MAANDBRIEF December 2010                                 Print

Wensen
Bij deze wil ik iedere lezer van Nulpunt  heel warme wensen toesturen voor een vruchtbaar en rijk jaar, gezegend op alle vlakken.
Marcel  Ploem

Van alles teveel

Ze hield op met grapjes te maken en keek me heel serieus en enigszins geringschattend aan.
‘Wat ben je toch een naïeve dromer,’ zei ze, lettergreep voor lettergreep, me uitdagend met haar ogen. ‘Je kent me niet. Ik zou alleen voor altijd bij een man blijven als hij heel, heel rijk en machtig was. Dat zul jij nooit worden, helaas.’
‘En als geluk nu eens niets met geld te maken heeft, stout meisje?’
‘Geluk, ik weet niet wat dat is en het kan me ook niet schelen, Ricardito. Wat ik wel zeker weet, is dat het niet dat romantische en banale is wat het voor jou is. Geld geeft zekerheid, beschermt  je, stelt je in staat volledig van het  leven te genieten, zonder dat je je zorgen hoeft te maken om morgen. Het is het enige geluk dat je kunt aanraken.’
Ze bleef  me aankijken met de kille uitdrukking die soms op een vreemde manier verhevigde en het leven om haar heen leek te bevriezen. ‘Je bent een beste jongen, maar je hebt één vreselijke tekortkoming: je gebrek aan ambitie. Je bent tevreden met wat je bereikt hebt, hé? Maar dat  is niets, brave jongen. Daarom zou ik ook nooit  je vrouw kunnen zijn. Ik zal nooit  tevreden zijn met wat ik heb. Ik wil altijd meer.’

Uit: Mario Vargas, Llosa. Het ongrijpbare meisje. Meulenhoff, Literatura latina, 2010, p.70. Nobelprijs voor de literatuur 2010.
Ik wil altijd meer
‘… een vreemde manier, die het leven…leek te bevriezen.’  Die vreemde manier  lijkt de moderne way of live te zijn geworden. Na wereldoorlog 2 heeft de westerse wereld zich met een enorme inspanning uit de chaos gehesen. Er kwam een spetterende opbloei. Die bracht een maatschappij voort van weelde en overvloed. Er ontstonden generaties van verwenning en euforie. De waanzin nabij. De crisis kon niet uitblijven. Crisistijden zijn een ideale ondergrond voor egoïsme. Een soort overlevingsreflex  waarbij macht een grote rol speelt. Niet alleen een fysieke overleving maar de drang om te behoren bij de smalle groep van uitverkorenen. Men kan dat  nagaan zowel in materiële als in spirituele crisisperiodes. Ten koste van alles behoren tot de elite. Het heeft  niet zozeer te maken met ambitie, eerder met angst. ‘Ik wil altijd meer’, is een obsessioneel zoeken naar definitieve zekerheid. Die bezit men uiteraard nooit. Met een soort  zelfvernietigende drang gaat men zijn gezichtsveld verengen. Het is blind zelfbedrog: men wil altijd meer in een zeer partiëel deel van de werkelijkheid. Rijkdom, macht, invloed, of verlichting, de hemel… ‘Geluk, ik weet niet wat dat is en het kan me ook niet schelen.’  Dat is de ijzigheid van onze tijd, een bangelijke kilte. De verbanning van de liefde in zijn diepste betekenis. De westerse samenleving  zwemt in de luxe, maar toch wil ze altijd nog meer. Men is gebiologeerd en gehypnotiseerd door een schaamteloze focus op  ‘ik wil altijd meer’.

Een verlammende keuze-overloed
Een wijze man heeft, op basis van wetenschappelijke onderzoeken, aangetoond dat onze overvolle grootwarenhuizen een verlammende invloed hebben op het koopgedrag van de consumenten.  We kopen ofwel te veel ofwel te weinig. Het desoriënteert  ons. We raken de kluts kwijt. De tientallen soorten yoghurt , ontbijtgranen, snoepgoed, wijnen en likeuren, frisdranken en waters, speelgoed, fietsen, loopschoenen of welke artikelen ook, verlammen onze keuzecapaciteit.  Zijn devies: less is more.  Minder, beperking, soberheid, zouden een betere kwaliteit van leven leveren. Dus: deze verwenning heeft een nefaste invloed. Ze maakt ons minder vrij. We kunnen deze eindeloze multiple choice niet aan. Het is gewoonweg overmoed. Overschatting van onze vermogens. Misschien herken je zelf wel het fenomeen: niet kunnen kiezen omwille van het overaanbod. De beperking van jouw budget, de tijdsdruk, de massale aanbieding, de twijfel, de modedwang, het wankele zelfvertrouwen, het schuldgevoel, de frustratie. Gevolg: doodongelukkig.

