MAANDBRIEF September 2010                                 Print

SPLITSEN

Aanvang
Vorige maand was het thema 'vervreemding'. We lopen weg van onszelf. Misschien worden we eigenlijk wel door tal van factoren gedwongen om vreemd te gaan. De homo economicus vindt obsessioneel telkens nieuwe behoeften uit. Daaraan gekoppeld worden producten op de markt gebracht, verpakt in trends, rages, modes, lifestyles. Eigenlijk is de mens zelf een product geworden. Niet de maakbare mens, maar de kant en klaar gemaakte mens. Men doet hem surfen op de golven van wat de economie dicteert. Hij loopt buiten zijn schoenen, buiten zijn eigenheid. Met de slogan 'wees jezelf' perst men de mens in een door de media en de reclame opgetut hypemodel.

Elke status heeft haar eigen uniform. Men verschilt alleen van uniform door te behoren tot een andere status. Die wordt vooral bepaald door geld. Wanneer een lagere status zich de symbolen eigen maakt van een hogere, dan gaat automatisch de hogere op zoek naar nieuwe creaties. Het verschuift. Men zou dit democratisering van de statussen en dus de symbolen kunnen noemen bv. van voetbal naar tennis naar golf, van Lada naar VW naar BMW, enz., maar in feite is het een soort machtsstrijd van de uniformen. Iets zoals sterren in het leger of sterren van restaurants…

Blijkbaar zijn mensen vies van eenheid en gelijkheid. Het Franse revolutionaire logo 'Egalité, liberté, fraternité' is verworden tot een farce als men ze verpersoonlijkt ziet in de reeks franse presidenten en de huidige captains of industry. Egalité, Liberté, Fraternité is gereduceerd tot een benzinemerk (Elf). Eenmaal men in een bepaald uniform zit, krijgt men er ook de ziektes van. Deze wet geldt voor zowel groot als klein. Uniform bepaalt niet alleen het uiterlijk gedrag, maar ook de ziel. Vroeger zou men gezegd hebben: 'Wie bij de vos slaapt krijgt zijn vlooien', of 'Als niets wordt tot iets, dan kent iets zichzelf niet meer'. Vervreemding. Alleen sterke schouders en zielen kunnen zich, in zekere mate, ontdoen van die 'weelde'.

Knibbel knabbel knuistje
We kennen wel allemaal het sprookje van Hansje en Grietje: het verleidelijke snoeperige huisje, de schetterige heks, de kooi waarin men gevangen zit en wordt vetgemest. Beetje bij beetje, knibbelknabbel. Men consumeert zich kruimelgewijs de kooi in, magisch betoverd door zijn behoeften… eigenlijk gehypnotiseerd door een dodelijk vervreemdende macht. En tenslotte… de oven in en opgepeuzeld. Een leeg skelet, een verknabbelde ziel.
Het is een perfect relaas en een volmaakte spiegel van onze economie. Politici zouden meer sprookjes moeten lezen en de diepgang en het actualiteitsgehalte ervan begrijpen. Romeinse keizers kenden de strategie al: divide et impera. Verdeel en heers. Slimmerds, die Romeinen, helaas. De kunst van de versnippering. Maak onderscheid. Doe elk échelon een ander uniform aan. Zorg voor wortelen en hang die voor hun ezelskop, zodat ze kunnen verlangen naar het schijnbaar onbereikbare. De illusie, de onbegrijpelijke illusie is dat elk uniform denkt dat zij niet de domme ezels zijn en er in hun échelon geen wortel voor hun ogen hangt. Keizers en koningen veranderen dikwijls van uniform. Zij vertegenwoordigen elk échelon, maar vrij van ziektes, denken ze, en vooral, denkt de massa. Dat is hun illusie, zoals het de illusie is van de leiders van elk uniform. De ziekte is dat de drang om te happen van de wortel vóór hun ezelskop, sterker is dan het zien van hun gedrevenheid. Zij zien niet dat de wortel telkens van kleur verandert, zoals een cameleon, al naargelang het échelon. Knibbelknabbel verandert dan in Grabbelgraai. De bonus van het nieuwe heksenhuis. Ze zijn iets vetter.

Splitsing
Er was, althans in de dromerige herinnering, ooit een gouden tijdperk. Harmonisch, één, onverdeeld. Er schuilt (of schuilde) in de mensen een verlangen naar deze paradijselijke wereld. Misschien is of was deze droom ook als de wortel die vóór ons hangt en onbereikbaar is. En dat zal wellicht ook wel zo zijn. We zijn de heelheid kwijt. Zo oud is het verhaal van de schepping toen Jahweh zelf begon te splitsen: donker en licht, aarde en water, een ontzaglijke variëteit van dieren en planten, Adam en Eva… Hij is de grote schepper, maar ook de grote splitser. Daardoor is de zaak niet een-voudiger geworden, maar meer-voudiger. Je zou het kunnen zien als de versplintering, oneindig opgedeeld. Je kan het ook zien als een harmonie in verscheidenheid, een symfonie van themata en melodieën.

De gouden tijd was de periode waarin evenwicht bestond tussen heelheid en splitsing. Uiteraard, precies door de spanning van deze polariteit, ontstonden er ook twee groepen. Noem het filosofieën of theologieën of wetenschappen. Al naargelang de groep ging men eenzijdige accenten leggen. Lange tijd woog de magische dromerige paradijselijke eenheid door. Maar de mens – de Adams en Evas – trokken weg uit dit paradijs en ontdekten de wereld daarbuiten: de gesplitste en splitsende. Ze hadden een nieuw vermogen ontdekt. Ze haalden alles uit elkaar, in aparte stukken, zoals kinderen speelgoed of een wekker losschroeven.

