MAANDBRIEF Februari 2012                                 Print

AL-TIJD

DE ADEM VAN AANWEZIGHEID

Er zijn zo van die 'dingen' die zo simpel en eenvoudig zijn, dat ze ontsnappen aan onze aandacht. We hebben ze verstopt achter heel moeilijke woorden en schermen. We kunnen ze dus niet meer zien. Maar ze zijn er wel en ze zijn gewoon: tijd, adem, ruimte, aanwezigheid.
In deze maandbrief willen we het hebben over deze evidente, maar versluierde dingen. Ze vormen de basis, de oerstroom van 'het is wat het is'. Willen we ervaren, bewust zijn van 'het is wat het is', dan herontdekken we die vanzelfsprekendheid.

Tijd
Tijd is er altijd. Er is geen begin en geen einde aan tijd. Aan onze kloktijd wel. We hebben de indruk dat we leven binnen het strakke pak van de horlogetijd. We laten ons daardoor bepalen of stellen zelf onze agenda op. Dat denken we tenminste. Maar de AL-TIJD is geen klok. Ze tikt niet, ze luidt niet. Ze heeft geen wijzerplaat en ze wijst naar niets.

Er is dus een tijd, een ruimte, die los van alles loopt. Een onbelemmerde vrije loop. Die loopt eeuwig en oneindig. Alles wat gebeurt gebeurt in die Al-tijd-ruimte, verschijnt erin en verdwijnt erin. Ook ik gebeur. De gebeurtenissen komen en gaan, maar de Al-tijd blijft de onveranderlijke stroom.

Raar toch dat we het woordje altijd gebruiken zonder te beseffen wat het eigenlijk inhoudt. Ons altijd is meestal een aanduiding van een gewoonte bv. ik rijd altijd rechts, ik drink altijd na het eten, ik ben altijd op tijd…
Altijd moet een heel oud woord zijn. Toen men nog besef had van een altijd durende tijd. De tijd van het Al, de tijd zonder tijd, zonder opsplitsing, zonder verknipping, zonder verhakkeling. De tijd van het Al-Ene. Het is ook de tijd die alles duldt. In die ruimte kan en mag alles ontstaan en weer verdwijnen, alsof een spons het bord of een scherm afveegt. Geduldig en verduldig.

Onze moderne tijd is genadeloos. Binnen een bepaald tijdsbestek moet het geplande gebeuren. Daarom zeggen we: 'Time is money'.
De Al-tijd is integendeel helemaal onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk. Ze eist niets. Ze is. 'Het is wat het is' is daarom ook iets, een gebeuren, een vorm van het Zijn dat even verschijnt in die ruimte van Al-tijd. Er is niets mis met dit even verschijnen. Het is wat het is. Maar dit even verschijnen chronometreren we op onze kloktijd en helaas denken we dan dat de voorbijgaande verschijning het essentiële is… omdat we niets anders zien. Eigenlijk zijn we ziende blind. Men ziet de ramen van het huis en niet het wonen in het huis. In feite is de Al-tijd er altijd en wat er allemaal gebeurt is er slechts tijdelijk. Er is dus een mogelijkheid om doorheen de dingen en gebeurtenissen te kijken, achter en in de vormen. Je hoeft niets te doen, alleen maar kijken. Dan zie je de transparante ruimte van de Al-tijd en hoe de dingen en gebeurtenissen als dansende gensters zijn die in die ruimte opspringen en weer uitdovend verdwijnen. De gensters zijn de dansers en zijn de dans. Er is geen onderscheid. Het is wat het is.

