MAANDBRIEF Mei-Juni 2013                                 Print

HET THUYA-SYNDROOM

Enkele weken geleden herinnerde een goede kennis mij aan een syndroom dat ik jaren geleden in een lezing had uiteengezet. Ik was die lezing totaal vergeten, maar het syndroom niet. Het is actueler dan ooit.
Thuya is een snelgroeiende taaie conifeer. Er is ooit een trend geweest om thuya-hagen te planten, een goed dik groen tapijt tussen jouw domein en dat van je buur. Men zag ze overal, zoals sanseverias (vrouwentongen) overal te zien waren op Vlaamse vensterbanken. Voorbije mode.

Het thuya-syndroom gaat niet om de heester zelf, maar wel om de symboolwaarde van haar gebruik: de afbakeningsbehoefte. Thuya is momenteel uit de mode, maar ze is vervangen door een rist van andere modellen: taxus, cipres, Bekaert-afrastering, houten panelen, afsluitingen met electronische beveiliging, de aloude prikkeldraad, slagbomen, met afstandsbediende poortsystemen… Het syndroom staat dus voor een wat paranoîede, gedreven, obsessionele omheinings- en beveiligingsbehoefte. De drang om zich af te zonderen, te invidualiseren en te privatiseren.

De territoriumreflex
Dieren merken hun territorium af door geursporen. Ze urineren op vaste punten of plaatsen typische geurstoffen om soortgenoten duidelijk te maken: dit is mijn terrein. Kwestie van leven of dood, overleven. Wie geen territorium bezit is gedoemd om te zwerven. In een workshop, die ik lang geleden volgde, werd als opdracht gegeven om met lange papieren stroken een eigen ruimte af te perken. Een soort gelijkvloers van een eigen huis. Sommige deelnemers ommuurden zich, anderen maakten er een voor- en achterdeur bij, een toegang, openingen voor ramen… ieder naar een eigen concept. Er was een dame die bewust geen papierstroken nam. Ze bouwde of omheinde dus niets. Ze wou geen territorium. Bij de bespreking werd duidelijk dat zij, door haar keuze, zichzelf tot zwerver had gemaakt, geen onderkomen. Conclusie: elke mens heeft behoefte aan een eigen private ruimte. Zoniet wordt zij of hij een outlaw. Wat gevangenen in concentratiekampen het meest misten was een minimum aan privacy.

Maar soms schieten terechte basisbehoeften dôôr hun zinvolheid heen. Het thuya-syndroom is een doorgeschoten individualisering en een trieste afkeer van gemeenschappelijkheid. Het zet ons modern egoïsme dik in de verf. Niet alleen planten of bouwen we een omheining rond onze nieuwe woning nog vòòr we er gaan wonen. Het zit dieper dan onze bouwgewoonten. Het zit in ons oude dierlijke bestaan, een primitief eerste bewustzijn. Dit is mijn. Het is een fundament van ons ego. Ik scheid me af van de ander. Heel oud is deze reflex.

Opbouw of afbouw
Deze oeroude reflex vinden we terug in een exemplarisch verhaal in het begin van de bijbel: Kaïn en Abel. Verankerd in het eerste geboorterecht. Letterlijk een strijd op leven en dood. Tussen de regels van het verhaal kan je lezen dat een ander bewustzijn zich tracht door te zetten: de liefde. Broederliefde en moederliefde – andere waarden. Maar de oude waarden (Kaïn) willen niet wijken voor de nieuwe (Abel). In plaats van het scheidende ego openbaart zich de eenmakende verbondenheid. Kaïn negeert deze verbondenheid met zijn. 'Ik ben niet de behoeder van mijn broeder'. De gemeenschappelijke wederkerige verantwoordelijkheid – dit nieuwe bewustzijn – laat hij in zich niet doorbreken. Hij blijft de gevangene van het oude systeem: ieder voor zich. Hij laat dit systeem niet verkruimelen. Hij ziet niet dat het zijn tijd heeft gehad. Het is nuttig geweest om een ego-bewustziijn te ontwikkelen, maar hij groeit er niet dóór. Hij vervelt niet zoals een slang uit haar oude huid kruipt. Hij wordt niet een nieuwe mens met een nieuwe dimensie.
Als we dan lezen hoe weinig die oude mens kost – een bord linzen soep – dan laat de schrijver ons fijntjes inzien dat Kaïn, de individuele mens – in feite kiest voor iets waardeloos.
Het is belangrijk om bij onszelf na te gaan of we blijven kiezen voor verzande verkruimelende muren van bewustzijn of dat we er willen uittrekken om elders in een nieuw land, in een nieuwe dimensie, ons bewustzijnshuis gestalte te geven. In wezen zijn we verhuizers.

