MAANDBRIEF Februari 2010                                 Print

DIENSTBAARHEID EN GELATENHEID

Vorige maand kwamen twee tegengestelden aan de beurt, tederheid en onverschilligheid. Ze zijn een logische keuze vanuit aan- en afwezigheid. Hoe sta ik in het gebeuren? Meestal gaan we het eigen gebeuren voorbij omdat we denken dat het gebeurt als iets buiten ons, iets dat ons overkomt als een plensbui. Nochtans zijn de regen en ikzelf partners in het gebeuren, in de ervaring. Dat is overigens niet zo moeilijk om te begrijpen. Wat voor de een een zalige verfrissing is, is voor de ander een douche teveel. Wat voor de een een eindelijke vruchtbaarheid belooft, is voor de ander de druppels die het land doen onderlopen. Dat is niet alleen met regen zo, maar met woede en koken, met auto’s en bergen, kortom met om het even wat. Hamvraag is: wat is mijn gebeuren? Of, zie ik dat ik met alles één ben? Er bestaan geen objectieve bergen of regen of auto’s of koken. Ze bestaan altijd in relatie, in aanwezigheid en eigenlijk in in-wezigheid.

Als we dit laatste beseffen dan staan we voor de vrije keuze om te bepalen hoe we met alles willen omgaan: ofwel in tederheid d.i. kwaliteit van aanwezigheid, ofwel in onverschilligheid. In feite is dit ofwel in de flow van het gebeuren gaan staan, ofwel in gescheidenheid te leven, in oppositie. We leven of in eenheid of in versplintering.

Dienstbaarheid

O.k., laten we dan maar uitgaan van jouw keuze om in tederheid d.i. met jouw kwaliteit van aanwezigheid, om te gaan met mensen,, dieren, planten, dingen, gebeurtenissen. Je wilt dus in eenheid leven. Omdat je het wilt, gebeurt dit daarom nog niet altijd in concreto. Maar jouw ingesteldheid is die van bereidheid om bewust in eenheid te leven. Precies door het gebeuren, wat zich vertaalt in vormen en in uiterlijk gedrag, staan we niet allemaal even in-wezig in de eenheid. Dat heeft te maken met de geschiedenis van alles en allen.

De Boeddha zegt: ‘ Alles is van jou al de vader en de moeder geweest, en jij bent al van alles de vader en de moeder geweest.’ Eigenlijk zegt Jezus van Nazareth precies hetzelfde. Op een dag staan zijn moeder en broers buiten en willen hem spreken. Jezus zegt echter:’ Wie zijn mijn moeder en wie zijn mijn broeders?’ Hij wijst naar de mensen rondom hem en zegt:’ Zij zijn mijn moeder en broeders. Wie de wil doet van mijn Vader  (en de Vader en ik zijn één), hij is mijn broeder en zuster en moeder.’ Met één wijds gebaar geeft hij de exacte dimensie aan: eenheid. Alles en allen bewegen zich – geest in actie – in de richting van éénheid… of verdeeldheid. Vooruit of achteruit. Stimulerend of remmend. Het is de vrijheid van alles wat is. De inherente bedoeling is dus eenheid, maar schepping, wording, evolutie verlopen langs de enorme explosie van vormen. Elke dag worden we door ‘de geest in actie’ gepusht om duizenden vormen uit te proberen. Een spetterend vuurwerk van allerlei variaties. We noemen die dus mensen, dieren planten, materie, gebeurtenissen. Die vormen botsen tegen elkaar, dansen met elkaar, paren, kneden en laten zich kneden, worden uitgevonden en vinden elkaar…
In die contacten kunnen we onze kwaliteit van aanwezigheid leggen. We kunnen elkaar helpen, precies door die tederheid, om alles en allen korter bij die eenheid te brengen. Dat is de dienst die we elkaar kunnen bewijzen. Dienstbaarheid.
Woorden op ‘-baarheid’  duiden een gewilligheid aan. Men is bereid tot iets bv. dank-baarheid, denk-baarheid . Iets dus wat binnen de mogelijkheden ligt, wat ik of het in zich draagt.

