MAANDBRIEF Maart 2009                                 Print

STILLE EENZAAMHEID

Daar gaan we weer

Tel uw zegeningen.
Dat lukt wel een tijdje, maar onze aandacht verslapt. Dan zegenen we weer minder. We vallen in de oude slenter. De slenter-teek is een taai beestje dat zich ongemerkt in ons heeft vastgebeten. Zegeningen hebben dus met aandacht te maken. Het is een andere staat van bewustzijn dan onze automatische piloot. Je kan niet half zegenen, met halve aanwezigheid. Onze automatische piloot is er op uit om aandacht op een heel klein pitje te houden. Hoeveel procent we dagelijks bewust aandachtig doen en hoeveel procent vaag en slaapwandelend is verbluffend disproportioneel. Automatisch handelen – de slenterteek-  is de sluipmoordenaar van onze creativiteit. Dat is precies het  tegendeel van een zegenende ingesteldheid. Die is onmiddellijk, alert, bij de pinken, nu, zonder oordeel, allesziend, inlevend, gul, vernieuwend, verjongend... Zegening schept. Ze maakt wakker. Ze vertrekt nooit vanuit het ego, altijd vanuit verbondenheid en eenheid. Onbewust handelen verdeelt, scheidt. Het is voortdurend de speelbal van allerhande emoties, vooral van negatieve. Zegeningen filteren alle golvingen die in ons binnenkomen en houden de positieve over. Die positieve energieën worden dan gedeeld zonder voorwaarden. De ingesteldheid om te zegenen scherpt de aandacht. Men leert gaandeweg om beter te onderscheiden. Men kiest bewust voor opbouwend leven. Men geeft bewust geen voeding meer aan de negatieve impulsen. Men laat ze voor wat ze zijn, maar laat ze niet woekeren. ‘Collateral dammage’ van deze gefocuste aandacht kan een gevoel van eenzaamheid zijn. Door alles scherper waar te nemen ziet men dus ook scherper de pijnlijke moeilijke werkelijkheid. Soms sluipt door dit gaatje moedeloosheid en ontgoocheling. Ik noem dit stille eenzaamheid. Daar willen we deze maand wat dieper op in gaan.

stille eenzaamheid

Misschien heb je al de bedenking gemaakt: ‘Is zo’n zegenende kijk, zo’n uitfilteren van het positieve, niet erg naïef? De werkelijkheid is toch niet iets om euforisch van te zijn?’ De totale werkelijkheid is inderdaad niet alleen rozengeur en maneschijn.. Negeren van de harde, schrijnende, vernietigende kanten van het leven zou inderdaad naïef zijn en ziende blind. Echte aandacht ziet immers alles. Dus ook al het negatieve. Ze sluit haar ogen niet, zij kijkt en ervaart dus niet half. Alles is vol in haar bewustzijn. Precies  omdat ze zo attent en alert is, ziet ze meer en accurater dan wie ook. En dat doet pijn, tot schreiens toe. Wie leert en zich oefent om aandachtiger te leven wordt de ogen geopend, wijd open. Hij ziet eerst de grove corruptie, de verpletterende agressiviteit, het stiekeme gekonkel, het gluiperige bedrog... en later ziet hij het raffinement, de nauwelijkse zichtbare maneuvers. Hij ziet het overal: buiten zich en binnen zichzelf.

De tweede ervaring is dat hij eraan werkt om die negatieve aspekten binnen zichzelf uit te zuiveren. Dat is een hele karwei ...én wat een verbluffende constatie dat in ons die rommel ook bestaat. Maar goed, met vallen opstaan en veel goed wil ruilen we dat zootje op, worstelen we met onszelf, hakken en snoeien we in dat oerwoud. Derde ervaring is: het is als vechten tegen de bierkaai. Hoe harder je werkt aan het ploeteren op je eigen braakland, des te meer valt het op dat wie niet ploetert, niet wroet en het allemaal zo nauw niet neemt, fluitend door diezelfde werkelijkheid struint. Dat is pas frustrerend! Bovendien merk je dat het kringetje aandachtigen verdomd klein is. Dat mensen met wie je jouw ervaring kan uitwisselen dun gezaaid zijn. Je bent vreemd geworden. Daar zit een ontzaglijke paradoks in: alhoewel je door jouw aandacht een brede kijk hebt ontwikkeld, jouw inlevingsvermogen hebt verrijkt en verruimd, scherper en accurater ziet, toch sta je daar in stille eenzaamheid.

