MAANDBRIEF Augustus 2011                                 Print

Da moe keunen
Over ont-waarding

Aanpakkertje

In de maandbrief van juni schreven we over dankbaarheid. We denken helaas in onze welvaart en overvloed weinig aan dank. De mogelijkheden om te hebben en te tuimelen in alles wat ons denken en   maag lust zijn zo evident geworden , dat we de diepere zin niet meer opzoeken: onze betrokkenheid. Eigenlijk doodt die overvloed onze innerlijke creativiteit. We worden lui en overmoedig. Alles ligt zo voor de hand. Alles is zo vanzelfsprekend geworden. Geen verwondering meer, geen open mond, geen ogen meer vol kinderlijke verbazing.
Misschien kan een vakantie een genadevolle mogelijkheid bieden om terug dankbaarheid te ontdekken. Want zo’n open houding heeft rust nodig, tijd voor bezinning, ontdekking van kleine dingen, nieuwe verfrissende ontmoetingen.
De lezer zal wellicht bij de titel in Gents streekdialect een beetje verrast of zelfs gestoord zijn. Mijn excuses. Maar dat zinnetje drukt, in zijn slepende klanken, precies uit wat we in deze maandbrief ter sprake willen brengen: de hype om alles te ontwaarden. De cultus van de nonchalance en de ontgrenzing. Alles moet kunnen. Het is een logisch en dramatisch gevolg van hoe moderne mensen willen leven: extreem, grenzeloos, heftig, gulzig. Voorbij het voorbije karakter van het leven.

Da moe keunen
Gentenaars zijn lolbroeken, maar ook koppigaards. De geschiedenis heeft hen geleerd om doorheen hun miserie toch te doen waar ze hun zinnen op hebben gezet. Niet voor niets dragen ze fier hun ‘strop’. Het getuigt van een grote portie relativeringsvermogen en tegelijkertijd de drang om beperkingen aan hun laars te lappen. Met het risico om aanzien te worden als een ouderwetse moraalridder, wil ik de houding van ‘alles moet kunnen’ analyseren en tegenspreken. Nee, niet alles moet kunnen. Het is een verkeerd begrepen vrijheid. Het verdraait, perverteert de menselijke vrijheid, zowel de individuele als de collectieve. Het mondt uit in bandeloosheid en een graaicultuur.

De balans is overgeslagen. Vroeger mocht, bij wijze van spreken, niets. Alles lag vast in verstikkende regels. Men leerde al vroeg dat kleuren binnen de lijntjes niet kon. Mensen leefden in een sociale, godsdienstige en intellectuele dwangbuis. Gezag kwam om elke hoek kijken. Straf en zonde waren dagelijks brood. Was het niet de ouder of de meester, dan had de champetter het wel gezien. En als hij toch iets gemist had, dan had God met zijn driehoekig alziend oog nog het laatste woord. Hij zag zelfs onze diepste en geheimste gedachten.
Het lag in de lijn van een terechte evolutie dat de mens zich uit die dwangbuis wurmde. Zoals trouwens Adam en Eva  zich destijds uit het aards paradijs hebben gewrongen. Telkens opnieuw een ontvoogdingsproces en telkens opnieuw de euforische fout om in het extreme, extatische te batavieren. Telkens opnieuw slaat de slinger door. Men verbreekt banden. Extreem wordt dat bandeloosheid. Men overschrijdt grenzen. Dat culmineert in grenzeloosheid. De nieuwe vrijheid beroest. De dam is gebarsten en de woelige kolken gutsen naar buiten… wellicht op zoek naar nieuwe oevers, waar het leven weer vaste voet krijgt.

Ondertussen surfen we op die woelige wateren. Dikwijls kopje onder, soms geen plank meer die ons draagt, soms verdrinken.
Zoals vroeger niets mocht en alles moest, zo moet niets meer, maar ‘alles moe keunen’. Alle gezag wordt publiekelijk ondermijnd. Niet alleen tegengesproken maar letterlijk van het voetstuk gestoten. Veelal terecht, tenminste wanneer het aftands gezag is.  Men ontdekt dat er andere modellen van gezag zijn.

Het is wel zorgwekkend als agressie en geweld de geïnstalleerde nieuwe vormen van gezag worden. Agressie, oorlog, haat, fraude als systemen. Binnen deze systemen zien we nooit geziene vormen van ‘da moe keunen’. Martelpraktijken als waterboarding, oorden zoals Guantanamo, genocide à volonté, chemische oorlogvoering, zelfmoordcommando’s, verkrachting als oorlogsstrategie …
Zorgwekkend als mediagiganten op dezelfde weg gaan opereren als obscure inlichtingendiensten om binnen te dringen  in de privacy van onwetende burgers. Als hun leven wordt uitgesmeerd in de boulevard pers en zelfs in respectabele tijdschriften. Te grabbel gegooid. M.a.w. er is geen beveiligende natuurlijke grens meer tussen binnen en buiten, privé en openbaar. Het lekt aan alle kanten, in politiek, justitie…als een buitenmaatse zeef. En bovendien worden de ingewonnen gegevens lekker doorverkocht aan bedrijven met een invasieve verkoopsstrategie.