Het ligt dus binnen mijn mogelijkheid om niet alleen mezelf tot die eenheid te doen evolueren, maar ook elk andere en elke ander.
Een boom een boom laten zijn, een kip een kip.
De zon te laten opgaan, de sneeuw te laten dwarrelen.
Het wonder van de kristalvorming te laten schitteren, de helderheid van water.
De tranen te drogen in iemands ziel.
Van alles en allen de partner zijn, de soulmate.
Van alles en allen de dienaar zijn en alles staat mij ten dienste.
Dat is de eigenlijke betekenis van het zo dikwijls misbruikte ‘Zie de dienstmaagd van de Heer’. Geen passieve onderdanigheid, maar actief partnerschap, gedeelde eenheid. Ik laat jou gebeuren en jij mij, in volheid, in levende twinkelende relatie.

We kennen wellicht het verhaal van Kaïn en Abel. Als Jahweh vraagt:’ Kaïn, waar is jouw broer?’ doet hij alsof zijn neus bloedt. ‘Ben ik soms de hoeder van mijn broeder?’ Het gaat er bij Kaïn niet om om de broedermoord te verdoezelen, maar veel fundamenteler om het miskennen van de dienstbaarheid. Hij verbreekt de eenheid. Hij ontloopt bewust de zorg om ‘de geest in actie’ in Abel tot authenticiteit te voeren. Hij doodt die geest en meteen verbreekt hij in zichzelf zijn ‘staan in die eenheid’. Die twee zijn altijd correlatief. Verbonden als we zijn in ons diepste zijn, zijn we hoe dan ook de hoeder van de ander en van al het andere. In feite zijn we altijd beschikbaar. In onze tijd komt die verantwoordelijkheid alsmaar duidelijker naar voor. Heel het netwerk van verbondenheid licht op. Het wordt nog wel massaal genegeerd en miljoenen mensen worden bewust of onbewust verstoken van die toegang naar eenheid. We moorden bomen, we verstikken de flora, we vergiftigen wereldwijd de fauna en haat wordt met karrenvrachten uitgekieperd. ‘Ben ik de hoeder van mijn broeder de zon, van zuster maan…?’ Wie daar echt besef en inzicht in had was Franciscus van Assisi. (Zie tekst van ‘Het loflied van de schepselen’  in de Meditatie.) Hij doorleefde deze verbondenheid en dienst van broeder- en zusterschap).

Deze mystieke dimensie zijn we in ons kwijtgeraakt. De nuchtere wetenschap verstikte de diepe genegenheid van alle schepselen onderling. Ze onthulde terecht een andere dimensie, die van de verscheidenheid, maar ze brak de link met de omhullende totaliteit af. Eigenlijk hoefde ze die verkillende objectiviteit niet te installeren. Het zou een enorme bijdrage zijn van de wetenschappen als ze haar onthulling van de diversiteit een plaats zou geven in de eenheid. Verscheidenheid en eenheid zijn geen concurrenten. Ze sluiten elkaar niet uit maar in. Wetenschappen zijn in wezen excellente dragers van dienstbaarheid. Zij leggen verbanden bloot, hoe alles met alles verbonden is en hoe alles voor alles dienstbaar kan zijn.

Woorden en principes

De woorden van Kaïn staan symbool voor het alibi om onze dienstbaarheid te ontlopen. We gaan dan argumenteren. We kruipen in de schachten van principes bv. ‘hij is toch zelf mans genoeg’, ‘ieder voor zich en god voor ons allen’, ‘dat is toch zijn of haar eigen verantwoordelijkheid’. Handigheidjes om niet te hoeven aanwezig zijn. We kiezen om ons los te koppelen. Eigenlijk gaan we dan voluit voor individualiteit. Kortom voor ik. Er is eigenlijk niets mis met individualiteit. Zo zien we de verscheidenheid haarscherp. Het ontdekken ervan was een belangrijke stap in het ontwikkelingsproces van de mens en de dingen. Maar het zich afsnijden van  de eenheid is een overacting in de roes van die ontdekking. Woorden en principes zijn dan perfecte wapens om dit aan  te dikken. Het woord principe komt nochtans van principium= begin, aanvang. En in de aanvang was de eenheid, het nog gave onuitgesproken Woord. De verscheidenheid kwam later. En verder in het proces  verrijken de verscheidenheid en de individualiteiten de eenheid. De verrijking wordt bekomen door de zorg en de dienstbaarheid, de manier waarop de eenheid door allen en alles creatief wordt gemanifesteerd. De manifestatie is dus afhankelijk van onze dienstbaarheid en niet van woorden en principes. Wel van ons engagement. We zetten onszelf als een gage, een onderpand in. We bevruchten elkaar in een wederzijdse houding van aandacht, liefde en zorg voor een constructief ontwikkelingsproces. En win-win situatie.

