MAANDBRIEF Januari-Februari 2013                                 Print

BESCHEIDENHEID

Je hoeft niet ver te lopen om tegen een muur van ego's op te botsen. Na tweeduizend jaar christelijke beschaving tiert de resistente bacterie weliger dan ooit. We leven in een wereld waarin het op de perceptie aankomt. Het enorme belang van de beeldcultuur en de media. Niet alleen de grote media, maar ook de kleine handigheidjes om kiekjes rond te sturen en overal te melden wat je op dat eigenste moment aan het doen bent. Kwistig gezaaid narcisme. Zet jezelf 'in the picture'!
Nu weet ik wel dat we uit een periode komen waarin men zich zo klein mogelijk moest voordoen, verdwijnen, onopvallend zijn, verstuivende nederigheid. Dat was de andere extreme kant. Ook niet evenwichtig.
Het heeft iets potsierlijks als presidenten door lange hoge gouden gangen als napoleonnetjes door hagen van opgeblonken soldaatjes paraderen. Ook het Vaticaan krijgt het maar niet afgeleerd. Men kotert dan bij het plebs een primitieve behoefte op aan blingbling en de reflex om op te kijken naar al die macht. Zo hou je ze klein en onderdanig. Men herinstalleert telkens een ouderwetse gezagsstructuur, een gevoel van vermeende veiligheid. Blufpoker. Alle militaire parades hebben iets van een pauw die zijn gatwaaier vibrerend openspreidt met vervaarlijke spiedende ogen. Zie mij! Maar een gat blijft een gat.
verpakte snert

Tegenwoordig wordt alles verpakt. De inhoud is niet zo simpel te herkennen. De authenticiteit staat in-gewikkeld en in kleine lettertjes tussen schreeuwerige kleuren. Hoe snerter, hoe meer blufverpakking. Dat geldt niet alleen voor de dingen van alledaags verbruik: yoghurt, zout, confituur, een aardappelmesje, een vaatwasproduct…ook grote maatschappelijke diensten worden blufferig verpakt. Banken kan je er in een stad zó uitpikken: zoek naar de lelijkste pronkerige gebouwen. Hebbes! Eigenlijk zouden ze moeten getuigen van zuinigheid, dienstbaar beheer, betrouwbaarheid door eenvoud. Maar neen, wat ze uitstralen is bluf en eigenwaan. Ook Rome blijft dit doen, theatraal en ver van de geest van Jezus van Nazareth. Zijn boodschap onherkenbaar verpakt, verduisterd in een leugen.
En alle militaire parades zijn blufpoker, orgasmes van macht, gedrilde uniforme slavernij. Leren we dan niets van de massahysterie ten tijde van Hitler of andere dictators? Of van het dictatortje in onszelf? Vinden we zo'n nationale feestdag met een schouwing van de troepen echt een feest? Étalage van onze agressiedrift. Kunnen we vrede niet anders verpakken dan met rollende tanks en tricolore F16 's?
Wat is er mis met authenticiteit, zodat we alles snert verpakken? Kan waarheid alleen maar geopenbaard worden door de camouflage van leugen? We zijn bang van eenvoud.

Concurrentie, rivaliteit, competitie
Ik vraag me al lang af of er geen andere wegen zijn dan een democratie met absoluut inherent oppositie, dan een vrije markt met inherent concurrentie. Waarom vinden wij die tegenstelling zó essentiëel? Kan dynamisme alleen maar opbloeien uit deze zure grond? Zijn eenheid, vertrouwen, solidariteit… geen vruchtbaarder velden?

Concurrentie
Komt van het latijnse woord concurrere. Samengesteld uit con- (cum=samen) en currere (= lopen, vloeien). Vertaling: samen lopen, samen vloeien.
Merkwaardig dat we een woord dat van oorsprong een eenheid uitdrukt, een samen, verdraaid hebben naar een gevechtshouding. Het beklemtoont eigenlijk meer welwillendheid, samenwerking.

Rivaliteit
In dit woord zit riva open en bloot zichtbaar. Het betekent oever. Als je oever zegt, zeg je meteen stroom, riv-ier. Als je maar één oever hebt dan is er stilstaand water. Dat rot, is brak. Eigenlijk heb je altijd twee oevers, de andere kant. Water kan maar stromen, er is maar dynamiek, tussen twee oevers. Ze zijn niet tegengesteld. Zij zorgen voor evenwicht, voor mogelijke stroming.

Competitie
Samengesteld woord: con (cum= samen) en petere (=vragen).
Weer merkwaardig. Het legt het accent op een samen-activiteit. Samen bevragen, samen overleggen. Het gangbare gebruik van het woord legt echter de nadruk op gevecht, tegenstelling. Jammer toch.
Kortom, we verpakken authenticiteit, oorspronkelijkheid vals. We sjoemelen. We leggen er een ferme korst woeker op. We regresseren in ons bewustzijn naar een tijd van agressie, terwijl we in feite al verder geëvolueerd zijn naar nieuw bewustzijn: eenheid, gelijkheid, samenwerking…

Motief
Waarom hebben we zo'n behoefte om onecht te verpakken? Welke is onze motivatie? Doorzien we het bedrog niet? is het een soort luiheid van ons bewustzijn om niet diep te hoeven gaan? Of reikt ons bewustzijn nog niet zo ver? Worden we zó geïndoctrineerd dat we met een Pavlov-reflex beginnen te kwijlen naar wat ons wordt voorgekauwd?
Blijkbaar geven we onze voorkeur aan andere waarden: macht, aanzien, onderscheid, verdeeldheid… We zullen maar genezen en heel worden door bescheidenheid. Ze is het antidoot tegen de waan, de hoogmoed en de zelfoverschatting van de mens. We zijn er nog lang niet.