Zorgwekkend toch als regeringsleiders, bankiers, grootindustriëlen, ceo’s zichzelf zonder blikken of blozen  bonussen uitkeren die alle fatsoen te buiten en te boven gaan. Eerst maken zij zelf wetten die dergelijke praktijken mogelijk maken. Dan strijken ze de miljoenen op en zeggen doodgemoedereerd :’We doen toch niets illegaals’.  Zelfs de zogezegde topmannen kennen het verschil niet meer tussen legaal en ethisch. ‘Da moe keunen’. Ze zaaien op die manier subtiele vormen van agressie en laten die voorkomen als toelaatbaar. Ze plegen agressieve inbreuk door te stelen van de gemeenschap. Stelen is agressie. Zo maken ze het terrein voor de gewone burger vrij om ook te stelen en om agressief te zijn. Woorden wekken, voorbeelden trekken.
Zorgwekkend toch als de medische en farmaceutische wereld niet meer de kwetsbare mens in hun blazoen voeren, niet meer de helende kunst en de eed van Hippocrates,  maar het pure platte geldgewin. De lijdende mens als gemakkelijk manipuleerbaar object. We vergassen niet meer, maar we ‘verpillen’ en spuiten de mens tot onbewuste wezens. Het verdwazen van de mensheid. Genezen als grootindustrie.
Zorgwekkend toch als universiteiten , die prat gaan op onafhankelijk en vrij onderzoek, en die ruimte opeisen, gesponsord worden door bedenkelijke industriële multinationals en lucratieve contracten met hen afsluiten. Met welk recht eisen ze die ruimte op en eigenen zich die legitimatie toe? Als er ergens besef zou moeten zijn van waarden en ethiek zou het toch dààr moeten zijn. Of niet? Helaas.

Ont-waarding
De lijst van zorgwekkendheid zouden we veel langer kunnen maken. Conclusie: er is een massale wereldwijde ontwaarding. We zien dat mondiaal met het geld. Als het daar nijpt worden we bang wakker. Maar er is meer aan de hand. Men kent geen fatsoen meer, geen terughoudendheid, geen respect. Normbesef is zoek en ziek. Men schuift op naar extremen. We zitten in de overtreffende trap van exter, de uiterste, verste grens, erover, het allerbuitenste. Ofwel kiest men voor fundamentalisme – en dat is fanatiek en pathologisch – ofwel voor lakse permissiviteit – en dat is papperig, lui en ontluisterend.
Ontwaarding is het proces waarbij waarden verschuiven bv. ontwaarding van geld of huizen. Waarden zijn nooit absoluut. In feite moeten ze voortdurend herijkt worden. Zelfs het leven is een waarde die we telkens opnieuw moeten bevragen (bv. euthanasie, abortus…). Leven is niet meer evident. Het meest en hoogst menselijke van ons menszijn vertaalt zich in waarden. Hij stelt constant de vraag: ‘Wat is dit waard?’ Uiteraard vertaalt zich dit niet alleen in materiële en financiële goederen, maar ook in ethische en spirituele ijking.
Als het verschuivingsproces zover afkalft en verkruimelt, dat er in feite niets overblijft en onderhevig is aan pure willekeur, dan verzakken we in ont-menselijking. Als de mens ontwaard is bereiken we een catastrofaal punt. We hebben geprobeerd om zonder God te leven. God was de hoogste waarde, de Enige die niet of nooit moest herijkt worden. Maar toen Hij de gestalte aannam van de mens, trad Hij mee in het verschuivingsproces. God, de natuur (dieren, planten, materie…) hebben we massaal ontwaard. Nu zijn we volop bezig met de ontwaarding van de mens. In feite een obsessieve zelfdestructie. We zien daar beangstigende erupties van. Een net uitziende man doodt tientallen jonge mensen uit een politieke overtuiging. Het ontbrak hem niet aan intelligentie. Hij noemt zichzelf een monster, maar zegt dat ‘da moe keunen’ om de Westerse wereld wakker te schudden. Hij is niet de enige en eerste. Wapenbezit? Da moe keunen, in naam van de vrijheid. Oorlog, zelfs op basis van verwrongen en gelogen fundamenten moe keunen. Iemand aftroeven, in elkaar schoppen, mes in de buik…voor de kick: da moe keunen. Een collega doodpesten op het werk: ‘Och, dat was zo erg niet…da moe toch keunen, voor de fun’. Fraude op grote schaal door topmensen: da moe keunen, als het maar niet ontdekt wordt. Moet er zand zijn? Hoeveel is het product, het object ‘mens’ nog waard?

