MAANDBRIEF April 2011                                 Print

April is naar gewoonte de maand waarin ik je vraag een eventuele abonnementsbijdrage te storten. Klik dus even naar de rubriek ‘Abonneren’ en maak jou keuze van bijdrage. Met dank.
In de maand juli zal er geen Maandbrief verschijnen. Tijd voor een ontspannende vakantie. Mediteer dan in de zon.

ENERGIE-EN

Aansluiting
We hadden het de vorige maand over de leegloop van relaties. Zij blijven meestal aan de buitenkant. Zo werden we opgeleid: objectief, wetenschappelijk, afstandelijk. No nonsense. Je moet trots zijn op scepsis. Twijfel wordt de basis van ons bestaan. Vertrouwen in het leven is naïef, om te lachen. Het is verbazend hoe we het leven en het eigen leven ondergraven. Met de borst vooruit.
Op die manier spelen we het klaar om geen aansluiting meer te hebben noch met mensen, noch met dingen, planten en dieren. We isoleren ons, terwijl we constant de illusie voeden dat we de juiste kijk hebben op alles. Kapitein éénoog. Cyclopen. Het is toch een trieste paradox dat we menen tot het punt te zijn gekomen, waarop we alles onder controle hebben en anderzijds moeten constateren dat we nog nooit zo afgesneden zijn van alles. Groeiende vereenzaming.
We hebben geen referentiepunten (referre, refereren) meer. Er is alleen ik, het ego, en het vreemde, het andere, dat wat buiten mij is. Er is geen vriendschap met dingen, planten, dieren en mensen. We delen niet meer in die heen en weer stromen van energieën. Een zeer gesloten circuit waarin we ons opsluiten.

Eigenlijk zijn we voortdurend in conflict, een soort overlevingsconcurrentie tussen ik en de wereld, ik en het gebeuren. In feite is het zo dat ik gebeur, dat ik beweeg in de bewegingen van de stroom. Ik vecht niet tegen de stroom. Ik stroom en de stroom stroomt in mij. De stroom is de referentie. Concurrentie betekent eigenlijk samen-lopen, samen vloeien (con-currere), niet tegen de stroom in, maar samen in éénheid. Onze linkerhersenhelft heeft alles tegen elkaar opgezet. Ze bevordert het dualisme. Splitsing dus, gescheidenheid. Massaal zijn we toen uit elkaar gegaan (Babel), binnengelokt in de disharmonie. Niet ons verstand werd beneveld – dat ontwikkelde zich als nooit tevoren – maar onze intuïtie werd verhuld, verduisterd. We schouwden dus niet meer, we konden niet meer zien met inwendige ogen. Eigenlijk was er geen wederzijds kijken meer. Het verstand kijkt éénrichtig, rechtlijnig. Intuïtie kijkt cyclisch, in het rond, holistisch. Het werkwoord intueri is bijzonder. Het is kijken én bekeken worden. Ik zie de boom en de boom ziet mij. Ik zie jou en ik word door jou gezien. Alles omhelst elkaar, alles omarmt en omvat elkaar. Het verstand daarentegen is een zeer schrale minnaar. Het is een koele kikker. Het zegt veel maar luistert niet. Het ziet veel maar schouwt niet. Het betast veel maar wordt niet beroerd. Het heeft geen weet van energie-ën omdat ze hen niet kan zien. Het plaatst er zich buiten en boven omdat ze er controle en macht over wil hebben. Het geeft zich niet over (overgave is verliezen). Het enige dat verstand doet is denken en dat vindt ze verstandig. That’s all.

Energie
Televisie, kranten en de mond van mensen hebben het vol over energie. De economie, de oorlogen en onze auto’s draaien rond en op energie. Mensen worden opgefokt om boordevol energie te zijn door ‘energizing drinks and food’. Ze moeten sprankelen en bruisen van energie, jong en oud. De pharmawereld staat er bol van. Energie is big business. We plunderen onze aarde dat het een lieve lust is. De jacht naar nieuwe energiebronnen moeten resulteren in vette beleggingen, want energie is uiteraard gekoppeld aan prestaties. Het is in feite een vicieuze cirkel: energie is nodig voor prestaties en prestaties tappen energie af.
Ons denken is de grote melker. Het plaatst zich aan de top van de piramide als de grote heerser. Alles daaronder - mensen incluis – wordt beschouwd als objecten. Ze worden gezien als potentiële leveranciers van energie. Ze worden leeggezogen, afgetapt. Alle middelen zijn daartoe gepermitteerd.

