MAANDBRIEF Maart 2013                                 Print

WEL-LEVENDHEID

'Wat een oud versleten woord', hoor ik je al zeggen. En gelijk heb je, maar ik vind het prachtig, inhoudelijk zeer sterk en qua attitude heerlijk.. Maar toegegeven: het is in onbruik geraakt, niet alleen het woord maar vooral in praktijk. En dat is bijzonder jammer, zelfs alarmerend.
Laten we het even van nabij bekijken.
Wel-levendheid is een samengesteld woord. Levendheid bevat het woord leven en voegt er –heid aan toe. Dit toevoegsel wijst op een attitude, een verworvenheid, een keuze in gedrag. 'Levendheid' benadrukt dat men bewust met het leven wil omgaan, op een overwogen manier (zie bv. gezind-heid, betrokken-heid). Het voorvoegsel wel- duidt de richting aan, ik wil wel leven. De diepere betekenis van 'wel' is 'naar wens' d.i. zowel naar de eigen keuze als naar de gemeenschappelijke. Zoals het hoort. Hier komen we in het brede domein van de waarden. Naar welke waarden wil ik leven? Hoe vul ik mijn wel-levendheid in?

Een stukje geschiedenis
Vroeger heb ik nog lessen gekregen in wellevendheid, vooral beleefdheidsvoorschriften, tafelmanieren ,aanspreekformules, briefhoofden enz. Een soort vademecum van elementair protocol. Wat formeel en stijfjes als men het alleen uiterlijk vormgeeft, zonder innerlijke ziel. Er bestonden regels. We hebben die onbezonnen overboord gegooid. In naam van de vrijheid, de spontaneïteit, en laten we eerlijk zijn: in naam van de nonchalance. De cultus van de nonchalance en het recht om zijn eigen goesting te doen.
Weet wel, ik pleit niet voor een restauratie van de vroegere stijfheid en afstandelijkheid, voor een leeg protocol en een steriele vormelijkheid. Maar ik betreur wel de teloorgang van de ziel van communicatie, het respect. We zijn afgezakt naar nog minder dan de primaire regels van fatsoen.
Nog zo'n oud woord! Fatsoen. In het gewone taalgebruik: hou jouw manieren (althans voor de schone schijn). Eigenlijk komt het woord van het Latijnse werkwoord facere=maken, doen. Herkenbaar in het Franse façon= manier van doen. Het wezen van iets, een model (zoals men een model boetseert).
In de context van deze maandbrief zou ik dus kunnen vertalen: welk is mijn manier van handelen (mijn façon de faire)? Hoe modeleer ik mijn handelen?
Jammer toch dat wij wellevendheid en fatsoen hebben versmald en vermagerd tot louter uiterlijke vormelijkheid, of het helemaal overboord hebben gegooid, terwijl ze in feite wijzen naar de ziel van mijn handelen.

Een zielig verhaal
Er was eens een man (of een vrouw) die zich de ziel uit zijn lijf werkte. Dag in dag uit sloofde hij zich uit tot hij helemaal uitgeblust was. Burned out. Daar zat geen genster fut meer in. Toen, op een dag, zei hij: 'Zo kan het niet verder. Ik ga op zoek naar mijn ziel. Ik ben ze kwijtgeraakt. Ik wil ze terugvinden.' Hij wurmde zich in zijn stapschoenen, stak er een ferme tred in. Hij keek overal waar hij kwam, links en rechts en vóór zich uit , waar zijn ziel te bespeuren zou zijn. Dagenlang. Tot hij op een avond totaal uitgeput en moedeloos naast de weg neerzeeg. Hij viel als een blok in slaap. Hoe lang wist hij niet, maar lang. Toen hij wakker werd wreef hij zijn ogen uit, keek achter zich en zag in de verre verte een punt dat alsmaar groter werd, een vage gestalte en dan… dan zag hij het: het was zijn ziel die hem eindelijk, maar buiten adem, had ingehaald.
Dit is exact wat wij als moderne mensen doen. Losgeslagen van onze ziel. We weten niet meer wat de eigen 'façon de faire' is. We gaan vreemd. We hebben geen richtsnoer meer, geen waardenschaal. Stuurloos, zonder kompas. We dobberen.
Het klinkt alsof ik een moraalridder wil zijn, terug naar een despotische ethiek. Maar dat wil en wens ik niet, verre van. Wel wil ik wel-levendheid nl. leven naar het wel . Een verantwoorde en verantwoordelijke eigen keuze. Niet meer gedicteerd-zijn van boven- en buitenuit, maar een weten van binnenin, in waarheid en waard-igheid. Terug een verbondenheid met de ziel, mijn diepste wezenheid.

