MAANDBRIEF November 2011                                 Print

DE SMAAK VAN DUURZAAMHEID

Op gang

Meer dan ooit heeft men het over duurzaamheid. Modewoord geworden. En mode slijt. Het komt en het gaat. In deze beweging krijgt het nauwelijks de tijd voor een zinvolle inhoud. We worstelen met het woord. In een tijd waarin alles in struikelende kwadraten versnelt, is duurzaamheid een rood stopteken. Het staat dwars over de moderne denkweg.
Lucht, vuur, water en aarde: de vier elementen van ons fysieke bestaan en ons materiële overleven, hebben we kwistig verkwanseld. Ze waren tot voor kort de waarborg voor onze eigen levensduurzaamheid. We hebben onvoldoende beseft hoe vluchtig deze stoffen zijn, hoe fragiel en eindig. We dachten dat ze zouden blijven duren, onuitputtelijk waren.. Nu is elk van hen echt duur, kostelijk. Duurzaamheid hebben we omgevormd tot heel duur.
Duurzaamheid heeft als stamwoord durare. Het betekent: hard maken, harden, uithouden. Maar we constateren dat we het met onze moderne manier van doen niet kunnen hardmaken. De boel brokkelt af. Het is niet meer te harden. Onze kritische conclusie zou dan ook moeten zijn dat onze methode niet klopt. Het heeft de schijn dat we dit hebben ingezien, maar is ons inzicht wel juist? Koortsachtig zoeken we naar alternatieven: wind- en waterenergie, behoedzaam omgaan met onze grondstoffen, zorg voor 'planet earth'… Prima. Toch blijven we de reddende middelen zoeken op het materiële vlak. We vervangen de slinkende materie door andere vormen van materie. We blijven rondjes draaien in een uitputtende en volstouwende overproducerende economie. De markt wordt alsmaar groter: 7 miljard mensen. Da's interessant voor zo'n economisch model! Maar daardoor blijft de foute methode ijlings doorlopen. We hebben dus wel een conclusie getrokken over een slechte methode, maar we gooien het roer niet radicaal om. We durven wellicht niet omdat het ons in het eigen vlees zou snijden, ons heel grondig zou veranderen. We zouden totaal andere mensen moeten worden, tenminste in onze levensstijl. Onze foute methode brengt in wezen geen toegevoegde waarde bij. Wel een toegevoegde hoeveelheid. In wezen verandert er dus eigenlijk niets.
De duurzaamheid zal uit onszelf moeten komen, niet uit de middelen. Het probleem ligt niet in de eindige voorraad van de grondstoffen, maar in het inzicht dat we tot nog toe de innerlijke duurzaamheid in onszelf niet hebben aangeboord. We putten onszelf uit zoals we onze aarde uitputten, omdat we aan de oppervlakte blijven. Innerlijke kortzichtigheid. De verandering zal er in bestaan dat we een uiterlijke productie-economie en –ecologie moeten corrigeren naar een innerlijke en spirituele economie en ecologie. Die zijn van een andere dimensie.

Puur bedrog
Ik heb met opengesperde ogen naar een tv-uitzending gekeken. Daarin werd open en klaar aangetoond dat machines (stofzuigers, was- en vaatmachines, printers, auto's, kleding enz. enz.) doelbewust worden geproduceerd met geplande slijtage. Breekt mijn klomp! Niet duurzaam dus, maar geplande korte gebruiksduur. Puur bedrog. Zelfs de waarborg is fake. Wat absolute prioriteit heeft, is dat de economie moet kunnen blijven draaien. Duurzaamheid keldert het productievolume en ipso facto de kooplust van de massa. Men plant dus niet de duurzaamheid maar de ingebouwde slijtage. Men neemt de cliënt in de maling. Men behandelt hem als een idiote manipuleerbare consument. Het gaat dus niet om duurzaamheid maar om consumentisme. Dit bedrog is onderbouwd door doortrapte bollebozen in de economie. Hieruit blijkt overduidelijk dat we gevangen zitten in een dwaze economie die zweert bij een constant toenemende productiestroom en een onheilzame himalaya van afval. De consumptie mag niet stilvallen. Consumptie is welvaart want welvaart is intrinsiek afhankelijk van ongeremde productie. Er is geen enkele correctie van binnenuit. Alleen verdoezelt men deze verrottingsstrategie door de mens onkritisch te maken en hem te verblinden door een telkens nieuwe stroom van nieuwe producten. Als de uil niet zien en wil…

En wat doen ik en jij?
De vraag die ieder van ons persoonlijk moet stellen is: Wat doe ik? Meelopen in de carrousel van het consumeren? Me laten verblinden door de verleidende nieuwe producten? Zoek ik naar de echte toegevoegde waarde of help ik mee om de economische afvalberg groter te maken?

