MAANDBRIEF November 2009                                 Print

ANGST versus VERTROUWEN
Achtergrond

De eigenlijke achtergrond van de verschillende maandbrieven van het laatste trimester – wilde verwachtingen, schele vooroordelen,  bijtende ergernis – is angst. Het heeft zijn wortels in een wantrouwen in het leven. Met Leven bedoel ik niet alleen het verblijf in dit fysieke lichaam, de tijd dat we in dit lichaam leven, maar een aanwezigheid over alle tijden heen. Zijn. Wie zich bang vastklampt aan de wereld van de vormen, de fysiek materiële dus, verliest zijn zin voor proporties. Hij investeert  alles in vormen en negeert de vergankelijkheid van die vormen. Hij ziet niet of te weinig het totale energetische Veld. Hij ziet partiële veldjes. Die kunnen leuk zijn, boeiend, maar nooit de totale werkelijkheid. Die veldjes kan hij ontginnen, het gezaaide oogsten, maar het resultaat vervult hem niet wezenlijk. Er blijft altijd een honger. Honger naar meer, dat transcendeert. Zo gaat hij het onvervullende  vertalen in kniezerij, in vooroordelen en ergernis. Alles wat niet behoort tot het direct bevredigende, zichtbare en tastbare veld, vertrouwt hij niet. Het is er voor hem niet, het is niet wezenlijk voor hem, het komt niet in hem op. Je zou ook kunnen zeggen dat hij er blind voor is. Maar op die manier amputeert hij zichzelf. Hij steekt zijn innerlijkheid de ogen uit.
Angst heeft een ontzaglijke behoefte aan argumenten. Hij wil er zeker van zijn dat hij het leven onder controle heeft. Hij kan zich niet toevertrouwen aan het leven. Overgave is zijn onvermogen.
Het moet lastig zijn om te leven vanuit onvermogen. Je komt altijd tekort.

Leven is bewegen en bewegingloos-zijn

‘De wereld is een zee van veranderingen.
Evenwicht is in de natuur beweging.’  Abraham Cowley

Het onbenoembare meer in ons is wat Ken Wilber geest in actie noemt.
Op de keper beschouwd is dat een mystiek ervaren. Het ligt vlakbij, niet oppervlakkig maar onder-vlakkig. Vormen zijn daarvan precies het tegendeel. Zij stollen en verstenen de mystieke werkelijkheid. Als we doorheen de vormen de innerlijke bewegingen zien, de golven van geest ervaren, pas dan zien we hoe de werkelijkheid werkt. Het kunnen loslaten van de vormen openbaart het innerlijke zijn van de vormen, zoals een kastanjebolster zijn innerlijke vrucht pas laat blinken als hij loslaat, barst en afvalt. Maar de pit heeft de bolster nodig om kastanje te zijn, tijdelijk. Angst omsluit, mystiek ontsluit. Angst begrenst, mystiek ontgrenst en ontgrendelt. Als men enkel omsluit en begrenst, wordt elke beweging verstikt. De wonderlijke balans tussen onevenwicht en evenwicht is als ebbe en vloed. Verandering van vormenspel, een geliefde die zich tooit in allerlei verhullingen. Zo worden wij ook omgrepen door angst. Ogenschijnlijk is het onze bestaansbiotoop. We worden ermee omkleed, zoals de nacht het licht verhult. In vele gestalten.

‘Man hatte  vor tausend Dingen Angst…vor dem Schlaf… vor dem Erwachen, vor dem Alleinsein… vor dem Tode… Aber all das waren nur Masken und Verkleidungen. In Wirklichkeit gab es nur eines, vor dem man Angst hatte: das Sichfallenlassen, den Schritt in das Ungewisse hinaus, den kleinen Schritt hinweg über all die Versicherungen, die es gab.  Und wer sich einmal, ein einziger Mal hingegeben hatte, wer einmal das grosse Vertrauen geübt und sich das Schicksal anvertraut hatte, der war befreit.’  Herman Hesse

