MAANDBRIEF Mei 2011                                 Print

SAMEN-WERKEN

Vooraf

We wezen er in de vorige maandbrief op dat we een zeer beperkte kijk hebben op energie. We vinden energie extreem belangrijk, maar er is niets waarmee we kwistiger knoeien. Het kan niet op, zo lijkt het wel. Geobsedeerd als we er door zijn lijken we wel een kip die met haar bek op een krijtlijn vastgepind is. We kijken scheel en gehypnotiseerd.
We hebben energie herleid tot bruikbare materie, tot fysica en scheikunde… daarbuiten of daarboven of daarin is er niets. We hebben meta-fysica vermoord. Herleid tot abstracte logische spelletjes, bepaald door het scheidende denken. En dat hebben we verheven tot een gouden stier, waarrond we met de grootste sérieux dansen.
Eenzijdigheid heeft een vaste wetmatigheid: alle andere meningen uitsluiten, zodat het eigen standpunt triomfeert. Dat doe je met de methode, de axiomata of de dogmata van het eigen systeem en het eigen standpunt. Zo heeft de heersende wetenschap vanuit eigen geborneerdheid het bestaan van energie-en uitgebannen.
Dat komt ons duur te staan. Vroeg of laat is het op, de koek opgegeten en het vat leeg. Als we niet breder en dieper hebben leren kijken, hebben we geen bestaansbronnen meer. We hebben ons dan oppervlakkig gevoed en komen er schraal uit, als skeletten. We hebben onszelf gemummificeerd en opgesloten in de enge sarcofaag van onze eenzijdigheid.
Ik citeer daar even G.Bodifee bij.
‘Rationalisme is het denken uitgekleed tot op het skelet, en als het niet door poëzie, retoriek of romantiek wordt aangevuld, even onaantrekkelijk als een skelet. Maar hoe dan ook, aangekleed of niet, altijd is het ook even onmisbaar als een skelet.’ Nocturnes. Davidsfonds, Leuven, 2010, p.34.
Zo ook zijn energie-en veel omvattender dan energie. Die is broodnodig maar beperkt. Energie is één van de uiterlijke vormen waarin en waardoor energie-en zichtbaar worden. Maar echt leven, de gedrevenheid en zin, zitten in de onuitputtelijke totaliteit. Dat is véél meer!
Dit veronderstelt dat er een stroom van uitwisseling en samenwerking moet zijn, geen gescheidenheid.
Samenwerking
De link naar onze vorige maandbrief is hierbij aangegeven. We zullen mondiaal en kosmisch moeten samenwerken. Energie heeft de neiging om te individualiseren. Dat blijkt uit de enorme hebberige concurrentie tussen de landen en grootmachten. Oorlogen draaien meestal rond het monopoliseren van energievoorraden en –gebieden waar deze te exploiteren zijn. Deze houding belet samenwerking, ook al houden grootmachten de schijn op dat ze bondgenoten zijn. Trouwens op deze soort energie kan geen zekere coöperatie gestoeld worden. Die is namelijk in wezen wankel en eindig. De politiek die op deze belangen is gebouwd, kan dan ook niet anders dan zeer wisselvallig zijn en mankt als een kreupel paard.
Het hoeft dus niet te verwonderen dat op vele terreinen van onze maatschappijstructuren samenwerking hinkt. We zien dit ergerlijk in de politiek, in de communicatie tussen Kerk en gelovigen, in de verhouding tussen werknemers en werkgevers, in de relatie van gehuwden, van leraren en professoren met leerlingen en studenten… Er is een toenemende agressie en intolerantie… terwijl er nog nooit zoveel weelde en een ‘dolce far niente’ in Europa is als nooit tevoren. Alle uitwendige  instrumenten voor een wereldwijde samenwerking zijn voorhanden. We kennen ze allemaal. Vraag is of we ze willen gebruiken in samenwerking, als één geheel. James Redfield noemt dit in zijn nieuwe boek ‘Het twaalfde inzicht’ op één lijn komen. In ons vertrouwelijke Nederlands: aan één en hetzelfde zeel trekken. De tijd van het eigen grote gelijk is voorbij, terwijl we nog altijd van het eigen standpunt uitgaan. Dus niet meer twee- of driedimensionaal, maar holistisch. Dit veronderstelt een totaal nieuwe kijk: breed, ruimtelijk, inzichtelijk, veranderend, open…