Bescheidenheid
Bescheidenheid draagt in zich een aantal kwaliteiten. Ik tracht er enkele aan te halen.

Terughoudendheid
Bescheidenheid is niet impulsief-emotioneel. Ze zet zich nooit 'in the picture'. Enigszins gereserveerd, onopvallend. Ze is geïnteresseerd, aanwezig. Ze dringt zich niet op.

Openheid
Ze staat open voor andere meningen, culturen, overtuigingen. Ze is luisterbereid. Ze klampt zich niet vast aan eigen gelijk. Ze heeft geen vooroordelen. Ze is bereid om eigen standpunten te corrigeren.

Empathie
Precies door haar terughoudendheid en openheid kan ze zich gemakkelijk inleven in wat er in de ander omgaat. Ze is tegemoetkomend en verzoenend. In haar communicatie staat overleg vooraan.

Vriendelijkheid en voorkomendheid
Ze heeft geen behoefte aan competitie, rivaliteit of concurrentie. Eenheid is haar betrachting. Ze houdt niet van onechtheid en valse verpakking. Ze is natuurlijk, echt en transparant.

Stilte
Ze houdt van stilte, vooral innerlijke rust. Ze is nooit luid in haar spreken en wild in haar bewegen. Er gaat van haar een vanzelfsprekende harmonie uit.

Nederigheid
Bescheidenheid is nederig. Geen valse onderdanigheid. Ze voelt perfect haar plaats aan, voelt zich niet meer of hoger, ook niet minder of lager. Ze is wie ze is. Ze kent haar verantwoordelijkheid en voert die uit zonder sensatie.

Evenwicht
Ze is van nature uit op evenwicht. In balans zijn met zichzelf en haar omgeving. Zonder te verkrampen.

Meer dan ooit worden we er aan herinnerd om bescheiden te zijn. Door de moderne wetenschappen én mystieke kennis hebben we zicht op hoe we in de ganse kosmos én in de evolutie een minuscuul plaatsje innemen, maar tegelijkertijd een verbijsterende schakel zijn in één groot geheel. Daarom wil ik deze maandbrief eindigen met een citaat uit het boek van Erik Van Ruysbeek 'De omtrek en het centrum', Synthese, Rotterdam, 2012, pp. 38-39.
'We weten niets zelfs als er morgen nieuwe visies de theorie over de Oerknal omverwerpen, wijzigt dat niets aan wat ik hier stel. Want sterren worden geboren, sterren sterven. Het heelal vertoont op een reusachtige schaal een afwisseling tussen leven en dood. Ook het leven zoals wij het op aarde kennen, verschijnt en verdwijnt. Van oneindig klein tot oneindig groot zien we een immens veld waarin deze alomtegenwoordige wet – of is het een feit? - van verschijnen en verdwijnen alles beheerst en de motor lijkt van alles wat is.

Wat is nu het leven van een elektron, een golf, een virus, een insect, een mens, een zon, een nevelsliert…in dit verbijsterende geheel? Niets, niets en nog eens niets. Wat is hun dood? Eveneens niets. Voortdurend verdwijnen en ontstaan nieuwe vormen. Nu eens zijn ze glooiing dan weer de holte van dezelfde golving. Alles is overgang. Alles is element van het vloeien. Alles verdwijnt en verschijnt in myriaden gedaantes. Onophoudelijk, in een waanzinnig, schijnbaar wetmatig veld van wisselwerkingen. Alles – van het oneindig kleine tot het oneindig grote – is beweging. Trilling. Alles is leven. Een wentelend veld van leven waarin dood en geboorte slechts begrippen zijn die een plaatselijke vormverandering van dat universele leven aanduiden.

En wat kunnen we van het oneindige aantal ego's in deze oneindigheid zeggen? Hebben ze een functie? Zijn ze misschien een hulp in het bestendigen van de beweging en het leven? Is het ego iets dat drijft? Of wordt het gedreven?...
Door dit alles wordt het belang van het ego gerelativeerd. Eraan vasthouden is – in het licht van wat zonet beschreven – op zijn minst illusoir, naïef en onwerkelijk. De horizon van een mier reikt ook niet verder dan zijn vertrouwde nest onder een steen. Zoals de wetenschappen nu beginnen te ontdekken dat alle cellen van ons lichaam met elkaar in verbinding staan, zo vormen de wereld en het heelal blijkbaar één lichaam waarvan onze ego's niet meer dan cellen zijn. Hun individuele belang in de massa is zo gering en onbeduidend dat we er best niet teveel aandacht aan besteden.

 

up naar boven


Terug