MAANDBRIEF Maart - April2012                                 Print

RUIMTE

Inleiding
De lente is er vroeg en warm. Bioritme wriemelt ons naar buiten.
Overal schieten scheuten uit. Bomen botten. Kleuren kladderen kwistig, vooral groen en geel.
Niets twijfelt nog. Alles breekt uit zijn grenzen. Alles zoekt naar zijn eigen originele vorm.
Paradoxaal – terwijl elk ding, elke mens of dier zijn volle wasdom inneemt – groeit de ruimte, wordt voller. Leegte wordt overwoekerd door veelheid.
De beklemmende koude van de winter smelt in een bevrijdende ruimte. Nu breekt de tijd aan om te zoeken naar een juiste balans, een evenwicht tussen te weinig en teveel, schraalheid en overvloed, bang en gedurfd.
Plaats van gebeuren: de ruimte. Alles gebeurt in de ruimte: wordt er geboren, verandert, bloeit, drukt er zijn stempel van aanwezigheid in, lost op en verdwijnt.
Alles in die ruimte.

Blind
Heel eigenaardig: wij zien die ruimte niet. We zien dingen in die ruimte, gebeurtenissen. Die vinden wij belangrijk, trekken onze aandacht. Maar de ruimte zien we niet.
Eigenlijk kunnen we met onze gewone ogen de ruimte niet zien. We leiden ze af van alles wat erin is, omdat alles bestaat in die ruimte. We vinden de ruimte hoogstens een achtergrond-leegte.
Probeer maar eens ruimte te zien. Verwijder uit jouw gezichtsveld alles wat je ziet, wat vorm, kleur en klank heeft. Niet makkelijk, want meteen vullen we die leegte weer op met allerlei m.a.w. we kunnen de ruimte maar veronderstellen. We weten dat ze er is, maar we krijgen ze niet te pakken.

Het is zoiets als liefde. We zien iemand die ons liefheeft, die liefde is er daadwerkelijk, maar we zien ze maar als de ander vorm geeft aan die liefde: zoenen, strelen, een blik, aanwezigheid…
We zijn blind voor de aanwezigheid van ruimte. Weet je, omdat we vormverliefd en vormzat en vormbezeten zijn. Het wezenlijke is nochtans de ruimte, omdat zij alle vrijheid en mogelijkheden in zich toelaat. Kijk eens wat er allemaal gebeurt in haar grenzeloze schoot. Zij laat alles toe, zij is de totale openheid.
Op haar staat geen maat. Het is onmogelijk om de ruimte te meten. Dat is door ons moeilijk te aanvaarden want we hebben de onbedwingbare neiging om alles te meten. Wat we gemeten hebben is van ons, een soort bezit. We hebben het. Maar echte ruimte laat zich niet meten. Ze is mateloos. Daarom wellicht willen we haar niet zien, verdragen we ze niet. Omdat ze ons ontsnapt. Nochtans staan en leven we d'erin. Zonder haar kunnen we niet leven, bestaan we niet.
Je kan geen plaats aanduiden waar ze niet is. Ze is alomtegenwoordig. Ze is altijd en overal aanwezig. Ze moet haar aanwezigheid niet bevechten of veroveren. Ze is eerst. Er is niets zo zacht en mild als ruimte. Met alle goedheid, begrip en geduld maakt ze plaats voor om het even welke vorm die we in haar plaatsen, duizenden vormen.

Een innerlijk kompas
We hebben allemaal een soort innerlijk kompas, een ondergesneeuwde oorspronkelijke richtingaanwijzer, waardoor we altijd kunnen terugkeren naar die ruimte.
Waarom willen we naar de zee, waar we een onbelemmerd wijds zicht hebben? Of naar vlakke landschappen, waarin we dromend kunnen verdrinken? Of, liggend op de rug, naar het pure oneindige blauw van de hemel te schouwen? Of de vergezichten van op bergtoppen? Of de stilte van een woud, de mystiek van een kathedraal? Waarom sluiten we soms de ogen om niets anders te zien dan een rustgevend niets?
Dit wijdse ervaren we als helend, het gevoel om alles naar zijn oorspronkelijke grond te brengen. Een oneindig grootse, open en milde thuishaven, een plaats waar men alles kan vergeten, de mateloze diepte waarin alles wordt vergeven, een energiestation waarin nieuwe creativiteit kan opborrelen. Hoe wonder! Een lege ruimte waarin toch alles aanwezig is, in potentie. Uit dit niets wordt alles getoverd.
Nee, niet ik én de ruimte, maar ik in die ruimte. Ik ben die ruimte. Zonder ik is er geen levende ruimte. Zonder ruimte is er geen ik. Dat is zo voor elk ding, elke gedachte, elke gebeurtenis, elke adem, elke vingerknip.
Boeddha heeft ooit gezegd: 'Als ik met mijn vingers knip verandert de kosmos'. Een perfecte omschrijving van ruimte.