Belangen
Wat ons tegenhoudt om op één lijn te komen zijn allerhande belangen. Het woord is uiteraard verwant met ver-langen (cfr. Mi lankt na di, geselle mijn). Jammer genoeg hebben we het gaandeweg omgebogen naar voordeel halen uit. We hebben het gematerialiseerd. Woorden met een voorvoegsel be-, wijzen altijd naar een specifieke inhoud bv. zoeken/bezoeken, handelen/ behandelen, halen/behalen.
Be-langen krijgen dus een specifiekere betekenis. Datgene wat we verlangen heeft een eigen specifiek karakter. Het wijst naar een concreet doel. Hamvraag bij onze verlangens is dan telkens: wat is het dat ik verlang? dat ik nastreef? Zijn het mijn eigen voordelen (eigen belangen) of dienen zij het grote geheel (sociaal, spiritueel…). Het is nogal wiedes dat, als mijn eigen belangen primeren, ik nooit op één lijn zal komen met de anderen mensen, dingen, dieren, planten, gebeurtenissen.

Meestal zijn we ons niet erg bewust van de eigen belangen. We denken er liever niet over na. Eigenbelang zit ons in het bloed als een soort overlevingsreflex. Dus reflecteren we niet over onze belangen. Ze zijn rapper dan ons denken. Vooral ons geheugen en het uitgesleten spoor van ons denken springen meteen op rood als onze belangen in het gedrang komen.

We zitten hier op één van onze stokpaardjes: de systemen. Alle systemen hebben belangen en vermits we zelf een systeem zijn zitten de eigenbelangen in ons vernesteld. Ze zijn vernuftig uitgedacht en willen kost wat kost blijven bestaan. Ze bestaan bij de gratie van hun belangen. Vul zelf maar in: nationalisme, zelfs democratie, syndicaten, politieke partijen, banken, schoolnetten, economieën.

Het zijn deze kost-wat-kost dinges die de hinderpalen zijn voor éénheid. Meestal ontstaan systemen nochtans oorspronkelijk uit creatieve ideeën. Ze ontluiken op de afvalberg van vorige systemen die zijn doodgebloed. Maar na verloop van tijd roesten ze zelf vast en hebben ze hun oorspronkelijk belang niet meer in het hart nl. verbondenheid, op één lijn komen. Dat is het diepste belang, belangeloos.

Ons eigen ikje, ego, is zo’n taai systeem. Als je bewuster wil leven, dan doe je er goed aan om jouw rijtje van eigen-belangen eens onder de loep te nemen. Door hen splits je je ook af van de éénheid. We doen in het klein wat schering en inslag is in het groot. En zo versplintert de eenheidsdroom en het oorspronkelijk plan.

Samen
Samenwerking zien we doorgaans als een vlotte manier om een bepaalde taak te volvoeren. Een stel mensen vormen een groep, een team. Een optelsom van personen. Maar eigenlijk is samen veel meer dan dat.
Samen komt van te samen, tsamen, zamen. We vinden dit terug in het werkwoord ver-zamelen. Het is bijeen brengen van wat eigenlijk een éénheid was, wat uit elkaar is gevallen. In het Latijn is het similis (=gelijk) en het Grieks duidt het aan met homos (=eender). Het wijst dus op een gelijkheid in essentie. Er is een wezenlijk verband en een wezenlijke inhoud.

Waarnaar verwezen wordt in ‘op één lijn komen’ is dat men deze wezenlijke verbondenheid, het in essentie eender zijn, terug vrij maakt. In de vorm denken dan wel een groep mensen samen, maar hun samenwerking is aanwezig in hun hart en hun ziel. Het is geen toevallige coöperatie, maar een besef,een inzet, een bewustzijn van diepe oorspronkelijke verbondenheid. Ze overstijgt het toevallige engagement.
Het is evident dat eigenbelangen hierin smelten als sneeuw voor de lentezon. De eenheid komt niet door het getal – tien mensen die in één équipe werken – maar door het innerlijke weten en willen van verbondenheid. Men maakt geen eenheid, men is ze.

