MAANDBRIEF Oktober 2010                                 Print

BEREIDHEID

Inleiding
Vorige maand was het thema splitsen.
We zagen dat splitsen inherent is aan onze menselijke condities. Met lijf en leden zitten we immers in de vormelijke materie. Dit heeft uiteraard een buiten- en een binnenkant. Wat wij zien zijn precies de ontelbare vormgevingen.
Het is altijd  eenzijdig wanneer een bepaalde tijd en cultuur één van beide polen overaccentueert en één pool in de verdrukking duwt. Ofwel benadrukt men teveel de essentie, het wezenlijke, en minacht men de vormen,ofwel gaat men helemaal op in de fascinatie van de ontelbare en  telkens nieuwe creaties en ziet men door de bomen het bos niet meer.
Nog erger wordt het als de polen elkaar de oorlog verklaren en er zich langs beide kanten een dramatische gezichtsvernauwing doorzet. Op zijn minst zou er respect en tolerantie voor elkaar moeten zijn. Eigenaardig genoeg claimen beiden een absoluut monopolie. Kortom beide zijn of heilig of wetenschappelijk verankerd in hun groot gelijk. In hetzelfde bedje ziek.
Wat we hebben getracht te zoeken is een harmonie tussen beide. Het lijkt ver van ons bed, maar die oorlog woedt in ieder van ons. Niet op een theoretisch vlak, maar in ons dagelijkse doen. Het ergste is dat we er ons niet van bewust zijn en dat de meeste mensen er niet van wakker liggen. Het inzicht in het wezenlijke schuift ver van ons af en we dobberen gedwee op de oceaan van wat ons met alle blingbling wordt voorgeschoteld. Eigenlijk zijn de instituten, die als taak hebben ons het wezenlijke in zijn authenticiteit te openbaren, zelf zó ver afgedwaald van hun opdracht en hebben ze zich zozeer door de blingbling laten verleiden, dat de verwarring ten top is gestegen. De harmonie is compleet zoek.
Wat zich aandient is een algehele zuivering, loutering, een besef van soberheid, een nieuwe optie. Misschien moeten we wel naar een totaal andere schepping. Daartoe is op de allereerste plaats een diepe bereidheid nodig.

Bereidheid
Het woord bereid betekent genegen, gereed. Er is een toevoegsel mogelijk dat de woordbetekenis nog onderlijnt: bereid-willigheid.
Bereidheid is dus een ingesteldheid waarbij men iets of iemand genegen is. Men heeft zich gereed gemaakt en ontvankelijk voor een relatie. Bereidheid is een relationele houding. Men is geneigd om…, men is gericht op… Die relaties kunnen gericht zijn op om het even wat of wie. De vraag is dan telkens ook waardoor mijn bereidheid wordt bepaald. Door het eigen temperament, door toeval, door omstandigheden, door de eigen gedrevenheid, de heersende emoties, de goestingetjes, de plicht, het geweten, mijn waarden… Waarop is mijn aandacht gericht? Bereidheid wordt geleid door mijn bewustzijn. Ik kan zeer onbewust, oppervlakkig leven,of meer bewust, of intens bewust.
Een snelle lezer zal zeggen: ‘Natuurlijk ben ik bereid.’ We hebben van onszelf nogal vlug de overtuiging dat we bereid zijn. Maar is dat wel zo? Jaja, maar bereid tot wat? Meestal loopt onze bereidheid niet verder dan onze meest voor de hand liggende behoeften en gewoontes. Ze is puur afhankelijk van onze staat van bewustzijn van dat ogenblik. Die schommelt niet alleen van moment tot moment, maar is ook afhankelijk van onze diepgang of oppervlakkigheid (zie de maandbrief over ‘inner-ruimte  en opper-vlakte) Bij veel mensen is hun inner-ruimte erg benepen en hun opper-vlakte zeer uitgerekt. Het is dan ook een verrekt goede oefening om te achterhalen waarop jouw bereidheid is gestoeld.

Ja, maar…
In alle geval: ik mis  in onze samenleving kwalitatieve bereidheid. Meer en meer wordt ze gekoppeld aan voor-waarden. ‘Ik wil dat wel doen, als…, ik wil me engageren op voorwaarde dat…’ Onder kwalitatieve bereidheid versta ik dat ze gestuurd wordt door waarden, door een dieper engagement. Door de heersende houding van individualisme valt meestal de relationele betrokkenheid weg. Bereidheid vervalt dan in een egoïsme dat gestuurd wordt door eigenbelang en het bevredigen en veiligstellen van de eigen behoeften. Dit soort bereidheid vinden we helaas in toenemende mate terug. Hier is men bereid tot veel en erg, en zelfs in de sfeer van malafide daden.