Schaamteloos
Als ontwaarding de norm wordt, de nieuwe waarde, dan is schaamteloosheid het logische gevolg. Schaamte ontstaat wanneer men bewust is dat men over de grens in gegaan, dat men zich niet gehouden heeft aan de norm. De norm die de waarde bepaalde. Als nu niets nog waarde heeft, alles ontwaard is, dan hoeft men zich voor niets meer te schamen. Er ontstaat dan een soort competitie  om zo grenzeloos mogelijk te shockeren. We zien dat bv. in coma-drinken. Het is de gewoonste zaak van de wereld geworden dat men na een avondje uit of op een feest dronken is. Vroeger schaamde men zich als men dronken was geweest of was. Dezelfde ingesteldheid bij seksueel verkeer. Wat eigenlijk binnen de intimiteit gehouden moet worden, etaleert men overal in het openbaar, zonder terughoudendheid. Was men vroeger beschaamd in de seksualiteitsbeleving, nu is men schaamteloos in seks. Het kan niet open en bloot genoeg. In het taalgebruik is men alle stijl verloren. Men vloekt er op los, gebruikt ongeremd schuttingtaal, scheldt agressief en vulgair. Zelfs op tv, in toneelopvoeringen, in publieke interviews wordt het alsmaar ruiger. Reality noemt men deze snert, waarbij men snert tot de heersende realiteit promoveert. Stijl en verfijning hoeven niet meer. Dat is seut.

Tegenover schaamteloosheid staat schroom. Het is een houding van voorzichtigheid, behoedzaamheid, respect, terughoudendheid. Eerbied voor de omhulde waarde van iets of iemand. Het omgeeft met waardering om iets wat is, zoals het is, zonder bezit te nemen of zich toe te eigenen. Het ziet de eigenheid van het of de andere.  Deze eigenheid bepaalt de onzichtbare grens en de zichtbare aanwezigheid. Er is een heilige dialoog tussen de beide aanwezigen.
 
Ont-waarding in de opvoeding
Er is een inflatie in de opvoeding. Deze ligt aan de grondslag van de ontwaarding. De huidige opvoeding wordt geregeerd door onderwijs. En het onderwijs is eenzijdig gefocust op een latere succesvolle carrière. Ze moet efficiënt en productief zijn. De waardenschaal is in de voorbije decennia volkomen anders uitgebouwd. Men kan en mag nog nauwelijks over waarden spreken. Onderwijs is bangelijk neutraal geworden. De maatschappij mag niet meer opvoeden. Ze moet zich daarbuiten houden. Ze moet alleen zorgen voor de logistiek.
Opvoeding moet gebeuren, zegt ze, in het gezin. Het gezin hoopt dat dit het werk is van de school. De school zegt dat ze daartoe noch de tijd noch de geschikte mensen noch de middelen heeft. De hete aardappel wordt haastig en geargumenteerd doorgegeven. De maatschappij loopt kreupel door chaos, ongeloofwaardige politici, onbetrouwbare banken  corrupte legers, elkaar bevechtende godsdiensten, overwerkte opvoeders. Het cement, zoals men vroeger zei,van de gezinnen is rot: gebroken gezinnen, samengestelde gezinnen, koppels zonder engagement, drukke gezinnen, tweeverdienersgezinnen, het gezin als centrum van afwezigheid, gezinnen onder stress, kinderen van gezinnen die over en weer worden gesjouwd… C’est l’èpoque. En tussen hamer en aambeeld: de scholen. Help! We verdrinken. De onmogelijke opdracht van scholen.  Ze werken met personeel uit die maatschappij, uit die gezinnen, met hun eigen kinderen uit deze tijd. Op alle vlakken missen we degelijk fundament, stabiliteit, verantwoordelijkheid, aanwezigheid.
We staan dus in een periode die de waarden moet herijken. De allereerste toets zal moeten zijn: neen, niet alles moet kunnen.  Gewoon omdat niet alles kan. Het is een voor de hand liggende conclusie uit bittere en pijnlijk ervaring. De illusie, die de wetenschappen ons gaven dat voortaan alles zou kunnen – the sky is the limit – is als een gescheurde lap geworden die ons dwingt tot overgave en tot de erkenning: nee, niet alles kan. We zullen vrijheid anders moeten invullen. Vrijheid is integratie van creatieve en ethische beperking.  Ze zal meer van binnenuit dan van buitenaf moeten komen. Bewuste acceptatie van grenzen. De kunst van haalbare compromissen.

We zullen én de mens én de natuur én de materie weer waarde moeten geven. Een herschatting van hun eigenheid. Vooral de ontdekking van hun intense samenhang.
En, hoe dan ook, zullen we een nieuwe waardering moeten openbaren voor transcendentie. Dit houdt bescheidenheid in, in plaats van tomeloze arrogantie. We zullen onze bescheiden plaats dienen te vinden in het grote geheel. De mens is niet de heerser van de schepping. Hij is-deel –van. De tijd van de arrogante heersers is voorbij. Alleen  eenheid werkt.

 

up naar boven


Terug