MAANDBRIEF December 2012                                 Print

ECHT

Vooraf
In de maand november verscheen er geen maandbrief. Mijn excuses. De omstandigheden en de inspirerende muze waren onwillig…
Intussen trekken twee boeken mijn aandacht. Deze maandbrief is door beide geïnspireerd. Ik geef daarom hun bibliografische referenties:
Van Der Stighelen Guillaume. Echt. Lannoo, Tielt. Maand van de spiritualiteit, 2012.
Lenaers Roger. Op verkenning in een nieuw land. Pelckmans, Kalmhout,2011.
Twee merkwaardige boeken. Men zou kunnen zeggen dat de rode draad een zoektocht is naar echt. Niet naar abstracte, theoretische echt-heid of authenticiteit. Basis is de oorspronkelijke ervaring, de doorleefde aanwezigheid.
We leven in een tijd die dooraderd is van onechtheid. Heel veel is schone schijn. Net als de natuur in herfst en winter zullen we ons moeten ontdoen, ontbladeren, tot er alleen nog de rasters overblijven. Meer dan ooit zullen we ons moeten bekwamen om te leren onderscheiden wat het wezenlijke is.

Een raar fenomeen
Het echte ligt bedolven onder hopen onecht. Het roept bij mij het troosteloze beeld op van een afvalstort. Eindeloze bergen van wegsmijterij, met daarboven zwermen krijsende meeuwen. Niets is hier nog echt. Bergen onbestaandheid, uitgekieperde verleden tijd.
Het is alsof ooit echt geleefd leven onechtheid aantrekt. Op echt zet de woeker van onecht zich vast. Elk van die dingen die nu tot afval-onding zijn verworden was ooit wat het was. De schimmel van onecht deed het verworden.
Misschien kunnen we ons afvragen waarom we het zo moeilijk hebben met het echte te leven. Onze behoefte om er van alles bovenop te tassen, het te verstikken, is blijkbaar bijzonder sterk.
Een fundamentele vraag
Bestaat er zoiets als echt? Het zuivere absolute echt? Vroeger leerden we in filosofie dat er een absolute waarheid bestond. God was zo. Maar er bestaat nu gerede twijfel over onze ingewikkelde denkbeelden over god. Roger Lenaers ontpelt nogal wat onechte mantels waarmee we god hebben omhangen. En is onze eigen geschapenheid naar zijn beeld en gelijkenis niet afgebladderd? Wie is de mens echt? Wie ben ik echt? Wat is mijn echte echt?
Als ik jou zou vragen:' Wie ben jij echt?', zou je me daarop kunnen antwoorden? Al vlug zouden we merken dat er een aantal oppervlakkige echte ikken zijn. De gewone dagelijkse kant-en-klare cliché-ikken: ik was daar echt aanwezig, wat ik je vertel is echt waar, ik ben echt getrouwd, ik ben echt (on)gelovig, ik hou echt van je, ik weet echt geen raad, ik heb echt een hersentumor… Maar zeg ik daarmee wie ik echt ben?
Het zijn dus niet mijn deelaspecten die uitmaken wie ik ben. Ik ben mijn ervaringen. Of het nu deze van mijn vorige levens zijn (of noemen we het wat opgeslagen ligt in mijn DNA) of deze van het huidige leven. In deze ervaringen is er een scala van intensiteiten. Sommige doen me weinig of niets. Ze beroeren me nauwelijks. Ze zijn vluchtig, betekenen niets. Ik ga eraan voorbij. Anderen klitten samen als een deelaspect van me. Heel dikwijls ga ik er mij aan hechten en koester ik de illusie dat ik dàt ben. De meeste mensen doen dat. Leven in voorbijgaande flitsende illusies.