Toen ontstond er een lawine, een rage om alles te ontleden en te analyseren. We splitsen materie tot in haar kleinste onderdelen: atomen en neutronen en verder nog. We splitsten de mens in botten en spieren, in cellen en organen, hormonen en neuronen. We splitsten de mensen in zwarten en blanken, in rijk en arm, in voor en tegen, in godsdiensten en politieke partijen. We vonden uit dat democratie alleen maar kan bestaan als er oppositie is. We installeerden rassendiscriminatie met de overtuiging dat het ene ras superieur zou zijn tegenover het andere. We plakten er zelfs een natuurwet op:; the survival of the fittest. En al dat gesplits kreeg een keizerlijk of goddelijk epitheton: wetenschap of godsdienst of iets dergelijks.

Niet meer de harmonie maar de disharmonie. Niet meer het evenwicht tussen de twee. De uitvinding van de splitsing verdreef de uitvinding van het paradijs.
Twee groepen. De ene zoekt de totaliteit in het alles willen weten en verklaren. De andere in een wolk van niet-weten. Beiden kenmerken zich eigenlijk door oneindigheid. Men zal nooit alles weten en de innerlijke alfa en omega is een zich overgeven in oneindigheid.

Grenzen
In welk van de twee groepen men zich ook wil positioneren, beiden hebben iets gemeen. Vroeg of laat botst men tegen grenzen op. Ook al is oneindigheid onbegrensd. Men moet zijn premissen, zijn principes, zijn axiomas en dogmas verleggen, opschuiven of opschorten.
In de wetenschap gold (en geldt) het adagium: het moet meetbaar, controleerbaar, herhaalbaar en zichtbaar zijn. Het was een heel goed en vastomlijnd principe. Men omschreef exact het werkterrein. Alles wat daarbuiten lag was fictie, onbestaand…totdat… Maar eigenaardig genoeg waren er altijd wetenschappers die de grenzen deden springen. Ze bliezen de gestelde grenzen op. Het wezenlijke van wetenschap in immers dat ze grensdoorbrekend moet zijn. De nieuwsgierigheid en gedrevenheid van wetenschappers is altijd het ontdekken van het 'andere',het verdere. Wat vaststaat wordt opgelost in iets dat vaster staat. Niets is vaststaand. Alles staat op de helling. Men is voorbij het zichtbare, meetbare, reproduceerbare. Het splitsende is verliefd op het oneindige, ook al blijft het de taak van de wetenschap om het oneindige knibbelknabbel zichtbaar en weetbaar te maken.

De andere extreme pool poneert bijna apriori één grens: het absolute. Precies dus het tegenovergestelde of tegengestelde. Haar methode is behoudend. Ten onrechte. Ze werkt met dogmata. Men kan en mag biet buiten de lijnen kleuren. De mystiekers die dat wel doen worden buiten spel gezet. Eigenlijk deden of doen ze dat ook dikwijls in de wetenschappen. Men duldt geen spelbrekers. Dat is het eigene van elke methode die het monopolie opeist. Op die manier heeft deze pool zich muurvast gereden. Door geen verandering, geen voortschrijdend proces toe te laten heeft zij zichzelf uitgehold. Ze heeft zich laten vangen doorhaar grond absoluut te stellen. Er is echter niets dynamischer dan het absolute. Ze laat de grootste openheid en ruimte. Ze is als een open horizon. Waar de eerste pool het proces en de systematische verandering overaccentueert, maar binnen een gesloten systeem, maakt de tweede pool de averechtse fout. Ze laat eigenlijk geen proces of verandering toe binnen een in feite open ruimte.

De eerste versplintert de eenheid. De tweede betonneert ze in onveranderlijkheid. M.a.w. in beide kampen is het evenwicht zoek. Ze ontmoeten elkaar niet meer. Ze bekampen elkaar in een tragische concurrentie.

Een andere optie
Het is doodjammer dat we in een periode verzeild zijn geraakt waarin bereidheid tot eenheid zoek is. Het is alsof men geen eenheid of harmonie meer wil. Ga maar eens na: in om het even welke sector is men verdeeld. Er is zelfs geen verdraagzaamheid.
Het juiste zinvolle splitsen is in wezen om te zoeken naar de kern, de essentie. Het is als het ontbolsteren van een vrucht om binnenin de pit te vinden. Het onjuiste splitsen heeft altijd een vernietigingsdrang in zich. Het maakt kapot.

In zijn verschijningsvormen is de werkelijkheid in deeltjes. We zien de dingen apart, afzonderlijk. Ze zijn op die manier voor ons zichtbaar en hanteerbaar. In hun wezen zijn die dingen onderling één en onverdeeld. Er is niet alleen een samenhang, een netwerk van verbindingen, maar een on-grond waaruit en waarin al die dingen ontspringen en zijn, verschijningsvormen van het ene.

Ons streven, onze nieuwe optie, moet dus zijn een splitsen én eenheid, harmonie én disharmonie door ze in een nieuwe schepping met elkaar in eenheid te brengen. Dat is heel-making, heel-ing. Dat is de inhoud van 'Zie, ik maak alles nieuw'. Letterlijk een herschapen schepping. Die optie vraagt een nieuw bewustzijn. De oude structuren zullen moeten worden afgeworpen. Er zal een grote bereidheid moeten openbloeien. Maar eigenlijk hebben wij, mensen, dat vermogen. Laten we er werk van maken in ons leven, heel concreet, in elke handeling van ons dagelijkse doen.



up naar boven


Terug