MAANDBRIEF Augustus 2010                                 Print

VERVREEMDING

Geheugensteuntje
Stilte is een verbijsterende spiegel, een uitdagende confrontatie met onszelf, met onze 'aangeklede ziel'. Noem het onze persoonlijkheid. De diepgang of oppervlakkigheid van onze waarden. De smaak van stilte is voor de moderne mens eerder bitter en wrang. En daarom bouwt hij ononderbroken een verdedigingsmuur tegen die stilte. Hij omheint zichzelf met allerlei afleidingen, doolhoven. Hij komt niet tot de kern, tot inwendigheid. Bang om zichzelf naakt te zien. De tegenpool van stilte is ongedurigheid. We hoppen als kangoeroes van het ene naar het andere. Niets mag lang duren, geen duurzaamheid. Interviews, tv-programma's zijn uitgekiend getimed, omdat men weet dat de aandacht van mensen heel snel afdwaalt. In het onderwijs constateert men dat bij jongeren het concentratievermogen schrikbarend afneemt. Ongedurigheid is een veelvraat. Ze wil voortdurend nieuw voedsel. Er is enorm verlies van energie. Naar mijn mening is het dreigend tekort aan fossiele brandstof niet onrustwekkend, maar wel het verlies van innerlijke energie. We verstoken onnodig ontzaglijke hoeveelheden innerlijke energie. We beroven de stilte. Of liever: in ons verstikken we ze door massa's rommel er bovenop te dumpen. Het is niet voor niets dat we zoveel vuilnis produceren en er geen blijf mee weten. In feite kiezen we voor kwantiteit in plaats van kwaliteit. We maken ons zelf wijs dat veel absolute prioriteit moet krijgen. Door dit veel en snel verduisteren we ons zicht op binnen. Smog, zoals momenteel in en rond Moskou, zodat we niet meer kunnen zien en ademen. Vreemd terwijl stilte er altijd is als een dragende onderstroom is er een andere stroming: vervreemding. Het woord zelf geeft aan dat iets authentieks gaandeweg onherkenbaar wordt. Het is een verziekend proces. De referentiepunten waardoor iets herkend wordt en benoemd brokkelen af. Het vervreemdt en wordt bevreemdend. Stilaan kom ik terecht in een wereld die eigenlijk de mijne niet is. Het is alsof alles mij in de steek laat. Ik loop verloren. In feite raak ik in paniek. In radeloosheid sla ik met armen en benen in het rond om toch maar een houvast te hebben. Ik put me uit.

De vervreemding heeft zich zó geïnstalleerd dat ik niet meer weet wat ik eigenlijk moet zoeken. Ik heb geen authentiek beeld meer van mezelf, van mijn waarden, mijn weg en mijn ziel. Net zoals in een rivier, met haar eigen kolkingen en draaiïngen, volg ik de trends. Ik stroom met de massa mee. Ik leef in een wereld van de gemiddelden. Ik ben een gemiddelde geworden, de grootste gemene deler. Eigenlijk ben ik een gevangene. Maar ik krijg kost en inwoon. Da's gemakkelijk. Het geeft een gevoel van veiligheid, weliswaar vals en nep, maar ik voel me niet geroepen om tegen de stroom in te zwemmen. Die mainstream is immers zo sterk, dat ik met mijn uiterlijke fysieke krachten daar niet tegenop zou kunnen. En mentaal en psychisch ook niet. Denk ik. Bovendien…veronderstel dat ik dat wel zou kunnen, wie of wat zegt me wat er in die tegenstroom te vinden is. Ik speel dus op safe. Ik denk, ik voel,ik praat, ik handel…zoals de grote hoop, zoals de goeddenkende gesettelde gemeente, zoals de 'maatschappij' nu reilt en zeilt. Die dwingt me. De maatschappij dicteert en ik marcheer. Bewustzijn op een laag pitje. Ik voel me machteloos tegenover de pletwals van de politiek, het grootkapitaal, het wereldgesjoemel, de corruptie en het groeiende individualistisch egoïsme. Soms schrei ik van ellende. Soms verbijt ik de innerlijke opstand. Maar ik heb de strijdbijl begraven en mijn waarden ingeleverd. Ik leef als een vreemde, als een allochtoon in mijn eigen zielenland. Nergens thuis,altijd op zoek naar afleiding en ambiance. Versluiering van mijn innerlijke wezen. Trends, rages, mode, momentum…

Opvoeding tot vervreemding
Al heel vroeg, met de paplepel, worden we opgevoed tot vervreemding. De ouders zelf leven met een 'aangeklede ziel'. Ze hebben het druk. Die druk moeten ze ventileren, stoom aflaten,ontstressen. Een intens sociaal netwerk, een hevige agenda, met de regelmaat van de klok citytrips, skiverlof, exotische vakantie, wereldreizen. De kinderen trappelen mee in die carrousel. Ze wennen wel aan het nomadenbestaan. Moeder, waar is mijn thuisbedje? Speelgoed met hopen…in schreeuwerige plastiekkleuren, wegwerpspullen 'aangepast als de just in time' gadgets. We vervreemden van ons eten. Niet meer uit eigen grond, maar uit potjes en potten. Gemanipuleerd: wij en onze voeding zijn vreemden geworden. We vervreemden van ons land. Waar horen we nog bij, voor wie of wat stemmen we nog? Wie bestuurt ons en met welke belangen? Men heeft de mond vol van democratie, maar we voelen dat de politici ons niet beluisteren, wel afluisteren. Uitgeholde democratie. Bestuur met afstandsbediening. We vervreemden van onze bankinstellingen. In plaats van vertrouwen hebben we schrik. Met verbijstering zien we wat die allemaal fiksen en nog mogen ook, ongestraft, met bonussen bovenop. We vervreemden van de natuur en het milieu. Met een ongekende arrogantie en schaamteloosheid negeren grootmachten elke vorm van bekommernis. Instellingen laten zich massaal verlobbyen door multinationals omdat er ontzaglijke belangen op het spel staan, belangrijker dan de zorg voor miljarden mensen. Nergens zijn we nog thuis. We worden opgejaagd. Het is alsof we constant onder een dwingend gedaver zitten. Weg, voortdurend ergens naartoe: barbecues,festivals, reizen, shoppen, wuiven met de handjes, onze huizen en tuinen decoreren terwijl we eigenlijk niet thuis zijn, afwezig. Wonen in afwezigheid. Alhoewel we nog nooit zo dicht bij de ganse wereldbevolking zijn geweest door televisie en nieuws, 'heet van het beeld', bevechten volkeren elkaar als wildvreemde vijanden. De kloof tussen de groepen wordt letterlijk door muren, beveiligde woonsites, bodyguards, camera's en extra controles groter en groter. Alsof we van andere soorten zijn. Vreemd en bangelijk bevreemdend.