De nieuwe kleren van de keizer
We kennen allen wel het verhaal van 'de nieuwe kleren van de keizer'. Een verhaal van doorgedreven illusie. Uiteindelijk staat hij in zijn blootje te kijk voor zijn volk. Het is precies wat er volop gebeurt in deze moderne maatschappij.
Telkens opnieuw geeft men de mens (elke mens) de illusie dat hij een nieuw pak aangemeten krijgt. Telkens opnieuw kalefatert men zijn ego op. Men legt er vet de nadruk op hoe hij zich moet onderscheiden van de ander. Men duwt hem in zijn ego. Egopushing in zijn geïndividualiseerd persoontje en men geeft dit de aantrekkelijke naam vrijheid. Mijn vrijheid. Het is belangrijk om niet de ander te zijn, wel om anders te zijn. Men noemt dit originaliteit. Een andere auto, een andere villa, een andere barbecue, een andere keuken, een andere partner, een ander vakantieoord, een andere politieke partij, een andere godsdienst. Oppositie is belangrijker dan gemeenschap.

En daarom bedenken wij allerlei theorieën en systemen om ons te scheiden, af te zonderen, uit te zonderen. Je hebt er geen idee van hoe vindingrijk we daarin zijn . We zijn cracks in muurtjes metsen. Ons verstand is er constant mee bezig: oordelen die tot vooroordelen uitgroeien. Reuzepaddestoelen. Die molen staat nooit stil. Het is koren op een oeroude molen: het Kaïn-syndroom, het thuya-syndroom. Een soort ingebakken reflex tot behoud en overleving. Een angstige weigering om verouderde systemen los te laten, om uit de behoefte om te scheiden uit te breken en zich over te geven aan gemeenschap.

De nieuwste kleren van de keizer is een rigide vorm van scepticisme. Scepticisme en sarcasme zijn de handige en geslepen wapens van de intellectueel. Die zijn er in grote getale bijgekomen de laatste eeuw(en). Het intellectuele bewustzijn is enorm gegroeid. Het is de nieuwe waarheid. De wetenschap is de nieuwe kerk. Zoals vroeger de kerk(en) en nu ook de extreme moslimgemeenschap alles dicteerde in een strict dogmatisch dictaat, zo is nu de wetenschap de nieuwe dictator. Bijzonder is wel dat beide dit doen onder het motto van bevrijding en vrijheid. Maar ze zijn uiterst bezorgd om hun systeem ten koste van alles te handhaven. Daartoe hanteren zij een houding van superioriteit. Men loopt dus even kritiekloos de wetenschap achterna als vroeger de kerk(en). Maar men moet wel blind zijn om niet te zien dat mettertijd de wetenschap eenzelfde lot beschoren zal zijn als de kerk(en): de langzame verbrokkeling. Ze zal moeten plaats maken voor een nieuwe dimensie die de evolutie aan haar gang zal toevoegen.

De mens zal zien dat de wetenschap 'de nieuwe kleren van de keizer' zijn. Ze zal zien, hoe nuttig ze ook is en geweest is, hoeveel ze ook heeft toegevoegd aan het bewustzijn van de mensheid, dat ze vroeg of laat in haar blootje staat. En die mens zal met een glimlach toekijken naar zo'n lachwekkend bloot.

Favoriete omheiningspercelen
Eigenlijk kunnen we rond om het even wat of wie ook een thuyahaagje planten of een andere afscheiding. Het is belangrijk dit te zien. Kijk in jezelf. Toch wil ik graag enkele van de meest opvallende beschrijven.

Politiek
Er is niets tegen het wezenlijke van politiek, als ze stoelt op de oorspronkelijke betekenis nl. datgene waardoor de polis (de gemeenschap van mensen) tot groter bewustzijn wordt opgetild. Maar politiek is grotendeels verworden tot een erg verkaveld terrein. Als het systeem 'macht' zijn grijparmen ontplooit, dan worden er talloze schuttingen opgetrokken. Macht verdeelt, verkavelt, wil veroveren. Het roept uiteraard oppositie op Niet alleen van de ene partij tegenover de andere, maar zelfs binnen de partijen. Binnen partijen heb je nog partijen. Het gaat om belangen en helaas niet altijd de algemene belangen. Die tussenpartijen vertegenwoordigen belangengroepen die tegengesteld zijn: werkgevers-werknemers, artsen-patiënten, rijken-armen, progressieven-conservatieven,…en elk plant zijn thuyahaag of een nijdige prikkeldraad.
Men doet alsof er geen andere politiek mogelijk is dan een oppositie-stelling. Men definiëert democratie uitgaande van noodzakelijke oppositie en noemt dit 'vrijheid van meningsuiting', terwijl het wezenlijke eigenlijk overleg zou moeten zijn, respect, betrachting van eenheid. Politiek zou eenheidsbevorderend moeten zijn, gemeenschapsvormend. Wereldwijd doet ze het tegenovergestelde.

