MAANDBRIEF September 2009                                 Print

VOOROORDELEN

Voorschotje

We hebben vorige maand onze verwachtingen geanalyseerd. Zitten we vol van, hebben we gemerkt. Het zijn leperds die zich slim weten te verschansen. Een resem, gaande van puur impuls over wachten naar plannen en projecten. Boeiend zijn ze wel én complex. Daarom is goed kijken de boodschap. We moeten ze in de gaten krijgen.   Gemakkelijk is dat niet omdat ze deel uit maken van onszelf en we kijken niet vanzelfsprekend in onze innerlijke spiegel. Die is meestal confronterend. Verwachtingen zeggen veel over onszelf. Ze weerspiegelen de roerselen van onze ziel. Ze geven correct de staat van ons bewustzijn weer. Bovendien slepen ze een aantal consequenties met zich mee. Verwachtingen brengen ons soms in situaties die we niet voorzien hadden. Beroerd.  ‘Oei! Had ik dat geweten!’ We zijn dan een illusie rijker. Dikwijls kan de persoon of de omgeving of de tijd, waarin we die verwachting hadden verankerd, deze niet inlossen. Slecht ingeschat, misleid door de magische kracht, betoverd...en dan ontnuchterd en ontgoocheld. Eenzijdig negatief hoeven we ze ook niet te bestempelen. Ze zijn de humus waaruit creativiteit kan opschieten. Maar onkruid en kruid groeien samen op. Het is dus een kwestie van deskundig wieden. Leren onderscheiden wat klopt met de eigen staat van bewustzijn en hoe dit dan vruchtbaar kan ontwikkelen.

Ethymologie

Af en toe een ethymologietje kan verhelderend zijn.
Vooroordelen is een dubbel samengesteld woord. Vooreerst: voor en
oordelen
Oor-delen is ook samengesteld. We kennen dit in woorden als oorzaak, oorsprong, oorlog. Delen kennen we. Het deel dat ons toekomt en het deel dat je de ander laat toekomen. In een oordeel deel je het terechte deel dat de ander toekomt. Het terechte in de betekenis van oor, oer = oorspronkelijk. Dát wat basis is, aan het begin ligt, de correcte inhoud, fundamenteel. Een oordeel zouden we dan ook kunnen omschrijven als een mening die congruent is met het oorspronkelijke. Het is dus een ‘juist, rechtvaardig, correct delen van de oorspronkelijke bedoeling’.

Heel dikwijls is ons oordelen dat niet. We nemen de tijd niet en brengen het geduld niet op om terug te keren naar de oorsprong. Wat bedoelde hij of zij? Ons oordelen is snel en impulsief, precies zoals onze verwachtingen. Dat is dan ook het verband met de vorige maandbrief. Een goede rechter zal dan ook altijd op zoek gaan naar de oorspronkelijke motivatie, omstandigheden etc. Daarvoor zou hij/zij zich getraind moeten hebben in het kijken met innerlijke ogen. Niet toeallig is Vrouwe Iustitia geblinddoekt, zodat ze verplicht wordt om ‘anders’ te kijken. In de Oudheid waren zieners meestal blind (cfr. Thereisias).

In het woord zelf, oor-delen, zit ingesloten dat er twee partijen zijn. Delen veronderstelt dat er een medespeler is in iets dat oorspronkelijk één was. Dit spel steunt op fairplay. Er zijn regels. Blijkbaar zijn die in het woord zelf ingesloten nl. oor-, ur-, oer. M.a.w. het is een evidentie dat men terugkeert naar de wortels, naar de oer-positie, naar de eenheid.

Het delen gebeurt dus tussen twee mensen, elk met hun eigenheid. Hier stoten we op een fundament: elk van beiden handelt vanuit de eigen staat van bewustzijn. Indien dit zuiver is en diep dan zal men oordelen vanuit mildheid en mededogen.Indien dit troebel is dan zullen  corruptie en favoritisme in het spel zijn. Ik wil hier dan ook wijzen, nogmaals, op het belang van de ontwikkeling van onze staat van bewustzijn. Niet een moraal of een ethiek die als een vernislaagje op ons handelen en ons weten is gesmeerd, maar een verworven bewuste ingesteldheid. Oordelen gebeurt altijd vanuit authenticiteit. Maar erg dikwijls oordelen we vanuit een machtsgebeuren, vanuit een meerwaardegevoel. Dat is echter een volstrekt fout uitgangspunt. Het vertoon in gerechtshoven met fluweel, paars en hermelijn, is een restant van een verdraaide waarachtigheid. Het is vals. Hetzelfde geldt voor het kardinaalsrood en het gemijter. De staf wordt maar al te dikwijls gebruikt als een machtssymbool, terwijl het in wezen de staf is van de herder die één is met de kudde. Hij steunt niet op macht maar op dienstbaarheid aan de medebroeder en –zuster. Authenticiteit en ‘delen’ gaan nooit gekleed in machtssymbolen. Ze tooien zich in mildheid en mededogen: sober, open en ontvankelijk, ongewapend. Hetzelfde geldt voor ieder van ons. Ook wij gebruiken machtsmiddelen als wij oordelen. Status, verbale begaafdheid, roepen, dreigen, vernedering, ruzie, hypocrisie, manipulatie... Indien nu één van de partijen een minder ontwikkelde staat van bewustzijn heeft, dan zou de meer ontwikkelde het moeten opbrengen om rustig, begripvol en geduldig zich empathisch in te leven in de ander. Ons oordelen is meestal ongeduldig. We hebben geen tijd en mildheid. We zijn snel en hard. Ons oordelen is agressief. Zo belanden we in een vicieuze cirkel: agressie roept agressie op. In ons oordelen steekt dikwijls een verpakte behoefte om zeker niet de mindere te zijn. Overgave ervaren we als zwakte. We wanen ons beter, moreler, correcter, verstandiger. We vinden altijd wel iets dat ons oordeel over de ander rechtvaardigt.
Onthou dus dit: Je oordeelt altijd vanuit jouw staat van bewustzijn. Je kan er dus maar beter flink werk van maken.

