MAANDBRIEF Mei 2012                                 Print

LUISTEREN OF DOEN-LUISTEREN

Even aandacht
We hebben in de vorige maandbrief geschreven over ruimte. Vooral de ruimte die we niet zien, ook al is ze zó essentiëel. We hoeven geen ruimte te maken, ze is er altijd en overal. We denken nochtans dat we (een) ruimte ontwerpen door er allerlei in te plaatsen. Door ze ondoordacht met alle overbodige nietsnutterij vol te stouwen maken we het ons erg moeilijk. Het is dé grote oorzaak van ons algemeen gevoel van oververmoeidheid in een zure maatschappij. Het kan anders.
De illusie, die ons in de greep houdt, is dat we halsstarrig overtuigd zijn dat de dingen in de ruimte de werkelijkheid zijn, terwijl de ruimte zelf gezien wordt als een groot gat waarin we alles kunnen dumpen. De ruimte is een goedzak. Maar, zoals ik zei, het kan ook anders.
Eén van de belangrijke attitudes om ruimte te zien is luisteren. We zijn bang van stilte en daarom vluchten we weg van luisteren. Luisteren is confrontatie met het overbodige. Het overbodige camoufleert de kern, de essentie. We zijn experts in on-genoeg-zaamheid. Nooit genoeg.
Daarom willen we in deze maandbrief even aandacht geven aan die attitude, die innerlijke houding, die luisteren is.

Als je niet wordt als kinderen
Eigenlijk kan een kind niet luisteren. Het is één en al luisteren, omdat het nog een open ontvankelijke ruimte is. Het komt uit de oerruimte. Het is nog gaaf en onbeschreven. Pas geleidelijk aan – vanaf de eerste dag van de geboorte – vult het die gave ruimte. Kinderen zuigen met hun grote ogen de wereld gulzig naar binnen. Dan begint het om niet (meer) te luisteren. In die zin is de gekende uitspraak van Jezus van Nazareth te verstaan. We moeten wat we gretig hebben opgenomen wieden en al het overbodige – dat ons belet om open te zijn – loslaten. Weer lege ruimte worden. We kunnen ons vragen stellen bij onze drang om ons met zoveel mogelijke informatie vol te proppen. Is volwassenheid wel gelijk te stellen met het ideaal van een zo groot mogelijke vergaring van informatie? Zouden we zo niet wijsheid mislopen? Misschien is heel ons onderwijssysteem bezweken onder de verleiding van kennis en dachten we dat kennis de koninklijke weg is naar volwassenheid en wijsheid.
Dat was de vroegere opvallende tegenstelling : in het Oosten koos men voor een weg naar leegte, in het Westen ging men opstapelen. Wellicht moeten we zoeken naar evenwicht. Dat vinden we als we leren luisteren.

Verkeerd woordgebruik
Er heerst een spijtig woordgebruik omtrent luisteren. Het heeft een dubbele en dubbelzinnige betekenis. Luisteren betekent helaas dikwijls gehoorzamen. 'Jij, jij moet nu eens goed luisteren!' Luisteren betekent dan braaf zijn, zich gedragen naar opgelegde normen en regels. Ouders zeggen het aan hun kinderen, onderwijzers aan hun leerlingen. Het is een bevel, moeten. Waarom? daarom.

Het woord luisteren is verwant met zowel luid als fluisteren. De beide mogelijkheden zitten erin. Maar het is ook verbonden met het woord luister. Alles en iedereen heeft zijn eigen vibratie, trilling of uitstraling. Een feest met luister. Dit huis heeft een barokke luister… Zo ook elke mens.
Luisteren is de bereidwilligheid om naar dit eigene onbevooroordeeld te kijken. Het is de kunst om de straling te laten oplichten. Men stelt zich helemaal open voor wat het andere of de andere te zeggen heeft. Alles en iedereen heeft zijn eigen stralingstaal. Men kan dus luisterbereidheid oefenen.