Wat is toegevoegde waarde?
1° Zorg voor kwaliteit. Al ligt dit voor het grootste deel nog op het materiële niveau, toch is kiezen voor kwaliteit van producten reeds een eerste stap naar een toegevoegde waarde. Je kiest dan bewust, met overleg. Je bent bezig met aandachtig te onderscheiden. Kwaliteitskeuze vermindert in alle geval de overtollige productie. Er is heel veel rommel op de markt, blinkende prullaria, gehypte producten, modegedoe, ongezonde voeding…
2° soberheid. Je hoeft niet armtierig te doen, pinnekedun, gierig , kribberig. Soberheid is niet congruent met zich tekort doen. Niet fanatiek pover (komt van pauper=arm). Soberheid is integendeel een zuiver inzicht in wat nodig is en wat overbodig. In die zin dat ze niet meedoet met de waanzinnige productie van nutteloze dingen. Soberheid is de kunst van zich te beperken. 'In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister'.
Ze heeft de juiste kijk op de vicieuze cirkel waarin onze economie zichzelf heeft verstrikt. Die denkt dat meer produceren en meer doen kopen welvaart garandeert. Maar dat is een illusie. Bovendien brengt ze geen welzijn bij.
Er bestaat een soort valse algemeen verspreide droom: Als ik meer geld zou hebben, meer zou verdienen, op welke manier dan ook, dan zou ik gelukkiger zijn. Men koppelt geluk aan geld. Maar wil ik meer verdienen, dan moet ik meer werken (of frauderen). Op deze manier werk ik mee met een economie die puur stoelt op winstbejag. Dit is niet duurzaam. Men wil een zo groot mogelijke winst, met zo weinig mogelijke middelen, met een minimum aan inspanning, op een zo kort mogelijke tijd. Dat gaat ten koste van de kwaliteit, van de solidariteit. Het creëert een immense kloof tussen rijk en arm, tussen sterk en zwak. Het bevordert bovendien de graaicultuur: pak de poen. Soberheid heeft deze strategie door. Ze is nuchter en objectief. Ze laat zich niet dol draaien en draait de anderen geen loer.

Duurzaamheid in relaties
Echte duurzaamheid komt van binnenuit. Ze draagt in zich een houding van zorg en behoedzaamheid. Ze kent het onderscheid tussen hebben en zijn. Hebberigheid, bezitterigheid handelen kwantitatief. Ze gaan met alles en iedereen om als waren ze objecten, dingen. Alles wordt gezien in zijn materiële bestaan, zonder ziel of eigenheid. Het is een handelen vanuit ego. Er is geen verbondenheid, geen relatie.
Echte duurzaamheid handelt vanuit bewuste liefde. Sinds we massaal, machinaal enz. produceren hebben we beetje bij beetje onze betrokkenheid verloren. We verzakken in anonimiteit. De kleur van massa, snelheid en voorbijgaandheid. Niets blijft. Voortdurend is er verandering. Er is geen tijd voor kennismaking, vertrouwdheid, innigheid… Er is alleen vluchtige consumptie. Geen gronding en verankering. Het holderdeboldert.

1) Illustratief is onze wegwerpcultuur Onze rommel (onze economie produceert heel veel rommel) is niet meer te stapelen. Zelfs met onze rommel rommelen we: in de zee, in de lucht, diep in onze aarde, in derdewereld landen…als het maar uit het zicht is. O ja, we recycleren. Dat is al iets. Het is een begin van bewust omgaan met dingen en mensen. Maar recycleren is eigenlijk toch ook een beperkte vorm van toegevoegde hoeveelheid. De rommel krijgt een ander kleedje aangetrokken. Bovendien geeft ze ons een gemakkelijk alibi om te blijven rommelen: 'ppff we recycleren toch! Alles is te recycleren, afval bestaat niet.'

