd babytaal...dacht je nog altijd dat de aarde een platte schijf is...de paus onfeilbaar...was je nooit verliefd geworden... zouden we nog rijden met vierkante wielen...

Een dubbel gevoel

Onmiskenbaar wordt alles dus vroeg of laat oud. Maar even onmiskenbaar dragen we in ons de drang naar eeuwig jong. Een dubbel gevoel dus.

Misschien is er toch iets in ons dat niet, nooit oud wordt. Misschien ervaren we dit als een niet-verwoordbare zekerheid, als een werkelijkheid die overwoekerd is door een gedachte werkelijkheid. Er is zo’n sterk verlangen – of is het een zeker weten? – naar eeuwig jong-zijn, naar oorspronkelijkheid, dat het onontkoombaar is om die dubbelheid uit te klaren. Is er iets dat ontsnapt aan het oud-worden of is er  iets dat boven en buiten dit proces staat?

Oud-zijn

Er is een duidelijk verschil tussen oud-worden en oud-zijn. Oud-zijn heeft het oud-worden doorgemaakt en terwijl je oud bent wordt je nog ouder. Met een soort gelatenheid zeggen we: ‘Ik word oud’. Maar ik heb nog maar weinig mensen zelf horen zeggen: ‘Ik ben oud’. Meestal zeggen anderen dat over je...fluisterend. Het lijkt zo’n eindstation. Het kan ook anders. Als je uitgaat van de ervaring dat alles oud wordt en wetend dat het leven in je ruimte maakt voor vernieuwing, bezig is met een andere energie in jou te installeren, dan kan je met een grote tevredenheid in je zeggen: ‘Ik ben oud’.Oud-zijn is dan een bewustzijn dat je bezig bent met de overgang van een voorbije, oudgeworden energie naar een nieuwe. Misschien kennen we die volgende ‘vorm’ nog niet, maar het leven stuurt je alvast een uitnodiging om die stap te zetten. Overgave, vertrouwen, loslaten om die andere werkelijkheid in te gaan.

Welke werkelijkheid?

Iedereen, eigenlijk alles, is onderdeel van een gigantisch evolutieproces dat al miljarden jaren bezig is. Men noemt dit de Alpha, het ongeborene. Het staat buiten de tijd. Ergens in deze onmetelijke keten en in deze grenzeloze ruimte ben ik even ik, een bewuste vorm. Ik maak deze evolutie mee, doe haar mee tot stand komen. Ik sta gegrond. Ik ervaar mijn ik, mijn persoonlijkheid, alle andere vormen als mijn reële werkelijkheid. Ik heb mijn geschiedenis hierin  en ik leef in deze tijd en in deze omgeving. In deze gigantische evolutie is dit mijn middellijke werkelijkheid. Er is niets mis met mijn ervaring dat ik van deze werkelijkheid hou en ervan geniet. Het is de speelsheid en de creativiteit van het Leven die zich manifesteren in deze tijdloze grenzeloze ruimte. Alles in deze middellijke werkelijkheid komt en gaat. Alles is spelmiddelen van het Leven zelf om steeds meer en meer bewustzijn of geest te genereren. Daarom wordt alles in deze werkelijkheid oud. Daarom verdwijnen ze, verdwijn ik. Noem het sterven. In deze werkelijkheid komt een einde aan oudworden en oudzijn. Het verdwijnt in het enorme Veld van het Leven. Het is erin ontstaan en het wordt erin terug opgenomen.

Meteen zeggen we dus dat er een on-middellijke werkelijkheid bestaat. De ondergrond van de middellijke werkelijkheid is deze die niet gemaakt is uit middelen die komen en gaan. Zij is het Veld waaruit alles kan ontstaan maar zelf is ze ongeboren, tijdloos en middelloos. Zij is de stroom zonder bronbegin. Zij is Alpha en Omega. Zij kent geen einde, geen terminus. Zij draagt geen naam. Toch hebben mensen haar altijd willen benoemen: Oermoeder, Geest, Het, God, Godin, Leven, Adem... maar ze is eigenlijk gestaltloos. Zij manifesteert zich langs en door middellijke gestalten.

De verwarring

Sinds jaar en dag, al eeuwen, maken we dus een verwarringsfout. Heel merkwaardig. Terwijl we dagelijks ervaren dat in de middellijke werkelijkheid alles oud wordt en verdwijnt, blijven we met een ongeziene koppigheid verwachten dat deze middellijke werkelijkheid de mogelijkheid (de zekerheid) inhoudt om eeuwig jong te blijven. We gebruiken daartoe  alle middelen. Daardoor laten we de on-middellijke werkelijkheid zó overwoekeren dat we doen alsof deze niet bestaat. Nochtans is deze essentiëel. Zij is het die eeuwig jong is. Ons wezenlijke verlangen stoelt dus op haar. We kunnen ze maar onrechtstreeks zien en ervaren door doorheen onze geankerde werkelijkheid te kijken. Dat is dan, wat mij betreft, helderziendheid. Merkwaardig toch dat we niet verder kijken dan onze neus lang is. Echt zien is de eenheid schouwen van middellijke én on-middellijke werkelijkheid. De hemel is dus hier en nu. Ze gebeurt dagelijks.

Trapsgewijze

Energie verschuift dus, beweegt uiteraard. Eigenlijk is energie één constante stroom. Wat wij zien bewegen en verschuiven zijn de vormen waarin energie zich manifesteert. Zo kijken we ook naar onszelf. We denken dat wij bewegen en alles doen bewegen, maar in feite zijn we vrij statisch. We bewegen binnen de Beweging.

Wat we zien is een trapsgewijze ontwikkeling. Bovendien hebben we maar weet van een fractie van de bewegingen van een tijdloze evolutie. Het Leven heeft wellicht al geschaterd van het lachen toen geleerde wetenschappers verkondigden dat zij de oorsprong van het leven hadden ontdekt. Hoe kan je de oorsprong ontdekken van ‘iets’ wat nooit een oorsprong heeft gehad, een bron die bronloos is?

In het stukje geschiedenis en in de mythen en scheppingsverhalen waarin mensen hun ervaring hebben neergeschreven, zien we trappen, sprongen, quantumsprongen. Het zijn scharnierpunten waar energie andere kanalen instroomt en zich in totaal nieuwe ‘vormen’ manifesteert.

Maar het Leven speelt, ook met vuur. In de evolutie ontwaakt het slangenvuur, kringelt op naar de pijn-appel, onwerpt het denken. Ontstaan van twijfel, weerstand, afgescheidenheid. In feite is dit een evolutionaire kanjer van formaat. Maar er schuilt natuurlijk een addertje onder het gras (in de pijnappelboom). Als je het vroegere, het oude niet wil opgeven, ga je deze evolutie benoemen als zonde. Jammer.

Wat een gouden energie, die materie!
Maar we hadden kunnen en moeten weten dat dergelijke manifestaties van het Leven, materie-energie, uitgespeeld geraken, oudworden en verdwijnen.

Opnieuw krijgen we een zee van mogelijkheden. Wat doet mijn vorm van ik ertoe. Ik hoef  mij niet in te spannen om mijn ego  kwijt te geraken. Het Leven zelf lost het op. De evolutie lost het op, neemt het op in zijn eindeloze  moederschoot.

up naar boven


Terug