Het is toch godgeklaagd dat dit denken de eindigheid van een dergelijke uitputting niet ziet. Straffer nog: ze ziet ze wel maar blijft maar doordrammen. Ze blijft maar argumenteren en theorieën bij elkaar harken tegen beter weten in. Niet te verwonderen, want dat is precies de eigenheid van het denken: zelfdestructief gedrag. Eenzijdigheid.
Je hoeft niet ver te zoeken om rondom je en in het bijzonder in deze tijd het vernietigend effect te zien van de manier waarop wij omgaan met energie. En toch lopen we als ratten achter de fluitspeler van Hameln aan. De magie  van dat soort energie. We zijn tegelijkertijd de illusionisten, die alle trucs te voorschijn toveren én de toeschouwers die met wijdopen mond van verbazing de illusies niet doorhebben. Dwaasheid die verdwaasdheid leidt.

In feite gaat het om de dwaasheid van de macht. We willen heersen over mensen, dingen, planten, dieren en gebeurtenissen. We denken dat we méér zijn: de scheppers boven de schepping. Alle macht is in wezen angst. Angst om de greep te verliezen, om te zien hoe alles uit onze handen kan glippen. Daartegen willen we ons verzekeren. Overlevingsangst. Terwijl we goed weten dat alles wat we vorm hebben gegeven afbrokkelt en sterft. Alle vormen sterven. Wat wij energie noemen zijn vormen, voorbijgaand, uitputtelijk, eindig. De grote illusie van ons denken is dat het denkt dat door telkens nieuwe vormen te bedenken het verval denkt vóór te blijven, het te slim af te zijn. Daarom denkt het denken zo vlug. Het is een uitputtende Sisyphus-arbeid.

Energie-ën
Weet je, wat wij energie noemen – en denken dat het de enige soort is – is eigenlijk een fractie van de energieën. Alweer het splitsende denken heeft energie afgescheiden van energieën. Er is een meervoud van krachten en machten, die in wezen toch één zijn.
In alle culturen bestonden die. Soms werden ze goden genoemd, soms machtige engelen, krachten en machten, donder, onder- en bovenwerelden, winden, heerscharen, geesten… Alles was nog bewoond, levend, bewegend. Nu lijkt alles wel dood, doods, dode materie, bouwstenen. Ik zie niet hoe de objectieve kijk naar de dingen en de schouwende kijk naar diezelfde dingen in hun totaliteit, in tegenspraak hoeven te zijn. Zij maken samen een perfecte harmonie uit.

Ik was verrast hoe de oorsprong van de energie-en werd aangeduid. In ons taalgebruik kennen we het woord engel. Maar dit staat zo ver af door  zijn suikerige en flauwe verschijning van het griekse angelos. Het is de vertaling van het hebreeuwse Mal’akh. Dat betekent de slagschaduwen van God. M.a.w. we zien alleen de afschaduwen van het goddelijke, omdat het goddelijke zelf onzienbaar is.  Plato had het ook over schaduwen die we waarnemen vanuit een grot.

We hebben de engelen gedegradeerd, helaas. In feite zijn ze inderdaad boodschappers, overbrengers van de krachten, de energieën van het goddelijke. In plaats van pastelflauw suikergoed zijn ze in feite de dunameis = krachten, de uitstralingsdynamiek van het goddelijke. Zo maken ze het voor de mens zichtbaar, tenminste als slagschaduwen. We moeten het willen zien, maar ons dualistisch linkerhelft denken belet ons dat. Zij hebben met een ongekende stelligheid geponeerd dat er niets van deze dynamiek wetenschappelijk te zien valt. Dat is ziende blind zijn. Bovendien dwingen ze alle mensen om ook zo blind te denken, op straffe van… wetenschappelijke doodzonde. Ik krijg dan een déja-vu rilling over me heen. De pot verwijt de ketel dat hij blind is.

Aura
De slagschaduw, de uitstraling noemt men ook aura. Alles heeft een eigen stroom, lichtstroom, luchtstroom, adem. Een eigen geur en glans (bv. in geur van heiligheid, de glans van een feest). Een groep, een collectiviteit van aura’s kunnen dus windstromen zijn (bv. de heilige geest; de vurige tongen op Pinksteren met een windstroom die het huis deed daveren; Jahweh ging Jesaias als een zachte bries voorbij).
Wij worden deze energiestromen niet meer gewaar. We hebben deze vermogens afgesneden door te kiezen voor de objectiverende logica. Intuïtie overwoekerd. Hier en daar zijn er nog wel mensen die aura’s zien en eventueel kunnen lezen, maar die worden vakkundig afgemaakt en afgevoerd als sjoemelaars, oplichters, fantasten. Opmerkelijk is dat dieren en planten dit vermogen van nature nog wel hebben… als we ze niet grondig hebben gedomesticeerd.