Voor-oordelen

Vooroordelen is een raar woord. Het is een oordeel nog vóór je oordeelt. Hoe doe je dát? Eigenlijk zijn vooroordelen geen oordelen, zeker geen wijze. Ze zijn een op een hoopje gesmeten vroegere ervaringen. Oprispingen van een samengekoekt pijnlichaam. In dat pijnlichaam hebben we al onze negatieve traumata als in een centrale samengeperst. Als er zich dan een impuls (uitgaande van een persoon, een plaats, een analoge gebeurtenis...) voordoet, schiet een hele rist oude impulsen los. Die rist is dan de grond voor ons vóór-oordelen.  De centrale werkt op volle toeren.

Maak maar eens de oefening: Roep een persoon in je op... oeps, daar zitten een hele boel impulsen aan vast, negatieve of positieve. Jouw staat van bewustzijn sluit zich daar onmiddellijk bij aan , zoals een magneet voorwerpen aantrekt. Ze doen ‘klik’. Is jouw staat positief, dan krijg je door die klik een aangenaam, voldaan gevoel. Je verrijkt. Is ze negatief dan ontstaat er een escalade van herinneringen. Die gaan clusteren. Ze breien een heel verhaal van argumenten. Ben je nog bij de oefening? Herken je het? Die maliënkolder, waarin je jezelf verdedigt én waarin je gevangen zit, wordt dan de wapens voor jouw oordeel. Vóór-oordelen zijn altijd wapens op het strijdtoneel. Meestal is het doel: gelijk halen. Ik heb gelijk. Heel merkwaardige uitdrukkingen: gelijk halen en gelijk hebben. Keren we terug naar het stamwoord: oer-deel. Dus het rechtvaardige, correcte deel dat de ander (en mezelf) toekomt. Nou, nou! Met mijn maliënkolder ga ik gelijk halen. Ik trek het dus naar me toe. Ik verover het door een bos van argumenten, die steunen op mijn negatieve pijnlichaam. Regelrecht machtsmisbruik. Ik positioneer me in de stelling: ik heb gelijk. Niet: ik ben gelijk en dus is de ander evenzeer gelijk met mij. Ik hef de even-waardigheid op op grond van mijn vroeger ver-ongelijkt zijn. Als dát niet fraai is! Schiet er nog iets over van je verbeelde oefenpersoon? Of heb je hem/haar proper neergesabeld?

Ik hoop dat je merkt dat vooroordelen heel close zijn met emoties en verwachtingen. Ze vormen een hechte familie. Vooroordelen zijn heel onrechtvaardig. Binnen in je heb je een gerecht opgetimmerd. Je bent de enige rechter, alhoewel we dikwijls collegae optrommelen om indruk te maken, om het gelijk nog agressiever te etaleren. Je hebt dan ook al het verdict uitgesproken terwijl de beklaagde nog geen schijn van kans heeft gekregen om lijfelijk aanwezig te zijn. Veroordeeld met vóór-bedachte rade!

Epikeia

Er bestaat in het grieks een prachtig woord: epikeia. Het is eigenlijk een term die gebruikt wordt in de ethiek. Epikeia is het principe in ethische kwesties waardoor een wet kan doorbroken worden (opgeheven) om een groter goed te bereiken. Een treffelijke vertaling zou zijn: redelijk (in het engels: reasonable), juist, fair. Men benadert de kwestie niet vanuit het objectieve standpunt van de geschreven wet, maar vanuit een houding van redelijkheid. Ethiek is niet altijd in logica te vatten. In die zin is epikeia een ruimere en innerlijke kijk op de kwestie. Ik ervaar epikeia als nauw verwant met mildheid en mededogen. Het is warmer dan ‘de wet en niets anders dan de wet’. Vooroordelen staan haaks op epikeia. Ze doen zich voor als objectief en denken dan ook dat ze een objectief fundament geven aan het eigenlijke oordeel. Maar ze serveren een lawine van subjectieve impulsen en chaotiseren een helder oordeel. Laat staan dat ze een ingesteldheid van epikeia willen aannemen; Ze missen elke vorm van empathie. O, ze zien zó graag zichzelf! Ze  zijn verliefd op hun eigen argumenten, of moet ik zeggen: ze zijn koppig versteend in hun vroegere negatieve ervaringen.

Epikeia hanteert soepelheid, wil verstandhouding, zoekt naar dialoog, speurt naar openheid, sluit aan. Ze oerstijgt de zogenaamde wet van genoegdoening: een oog voor een oog, een tand voor een tand. Ze laat vergelding smelten. Ze doet afstand van ‘recht’, omdat ze begrijpt dat krom soms een verhaal inhoudt dat pas begrepen kan worden als men het wil horen, beluisteren, verstaan.

Vooroordelen horen alleen zichzelf. Ze hebben een obsessief repetitief karakter. Ze zeuren in je kop. De ouwe koeien die uit de gracht worden gesleurd verouderen nooit. Ze worden altijd opnieuw van stal gehaald, uitgemolken.

 

up naar boven


Terug