Het tussen-in
Ruimte is altijd tussen-in. Ze is relatie. Ruimte is de essentie van relatie. Dat wat er tussen-in is, tussen mij en mijn partner, tussen mij en de magnolia, tussen mij en mijn buur, tussen mij en tijd…
Stel: een ruimte en één boom. Alleen maar een eenzame boom. Eigenlijk is dat een onmogelijkheid. Er zou geen enkele relatie zijn van die boom met… een andere boom, geen bloesems, geen vlinders of vogels, geen mens, geen kat…geen wind die door zijn kruin waait. Er zou, kortweg, geen boom zijn. Hij zou niet eens een naam hebben.
Zoals er geen mens kan bestaan, alleen in een ruimte, zonder een relatie met een poes, een kind, een huis, een zon, een babbel…Waar het om gaat is het tussen-in.
Helaas hebben we alles gescheiden, geindividualiseerd, verdinglicht. We vinden het uiterst belangrijk apart te zijn. We stelen een stuk van de ondeelbare ruimte om er een afzonderlijk iets in te plaatsen. Die ietsen zijn op zich, los van alles en iedereen. Alleen door die ietsen te begrenzen, ze in te wikkelen (ingewikkeld) bestaan ze relatieloos. Zonder straling, koud bezit.
Let er eens op hoe we de ruimte verkavelen en verkleuteren: huis, straat, gedachten, stoel, tafel, trap, facebook, getwitter…Ze nemen ruimte in. We zien die dingen wel maar niet de ruimte waardoor ze zijn wat ze zijn. Nochtans is alles omgeven door ruimte en zijn ze zelf ruimte.
We verstikken onze wereld door een rampzalige veelheid van dingen. We stouwen elke ruimte overvol als was ze een pakhuis.
Zeggen we niet als we iemand willen laten groeien en openbloeien: 'Geef haar/hem ruimte'? We weten uit experimenteel onderzoek al lang dat teveel ratten op een te klein territorium agressiviteit uitlokken. Als we op elkaars lip leven dan snakken we naar ruimte. Dat is de meest normale en gezonde oerreflex, ons oerkompas.

Afstand
Ruimte is niet hetzelfde als afstand. Afstand is een aanduiding van een maat: zoveel meter of kilometer. Afstandelijkheid is de maat van een relatie-intensiteit tussen twee mensen of van een relatiekilheid.
Bij ruimte is er geen maat. Ze omgeeft ons. Ze is het meest nabije en het meest verre. Ze geeft toegang tot het diepst intieme en lokt ons naar eindeloosheid. Ze is immers overal.
Het is verhelderend om bewust in haar in te treden. Ga ergens rustig zitten – om het even waar. Maak het stil en kijk. Kijk naar wat er in jouw gezichtsveld te zien is. Laat stuk voor stuk die dingen los. Zie hoe ze in die ruimte staan en bewegen. Maak ze overbodig. Ze zijn nu voor jou overbodig. Laat ze zijn. Tracht nu de ruimte te zien, te ervaren tussen jou en die overbodige dingen. Laat die ruimte bestaan. Maak jezelf los van jouw eigen bestaan in die ruimte. Je bent overbodig. Laat de ruimte uitdeinen. Begrens niets.
Je zal merken dat elke afstand verdwijnt, oplost. Alles wat in die ruimte is, is wat het is. Met alles heb je een relatie, geen bezitsrelatie, niet meer van jouw ik naar die andere ietsen. Ook je ik is opgelost, wordt opgenomen in het tussen-in. Er is geen lege ruimte, alleen een open ontvankelijk heel-al.