In een wiel is er evenwicht en beweging, rust en stuwing. Middenin is er de naaf. In het nulpunt van de naaf is er volkomen bewegingloosheid. Alle draaiingen, wervelingen gaan nochtans van haar uit, onuitputtelijk. In ons bestaat de angst om uit het middenpunt geslingerd te worden in een zinloze ruimte, angst om nooit meer dat innerlijke onbenoembare stiltepunt terug te vinden. Angst voor de onbestaanbaarheid. Angst dus om vanuit onze kern te durven bewegen. Ons durven toevertrouwen aan het geworpen zijn in de vrijheid. De ruimte van de naaf, haar innerlijke kracht, is dezelfde als al de ruimtes daarbuiten. De ruimte in een kartonnen doos is dezelfde als deze van de horizon. Je  hoeft alleen het karton weg te nemen. Een karton, een emmer, een huis, een weg, een lichaam, de horizon: ze zijn omsluitingen van een niet te omgrenzen ruimte. Zo ook jij en ik. Rimpelingen op een vijver zijn de bewegingen van het water. Ze zijn én het water én de rimpelingen. Je kan de rimpelingen niet pakken zonder het water. Angst is een soort paniek om de rimpelingen van het water vast te houden uit schrik dat er anders geen water meer zou zijn. Vasthouden aan vormen. Denken dat de vormen de essentie zijn. Kringelingen zijn versieringen van het water. Onze lichamen zijn prachtige expressies van onze ziel. Bloemen zijn de fleurige opsmuk van planten. Wie ze wil vasthouden vergeet dat ze verwelken. Ze zijn verwijzing naar de kern, naar het wezen. Wie vasthoudt aan de verwijzing geraakt de weg kwijt en geraakt in paniek of in tristesse om het definitieve verlies. 

Angst is openbaring

  1. Angst etymologisch

Ons Nederlandse woord ‘angst’ staat heel kort bij het latijnse ‘anxietas’. Het is een verkorting van ‘angustus’ wat nauw, smal, eng betekent. Dezelfde klank vinden we in eng en angst.
Et bestaat een stad (tevens de naam van een jenever-elixir) die Angostura   heet (barst in een Zuid-Amerikaanse boom waaruit een sap druipt dat men mengt in jenever). Een pas in de bergen, een zeeëngte, een smalle doorgang, een verbinding, worden engte genoemd.
In de geneeskunde spreekt men van een angina pectoris als een vernauwing, benauwdheid. Dit kennen we van het oude woord ‘aamborstig’. Tot daar de pragmatische betekenis.

Dikwijls wordt deze gebruikt om de emotionele ervaring uit te drukken bv.  ‘iets waar ik tegenop zie’ druk ik uit als een onoverkomelijke berg. Voor het gevoel van impasse, de schrik om een hindernis te nemen, heeft men een perfect adequaat beeld gekozen nl. een engte. We zeggen ook letterlijk en figuurlijk: ‘Nou, da’s eng’ voor iets wat niet leuk, bedreigend aanvoelt.

      2.Angst beeld-symbolisch

A. In het chinees heeft men een mooi woordbeeld voor alles wat met een crisissituatie te maken heeft, een angst-situatie dus. Het ziet eruit als twee nietjes (van een nietmachine), die ruggelings naar elkaar zijn gekeerd, met tussen beide een smalle doorgang. Het linkse nietje betekent risico, gevaar. Het rechtse mogelijkheid, kans. Een crisis houdt beide realiteiten in. Het boeiende van dit beeld is dat men maar doorheen de crisis kan geraken als men de smalle doorgang tussen beiden wil passeren. Men moet door een beangstigende engte. Het is de enige weg en doorgang. Angst is een doorgang om van bekend gebied te gaan naar onbekend terrein. Het is loslaten van het zekere om te stappen in het onzekere. Daarom is het tegengestelde van angst altijd vertrouwen. Tot onze bestaansconditie behoort eveneens vertrouwen. In plaats van het instinkt om te overleven kan de mens zijn bestaan zinvol en kwalitatief uittillen naar groei. Niet het leven zelf wordt dan doel maar de zinvolheid. Niet meer de angst staat dan vooraan maar het vertrouwen. Willen groeien is gans anders dan alleen maar willen leven. Het is creatiever. Het aanvaardt de complexiteit van het leven, is erdoor geboeid en is er op gericht om deze vorm te geven. Daarom is een tegenpool van angst creativiteit. Zij zoekt namelijk naar uitwegen waar angst verlammend werkt.