Adem
Adem is ingehaalde lucht, zoals bij het roken. Dat doen we reflexmatig en levensnoodzakelijk. Het is een evidente beweging. Het gebeurt vanzelf. Alleen als we denken dan wordt ademen problematisch.
In het Oud-Indisch klinkt het 'atman'. Daar heeft het een bredere en diepere betekenis nl. ziel, onze innerlijke beweging, ons diepste wezen. In het scheppingsverhaal van de bijbel vinden we deze 'wezenheid' ook terug. Jahweh God blies in Adam zijn godeigen adem. Niet zomaar een ademtochtje maar zijn levengevende scheppende zijn. Adem en Adam liggen kort bij elkaar niet? We zijn dus eigenaars van die oorspronkelijke energie en meteen aanwezig in die tijdloze ruimte. Deelgenoot van Al-tijd. Wij gebeuren in die ruimte en hoeven daar niets voor te doen. We zijn Het.. We dansen als gensters, komen en gaan, vonken en doven. Wij doen het Zijn oplichten terwijl we zelf zijn, geven het kleur en vorm, belevendigen het terwijl het nooit kan sterven.
Dat is meer dan ons gewone ademen met de blaasbalgen van onze longen. Dat zijn beperkte instrumenten. Maar ze zijn wat ze zijn. En dus zijn ze het Zijn. Ze zijn mede het Ademveld.

De adem van aanwezigheid
Tracht je eens bewust te zijn, te ervaren dat aanwezigheid er altijd en overal is. Je kan je geen plaats voorstellen of geen gedachte waar aanwezigheid niet aanwezig is. Je ontkomt er niet aan. We zijn geborgen in één ontzaglijk web van aanwezigheid.
Deze gewaarwording kan enorm deugd doen. Men heeft bijbels geprobeerd om dit te omschrijven: 'Je bent getekend, gegroefd in de palm van Gods hand'. Een zalige geborgenheid. Het is een beeld natuurlijk: Gods kosmische ontzaglijke hand – zijn ruimte, zijn Al-tijd - . En ik en jij, en elk levend en denkbaar ding daarin gegroefd als een stromende levenslijn.

Aan-wezigheid. Het betekent dat we vlakbij, nauwer dan ons hemd ons eigen is, in het onmiddellijke veld zijn, het veld zelf zijn, aan het wezen zelf.
We zijn dus nooit weg van onze diepste kern. Hoe zouden we weg kunnen zijn van onze kern als we zelf onze kern zijn. Het is alsof we zouden weglopen van onze schaduw. Ook niet van elk ding, elke mens, elke gedachte of gebeurtenis. Het wezen ervan is altijd aanwezig Alles is wat het is. Zoals de atman, de ziel de adem er altijd is. Er is niets wezenlijker dan aanwezigheid.

Hoe zou men aanwezigheid kunnen bepalen. Eigenlijk kan dat niet. Men vergelijkt dit met het klontje ijs in het water dat vraagt wat nat-zijn is. Ieder van ons, eigenlijk alles, is aanwezigheid. Hoe kunnen we ons dan afvragen wat aanwezigheid is als we het voortdurend zelf zijn? We kijken dan over onze eigenlijke wezenheid. Het ligt dus niet vóór onze neus, het is onze wezenlijke biotoop. Zoals tijd er altijd is, Al-tijd, zo ook met ruimte en zo ook met aanwezigheid, niet aanwijsbaar en toch er zijn. We staan midden in aanwezigheid, omdat we het zelf zijn. Tracht het te zien.

Mijn vader pakte af en toe uit met een absurd verhaal.
'Heb je het gezien vanmorgen?' zei hij dan spannend.
'Wat?' vroeg ik verbaasd.
'Jong, jong! De toeliep!

Ze was er weer. Ze liep dwars over straat en dan in onze tuin, achteraan. Prachtig! Op hoge poten en met een dubbele bek, een lange staart en wel duizend kleuren die flikkerden. En ze zong een liedje! Jong, je moet 's morgens goed kijken!'
Ik was één en al nieuwsgierigheid, keek meermaals daags, stond soms 's morgens vroeger op om toch maar de toeliep te zien. Ik zag van alles, maar niets dat op die wondere toeliep leek. Maar ze was er, ze liep rond in mijn gedachten en fantasie. Ze loopt er, bij wijze van spreken, nog tot de dag van vandaag, alhoewel ik ze nooit in levende lijve heb gespot en haar melodietje nooit heb gehoord. Zelfs absurditeit is aanwezigheid. Aanwezigheid duldt alles wat wij scheppen Eigenlijk zijn we dan zelf de toeliep, anders in mijn bewustzijn dan in dat van mijn vader. De wereld is vol van dergelijke zogezegde absurditeiten. Zijn er wel andere?

