MAANDBRIEF Maart 2011                                 Print

RELATIES

Inleiding
‘Wie is bang van stilte?’ was het thema van vorige maand. Hoe ver we in onze maatschappij af staan van stilte, is, hoop ik, duidelijk geworden. We overleven in een lawaaicultuur. In feite is dat een overwoekering van de oorspronkelijke werkelijkheid in ieder van ons. De stilte was en is eerst. Al de rest, inclusief geluid en lawaai, komen later. Geluid en lawaai maakt men. Stilte is. Dit is fundamenteel. Toch is het zo ver gekomen dat men het heeft omgedraaid. Men vindt drukte, beweging, allerlei doenerij gewoon en stilte ongewoon. We maken het pas stil na lawaai, als we overstresst zijn of onder druk van opgelegde maximum decibels. Compleet gek toch, dat we veel geld betalen voor een plekje rust. We moeten rust kopen terwijl het eigenlijk ons basale bestaan is, voortdurend en ononderbroken. We zijn de bron kwijt van waaruit we leven en handelen. We zijn de balans kwijt tussen binnen en buiten.
Om deze omkering te begrijpen nemen we onze relaties onder de loep. Wat brengt ons in on-evenwicht.

Relaties
Hoe spreken we in onze gewone handel en wandel over relaties? Er zijn verschillende invullingen.

Opvallend is dat we het woord relatie bijna uitsluitend gebruiken voor een band tussen personen. Merkwaardig, want personenrelaties zijn slechts een beperkt deel van het geheel van onze relaties. We komen daar verder nog op terug. Het woord relatie, zoals hier aangeduid, zegt op zich niets over de  inhoudelijke kwaliteit. Alleen dat er een feitelijk verband is. Dit klopt echter niet met de etymologie van het woord. Relatie komt van het latijnse woord relatum. Dit is het verleden deelwoord van het werkwoord referre = terugbrengen, naar huis of naar zijn oorsprong brengen, de verhouding tot iets of iemand.
Zo komen we tot wat we in deze maandbrief willen zeggen. We willen graag nagaan welke inhoudelijke band we hebben met mensen, dingen, dieren en planten en gebeurtenissen. Re-ferre, ons terugbrengen naar de grond van onze relaties. Een goede lezer zal meteen beseffen dat het vorige thema – de stilte – daar fundamenteel mee te maken heeft. 

Een nieuwe tijd
Als we spreken over een nieuwe tijd dan moet er uiteraard een oude zijn (geweest). De vroegere systemen brokkelen af en er ontwikkelen zich nieuwe. Dat zijn de golfbewegingen van bewustzijnsgroei.
Ik ben volop het boek aan het lezen van Carl Johan Calleman: De Maya Kalender en de transformatie van het bewustzijn. (Ankh Hermes, Deventer, 2004). Ongelooflijk boeiend en verhelderend!
De auteur toont aan de hand van de Maya-kalender aan hoe het bewustzijn zich golvend doorheen de miljoenen jaren heeft veranderd en getransformeerd. Of het jou nu interesseert of niet maakt eigenlijk niet uit. Je staat er sowieso middenin. Het voltrekt zich dus ook in jou. Je maakt er deel van uit. Bovendien leven we in een tijd waarin dit bewustzijn tot zijn volle ontplooiing zal komen. Fantastisch, toch!
Wat was nu het oude systeem en wat wordt het nieuwe perspectief? We staan dus op een breuklijn of liever een overgang. Al heel dikwijls heb ik geschreven dat zo’n overgang een crisis inhoudt. Je kan dus ook zeggen: we leven in een crisistijd. Het glas is halfvol of halfleeg. Kwestie hoe je het wil bekijken en beleven. Hoe je het wil bekijken is precies de bedoeling van onze maandbrief.

De vorige tijdspanne
Hoe komt het dat we in een cultuur leven van onrust, onzekerheid, spanning, conflict? Raar maar waar: het heeft te maken met de geschiedenis van de menselijke bewustzijnsgroei. We zitten nu eigenlijk in een golfbeweging die nogal turbulent is, maar noodzakelijk. Soms moet het daveren om te kunnen vernieuwen.
Kort geschetst zit het zo. Ooit was alles één. Alle culturen gaan terug op verhalen van die eenheid. Bij ons werd die omschreven als het ‘aardsparadijs’, eigenlijk een aarts-paradijs. Aarts betekent eerst, het oudste, het begin, voornaamste. Het aarts-paradijs was dus de originele plek waar alles mogelijk was. In die zin: onbegrensd, totaal, allesomvattend. In verschillende culturen spreekt men van een Levensboom. Die bestaat uit een verticale stam en twee horizontale zijarmen. Deze Levensboom bepaalt de groei van het kosmisch bewustzijn. We herkennen bij ons de Boom van kennis van Goed en Kwaad, midden in de tuin van Eden. Voordien was er geen splitsing. Alles verliep in harmonie. Maar de slang van het Kosmisch Bewustzijn klom naar omhoog en er waaide een nieuwe wind. Deze van de dualiteit. God en mens waren niet meer één.