Er is geen hiërarchie in luisterbereidheid. Geen verhouding van meerdere-mindere, meer weten- minder weten, van leider-volgeling. De wijze is degene die intenser luistert. Hij is meer bereid, meer open, meer leegte, meer ruimte. In zijn zien en horen zit er niets in de weg, geen overbodigheid. Hij is gehorig. Hij heeft de attitude van gehorigheid. Hij legt geen onderhorigheid op aan de ander.

Inwijding
In alle leerscholen, zowel in Oost als West, waren er inwijdingen Men oefende zich in basisattitudes. Het waren grondhoudingen die men in zijn leven als vaste leidraad nam. Eén van deze was die luisterbereidheid, gehorigheid, absolute openheid en ontvankelijkheid. In de Westerse spiritualiteit was het gesystematiseerd en vastgelegd in de drie geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid.

Geleidelijk aan is men dit trio zeer moraliserend en versmallend gaan interpreteren. Vooral door reflexen van angst en pietepeuterige bekrompenheid. Wat oorspronkelijk bedoeld was als het creëren van ruimte, verwordt tot een inperking en vernauwing. Bovendien werd het een monopolie van een bepaalde klasse én een stricte verplichting. Het werd een voorrecht van een elite: de priesterklasse. En elke geslotenheid (beslotenheid) wordt een systeem, en elk systeem draagt in zich de verleiding van hiërarchie en macht.

Armoede werd vertaald als het zich persoonlijk onthouden van materieel bezit. Er mocht wel een grote collectieve rijkdom bestaan. Men groeide weg van de diepere betekenis: van arren moede zijn. D.i. het gemoed, het hart of de innerlijke gedachten leeg maken (arm), vrij.
Zuiverheid ging de weg op van het zich onthouden van elke vorm van seksualiteit, zowel lichamelijk als mentaal en emotioneel. Het draaide om het behoud van de maagdelijkheid. Zuiverheid als het zich niet bevuilen. Men zonderde zich af. De ruimte werd ingeperkt. Het was geen uitzuiveren van het overbodige, maar het radicaal overboord gooien van een wezenlijk levensaspect, het innerlijk zuiver en bevrijd zijn van alle oordeel, een onbeschreven blad zijn, een blank scherm.

Gehoorzaamheid verzeilde in het web van de hiërarchie. Het luisteren moest plaats maken voor het horen naar behoren, dat wat regel en voorschrift was. Men stond de eigen mening uit vrije wil af, legde alles in het oordeel en de planning van de overste, de superior, hij die superieur was. Men werd op die manier ontslagen van het zelf uitzuiveren van de eigen mind. Er is geen eigen ruimte meer. Het wordt opgevuld met een arsenaal van opgelegde regels.

Dit geloftentrio was in de wortel een schitterend instrument, heel diep en wijs. Oorspronkelijk raakte het de kern van een spirituele houding. Het hield in dat men persoonlijk en bewust de eigen ruimte kon en wilde klaren. Paradoxaal echter ging men die ruimte vullen door ze een negatieve invulling te geven: materieel bezit onteigenen, lichamelijkheid af te splitsen, gehoorzaamheid te hierarchiseren.
Jammer, want er zat meer in, als men er minder in gestopt had.

Passief
Velen hebben de indruk dat luisteren een passieve houding is. Ze lijkt, in een tijdsgeest van excessieve communicatie, een afwezigheid. Men schijnt niets in te brengen.

Nochtans is luisteren een zeer actieve ingesteldheid. Men is met heel zijn hebben en houden aanwezig. Men is nooit in het verweer. Alles is wat het is en als een milde en geduldige toeschouwer wiedt men al het overbodige. Luisteren is zeer verwant met geduld en mededogen. Geen fronsen of rimpels van achterdocht en vooroordelen. Geen verkramping van gelijkhebben en macht. Geen bekrompenheid vanuit eigen politiek, geloof of wetenschap. Luisteren kan maar vanuit stilte. Het eist niets, het insinueert niets, legt niets op. Ze gaat op zoek naar de ruimte van het/de andere, hoe die ruimte ook mag ingericht zijn. Ze tracht de innerlijke luister van het/de andere te zien en te ontmoeten. Elke vervorming accepteert ze als een keuze van het/ de andere.

