MAANDBRIEF Juli 2012                                 Print

VERZOENING

Er is oneindigheid en er is tijd. Tijd deint op en neer in oneindigheid. Ze knipt ze in stukjes, knabbelt er aan om het leefbaar en verteerbaar te maken. Het is een handigheidje om oneindigheid om te zetten in middellijk leven.
Oneindigheid is ontzaglijk geduldig en laat zich dus beknabbelen. Het maakt haar niets uit. Oneindigheid heeft geen behoefte om gebeurtenissen vast te zetten. Tijd wel. Tijd heeft geheugen. Ze rijgt feiten aan elkaar in slierten, strengen, ketens. Ze helpt om in het leven verbindingen te leggen, maar ze ketent ook. Tijd is creatief en destructief. Het is soms heel leuk om het geheugen te hebben van een witte olifant, maar het stapelt ook nijdigheid op, verharding, maakt verwarde knopen, eeltknobbels op de ziel.
Vorige maand schreven we over oneindigheid. Maar ons dagelijkse leven, ons leven in de tijd, laat stof neerdwarrelen, stapelt rommel op, doet wrakhout aanspoelen, sproeit zure regen, strooit met zoet en bitter.
Telkens opnieuw moeten we de ruimte weer ruimen, verschonen. Soms verduisteren we de oneindigheid, wordt ze mistig of zien we ze niet meer zitten. We denken dat het dagelijks leven een ruimte op zich is, niet meer ingebed in oneindigheid. Dan moeten we ze klaren.

Verschoning
In ons modern woordgebruik struikelen we overhaast over het woord 'sorry'. Als we iets mis hebben gedaan zeggen we 'sorry'. We nemen het gemakkelijk in de mond. Het is een voorbijgaand woord. Het lost op in de wind, een snelle flits. Het komt van soror: spijt, verdriet, zorg.
'Ik heb spijt'. Maar het zegt niets over de ander, de pijn of het verdriet of de 'sores' van de ander. Sorry is een ego-woord.
Er is ook het oude verschoning. Hij verschoonde zich, of 'wil je mij verschonen?'.Ook een ego-woord. Men vraagt aan degenen die men tekort of pijn heeft gedaan om weer met een schone lei te mogen herbeginnen. Het leefveld wordt verschoond, proper gemaakt. Zoals men zich verschoont door verse kleren aan te trekken. Maar het mist wederzijdsheid. Het is een onovergankelijk werkwoord: zich verschonen. Passief dus. Men verwacht activiteit van de ander. Zoals trouwens ook zich verontschuldigen. Hier zit het woord schuld in, voorafgegaan door ont-. Dit voorvoegsel ontmijnt de schuld, vraagt aan de ander om de schuld kwijt te schelden. Het mist empathie: 'Ik vraag dat jij mij zou ver-ont-schuldigen', maar vraagt zich niet af wat men in de ander heeft teweeg gebracht in de zin van 'Heb ik jou verdriet gedaan en wat heeft het je gedaan?'
Het gallicisme 'excuseer me' (van s'excuser) zegt eigenlijk hetzelfde nl. zich door verontschuldigingen van iets afmaken. Komt van excusare waarin het woord causa de stam is. Het betekent oorzaak, een zaak. Een verontschuldiging is dus een gemakkelijk iets om je van 'een zaakje' af te maken.

Verbale eenzijdigheid
In de voorafgaande woorden – sorry, verschoning, verontschuldiging, excuses – ligt de klemtoon op het verbale. Het is natuurlijk al een hele stap als men spijt of fout verbaal uitdrukt. Veel mensen komen daar niet eens aan toe door onwennigheid, opvoeding, machogedrag, onwil, slordigheid,ongevoeligheid,ongemanierdheid…m.a.w.verbale uitdrukking is een eerste positieve stap.
Maar bij de verkenning van het thema is het me opgevallen dat we veel hebben ingeleverd op het doe-vlak. Woorden zijn gemakkelijker dan doen. Woorden verplichten ons minder, lopen vlotter, vragen minder tijd en inzet. Ze verschonen wel vluchtig de ruimte, maar ze wortelen niet of nauwelijks in de oneindigheid. Ze missen diepgang en duurzaamheid.

Moeten we dan op zoek gaan naar andere houdingen met meer grond en minder vluchtigheid?
Een eerste verdere stap is dan wellicht vergeven. Er zit al meer beweging in geven. Geven en krijgen zijn een soort oerwoorden, bewegingen die zo oud zijn als de mens zelf. Toch zit er ook hier nog de eenzijdige wortel in. 'Wil je mij vergeven?' Beweging ja, maar toch een tekort aan wederzijdsheid. Het is ook ontdaan van schuld. Het is serener. Men is bewust dat men iets moet krijgen in een onvoorwaardelijke beweging. De magere verbaliteit is er doorbroken. De opening naar beweging is gemaakt. Het accent is verlegd.

Verzoening
Bij verzoening denken we natuurlijk onmiddellijk aan zoenen. Kussen dus. Er wordt wat afgekust tegenwoordig, zoals het woord sorry wat afgebrabbeld wordt. Ik heb niets tegen beiden…mits wat zin-volheid. Het woord kus komt eigenlijk van het woord verzoeningskus. De kus bleef maar jammer genoeg viel het kernwoord 'verzoening' weg.
Verzoening in zijn oorspronkelijke betekenis had iets primitiefs, oer-oorspronkelijk. Het behoorde tot de fundamentele menselijke bestaansconditie. Het was een heilig ritueel. Als er tussen twee mensen of stammen een onenigheid was ontstaan, dan behoorde men de eenheid terug te herstellen met een zoen-offer of een zoenkus. Het bleef niet bij een louter verbaal 'sorry'. Men besefte dat een evenwicht was verstoord en moest hersteld worden. De geschonden ruimte moest geklaard, verschoond worden. Niet zomaar door een gemakkelijk woordje maar daadwerkelijk. Door een verzoenend offer. Het oorspronkelijk engagement, de verbondenheid en de eenheid moesten worden hersteld, de oer-betrokkenheid van mens tot mens.