Niets blijft, behalve aanwezigheid. Zij is ruimte en daarin springen allerlei mogelijkheden op. Alleen die vormgeworden mogelijkheden doen ons bewustzijn bewegen in die ruimte. Wij noemen dit leven. Het leven in zijn enorme variëteit. Bekijk het van alle kanten, ervaar ze in je. Noem ze toeliep of oefeknoef of wiepewap of toedeloe; Het doet er niet toe en het maakt niets uit. Al dat gewirrewar, al dat beweeg is met elkaar verbonden. Het maakt één groot geheel uit. Ze hebben als draagvlak dezelfde ruimte in de overal aanwezige aanwezigheid, de ruimte van het bewustzijn. Ik en jij en wij, we zijn bewustzijn.

Wat ik geleerd heb uit het verhaal van mijn vader is dat we vóór de paradox staan wat werkelijkheid is. Eigenlijk is het een vals dilemma: is er een echte werkelijkheid – waarmee we doorgaans de zichtbare werkelijkheid bedoelen - en/of een vermeende werkelijkheid – wat we dan altijd een magische of gefantaseerde werkelijkheid noemen? Maar in feite zijn beide door onszelf gemaakt. Er is geen onderscheid. Wij maken het onderscheid door ons denken en onze drang om te splitsen. Splitsen vinden we korter bij de werkelijkheid dan het geheel het geheel laten zijn. We vinden het leuker – of beter nog: we kunnen het niet laten – om telkens iets te zoeken dat verder ligt, dat anders is, dat in oppositie is. We kunnen niet geloven dat 'alles is wat het is'. Dat is te simpel. We zijn gedreven om te doen en te denken. We zijn onvoldaan met de eenvoud dat alles er al is zoals het is.

In feite bestaat de toeliep evengoed als de relativiteitstheorie van Einstein. We laten ze beide toe in ons bewustzijnsveld of wellicht geven we een voorkeur aan één van beide, omdat we er een grotere waarde en consensus aan toekennen vanuit een theorie die hoger geprijsd staat. Misschien is die wel even absurd.

Wat ik leerde van mijn vader is: 'Je moet goed kijken, jong.' Als je dat inderdaad doet dan kijk je er dwars doorheen en dan merk je dat er niet-te-kennen Bewustzijn is en dat jijzelf dat Bewustzijn bent. Gewoonlijk draaien we het om: Er is ergens ooit een Bewustzijn, een God, een hoogste Macht buiten ons. Wijzelf kruipen als nietsnuttige miertjes op een miezerig plekje op deze planeet, met een oorspronkelijk minuscuul bewustzijntje rond. Dat ontwikkelt zich. Dat wil ergens naartoe: naar kennis, wetenschap, volmaaktheid, verlichting… Maar we geraken er nooit. Gedoemd en verdoemd nooit. Of met een niet-aflatend schuldgevoel, of met een drang naar meer en verder, of met een dodelijk cynisme en nihilisme. En ieder van ons kan het allemaal omdat alles al in ons bewustzijn is.

Tot slot
We hebben het over tijd gehad, adem, ruimte,aanwezigheid. Allemaal woorden die trachten iets aan te duiden. Ze wijzen met een vinger naar iets. Maar die vinger is eigenlijk zelf tijd (langzaam gegroeid), tintelt in die ruimte die ze zelf ontwerpt, en is zelf aanwezigheid.
Doe het bij wijze van proef maar een keertje. Wijs maar eens. Je zal merken dat die vinger die naar iets wijst tijd maakt om te wijzen, naar een ruimte die hij zelf ontwerpt, en dat de vinger die aanwijst zelf aanwezigheid is. Je wijst dus beter naar niets. Alles wijst naar jouw bewustzijn. Jij bent bewustzijn. Bovendien hoef je nergens naartoe. Jij bent er al en jij bent Het.
In die eenvoud is het echt goed en jij bent goed zoals je bent. Want 'het is wat het is'.


up naar boven


Terug