2) Wereldwijd rommelen de banken. Wat vroeger betrouwbare afspraken waren, wat steunde op vertrouwen, is als sneeuw voor de zon verdwenen. Verdampt. Ik wist tot voor kort niet dat geld kon verdampen, maar ja het kan. Erger nog: vertrouwen is verdampt. Wantrouwen vreet als een reuzehoutworm aan de fundamenten van onze samenleving. Vermolming op wereldschaal. En wat moet ons redden volgens de politici? De opbloei van de economie. Niet het herstel van vertrouwen, eerlijkheid, transparantie, de onderlinge verbondenheid. Wel de economie! Hoera!

3) het rommelt bij de leiders van volkeren. Burgers kiezen hun vertegenwoordigers. Ze hopen op eerlijkheid, betrouwbaarheid, leiderschap, onbaatzuchtigheid. Maar keer op keer worden ze ontgoocheld. Ze merken dat niet het algemeen belang primeert, maar machtsbelang, partijbelang, eigenbelang. De burgers worden geconfronteerd met schaamteloosheid en een afgekalfde ethiek. Er is geen duurzaamheid bij deze leiders. Ze missen liefde, overstijgende liefde los van verkrampte belangen.

4) Er is geen duurzaamheid in relaties. Huwelijken vallen uit elkaar. Ze duren nauwelijks. Ze zijn niet bestand tegen verduren. Het hoeft ons niet te verwonderen dat ook hier consumentisme een markt heeft gecreëerd. Deze van de voorlopigheid: snel, ongedurig, wispelturig, modisch, trendgevoelig. Men houdt het niet uit voor een duurzame relatie. Wantrouwen wordt van in het begin ingebouwd door allerlei contracten. Men zwerft zonder vaste verankering. Na een tijdje gaan die bootjes zwalpen. Precies door een overdruk van het consumentisme staan de relaties onder druk. Twee verdieners, een eigen huis, geen jobzekerheid, overgeagendeerde sociale activiteiten, veelvuldige uithuizigheid, stress die moet gedraineerd worden door allerlei weekend evenementen en frequente vakanties…

Kinderen als bagage. Er is geen rust, geen duurzaamheid in de opvoeding. Kinderen hebben aanwezigheid nodig, veel. Ze leven vanuit de aura van de ouders, hun warme nest stralingsveld. Nu worden ze voortdurend versast van crèches naar onthaalmoeders, naar opa's en oma's, naar vrienden, naar babysits… Die ongedurigheid tast hun basisvertrouwen aan. On-duurzaamheid wordt met de papfles ingezogen. Heel dikwijls wordt dit tekort aan vaste aanwezigheid gecompenseerd door een overvloed van rommel uit de economische productieketen: niet-duurzaam speelgoed. Op de Boekenbeurs in Antwerpen groeien van jaar tot jaar de standen van kinderrommel. De marktonderzoekers weten heel slim in te spelen op die moderne nood: kinderen als lucratieve markt. Het eigen creatieve vermogen van de kinderen wordt vroegtijdig genekt door panklare onmiddellijke bevrediging.

5) Het wegvallen van zingeving, de groei van scepticisme, het tekort aan bezinnende tijd, een extreme drang naar een sfeer van voortdurend feestvieren…het is alsof men geen vaste fundamenten meer heeft. Wereldwijd is onzekerheid een chronisch fenomeen geworden. Het is het tegengestelde van duurzaamheid.
Wereldleiders zouden in afzondering moeten gaan, niet in kastelen, in peperdure hotels, op exotische eilanden, geen bunga-bunga feestjes. Wel op een schraal eiland, met karige gezonde voeding, zonder verbindingsmogelijkheden, zonder boeken, zonder tv, een ferm lange tijd. Laat ze de volle confrontatie moeten aangaan met zichzelf, niet een keertje maar volgehouden frequent. Laat ze stoppen met hun ongedurige kwispelende gedoe. Back to basics.

Besluit
Vermits ieder van ons leider is in zijn eigen bewustzijn – hoe bewust of onbewust ook – kan hij of zij diezelfde beweging maken: back to basics, terug naar onze fundamenten, naar een nieuwe zingeving die het consumentisme overstijgt. De smaak van duurzaamheid.

up naar boven


Terug