B. De zandloper
Ook bij een zandloper zijn twee ruimtes verbonden door een vernauwing, een engte. Het fijne zand reuselt van de ene naar de andere ruimte. Opvallend is hoe een grote hoeveelheid zand door een vernauwde hals moet. Het is onweerstaanbaar. Het moet erdoor, het kan niet anders. De vernauwing ontwerpt tijd, maakt tijd. Er is druk, maar precies daardoor is er beweging. Als alle zand doorheen de engte is gelopen is er rust. Er is geen maat meer. Er is geen verandering meer. Tenzij men de zandloper omkeert en het proces zich herneemt. Dan is er weer leven. Leven wil leven, keert zich altijd om en om. Zo is de zandloper niet alleen van de dood, maar ook van het leven het symbool. En dus van de angst die wij hebben voor de overgangen. Leven zit vol overgangen. We worden op onze kop gezet, ondersteboven, om in beweging te blijven, te blijven groeien.

Kortom:

Angst is een soort bewegende toestand, een proces, waarin we van de ene werkelijkheid in een andere werkelijkheid ingroeien. Het is een fase binnen een veranderingsproces. Net als bij een geboorte: vanuit een paradijselijke toestand in de moederschoot moeten we door een engte, gepaard met de crisis van de barensweeën, naar een onbekende nieuwe levensfase. Angst is letterlijk een open-baring. Het wezenlijke in ons wil geboren worden, wil zich manifesteren. Daartoe moeten we de navelstreng van het veilige oude losscheuren, in pijn. Uiteindelijk is er de eerste schreeuw van een nieuw bestaan. Dat is een heel oud spiritueel verhaal. Adam en Eva, genietend in een paradijselijke symbiose, een hemels paradijs. Maar de opklimmende ‘geest in actie’ kringelt en stuwt en duwt de Mens in een vlammende openbaring, in barensweeën en met een vloek van verschrikking, naar een andere werkelijkheid in een niet nalatend proces, in het aardse paradijs. De zoektocht naar het wezenlijke is begonnen, op eigen benen. De goddelijke onbeweeglijkheid davert in een donder van beweeglijkheid verder. Het goddelijke heeft zich ontledigd in een totale menselijke vrijheid: Ga! Schep, ontwerp, zoek vruchtbaarheid, kneed en knutsel en bedenk allerlei vormen! En de mens werd bevangen door siddering, angst voor zoveel vrijheid. Hij wilde en wil nog terug naar de oude vertrouwde veiligheid. En hij verbergt zijn naaktheid, zijn onwetendheid. Zijn wezenlijkheid is omfloerst en verborgen. Hij bekleedt zich door vlucht en schaduw en waan. Hij beseft stilaan dat hij godweet nog hoeveel keer door engtes zal moeten. Hoeveel keer nog zal hij moeten sterven, hoeveel keer nog geboren worden, elke dag? Angst is altijd een beetje sterven.

Vertrouwen

Hoe kunnen we ontkomen aan die onverbiddelijke dood? Wie in de angst, in de gevangenschap van de vormen blijft zitten,heeft, naar mijn ervaring, geen uitkomst. Hij kiest voor het durende onevenwicht, wankelend van vorm op vorm. Hoe onvast! Het is kringetjes lopen binnen zijn begrensdheid.
Een kindje zal nooit leren lopen als het niet vroeg of laat de veilige hand van de moeder wil loslaten. Het zweert de mama niet af, negeert haar niet, maar er is dat grondige vertrouwen in haar.  De moeder wordt een grotere ruimte , haar veld verwijdt zich, opent zich in een grotere vrijheid. Door het groeien van het kind, groeit de moeder. Er komt meer veld en energie vrij. Angst dat het kind zou vallen, verandert in fierheid dat het zelfstandig kan lopen, verandert in een lach om het méér.