Vierde ervaring is dat er een stiekeme bekoring binnensluipt: waarom zou ik die prijs moeten betalen? Waarom doe ik niet zoals jan en alleman? Hou ik mezelf droombeelden voor? Ben ik eigenlijk wel goed bezig? Het is een schokkende ervaring: twijfel, moedeloosheid, donkerte. Het gevaar om te verharden loert om de hoek, om te oordelen en te veroordelen, om wat elitair te gaan doen, bijtende kritiek en cynisme. Je kan je inmetsen in die stille eenzaamheid. Die wordt dan een eiland zonder verbinding meer met het grote geheel. Het wordt dan een bittere eenzaamheid, waar geen greintje mededogen leeft. Het rijk van het eigen gelijk. De wereld van de afzondering.

Er zullen zich nieuwe ervaringen moeten aandienen om niet te verzanden en te verstikken in dit dorre domein. Het is echt een nieuwe sprong. Het is echt een verdere en bewustere keuze. Oppervlakkigheid of diepgang, platvlak of ‘ziende het onzichtbare’. Die overstijgt het label van naïeviteit. Het is een andere geboorte. Een nieuwe mens. Een wereld die voor de wereld inderdaad naïef is omdat er nu eenmaal andere innerlijke regels gelden. Regels die anders zijn dan macht, agressie, consumptie, schijn, onechtheid... Het is een wereld van verbondenheid. Eerst moet die oude wereld van gescheidenheid in al zijn facetten komen bloot te liggen, doorzien en ontmaskerd worden. Daar is pas eenzaamheid, dát is pas vastgelopen naïeviteit: de overtuiging dat alles apart is, gescheiden, individueel. Pas als die overtuiging in ons sterft, zal de nieuwe wereld van verbondenheid zich openbaren.

Een nieuw netwerk

Meer dan ooit worden we ons bewust van netwerken. Ze beheersen onze wereld. Politici, managers, mediagiganten, ekonomisten... hoe uitgebreider hun netwerk hoe groter hun macht. Alles en iedereen is instant bereikbaar. Bekeken vanuit het standpunt van macht hebben ze veel macht, maar zijn ze ook gevangen en afhankelijk van die macht. Ze behouden en liefst nog uitbreiden. In zijn boek De Superklasse. Het onzichtbare netwerk van een wereldwijde machtselite (Balans, Amsterdam, 2008),beschrijft David Rothkopf hoe een groep van ongeveer 6000 mensen onze wereld beheersen. Zij vormen onderling een netwerk van relaties op allerlei vlak. Vraag is of het een evenwichtige proportie is dat een kransje van 6000 mensen miljarden andere mensen bepalen. Onderling vormen ze een efficiënte, razendsnelle, hechte, communicatieve, creatieve groep. Alhoewel Rothkopf het een onzichtbaar netwerk noemt, toch heeft hij het zichtbaar gemaakt. Hoe machtig deze elite ook is toch is ze beperkt in aantal: 6000 versus miljarden. Lid zijn van deze superklasse wordt bepaald door geld, invloed, relaties,  bezit, macht... Het gaat tenslotte om macht. Dit soort klasse wordt uiteraard bepaald door uiterst geraffineerde mazen van een elitair netwerk. Ik betwist het bestaan niet van zo’n netwerk. Zelfs niet het nut en bestaansrecht. Zo zit onze platvlakke wereld nu eenmaal in elkaar. Er zitten in hun Davos-ontmoetingen zelfs heel hoogstaande  cultuurbonzen in en kunstenaars en religieuze topfiguren. De groep is een absoluut goede weerspiegeling en een correcte dwarsdoorsnede van onze wereld. Ze  dragen zelfs projecten die het platvlakke transcenderen. Maar het blijft wel platvlak zolang lidmaatschap stoelt op macht, invloed, van welke aard ook.