Bij de zoenkus maken de partijen zich zeer kwetsbaar en open: wang tegen wang. Eigenlijk halsslagader tegen halsslagader. Het is de plaats van het voelbare kloppende leven. In de halsslagader klopt het leven zichtbaar en tastbaar. Door deze plek aan de ander aan te bieden stelt men zich ontvankelijk en tot alles bereid op. Men wisselt levenstrilling uit. Dit werd begeleid door gaven en offers, zowel aan de goden als aan beide partijen. Het was niet zomaar een 'deal', maar integendeel deelde men onverdeeld de geklaarde ruimte. Het was niet een pure materiële genoegdoening. Het had met leven en bloed te maken, wat men soms letterlijk mengde.

Verschuiving
Door de eeuwen heen is het maatschappelijk netwerk enorm complexer geworden. Alles moet snel gaan en voor tijdrovende rituelen hebben we geen tijd meer. Er gebeurden dus verschuivingen in het verzoeningsritueel. Het werd geprofessionaliseerd. Genoegdoening werd een rechtssysteem. Het kwam in de handen van instituten, vooral kerken en gerechten. Die kregen beslissingsrecht, kortom macht. Er kwam dus een derde partij bij. Niet alleen meer de beide twistende partijen, maar een vreemde instantie. Of we daar tijd mee gewonnen hebben is nog maar de vraag. Nu duren de 'zaken' maanden en jaren…
Van de kwetsbare hals en de verzoenende omhelzing ging het nu naar het argumenterende verstand. Dat is een hele afstand. En dus verloopt verzoening veel afstandelijker.

Al vlug kwamen belangen om de hoek kijken. De geblinddoekte Vrouwe Iustitia ging scherp naar komma's en puntjes lonken. De vreemde partij was niet altijd onpartijdig. De oorspronkelijke betrokkenheid verkilde. Verzoening sloeg om naar bitsigheid en vijandigheid. Verzoening verzandde in verbaliteit, in een ontoegankelijk jargon van onverstaanbare regels en wetten. De oorspronkelijke partijen stonden daarbuiten, stonden nergens. Het debat verliep tussen de advocaten. De betrokkenen waren niet meer betrokken, vreemden in hun eigen verzoeningsproces, volkomen vreemd aan de spitsvondigheid van hun raadsman.

Gezien de complexiteit van onze maatschappij was deze misgroei niet tegen te houden. De ontwikkeling van de relaties, en dus ook de rechtsrelaties, is uiteraard niet te vergelijken met de vroegere structuren. We merken echter dat in deze tijd er soms bewegingen ontstaan waarbij er weer meer aandacht is voor de directe betrokkenheid van slachtoffer en dader. Men tracht hen weer bij elkaar te brengen… voor een buitenrechterlijke verzoening. Van aangezicht tot aangezicht. Dat is weer korter bij hals en hart. Van kilte naar begrip.

Tussenvormen als bruggen
Eigenlijk zouden we toch mogen verwachten dat in deze wereld, die toch alle kansen heeft tot grotere humanisering, er nieuwe vormen ontstaan tot verzoening. In alle geval zouden we er naar moeten zoeken. En dat op de eerste plaats in dagelijkse kleine haalbare dingen in ons persoonlijk leven. Daar begint het.

Waarom zoenen we? We zoenen meer dan vroeger. Dat is opvallend. Bijna om de haverklap.
Zoenen we uit een modetrend? Omdat men dat nu eenmaal doet? Is het een begroetingsritueel zoals vroeger een handdruk? Een loutere formaliteit? Zoenen we uit behoefte om contact? Seksuele nood? Of uit tederheid, liefde misschien? Zit er inhoud in of is het een inhoudsloze geste?

Sommige mensen zoenen we wel, spontaan. Tegenover anderen zijn we terughoudend. Sommige laten zich graag zoenen, anderen zijn stug in het verweer.

Hoe zoenen we? Er is een hele gamma mogelijkheden. Beleefd,. Eentje. Drie. Van ver. Kortbij. Vluchtig. Intens. Zwoel. Wang. Voorhoofd. Mond. Hals… Elke manier, elke plaats heeft zijn eigen intensiteit en meestal ook zijn eigen bedoeling.
Naarmate er meer mogelijkheden gangbaar zijn, is er kans voor verrijking maar ook voor verschraling. Men gaat consumeren. Kortom, er zijn meer 'technieken', maar vraag is of er ook meer inhoud is.
We zouden ons eigen zoengedrag onder de loep kunnen nemen en ons afvragen 'waarom zoen ik en hoe?'
Eigenlijk zou zoenen een telkens hernieuwd 'klaren van de ruimte' kunnen zijn. Tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen, tussen kinderen, tussen vrienden, buren, collega's, politiekers, zakenlui… Nu we toch meer sociaal zoenen zouden we er een 'opklarende en uitklarende' inhoud aan kunnen geven.

Kan ik, wil ik een allochtoon, een homo (een hetero), een hiv-er, een andersdenkende, een andersdoeër… omhelzen?
Natuurlijk heeft omhelzen als stam hals. Wat dacht je! Hals om hals, opgenomen in jouw veld. Bij het zoenen neem je de ander op in jouw veld. En hoe kan je dat als er nog allerlei rommel in dat veld rondzwerft? Met te zoenen wordt alles uitgeklaard.
Dus: zoenen maar! op voorwaarde dat je er klaar voor bent!

 


up naar boven


Terug