Bij de Maya’s wordt de slang zichtbaar als geschubd, licht en donker, door de helling van de zeven trappen van de piramide. Zij geeft beurtelings licht en donker en kronkelt zich zo naar de top. Het symboliseert de golfbeweging van het groeiend bewustzijn. In die beurtelingse golfbeweging ontstaat het conflict, het onderscheid. In plaats van de oorspronkelijke harmonie ontstond er verschil: alles kreeg een eigen naam, een eigen individualiteit, een apartheid. Geen vanzelfsprekende eenheid meer, maar relaties. Men zag voortaan alles als iets of iemand. Die verandering van rustige harmonie naar opsplitsing en conflict werd ethisch ervaren als een val. Een jammer gebeuren. Moralistisch werd dit door de toen heersende priesterklasse vertaald als een zondeval.
Zij zagen, vanuit hun standpunt correct,  dat de mensen door hun nieuw onderscheidingsvermogen in conflict kwamen met de bestaande monotheïstische godsdienst: één God. In feite benadrukten ze daardoor nog scherper het ontkiemde dualisme: mens versus God. Het is dus niet Descartes die aan de basis ligt van ons dualistisch denken. De wortel zit veel dieper en is veel ouder: bij de scheppende energieën (goden).

Spijt het feit dat de oorspronkelijke harmonie verbroken was (‘de sleutel is gebroken’), toch betekende de opklimmende slang van het bewustzijn een nieuwe immense stap in de wereldgroei. We gingen analyserend  denken. Men ging oorzaken en gevolgen aanduiden, verbanden leggen, relaties zien. Het was niet alleen het ontstaan van de wetenschappen, maar vooral een kantelen naar een horizontale instelling en een nieuwe manier van kijken en ervaren. Er ontstond dus nieuwsgierigheid, drang, zoeken, verlangen, beweeglijkheid, onrust.Er ontstonden grenzen en verleggen van grenzen. Experiment. Verschillen en meningsverschillen, kleine en grote. Het werd rumoeriger. Er werd veel aangebracht en bijgebracht. De wereld werd een broeierige broedplaats. Die stond héél héél ver van het aarts-paradijs. De harmonie werd versplinterd en er ontstond een grote disharmonie. Daar zitten we nu middenin. Enerzijds een enorme winst, anderzijds een treurig verlies met een grote kater.

‘Oma, Opa, tanzen’

De oudste van de drie kleinkinderen, Hanne, is onlangs twee jaar geworden. Dat is de leeftijd waarop oma en opa kinderliedjes moeten zingen. Ze zegt dan: ‘Oma en opa, tanzen’. Ze bedoelt zingen. Eerst fris je het  geheugen op. Hanne zegt:’ Nog’. Je zingt in huis, je zingt in de auto. Eigenlijk overal. ‘Nog’, zegt ze. Onvermoeibaar. Uiteindelijk word je zo murw dat je een cd-tje koopt. Wat me daarbij is opgevallen is dat ik, opa, meegetrokken werd in dat repetitieve. Zelfde ervaring bij oma. We betrapten er ons op dat we de melodietjes van ‘Alle eendjes zwemmen in het water’ en ‘ De kikkertjes zijn aardig om te zien. O kwak kwak kwak…’ en de vele andere melodietjes onbewust in onze gedachten, in onze halfslaap en op weg van en naar het werk, al maardoor zongen.  Het repetitieve werd een dwang, een obsessietje. Ze lieten ons niet meer los.

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Dat er constant geroezemoesd werd in ons. We kregen het niet meer stil. Er ontstond een obsessionele splitsing tussen mezelf  en een ander mezelf. Ik zong en ik wilde eigenlijk  niet zingen. Wat ik niet wilde – altijd die deuntjes in mijn kop – gebeurde toch. Zij hadden mijn denken eenzijdig bezet. Geen rustige harmonie meer, maar een rumoerige bezetter.
Precies dit fenomeen zet zich in ons bewustzijn onophoudelijk door. We worden doordaverd door duizenden deuntjes: gedachten, reclame, sms-jes, leerstof, opleidingen, tv,…allerlei soorten informatie. Zo’n enorme input gaat onze ‘relaties’ bepalen. Alles en iedereen worden even aangetikt, snel, afwisselend, repetitief. Er is eigenlijk geen diepgang meer mogelijk. We raken geen binnenkant meer. We worden bepaald en geleefd door een veelheid van impulsen, niet door kwaliteit en eenheid.
Deze complete dualistische ingesteldheid heeft ons dictatoriaal bezet. Het evenwicht is zoek en we zijn verzakt in een fatale eenzijdigheid. Eigenlijk hebben we geen ‘relatie’ meer. Ze is vervlakt, verdinglicht, vervluchtigd, leeg.