Veel systemen – politieke, godsdienstige, economische…- gebruiken intellectuele en abstracte axiomata en dogmata om hun gelijk boven en buiten de eenheid te stellen. Ik denk daarbij aan het goedkeuren van geweld, het discrimineren van homo’s, de onverzoenlijkheid tegenover echtgescheidenen, het weigeren om ze in communio aan tafel toe te laten enz. enz. Ze zitten gevangen in hun denken, ver van dienst. Ze vergeten dat het uiteindelijk gaat om de eenheid, niet om het behoud van hun betrekkelijke ‘fundamenten’.

Gelatenheid

Gelatenheid is een blinde vlek of kortzichtigheid+ Men laat het erbij. Een soort verankerde ontmoediging: ‘Wat kan ik er, als klein individuutje, aan doen?’ In feite is het niet verder kijken dan zijn neus lang is. Gemis aan horizon. De noden, de moeilijkheden, zijn zó groot, en men heeft ons met de paplepel zó opgevoed, dat we klein zijn en zondaars, zodat we de armen laten hangen en onze ziel in de schoenen laten zakken. Laat de boeren maar dorsen. Mij niet gezien.
Wie zich gelaten gedraagt engageert zich niet meer of niet. Hij gaat naast het leven staan. Hij settelt zich op een eilandje. Isolatie. Niet toevallig kampen we met een massaal verspreide depressiviteit. Er is geen vaccin voor. Men voelt zich aan zijn lot overgelaten. Kan ook niet anders want men heeft geleidelijkaan alle relaties opgebroken. De mensen en alle dingen worden kleurloos. Alle zin wordt zinloos. Er is de wereld en er is mijn wereld. Alles dient tot niets en ik dien tot niets. Laat me in mijn gelatenheid. Het is alsof ‘de geest in actie’ in mij gedoofd is. Het vuur uitgeblust. De wereld staat in brand maar ik heb er geen voeling mee. Het gebeurt, maar ik gebeur niet. Gelatenheid is uitzichtloos. Er is geen besef van oorsprong en er is geen perspectief. Het is koud noch warm. Het gevoel van nutteloosheid overheerst. Waartoe dient het?

Vanuit wetenschappelijke experimenten – en sinds eeuwen reeds in spirituele wijsheid – weet men dat gerichte zorg en betrokkenheid een enorme energie kunnen doen ontstaan (cf. Mc Taggert L. Het intentie experiment). Gebundelde gedachten, meditatie, bidden, zorg, dienstbaarheid kunnen bergen verzetten. Gelatenheid is net het tegenovergestelde: men sluit niet aan. Men koppelt de energie van het eigen wezen niet aan de grote stroomgenerator. De accu is plat. De wil tot betrokkenheid en de zin tot dienstbaarheid verzanden in passiviteit en zelfbeklag. Vóór die beslissende keuze staan we: wegzakken in het moeras van gelatenheid, of dienstbaarheid om allen en alles naar eenheid te doen evolueren. Make your choice.

Soms  toch…

Soms breekt de eenheid door. Plots, massaal. Voor Haïti. Als een schokgolf krijgt men iets te zien van wat eenheid is. TV één en VTM zetten samen een actie op. Alle radiozenders laten een dag lang hun individuele programma’s los. Eén solidaire actie. Het golft als een diepmenselijke beleving door het land. Verrassende duetten van topzangers, zij aan zij optredens van BV’s. Eenzelfde siddering was er na de tsunami van enkele jaren geleden. En toen Obama werd verkozen sprong hoop op in de harten van een nieuwe wereld. Het kan dus. We raken af en toe de kern. Weliswaar telkens na een ramp of een onzalige tijd. We zijn  immers hardleers. Maar het kan. Ik heb de indruk dat het in  een versneld tempo gebeurt. Het is geen hoop. Het is het zekere  weten en in concreto zien van de diepere werkelijkheid die we hervinden. Het is het verdwijnen van de wolken, van de woeker rondom ons hart, het openmaken van onze inwendige ‘oculus’.
Uiteindelijk is de openbaring van de eenheid niet te stuiten.

up naar boven


Terug