Wat empathie (inlevingsvermogen) is in verband met onze gevoelens, is luisterbereidheid in verband met het aandachtig horen. Die bereidheid is niet evident. Men moet bereid zijn, moeite doen en zich oefenen. Er is een huizenhoog verschil tussen horen en luisteren. Soms zegt een partner wel eens tegen de andere partner of een patiënt tegen een arts: 'Je hoort me wel maar je luistert niet'. Dit is het gevoel dat iemand geen oren heeft naar jouw innerlijke ruimte. Hij/zij overwoekert met informatie of een autoritair afwijzen.

Doen luisteren
Sinds eeuwen hebben we als pedagogische methode gehanteerd: doen luisteren. Eigenlijk dus een repressieve houding: van boven naar beneden, autoritair. Belangrijk was de ontwikkeling van de wil en het verstand. Desnoods moest de wil gebroken worden en de leerstof erin gehamerd. We leefden met de voortdurende dreiging van straf en zonde.

Enkele decennia geleden ging men een tegengestelde koers varen. De schommelstoel kantelde: van beneden naar boven. Er ontstond een geleidelijke nonchalante permissiviteit. Waarden werden uitgehold en waardeloos. Gezag brokkelde af. Het stond chic om een cultuur van nonchalance ten toon te spreiden, van ongeïnteresseerdheid. In alle geledingen van de maatschappij was er een failliet van wilsopvoeding. Met de moderne middelen kan men gemakkelijk en lui over alle informatie beschikken. Concentratie smolt als sneeuw voor de zon. Men vindt geen evenwicht tussen de vroegere overbeklemtoonde autoritaire methode en de nieuwe weg van het uitbannen van waarden. Men is het Noorden kwijt. Een maatschappij op de dool. Doen luisteren werkt niet meer. Het tegendeel, een maatschappij waarin waarden afkalven, werkt ook niet. Wat nu?

Vraag is of we gezamenlijk bereid zijn om het roer in handen te nemen en een verantwoorde koers te varen. Wie zeilt heeft een kompas nodig, vroeger de sterren, nu gesofisticeerde apparatuur. Alleen maar uiterlijke richtingaanwijzers, of zullen we moeten beroep doen op een nieuwe innerlijke gps? Vooreerst, wat is het doel? We hebben hopelijk geleerd dat we met puur individueel belang en een graaimentaliteit de dieperik in gaan. Het systeem 'individualisme' werkt niet. We zullen de 'homo economicus' moeten inbinden. Het is een dictator die het niet nauw neemt met het algemeen belang. Hij is een geslepen egoïst voor wie alleen onbeperkte winst geldt.

'We zijn een doorgeschoten stiersamenleving, waar vrijwel alles draait om commercie, reclame, geld, bonussen, vakanties en steeds meer bezit. Die samenleving is in het Westen weliswaar hardhandig gestopt door de kredietcrisis, maar dat betekent nog niet dat we onze samenleving hebben bijgesteld. We putten de aarde uit, we plegen roofbouw op natuur en ecologie, en maken de komende decennia definitief de fossiele energievoorraden op.' Han van Straaten, Astrologienieuwsbrief. Mei 2012.

De homo economicus en de genotzoekende mens zijn in de ban van de ongeremde goesting. In feite is de vermeende economicus een extreme emotionele handelaar. Niet de romantisch emotionele, maar de koele efficiënt berekenende gedrevene. Hij zit in de storm van de passie. Hij luistert niet. Hij is vol van zichzelf en zijn passie voor bezit en macht. Maar empathie en luisterbereidheid heeft hij geen greintje.
Er zal een tijd, een lange tijd, moeten aanbreken van soberheid en een creativiteit voor nieuwe basiswaarden. Niet meer vanuit extern opgelegde autoriteiten, maar van zowel een nieuw soort individu en een nieuw soort gemeenschap. Niet meer het eigen profijt, maar een geest van wereldwijde solidariteit. Misschien kunnen we plezier en genot vinden in een deugddoende soberheid, wie weet.
En dat, dat zullen we eerst moeten gestalte geven in een ruimte van luisterbereidheid. Het hart en de ziel zijn daar bevoorrechte plaatsen voor, tenminste als het daar stil is geworden.

up naar boven


Terug