CONCREET

Teveel  luxe
We hebben teveel hier. Wij hier teveel en anderen elders veel te weinig. Dat steekt de ogen uit. Het creëert een enorme kloof, die kronkelt over de wereld. Kan je het mensen kwalijk nemen dat ze willen emigreren uit hun arme landen en immigreren naar de paradijzen van het teveel?  Ze zien ook wel dat er eigenlijk genoeg is voor iedereen. Hoe zou je zelf zijn!  Er wordt dus een fameuze impasse geïnstalleerd: we kunnen en/of willen die instroom niet opvangen. Frustratie langs beide kanten: onmenselijke toestanden enerzijds en politiek gekibbel en geruzie anderzijds. Wanverhoudingen groeien als paddenstoelen. Met de dreiging van atoompaddenstoelen! Het kookt. Uit een behoudsreflex om de eigen welvaart  en macht  te behouden  bouwen we letterlijk muren en vooral muren van letters, papieren. Administratieve wallen. Luxe leidt altijd tot vormen van egoïsme, van elitaire belangen. We weigeren oplossingen te vinden  omdat er die langs deze wegen niet  kunnen komen. Er moeten andere uitwegen worden gevonden, die te maken hebben met een andere ingesteldheid. Niet de kilte van brein en berekening, maar de warmte van het hart. Sceptici doen deze houding af als naïef en zweverig romantisch. Het is inderdaad  argeloos. Het stoelt inderdaad op vertrouwen. Het is inderdaad niet uit op winst of macht. Het vestigt het leven niet op angst. Het heeft geen behoefte aan muren, mijnen en prikkeldraad. Is het niet al lang duidelijk dat het oude kille model faalt? Het wantrouwen-model is als een gesloten geheime pot vol lekken. Heel het politieke spel – op wereldvlak – zit vol lekken. Teveel luxe baart uiteraard heel veel lekken. Luxe corrumpeert. Luxe is competitief en concurrentiëel. Elite loopt altijd uit op elitairder. Het wil altijd meer. Dat is precies luxe. Haar drama is dat ze nooit genoeg heeft. Ze bouwt haar eigen ongelukkige onvoldane wereld. Luxe die vergeet te delen is een extreme vorm van narcisme. Narcissus verdronk, verliefd op zijn eigen beeld , weerspiegeld in het wateroppervlak.

Teveel informatie
Op elk moment worden we oversaust. Tsunamis van informatie. Teveel.
Ik hoor voorstanders zeggen: ‘Je kan toch zelf kiezen.’ Is dat zo? Als je in een café zit met allemaal rokers, kan je dan nog zelf kiezen of ben je verplicht om passief mee te roken? De lawines stralingen, de overal aanwezige reclames, de opdringerigheid van allerhande  media, de manipulatie van berichtgeving, de dwingende mode en rages… Hoe bestand moet je zijn om niet onder de druk te bezwijken? Epidemische stressziekte. Ah, ja? Hoe zou dat toch  komen. Ik zie triestige restaurantkoppels driftig met gsm bezig tussen de apero en het voorgerechtje, tijdens de hoofdschotel en als toetje bij de koffie. Ziekelijk. Ik zie politieke leiders onbeschoft bezig tijdens interviews en parlementaire besprekingen. Op teamvergaderingen lezen Ceo’s onbeschaamd hun mails. Bangelijke illustraties van hun interesse in hun medemensen. Nul luisterbereidheid. Bij een meute mensen is hun gsm een implantaat in hun handen. Ben ik tegen deze communicatie-  en informatiemiddelen? Ben je gek! Prima dingen. Het gaat om het gebruik hoe en wanneer en waar en de frequentie. Luxe lapt  haar laars aan beleefdheid en fatsoen. Ze plaatst zich buiten en boven de wet. Informatie is sowieso opdringerig en penetrant. Ze geeft altijd het sein van belangrijkheid en eist dus altijd voorrang. Ze is dictatoriaal. De omgeving moet wijken. De andere moet wachten, verdwijnt in de achtergrond. Informatie is per se vóórgrond. Dat is de eerste aanwijzing van verslaving: het dwingende karakter. Vroeg of laat zullen we filters moeten plaatsen, versoberen in informatie, zoals snelheidsbeperking voor auto’s. Zelfs professionele journalisten weten op de duur niet meer wat waar is en wat onwaar. Informatie is stilaan een stomende modderbron geworden. Moddervechten in het informatiebad. Wikileaks is zo’n teken aan de wand.