Geld
Niets werkt zo vervreemdend als geld, wanneer het zich laat gelden. Waar geld oorspronkelijk een tussenmiddel – bemiddelend ruilmiddel – was, is het nu macht geworden die een aparte wereld creëert. Virtueel geld. Geld dat eigenlijk niet bestaat. Iets onbestaande dat onze levens bepaalt. Geen relatiemiddel meer, maar een tentakelbeest. Waar het in deze wereld om draait als nooit tevoren is geld, grof snel verdiend geld. Alle middelen zijn goed. Schaamteloos mensen van hun grond jagen om er duizenden hectaren palmbomen, theestruiken, soya, gombomen…te planten. Geroofde gronden en gesubsidiëerde genocides. Gestolen met de glimlachende toelating van de politieke leiders. En de verdreven landbouwers worden willens nillens ingerijfd als uiterst goedkope werkkrachten. Ze hebben geen andere keuze. Het is het mes op de keel. Ze worden vervreemd van hun eigen geboortegrond, eigen gezin, eigen oorspronkelijke cultuur. Nog nooit is er een generatie geweest die zo jong bezig is met de aankoop van vastgoed, zó benomen door beleggingen en investeringen.
We worden dus systematisch vervormd en verwrongen opgevoed tot vervreemding. Heel sluw en zo complex dat we het niet eens meer merken, laat staan verstaan. De chaotisering van onze maatschappij die amechtig hijgt onder regelgeving, rapportering, procedures… Meer kaders dan inhoud en dus inhoudsloze kaders. Pronkerig lijstwerk. We weten niet meer wat we zien, omdat er in feite niets essentiëels te zien is. Fantomen die in een spiegel dansen. Wie een diepgaande analyse van deze vervreemding wil, moet het boek van Ton Lemaire 'De val van Prometheus. Over de keerzijde van de vooruitgang' lezen. Vroeg of laat zullen we moeten matigen in onze draf- en holcultuur. Het besef van grenzen ontwikkelen. Ofwel doen we dit vanuit eigen inzicht, ofwel zullen we tegen die grenzen knallen met een zekere 'perte totale'. Er bestaan hiervoor geen verzekeringspolissen. We zullen cash betalen.

Anders
Opvoeding zal minder moeten opgebouwd worden vanuit het individu, maar meer vanuit gemeenschap; minder vanuit eigenbelang, meer vanuit algemeen belang; minder vanuit materie, meer vanuit ziel; minder vanuit economie, meer vanuit ecologie; minder vanuit privileges, meer vanuit zorg voor allen; minder vanuit godsdiensten, meer vanuit verdraagzaamheid; minder vanuit kennis, meer vanuit wijsheid. Deze denk- en doeverandering zou moeten gebeuren vanuit het gezin, de scholen, het hoger en universitair onderwijs. Vooral ook door de maatschappij en alle beleidsverantwoordelijken. Ook zij moeten herschoold worden en nieuwe innerlijke bronnen aanboren. We mogen niet langer alles laten bepalen door de economie. Eerlijkheid en authenticiteit zijn de genezers van vervreemding. Wat ik vooral mis is heilige verontwaardiging. We sloffen hier in het Westen met gemakzucht door het leven. Er is zo weinig engagement. Kinderen nemen uiteraard die maffe gezindheid over. De verbondenheid met ouders en grootouders brokkelt af. Kinderen in crèches, ouders in serviceflats. Broeiplaatsen van vereenzaming en vervreemding.

Hoop?
Ik weet niet of we verder komen met hoop. De wereld heeft behoefte aan authentieke liefde. Nu. Doen. De tijd van charters en grote verklaringen is voorbij. Miljarden mensen hopen tegen de hebzucht en het egoïsme van een exquise groep machthebbers in, hopeloos, machteloos. In ons kan echter een wereldwijd web ontstaan, in ieder van ons en in actieve groepen, van innerlijke energie. Als het kan in onze uiterlijke wereld kan het ook in onze innerlijke. De eigen liefdesenergie kan door een touch op ons adressenbestand oneindig ver reiken. Het moet kunnen, die straling. We moeten ons bewust zijn dat liefde sterker is dan dodelijk egoïsme. Er moet een mobilisatie op gang worden gebracht van innerlijke energie. Eerst in onszelf, dan rondom ons, dan wereldwijd.
Een ommekeer in stilte, een kanteling, een doorbreken van de muur.

up naar boven


Terug