Soms, heel soms kan je een ervaring hebben die iets openbaart van jouw oergrond. Wat je ervaart maakt die diepe indruk dat het je overstijgt en wat je tegelijkertijd herkent als 'jouw beeld en gelijkenis', en congruent is met jouw oorspronkelijke wezen. Wat geen naam heeft en geen naam behoeft. Iets wat is en wat jezelf ook bent. Die ervaring openbaart zich aan jou als echt. Het is nu echt. Het heeft geen tijd . Misschien (wellicht) blijft het niet. Verdwijnt. Verandert. Trekt zich terug. Hervindt zich anders in de ontmoeting met een andere persoon, een andere plaats, een ander boek… Het kan zich openbaren in veel. Het zijn momenten waarin ik niet omhangen ben, ontdaan, naakt, leeg. De ontleegde ruimte is de beste toegangspoort. Dat is het beeld van de dorre woestijn en daarin een onverklaarbaar brandend vuur. Of de ontmoeting in een wegrestaurant met iemand die 'het hart deed branden'.
Echt is wanneer ik door iets of iemand mijn ervaring kan ijken met datgene wat die ander uitstraalt, waar ik de transcendentie raak of zij mij raakt. Iets of iemand die mij oproept om naar die uitstraling, dit overstijgende te leven.
Geen enkel systeem, geen enkele machthebber, geen enkele godsdienst heeft daar het alleenrecht op. Die echtheid laat zich niet insluiten. De mogelijkheid ligt in de mens. Elke ervaring kan de poort openen naar die onzegbare oergrond, als die mens zich eraan overgeeft. De oergrond is zijn eigen grond, onvervreemdbaar.

Woeker
Van goud zeggen we dat het echt is als we het geijkt hebben en er een karaatgehalte hebben toegekend. Maar goud is niet enkel goud. Het kan bevlekt zijn door bloed en zweet van slaven. Misschien kleeft er de woeker op van banksjacheraars, de hebzucht van gewetenloze oppotters, de zuchtige macht van despoten, het wisselgeld van onderdrukking… Maar het wezenlijke van goud is goud. Wat er bovenop komt is woeker.
Zo kan er op om het even wat woeker en schimmel parasiteren. Dan wordt het echte versluierd door het onechte. Het wezenlijke, het echte, blijft echter onvervreemdbaar. Zo ook elke mens.
Er zijn mensen die onversluierd iets van die oerliefde vóórleven. Mandela is zo'n man. Boven alle geleefde leed, zonder verbittering, over gescheidenheid heen, een man van lachende vrede en verbroedering. Daar kunnen we naar leven. De verleiding van de woeker ontstaat als universiteiten hem gaan omhangen met de mantel van doctor honoris causa…
Jezus van Nazareth is zo'n figuur. Hij bracht een nieuwe dimensie in de mensheid: onvoorwaardelijke liefde, tot over de dood, wereldomvattend, grensoverschrijdend. Een geest van eenheid en verbroedering. Hebt elkander lief, bemin wie je vijandig is. De woeker begon toen hij ontmensd werd, toen men hem tot god promoveerde en hem opsloot in een drievuldige onverstaanbaarheid.
En Gandhi en Mohammed en een hele rij van gewone mannen en vrouwen openbaren die Oerliefde en stralen die over vele generaties uit. Als we in die stroom gaan staan kunnen we wat echt is ook in het eigen leven ervaren en meteen uitstralen naar volgende generaties.

Echt is wat echter is
Echt is een moment- of fase-opname. Zijn vorm is ingebed in de tijd. Er is geen absoluut echt, wel een zich openbarend echt. Wat vroeger echt was, kan het nu niet meer zijn. Vroeger was het recht van de sterkste echt. In de nog onontwikkelde primitieve tijd. Het werd meer echt, echter dus, toen de wet ontstond: een oog voor een oog, een tand voor een tand. Dat is rechtvaardiger. Het werd nog meer echt toen Jezus openbaarde: hebt elkander lief. Het was een ontzaglijke stap vooruit. En nog echter werd het toen hij voorleefde: bemin wat of wie jou vijandig is.
Allemaal fases, ontwikkelingen in die onderstroom, die dan bovenstroom wordt, die dan vanuit die Oerliefde vaart krijgt.
Echt wordt dus echter naarmate we ons ontwikkelen als individu en als gemeenschap. Al moeten we constateren dat er nog mensen leven (en een deel van onszelf ook) vanuit de wet van de jungle. En er worden nog ogen uitgestoken en handen afgehakt, en zelfs nog veel erger. En we zijn amper toe aan elkaar liefhebben. En de vijand beminnen is wellicht nog maar pas ontkiemd. Maar spijt dit alles wordt het bewustzijn dat echt echter kan worden groter.
Dit is een hoopvolle en exactere realiteit dan 'the survival of the fittest', want sterker dan de dood is de liefde.
In dit perspectief wens ik allen een telkens nieuwe geboorte en een zaligend jaar in de eindeloze stroom.

up naar boven

Terug