Er is een netwerk dat al eeuwenoud is, zichtbaar, niet elitair qua lidmaatschap. Iedereen is  door geboorte lid van dit netwerk, is zelf het netwerk. Alles is het netwerk. Geen behoefte aan invloed, macht, bezit. Het is niet verborgen, niet geheim, onmiddellijk toegankelijk voor iedereen. Het netwerk omvat alles en allen. Het is een cosmic wide web. Wie het zich wil toeëigenen jaagt een illusie na. Hij is een dwaas. Hij wil de zee vangen in zijn schepnetje. Hij denkt nog iets te moeten veroveren wat hij in feite al lang heeft en wat hij onvervreemdbaar deelt met alles en iedereen.
Je kan dat web niet opslaan in jouw blackberry. Het is proberen de zee te persen in een vingerhoed. Het is wonder dat het meest zichtbare niet gezien wordt, het meest voor de handliggende niet gebruikt wordt. Dit kosmisch web is de werkelijkheid van de verbondenheid. Alles is met alles verbonden. Ieder is met iedereen verbonden. Er is geen ontkomen aan, tenzij men moedwillig de ogen sluit. De truuk bestaat erin om dit kosmisch web van verbondenheid naïef en dromerig te verklaren en de wereld van de eigen webjes als dé reële werkelijkheid uit te roepen. Men is bang van een wereld zonder macht, zonder machthebbers. Men vertrouwrt dit kosmisch web niet. Het is te simpel, té bereikbaar. Ieder van ons wil wel iets achter de hand hebben: de ander is niet te vertrouwen. Je weet maar nooit.
We maken elkaar bang. Vanuit die schrik ontwerpen we allerlei webjes. Als we geen webben hebben, geen systemen, voelen we ons onzeker. We doen niet ‘als de vogels in de lucht en de bloemen op het veld. Zij zaaien niet en maaien niet en slaan niet op in schuren.’  We geloven niet in dat kosmisch web dat voor ons zorgt. Wie gelooft er nog in ‘een Vader’, in zoiets dat altijd en ononderbroken voor ons zorgt? We bouwen onze eigen schuurtjes en banken...

We zien niet – tenminste niet tijdig – dat die bankschuren en die ekonomie als kaartenhuisjes in elkaar tuimelen met een domino-effect. We komen niet toe aan wereldwijde verbondenheid. We grabbelen terug naar protectionisme: eerst ik en dan een ander. We kruipen bang in hutjes van eenzaamheid en loeren naar lapoplossingen. Vroeg of laat zullen we toch moeten evolueren naar die kosmische blik. Wat we nu meemaken zijn oefeningen in verbondenheid of conservatieve bange reflexen naar oude systemen. Zien of niet-zien, that’s the question. Verbondenheid in zijn diepste betekenis of apartheid en eigenbelang. De geldmuren, de invloedsgolven, de machtsstructuren,...moeten gesloopt worden. Dat vergt geen oorlogen, ook geen heilige, geen nieuwe wereldorde. Alleen aandachtig kijken, zien hoe alles  met alles verbonden is. Precies dan zullen we onze ‘stille eenzaamheid’ transcenderen. Dan doorbreken we het radeloze donker van onze nacht. Als eeuwen vechten we, gevangen in ingewikkelde zelfontworpen webben. Ooit wordt de tijd rijp om het kosmische web van verbondenheid te zien en te leven. Wat een naïeviteit om die versleten webben in een Sisyphus-arbeid altijd maar weer die bange berg op te dragen!  Stilaan worden nefaste en destructieve netwerken blootgelegd. De wereldpolitiek en het regionale geknoei staan er bol van. Godsdiensten tuimelen van hun voetstuk of verharden in hun vernietigende machtswebben. Alles zal moeten gezuiverd worden zoals de stallen van Augias, uitgemest en verschoond, totdat we zien. Wat nu denigrerend naïef wordt genoemd is in wezen levende vanzelfsprekende mystiek. Herkennen van een aanwezigheid die er altijd al was en is en zal zijn.