Ik ben een andere jij
‘Liefde betekent relatie, weefsel, deelname, gelijkwaardigheid en gemeenschapszin. Liefde is dertien. De Maya’s kennen sinds lange tijd een bijzondere uitdrukking waarmee ze anderen groeten: in Lak’ech, wat betekent ‘Ik ben een andere jij’. Een hele levensbeschouwing is ontstaan rond deze prachtige woorden van erkenning, die bij de Maya’s niet alleen voor mensen gelden, maar ook voor dieren, bloemen, stenen en geesten. Het betekent dat we niet gescheiden zijn, dat we allemaal deel zijn van hetzelfde weefsel; zodanig dat, als er een stukje van dit weefsel wordt gekwetst, ook het overige deel lijdt.’ C.J.Calleman, De Maya Kalender en de transformatie van het bewustzijn. Ankh Hermes, Deventer, 2004, p.93-94.

We zijn allemaal deel van hetzelfde weefsel. De grond, de basis, is eenheid, niet de losse draden van elk individu, elke persoonlijkheid, elk ding… We zijn ons inwendig oog verloren en kunnen daarom dat oorspronkelijke weefsel niet meer zien. We staan op onze individualiteit, ons eigen gelijk, onze eigen identiteit. In feite snijden we ons af van het geheel en doen we alsof we apart zijn. We amputeren ons. We maken ons on-heel (onheil). We hechten zoveel belang aan de verschillen. We denken dat we daardoor uniek zijn, terwijl we ons daardoor precies buiten het weefsel stellen. ‘Ik ben een andere jij’ verdraaien we tot ‘Ik ben en jij bent iemand anders’.

Deze positie hebben we geïnstalleerd door het overbeklemtonen van onze linkerhersenhelft. Die staat voor denken, praktisch handelen, analyse, organisatie, efficiëntie, berekening. Daardoor verduisterden we gedurende eeuwen onze rechter hersenhelft. Die staat voor intuïtie, empathie, eenheid, verbondenheid, spiritualiteit ( niet religie want die behoort tot de linker hersenhelft!), zorg, solidariteit, gelijkwaardigheid. De rechter hersenhelft doet ons weer ontdekken dat we uit één en hetzelfde weefsel bestaan.
Relaties krijgen dan opnieuw de oorspronkelijke betekenis  nl. alle dingen, planten, dieren, mensen - wat ook – refereren (re-ferre) terug naar de eenheid. De veelheid van vormen zijn spetters, openbaringen, opborrelingen van het ene weefsel.

De moderne mens ziet een boom als een boom. Punt uit. Een kat als een kat. Een boek als een boek. Een mier als een mier. Een fiets als een fiets… Het stopt bij het benoemen en de efficiëntie. Er is geen onderlinge verwijzing meer, geen weefsel, wel verbanden tussen inwisselbare vormen. Gewoon koude kille linkerhelft. Ze legt een donkere dikke mist over de rechter. We voelen ons belachelijk als we tegen dingen en dieren praten. Kinderachtig. Onwetenschappelijk. We worden gegijzeld door de dictatuur van de R.hersenhelft. Regelrechte dictatuur van de wetenschap en ons scepticisme. We hebben er geen flauw idee van hoeveel mensen er gebukt gaan onder die eenzijdigheid.

Een nieuw evenwicht

Alle religies spreken, zonder één uitzondering, over verlossing, opstanding, verlichting, bevrijding. Het is wel niet altijd zo spiritueel. Er zit een taaie korst van dualiteit op. Maar een kern hebben ze wel bewaard.
Er is een evolutie naar eenheid. Er is een nieuwe harmonie op komst. ‘Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’. Wat we vroeger gescheiden hebben, links en rechts, man en vrouw, licht en duister, materie en geest… zal nu, precies verrijkt door de inzichten verkregen uit die ervaringen, tot een nieuw bewustzijn groeien. Het zal een transformatie doormaken. Dit is volop bezig. Wie goed rondkijkt merkt dat we met een snelvaart reizen. Al het oude brokkelt af: de winsteconomie, de uitgeholde democratie, alle despotengezag, georganiseerde godsdiensten, alle schijnrelaties, de mannelijke suprematie… Wat je nu ziet zijn de stuiptrekkingen van een overstresste en gedrogeerde linker hersenhelft. Ze crasht. We kunnen er niet onder uit omdat we verslaafd waren aan al datgene wat de linkerkant produceerde en wat wij onverzadigbaar consumeerden.

In de vorige maandbrief schreef ik dat soms de stilte in mij valt. Ik val dan in het oerweefsel. Mijn individualiteit valt weg, zoals een druppel in de zee of wind in de lucht. Ik ga er in op en onder. Letterlijk en figuurlijk. Flitsen van in-wezigheid. Elke individualiteit wordt dan scherper – een roos wordt meer roos, een lijster meer lijster – maar binnen het oerweefsel. Zoals de schitteringen van een edelsteen behoren tot de edelsteen, zoals de opspringende druppel even later weer zee is. Het hervinden van de eenheid, de bloesem van de harmonie.
In deze bewustzijnsgroei staan we nu, wij allen. En het zal snel gaan. Het gaat nu al heel snel.

up naar boven


Terug