Teveel vrienden
De democratisering of de verpulping van vriendschap. Het woord is leeggelopen. Inhoudsloos schuim. Facebook; Vriendschap met afstandsbediening. Wat en wie laad je in jouw winkelkarretje, online. Oppervlakkig gefladder. Poezelrelaties. Hoe meer, hoe beter. Kwantiteit wordt de maatstaf van kwaliteit. Amerikaans gekwetter: ‘Hello! Nice to meet you!’. Wat is er vriendschap aan een hoop? Ik heb de indruk dat we volop bezig zijn om onze drukke eenzaamheid, de leegte van het ‘nooit genoeg’, te willen opvullen met barbecue-leute, tuin- en poolpartys, after work dinges… hoe meer hoe liever. Onze nood aan diepere ontmoeting – we weten niet meer hoe dat moet en kan – verzuipen in drukte. Ik vraag me af waar men de tijd, de energie en de inspiratie vandaan haalt om al die ‘vrienden’ te vriend te houden op een zinnige manier. Hoe vruchtbaar, hoe nabij, hoe intiem kan dat zijn? Misschien is het wel een modieuze daver, een verslavende en dwingende golf bovenop een overwoekerde diepere laag van onze innerlijkheid.  ‘Ik wil meer’ wordt dan een roep van binnenuit met ersatzmiddelen van buiten. ‘Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in…’ in wat? De vraag gaat dan uit naar een andere dimensie.

Teveel  extreem
Het moet tegenwoordig extreem zijn. Het gewone zijn we te gewoon. Dan zoeken we nieuwsgezind in het ongewone. Heel hoog en heel diep, heel ver en heel snel. Alles voorbij de grens. Op alle gebied. Stinkend rijk of schorremorrie arm. Het  lot tarten. Comadrinken,  wurgseks, de gekste records om in het Guinnessbook te komen, individueel of collectief. Dan schuiven we stilletjes maar zeker op naar perversiteit. Het normale wordt saai en dus abnormaal. Totdat dit abnormale het gangbare wordt.
Er is niets tegen om domeinen te verkennen en dus grenzen op te zoeken. Alle vooruitgang stoelt op experiment. Maar wijsheid is precies het oordeelkundig detecteren en omgaan met wat men ontdekt heeft. De grens houdt schroom in en ingehoudenheid. Perversiteit is het verder doordrijven van negatieve ervaringen voorbij de limiet (per-vertere = verder per- dan het keerpunt  vertere).

Velen ervaren het leven als saai. We hebben het ook saai gemaakt :  lopende band werk, overdosis computer, doelloze administratie, files…zelfs de dagelijkse stress en gejaagdheid worden saai en stranden in burn out. Dagelijkse kost moet optornen tegen gastronomische hoogstandjes. Wie durft er nog mensen uitnodigen zonder eerst een doorwinterde hobbykok te zijn geworden? Extreem is uiteraard een zeer ontmoedigend maatschappelijk fenomeen. Het denigreert het gewone. Ze laat niet veel ruimte voor verwondering. Bewondering moet afgedwongen worden. Het overbluft. Steekt de ogen uit… op lange termijn de eigen ogen. In die zin maakt het blind en doof. De leden van rockbands riskeren doofheid omdat ze zich extreem blootstellen aan overdadig geluid. Precies ook zo worden wij verblind omdat het voor onze ogen bliksemt en blikkkert. Kortom, we zijn de maat kwijt, het evenwicht, de balans. Het hoeft niet deze te zijn van vroeger. Elke tijd heeft zijn eigen kadans, zijn specifieke beat. Ze zoekt naar een eigen ritme. Extreem loopt hem  gevaarlijk voorbij.