In de ‘ja, maar…’-bereidheid is er geen commitment, geen engagement. Het is in feite een ziekelijke koppigheid. Het is een eindeloze geneigdheid tot uitstel. Een afremmen van vooruitgang omdat men koppig vasthoudt aan vooropgestelde eisen en principes. Soms ook achterhaalde idealen. Momenteel zien we dat in de Kerk, in de extreem nationalistische politieke partijen en bij een groot aantal volksleiders. Hun ‘maar’ is altijd sterker dan hun ‘ja’. Het haalt de bodem uit bereidheid. Er is geen willigheid, er is alleen maar stugge wil.
Willigheid maakt wil flexibel . Het breekt de bereidheid open. Het versoepelt het moeten tot ont-moeten. Wil is kort en hard. Ik wil. Het is een dam, terwijl willigheid het proces vloeibaar maakt. Wil is gericht op ego. Willigheid is gericht op relatie en verbondenheid.
In deze tijden zijn we die soepelheid kwijt. Alles verhardt. Dat is opvallend in alle sporten. Sporten zijn heel goede sensoren  voor wat er  in de samenleving gaande is. Coaches moeten heel veel tijd besteden aan teambuilding omdat er in de ploegen zoveel individualistische opgezwollen ego’s rondlopen. Dat is ook zo in de industrie. ‘Captains of industry’ zijn schaamteloos meer uit op torenhoge bonussen dan op het geluk van de mensen op de werkvloer. Politici, eenmaal verkozen met een monsterscore, varen hun eigengereide koers zonder te feedbacken naar hun kiezers. Geestelijke leiders decreteren wereldvreemde stellingen om hun eigen gelijk en macht te verankeren. Geen soepelheid, geen willigheid, geen bereidheid.
Het wondere is dat deze ‘groepen’ altijd uitgaan van waarden. Schreef ik hoger niet dat bewustzijn kristalliseert in waarden, dat kwalitatieve bereidheid wordt gestuurd door waarden? M.a.w. die groepen zouden dus wel correct handelen?  Eigenlijk niet, nee. Ze denken en handelen vanuit absolute waarden. Vanuit een houding die decreteert dat zij de waar-heid in pacht hebben en dat deze vastligt. Zij staan boven de waarden, waarheid. Zo’n ingesteldheid draagt geen commitment of engagement. Ze bepaalt, zij eist, zij bindt, zij knecht. Ze wil dat de bereidheid van één kant komt, van de onder-danen. Ze verschraalt bereidheid tot eenzijdige verplichting.

Waarden evolueren, veranderen. Ze wiegen op de golven van de tijd en van ons bewustworden. Er is altijd emancipatie en verankering als vloed en ebbe. Tijd maakt groei mogelijk. Denk maar eens aan de verandering van de waarde van de vrouw. Of aan de vrijheid van meningsuiting. Of aan de gelijke rechten van alle mensen, onafgezien van ras, geloof, status… Alles evolueert, ook de waarden. Telkens opnieuw bloeien ze op, moeten ze geijkt worden, ontwaarden ze, moeten ze ruimte geven aan nieuwe waarden, moeten we ze integreren en worden ze weer ontledigd tot het nulpunt. Dat is leven.

Verplichting is de wurggreep van de bereidheid. Er sijpelt langzaam maar onontkoombaar alle liefde uit. Het is het resterende skelet van wat ooit liefde was of had kunnen zijn. Verplichting aan oude idealen, aan vastgeroeste waarden, is de Piet Hein die de levensdraad met de zeis tergend traag, in slow motion, neermaait.
In deze huidige tijd beleven we het einde van een hele rist oude waarden. Ze verkwijnen. Daardoor hebben meer en meer mensen geen houvast meer. Er zijn dan een aantal mogelijke opties. Ofwel grijpt men  krampachtig terug naar de oude waarden. Naar oud bloed en eer, naar principes, naar dogmata. Naar eigen volk en land. Naar eigen goden. Ofwel scharrelt men als drenkelingen naar elke strohalm die maar te pakken is: alles wat de consumptiemaatschappij ons als reddingsboeien toesmijt. Als we maar niet verzuipen… Ofwel zien we helder. We beseffen dat de oude waarden hun vruchtbare tijd gehad hebben. We staan voor een nieuwe leegte, een ruimte die om nieuwe creativiteit vraagt. Misschien worden we bevangen door angst om die peilloze diepte. Of we verzamelen al onze moed – samen, met allen – om deze uitdaging aan te gaan. Dit bedoel ik met bereidheid. Gen kleintje. Niet een beetje bereidheid, maar met al onze kracht en ons vermogen, de grootst mogelijke overgave.
Bereidheid is altijd een kwestie van moed en van onvoorwaardelijke liefde.  

 



up naar boven


Terug