Pleidooi voor vanzelfsprekende mystiek

Als we platvlak blijven kijken en naar een versplinterde werkelijkheid, waarin alles apart wordt ervaren, zal er in wezen niets veranderen. Alleen de rij van veranderende vormen. Eindeloos steriele herhalingen met een schijn van vernieuwing. Ik wil dan ook een pleidooi houden voor een vanzelfsprekende dagelijkse mystiek. Nu weet ik dat het woord mystiek meteen wordt gecorreleerd met godsdienstigheid én een stelletje aparte rare, zij het eerbiedwaardige, dromers. Wereldvreemde snuiters, met een onverstaanbaar jargon en een aureool van toch wel een bijzonder elitair gezelschap. Mystiek heeft eigenlijk niets met godsdienst te maken. Godsdiensten zijn altijd een systeem, een geheel van dogmata, een sluitend geheel. Mystiek is geen systeem, ze staat vrij van dogmata en geloofswaarheden. Ze doorbreekt grenzen. Vanuit de platvlakke wereld gezien werden mystici altijd gemarginaliseerd en dus kregen ze de stempel van rare snuiters. Hun ervaringen stonden zó dwars op de platvlakke werkelijkheid dat zij een stameltaal gebruikten. Ze  moesten wel een communicatiekanaal ontwerpen. Uiteraard waren zij enkelingen, geen sluitend groepje. Hier en daar was er iemand die inderdaad anders keek, een andere werkelijkheid zag. Iemand die zich ontworstelde aan de gangbare zienswijze, zoals Galileo Galilei de aarde rond zag en alle anderen een platte schijf poneerden. Het is nogal wiedes dat ooit iemand of sommigen zich kunnen losmaken van dwingende opvattingen. De gangbare opvatting heeft van mystiek zo’n raar wereldje gemaakt. Platvlakkijkers maken tot nu toe het schone weer uit. Het zit  er ingeheid.

Laten we eerlijk zijn: heeft de platvlakke visie het tot nu toe zo bijzonder goed gedaan? Verwoestende oorlogen de eeuwen door,een mega kloof tussen arm en rijk, een verpieterende verkruimelende ekonomie die wereldwijd op barsten staat, wisselende machtsblokken, elkaar bekampende godsdiensten, doorgedreven racisme ... een eindeloze lijst van falen. Zou het niet voor de hand liggen om eens een andere kant op te kijken, over het muurtje, anders te kijken? Is het niet uiterst naïef en dwaas om op diezelfde doodlopende piste verder aan te modderen?

Die andere ziensmogelijkheid noem ik de dagelijkse mystieke kijk. Geen grootse speciale verlichtdoenerij. Gewoon kijken, met aandacht, met zegening. Mystiek is niks groots, niks out-standing. Het is met beide voeten en gans jouw wezen in die wereld en werkelijkheid van verbondenheid staan.
Laten we stoppen met die geheimzinnigheid rond mystiek.
Laten we ze afpellen tot op haar naakte zijn, tot dagelijkse werkelijkheid.
Laten we ze weghalen van die verre onbereikbaarheid.
Laten we mystiek teruggeven aan de mensen, waar ze thuis hoort.
Gewone mensen, alle mensen met een aandachtige doorleefde kijk.
Laten we onthullen dat alles in verbinding staat.
Laten we doorzien welke krachten er baat bij hebben om die werkelijkheid toch maar platvlak te houden.

Als iemand met aandacht een roos geeft aan wie hij liefheeft, dan is dat mystiek. Hij maakt iets duidelijk wat in het platvlak niet te zien is. De zorg van de Kleine Prins voor zijn roos en zijn miserabele kratertjes is pure mystiek. De vriendschap tussen de Vos en de Kleine Prins is zo subliem mystiek. En al wat jij doet met zorg en liefde en aandacht is pure vanzelfsprekende mystiek.

Mystiek is het eigenlijke draagvlak van elk gebeuren op deze aarde en in gans de kosmos. Mystiek is de diepere kern die klaar ligt om ontbolsterd te worden. Elk gebeuren, elke daad, elk gebaar, geladen met aandacht en zegening is mystiek, dagelijkse werkelijkheid.Ontdekking van gedragenheid. En die gedragenheid is er altijd, is aanwezigheid. Platvlak is cultus van afwezigheid, oefening, camouflage om er niet echt bij te hoeven zijn. Er zitten teveel valse dubbele bodems in. Het houdt altijd iets achter de hand.

Door deze houding zijn we in feite nooit eenzaam. We leven immers constant in een web van aanwezigheid dat ons draagt, zoals een moeder haar kind. We staan altijd in verbinding in een kosmisch wijd web. Soms noemt men dat  allegorisch
in de palm van Gods hand. Hoe ook, het is er altijd. Het is er ook al altijd geweest.

up naar boven


Terug