Teveel  verbaliteit
Ik vind het merkwaardig hoe kinderen en jongeren van deze tijd verbaal sterk ontwikkeld zijn. Daar ben ik blij om. Groot verschil met onze vorige generaties. Puik werk. Bovendien praten ze met een gigantische versnelling. Anderzijds merk ik in onze wereld een te grote verbaliteit. Ze loopt buiten haar oevers. Er wordt wat af ‘geluld’, om het in hun termen te zeggen. We verstikken in gepraat. Over alles moet er geteamd, gebrainwasht worden en over alles bestaan er commissies, eindeloos. We hebben het moeilijker om het op de werkvloer ‘gewoon’ om te zetten. We vergaderen verder met blackberries of mails, zodat we het nog eens over doen, again and again. Verslaafd aan verbaliteit. Nooit stil. Heel weinig luisteren.  Zelden bezinning. Onze gedachten zijn nooit leeg.

Naast de verbale vooruitgang en de uitdrukkingstalenten draaien we taal systematisch de nek om. Er is een taal-ecologisch probleem. Taalvervuiling. Er wordt een stuk afgevloekt op onze tv-kanalen. Uiteraard zien we dit weerspiegeld in de omgangstaal van de mens op straat, onder vrienden… Na de geleidelijke vooruitgang, met veel moeite en inzet , voor een mooie taal, is dialect schering en inslag. Het is alsof men zich schaamt om goed Nederlands te spreken. Puur populisme. Het staat goed om als acteur plat te praten.
Ik ben niet tegen streektalen, ook niet op tv, met mate en daar waar het hoort. Maar mag het ook niet anders, niet zo overdadig extreem?
Taal  buiten haar oevers wordt  snel prietpraat of vulgair.

Teveel  zorgen
We hebben teveel zorgen. We kunnen ze niet meer omarmen. Ze zijn mondiaal geworden. Nog nooit zijn ze zo tijdsoverschrijdend geweest. Ze lopen veelverder dan een mensenleven. Bovendien zijn ze levensbedreigend, niet alleen voor deze maar ook voor alle volgende generaties. Daardoor is tijd een vijand geworden. De tijd vecht tegen ons. Tijd is niet langer money, maar de bedreigende en groeiende vijand. Vroeger was de tijd hoop, horizon, groei, mogelijkheid tot verbetering. Nu is ze onzekerheid en de doem van aftakeling. Misschien kunnen we voor zóveel  de empathie niet meer opbrengen. Ze maken ons zo moe. Ze golven aanhoudend over ons heen. Ze vreten ons aan en knagen aan ons vertrouwen . Eigenlijk snakken we ernaar om gedragen te worden. Maar hoe zou dat kunnen als we ons niet meer kunnen toevertrouwen, ons overgeven? Een woord is een woord, een verbond een verbond. Maar wat als woorden inhoudsloos worden, teveel verpakking zonder  innerlijke verbondenheid. Zorgen worden maar draaglijk als er een gemeenschappelijk draagvlak is, wederkerigheid van aangezicht tot aangezicht. Heel veel media laten ons ellende en zorg zien, maar ze blijft letterlijk een scherm tussen dàt dààr en ik hier, een afstandelijkheid die ik niet kan overbruggen. Hoe paradoxaal ook:  we zullen soberder moeten zijn in zorgen. Andere benaderingen vinden, op andere manieren met emoties leren omgaan. Onze empathie brokkelt af bij teveel. Gewenning stikt ze. Het raakt ons minder en minder tot we er hartstikke kil bij blijven. Een klimaatsverandering op innerlijk niveau. We moeten minder  verstikkende CO2 produceren, vooral op innerlijk niveau. Misschien zijn  meer liefde en verbondenheid   de juiste antidoten.


up naar boven


Terug