Ruimte cleanen
Ik vermoed dat veel burn-outs, depressies en stress te maken hebben met een over-oververzadigde begrenzing die men zichzelf heeft opgelegd of die de maatschappij oplegt.
Onze ruimte (of wat we denken dat onze ruimte is: job, gezin, ego…) is dan overvol gestouwd. Het beperkte pakhuis is overhamsterd. Het teveel verlamt ons. Er is een onevenwicht . Teveel dingen, te weinig leefruimte. Teveel onzin, te weinig zin. Alles is opgebrand. Er is rook- en waterschade. De brandweer redt misschien nog enkele belendende percelen. De dokters wordt gevraagd om wat na te blussen.
Best zou geweest zijn om preventief de ruimte te cleanen d.w.z. zien waar men te eenzijdig is bezig geweest. Vraag is of er zo'n ruimte-cleaning machines bestaan.
Natuurlijk! Maar niet zo koud machinaal als het rijtje van onze moderne hulpstukken. Ze kosten bovendien stukken minder en zijn voor iedereen ter beschikking.

Bossen
Trek eens een bos in. Bossen zijn enorme stofzuigers. Ze maken het hoofd leeg. De bijna geluidloze ruimte, de ontvankelijkheid van bomen en struiken maken dat je er veel kwijt kan.

Water
Of het nu een bad is, de zee, een rivier, een kabbelend beekje, water spoelt en speelt alles weg. Water is onze meest originele biotoop (de baarmoeder) en onze evidente rustplaats. Water werkt helend en verwijst naar onze heelheid. Water is een heel goede geluidsdemper. Het houdt heel veel onnodige informatie buiten. Het is een beschermer van onze innerlijke ruimte.

Stilteplaatsen
Plaatsen waar er van oudsher zuivere energie opborrelt zoals bronnen, oude abdijen, religieuze sites, kathedralen, een verdoken kapelletje…tenminste als ze niet verknoeid zijn door commercie en toerisme. Je overgeven aan die grondenergieën herijkt jouw kompas.

De kosmos
Planeten, een sterrenhemel, een azuur blauwe horizon, de verlorenheid in wolken… geven bevrijdende dimensies.

Poëzie
Lees gedichten, psalmen, inspirerende teksten… oude legenden,
mystiek. Ze zijn heel oud en hebben hun diensten al eeuwen bewezen.

Zonder-dag
Schakel heel bewust een dag, of een halve dag alles uit waarvan je denkt dat je ze niet kan missen: computer, telefoon, gsm, Ipodt of al die 'onmisbare' dingen. Kijk een dag geen tv. Een zonder-dag is als een zuiverende sauna en als een peeling van jouw zielenhuid.

Diepe deugddoende gesprekken
Wel weg van gekakel en oppervlakkigheid. Geen discussies, maar langzaam aftasten met periodes van stilte en schroom. Ze ruimen pakken vooroordelen op. Ze verfrissen en openen wegen naar nieuwe creativiteit.

Onkruid wieden
De eentonigheid van onkruid wieden. Het maakt je leeg, nutteloos. Zoals er ook veel nutteloos en overbodig in jouw gedachten is.

Bidden, mediteren
Niet om het bidden of mediteren zelf, maar als een inleiding naar het moment dat alles wegvalt, tot er alleen maar een ruimte overschiet en alle gedachten, geprevel, gevraag en aanbidding verdwijnt. De naakte ruimte.

Stappen
In stilte stappen. De ritmische vanzelfsprekendheid waarbij het stappen overgaat naar gedachtenloze ruimte. Bij het stappen gaat men veel voorbij en laat men veel achter. Ballast overboord.

Wellicht heb jij jouw eigen cleaning-machines. Belangrijk is dat ze werken. Zelfs in de meest drukke hectische activiteiten kan men een weg vinden van rust en ruimte. Men kan 'contemplatief zijn in de actie'. De klemtoon ligt dan niet eenzijdig op de actie en de prestatie. Men doorlicht het eigen doen terwijl men doet, en plaatst het accuraat in de aanwezige ruimte, in verbinding.
Dan is er een harmonische balans, een harmonie van sferen.

 


up naar boven


Terug