Deze verbondenheid voelen is een zaligheid. Het is een ervaring van harmonie. Men voelt zich opgetild. Alles loopt vanzelfsprekend en spelenderwijs. Niet het doel of het project primeert, niet de prestatie, maar het eenheidsgevoel. Het is samen gericht zijn. Het werken wordt veel lichter. Men kan alles aan omdat men zich omringd en gedragen weet. Er ontstaat een besef dat er iets meer is dan alleen maar een som van mensen. Dat iets heeft geen naam, maar doortrekt elk van hen. Het is een hoogblije aanwezigheid. Het zingt in je. Het heeft iets van een Magnificat.

Zoek de lijn op
Op één lijn komen veronderstelt dat men bereid is om in alles de eenheid te zoeken. In feite is die er altijd, maar we krasselen buiten de lijn, bijna voortdurend. De eigenbelangen doen ons afwijken. We spelen graag solo. Wellicht doen we dat niet kwaadwillig, eerder uit gewoonte. Maar mettertijd wordt het wel schuldig verzuim.

De bereidheid is absoluut noodzakelijk, het eigen willetje willen opzij zetten. Het is actief zoeken naar de diepere gemeenschappelijke ondergrond. Je zou het ook een grondplan kunnen noemen.
Samenwerken betekent dat er een grondplan bestaat, iets dat het individuele overstijgt. Het leven heeft een grondplan. Het gaat uit van eenheid en verbondenheid. Dat web, dat allesverbindend weefsel, is waar het om gaat. ‘Zoek de lijn op’ betekent eigenlijk ‘herken het allesomvattende weefsel’. We zijn eerder gewoon om splitsend te kijken. We zien mensen, dingen, dieren, planten en gebeurtenissen als op zich staande, aparte, individuele entiteiten. Niet in hun samenhang. We beginnen pas te zien als er minder en minder bijtjes zijn, dat er minder en minder bestuiving mogelijk is, en dus minder vruchten. Precies zo gaat het met mensen of om het even wat ook. Er is één ontzaglijk weefsel waarin alles met alles te maken heeft. Jij ook en ik ook.

Gedragen
Als mensen samenwerken dan kan het gebeuren dat iemand een fout maakt, tegen het project in, bewust of onbewust. Hij verstoort de ene lijn. In een groep die ‘op één lijn staat’ wordt die fout echter opgevangen. De andere leden dichten het gat spontaan en accuraat. Ze genezen het weefsel. Het foute lid wordt niet uitgestoten, maar gedragen. Er is vervangende liefde. Dit veronderstelt een bijzonder, stilzwijgende en onmiddellijke vergevingsgezindheid. Er is geen rancune (komt van het latijnse rancor= stank). Cfr. Ons Nederlandse ‘er hangt een geurtje aan, die zaak stinkt, hij kan hem niet rieken of zien… Bij vervangende liefde blijft niets hangen. Men brengt de andere terug naar de eenheid. Meestal griffen we de misstappen van de ander scherp in ons geheugen. Precies deze houding ondermijnt het vertrouwen en daardoor de samenwerking. Als men echt in het weefsel zit, er zich absoluut bewust van is, dan is de draagkracht onuitputtelijk. Deze gezindheid geeft een grote rust en zorgt voor veel sterkte,  omdat men in contact staat met het diepste stramien. In het grondplan is immers alles met alles verbonden. Zoals in het menselijk lichaam nemen cellen het van elkaar over. Zij zijn gericht op de eenheid en de harmonie en het welbevinden van het geheel.

Terreinen
Het is goed zich bewust te zijn van de verschillende  terreinen waarop we op één lijn hoeven te staan.

Zoveel letters,
Zoveel woorden
Om te zeggen wat eenheid is.
Geen enkele letter
Geen enkel woord
Als de eenheid er is.

Marcel Ploem

up naar boven


Terug