Vast en zeker
Nieuwsgierig ben ik even gaan zoeken naar de etymologie van vertrouwen. Er viel niet veel te rapen, althans niet op het eerste gezicht. Wat toch wel verrassend was is dat in het Welsh vertrouwen teruggaat naar drud (sterk, stevig) en derw (waar). Drud bracht mijn nieuwsgierigheid evident naar druïde. Dit verwijst op de eerste plaats naar een boom (Keltisch). Zeggen we niet: zo vast en stevig als een boom, een eik? Drew deed me denken aan derwisch, de wervelende dansers. Al draaiend vinden ze een evenwicht binnen de vaste energiezuil in zichzelf (naaf en wiel). Dit evenwicht is het echte ware. Vertrouwen is dus niet zomaar los zand, zo lukraak ‘ik zal er maar op vertrouwen’, zoals we zeggen ‘ik zal het maar geloven’. Vertrouwen is zoals een eik, vast en zeker. Het is het zinnebeeld, het zinvolle beeld, van de essentie. De kern. Het wezenlijke. Het leven. Het bizarre is dat we vormen prefereren boven vertrouwen, omdat we ze beschouwen als vast en zeker, terwijl ze dat helemaal niet zijn. Het wezenlijke, het leven is de essentie. Het leven in al zijn vormen, ja, als de vormen gezien worden als de manifestaties van dit leven. Waar het dus op aan komt is dat ik dit leven vertrouw en me dus toevertrouw aan het leven. In de flow van het leven gaan staan. Het leven nu en nu en nu leven.

Als moderne mensen beleven we onze wereld als onbetrouwbaar. We hebben daar spijkerharde bewijzen voor. Mensen, dieren, de natuur, de religies, de economie, de banken, de politici, de wetenschappen, relaties, vriendschappen, collegae…onbetrouwbaar. We worden voortdurend een hak gezet. Zelfs het leven laat het vroeg of laat afweten. Dood. Zo percipiëren we het reilen en zeilen van onze ervaringswereld. Homo homini lupus, de mens is voor zijn evenmens een wolf. Voortdurend moet hij in die jungle alert zijn voor de wet van de sterkste. Dag en nacht in angst leven voor een onverwachte aanval. Het heeft wellicht miljoenen jaren oefening gevraagd vooraleer we evolueerden naar een ietwat rechtvaardigere moraal: een oog voor een oog, een tand voor een tand. En nog eens eeuwen tot er mensen opstonden die liefde en verzoening brachten. Bemin jouw naaste als jezelf. Revolutionair en evolutionair – weet wel, de geest in actie – toen iemand zei: ‘Bemin je vijand. Bemin wat jou vreemd is.’ Beweging, verandering, groei in staat van bewustzijn.

Voor een goede observator mag het  helder zijn dat de mens geleidelijkaan in de chaos van de exploderende vrijheid, gedreven door de geest in actie, een weg aan het vinden is naar het wezenlijke. Hij begint te zien dat het leven dat in hemzelf leeft te vertrouwen is. De hemel klaart op. Hij begint te beseffen dat het ware in hem leeft, in zijn eigen leven. Er is meer dan vorm. Aan dit immense avontuur wil hij zich toevertrouwen. Er ontstaat een wederkerigheid: vertrouwen en toevertrouwen.

Het voorvoegsel toe duidt een beweging aan: kennen/toekennen, laten/toelaten, zien/toezien, horen/toehoren…) Men laat de angstige controle vallen, men begeeft zich naar en in de andere. Er ontstaat overgave. In ons Nederlandse taalgebied zegt men : ‘Allé, toe!’ In één klein woord zit beweging, uitnodiging, vertrouwen, toegeving.

Vertrouwen en toevertrouwen zijn de attitudes die ons boven angst uittillen. Het is in de flow van de geest in actie stappen, je laten dragen. Het is overgave aan het leven, zoals het zich in welke vorm ook aandient. En dan daar dwarsdoorheen zien: de dansende energie, soms duivels, soms zalig. De geest in actie die door ons heen jaagt, als een donder of een zachte bries. Die ons gebruikt om het meer gestalte te geven.

Die wij mogen gebruiken om in die oceaan van het meer zelf meer te worden. Over de vormen heen=trans formas, transformerend in wederkerigheid. Nou, dat is pas goddelijk!

up naar boven


Terug