Godsdiensten, religies
Het eigenlijke wezen van godsdienst en religie is dienst aan God. God is niet een wezen, buiten- en bovenstaand aan de mens, als een externe macht. God is een naam voor de dragende, gemeenschapsvormende kracht, de oereenheid waarin alles is wat het is. Een naam voor de onbenoembare werkelijkheid. Dus niet te noemen. Het is de verbindende (religie komt van religare= verbinden).
Maar helaas zien we dat de godsdiensten hun wezen voorbij schieten. Ze bouwen niet alleen omheiningsmuren, ze bevechten elkaar gruwelijk. Ze gebruiken daartoe alle mogelijke machtsmiddelen. Als we objectief de geschiedenis analyseren dan is er waarschijnlijk geen domein dat zo geschikt is voor verdeling. Hun systemen zijn rotsvast onderbouwd door ingewikkeld denken. In feite zijn ze gebouwd op korrelig zand. Ze neigen allen naar fanatisme. Het woord fanatiek komt van fanum = gewijde plaats, tempel. Wanneer je door een demon , een godheid in vervoering wordt gebracht – bezeten – word je fanatiek. Je dweept. Het tegengestelde is pro-faan. Het is dus van kapitaal om telkens terug te grijpen naar het oorspronkelijk wezenlijke.

Geld
Meer dan ooit worden we geconfronteerd met de splitsende macht van geld. Ook hier is de eigenlijke basis broederschap. Men bracht zijn deel in het gemeenschappelijk offer of gave. Delen dus, in plaats van verdelen. Waar banken instituten zouden moeten zijn van vertrouwen zijn ze verworden tot geheime vennootschappen van graaiculturen. Zij brengen helemaal niet hun deel in de broederschap. Integendeel, zij potelen in de kas. Ze creëren afgronden tussen rijk en arm. Zij spitten een schaamteloze kloof. Zaaiers van wantrouwen en onzekerheid. Ze behandelen hun cliënten volgens de grootte van hun banksaldo. Profielen en categorieën. Klassenbanken zoals klassenjustitie. Ongestraft doen ze schaamteloos verder en verkavelen ze onder elkaar wat ze in feite behendig gestolen hebben van de gemeenschap.

Geslacht en huidskleur
Rond geslacht – man, vrouw, homoseksualiteit (gender) – blijft men paaltjes planten en kippendraad spannen. Indelen in hokjes. Opdelen in minder en meer, normaal en abnormaal. Middeleeuwen in volle 21e eeuw. Zelfs op universitair niveau gieren de vooroordelen nog door de geleerde koppen. Zelfs in de kerken trekt men nog een dikke streep tussen zij daar en wij hier. Mannetjesgeputter. Geen toegang voor onbevoegden. Puur principiëel racisme en ze halen er de bijbel of de koran bij. En de machthebbers blijven maar stevig en koppig doordrammen, angstig voor hun egohachje. Vooral in zogezegde ontwikkelde staten bouwt men op basis van huidskleur en etnie torenhoge muren, kilometers lang, vooral in die benepen harten.

Ons verstand
De meest gevaarlijke en meest gewillige plek voor het aanbrengen van scheidingen en afsluitingen is ons denkvermogen. Schitterend instrument maar o zo misbruikt. We hebben er niet evenwichtig mee leren omgaan. Iedereen draagt deze splinterbom in zich. En, o ramp, de laatste eeuwen hebben we dit tuig bijzonder ontwikkeld. We deden alsof er geen ander was. We gaan er prat op. Voor een groot deel terecht. We mogen er fier op zijn. Maar anderzijds: zo fanatiek, zo eenzijdig, zo dictatoriaal, zo exclusief, zo verblindend. Belangrijke mogelijkheden van onszelf hebben we buitengesloten, weg verkaveld en ons laten opkopen door de bouwpromotoren van het vernuft, ons verstand versjacherd. Letterlijk het fenomeen van de opgeblazen luchtbel zoals we steden hebben gebouwd vanuit een bezetenheid. Lege spooksteden. We wonen nergens meer, we lopen in de schijnkleren van de keizerlijke illusie.
Nog nooit heeft ons verstand zo in zijn blootje gestaan. Jammer dat we het nog niet willen zien.

up naar boven


Terug