Laten we dus afstappen van alleen maar te leven vanuit dit beperkende denken. ‘Dank je wel, denken. We denken nog wel aan jou, maar als we jou nodig hebben. Je moet een beetje plaats ruimen.’ We willen onze aandacht richten op de totale werkelijkheid d.i. én het denken én de slagschaduwen van het goddelijke in harmonie beleven. Dat lijkt me completer.
Alles heeft een aura. Alles heeft een eigen straling. Daarom zien we een eik als een eik. Het is geen berk en geen plataan. Een winterkoninkje zien we als een winterkoninkje. Het is geen pimpelmees en geen sijsje. Natuurlijk zien we dat door een aantal objectieve kenmerken, maar ook door de eigen uitstraling, door dat wat zo moeilijk te benoemen valt omdat we daarvoor geen taal ontwikkeld hebben. Ondergesneeuwd, overwoekerd, amnesie. Ze hebben een eigen vorm en een eigen energie. Onderling hebben zij een immens communicatienet,  niet alleen worldwide maar cosmicwide. Verbluffend!. Binnen dit totaalweb wroetelt de mens ook een beetje. Hij is een medespeler, net als de eik en het winterkoninkje, in het kosmische spel. Maar hij verbeeldt zich veel meer. Hij denkt dat hij de top is. Eigenlijk is deze mens een fantast, niet degene die de totale werkelijkheid tracht te beleven.
                  

In mijn tuin staat nu een magnolia vol te zijn, te bloeien. Rozewit glanst hij. In elke lente gaat er een blije open kracht van uit, een tuinvervullende aura. Ik zie mijn magnolia graag en hij mij. Stilzwijgend en genietend communiceren we met elkaar. We denken aan elkaar maar denken doen we niet. Dat gebeurt ook  met mijn witte poes. Soms vraag ik haar :’ Wie ben je?’ en dan kijkt ze met toegeknepen oogjes naar mij en vraagt zij :’Wie ben jij?’ De sceptici hoor ik al Freudiaans zeggen :’Pure projectie.’ Ik ken dit professioneel taaltje. Ik ben er in opgeleid en ken het jargon. Maar deze labelgeving heeft in mijn beroep geen empathie ontwikkeld. Dat heb ik mogen leren door aanwezig te zijn, niet door te verklaren vanuit een systeem, een gepatenteerde theorie. Die staat ver van de energie van mensen, die staat er tussen als een schutting. Men ontdoet het proces van ontmoeting van alle energie en wat overblijft is het schrale skelet, een communicatie van systeem naar een ander systeem. De aura wordt onttakeld en ontmanteld.

Wat wij in de regel doen is precies van alles de energie onttrekken zonder energie te geven. Het zijn energierovers. We communiceren niet, er is geen wederzijdsheid, alleen plundering. We laten de mensen, de dingen, de planten en dieren niet in hun kracht. We ontkrachten en verkrachten ze. Misschien handelen we als mensen vanuit een schuldige onwetendheid. Maar we kunnen niet blijven argumenteren met ‘Wir haben es nicht gewusst’. We kunnen het weten. We kunnen ons inwendig weten opnieuw vrijmaken.

Zie
Eigenlijk is de tijd van het eenzijdig linkerhersenhelft denken voorbij. Maar het is een taai systeem en het heeft diep wortel geschoten in ieder van ons. Het heeft ook zo’n enorme kruin, dat elk nieuw leven daaronder geen kans krijgt om te ontkiemen. Bovendien gebruiken ze enorm veel verdelgers.

Toch, toch…er groeit een nieuwe Levensboom, met gouden vruchten.
Er hangt een waas over onze blik. We zien gefocust alleen iets of iemand als afzonderlijk, geen omgeving meer. Niet meer wat het betekent, niet meer wat het geeft en is en ontvangt. Wat het mij doet en wat ik het doe. Alles staat geïsoleerd. Om het even wie of wat in deze wereld is eenzaam. We kunnen als we willen anders gaan kijken. Naar de energieën, de fluctuaties tussen al datgene wat leeft. Hoe het ene het andere beïnvloedt, stuwt, omgeeft, tot leven brengt. Laat zijn wat het is.

Er is een groot verschil tussen zien en inzien, tussen horen en luisteren, tussen proeven en smaken, tussen grijpen en begrijpen, tussen ademen en beamen. We kunnen veel met onze uitwendige zintuigen, maar nog meer en rijker als we onze inwendige zintuigen mee in het werk stellen. We hoeven ons niet langer te laten doen door de dictatuur van  de rechtlijnige logica. Zelf word ik niet graag behandeld en gezien vanuit die koude eenzijdige objectieve blik. Ik ben meer dan wat er uiterlijk van mij te zien is en van mijn uiterlijk gedrag. Alles en iedereen wordt graag in zijn totaliteit gezien. Dat is pas graag zien. Alles is veel meer en rijker dan wat het lijkt.
Wat we nodig hebben voor die andere benadering en omarming:

Er is deze maand weer een aanzet tot MEDITATIE. Klik op de site op: meditatie.

up naar boven


Terug