Taal
Als de ogen de spiegel zijn van de ziel – zonder woorden -, dan is taal de verklanking van de ziel. Voortdurend spreken we, met anderen en met onszelf. Met de mond, met de ogen, met handen en voeten, met lichaamstaal…Het gonst, gutst, brabbelt, beweegt, vloeit, stottert, stuitert…gans de dag door. Taal is overal en bijzonder bezig. Ze is kolossaal belangrijk.
Maar het gaat niet goed met ons spreken. Het verloedert. Ik heb het niet zozeer over grammatica, spellingfouten zoals dt of verkeerde uitdrukkingen. Ik heb het over algemene verruwing. Men vloekt nogal wat af. Men houdt zich niet meer in voor platte schuttingtaal. Hoe grover, hoe stoerder…Op tv kent men geen grenzen meer. In elke reeks, soap of interviews. Vloeken is in, in alle toonaarden en in alle mogelijke talen. Het is een eigentijdse keuze, een façon de parler. Het zegt iets over onze agressieve levensstijl. Het is geen wel leven maar een ruw leven.
Vroeger mocht men geen emoties uiten. Men moest zich inhouden, alles opkroppen. Toen kwam er een doorbraak, gelukkig. Nu is men ongeremd, versukkeld in het andere extreem. Gooi het er maar uit!
We zullen dus moeten leren om met emoties en driften om te gaan. Scholing. Eigenaardig toch dat we in allerlei kookprogramma's leren om een bord fijn te dresseren, terwijl we met onze ruwe taal pulp kwakken op ons omgangsbord. Onze taalkeuken is vettig, vol kakkerlakken en onsmakelijk. Snert.

Verkeer
Verkeer heeft verschillende betekenissen. De uitdrukkingen 'die twee hebben verkering', en 'er is druk verkeer' tonen dat duidelijk aan.
'Verkering hebben' is omgang hebben met elkaar, met als belangrijke connotatie: ze engageren zich, ze menen het met elkaar. M.a.w. ze zoeken naar een gezamenlijk 'façon de vivre', met een aantal afspraken en regels. Hoe ze met elkaar omgaan, bewegen, denken, voelen. Hoe ze met elkaar wel willen leven.
De andere betekenis is deze van het maatschappelijk verkeer, vooral ons mobiel bewegen met fiets, auto, moto, enz. De laatste halve eeuw vooral is er een stroom mobiliteit op gang gekomen. Deze mobiliteit is een heel aparte, uiterst drukke taal. We zijn ons dat weinig bewust. Het verloopt bijna geruisloos. Zelfs heel hoog in de lucht wordt er druk gecommuniceerd, gestuurd, gekeuveld… Elke dag ontstaan er kilometerslange rijdansen van verkerende auto's. We zouden verbluft zijn hoeveel en hoe er verkeerd wordt in het verkeer. Hoe er gevloekt wordt, verwenst, verdrongen, gewurmd, gehaast… Dit verkeer heeft zijn eigen taal, zijn eigen façon de rouler, zijn eigen keuzes en wetten. Vraag is: hoe beweeg ik daarin? Wel of ruw?

Twitteren en zo
We vinden creatief allerlei middelen om met elkaar te spreken. Nieuwe talen zoals twitteren en zo. Nieuwsgierig zocht ik naar de betekenis van twit en twitteren. Wellicht geen mens die zich daarvan bewust is. Twit is het Engelse woord voor idioot, sufferd. En 'to twitter' betekent 'kwetteren, tsilpen,piepen'. Ons moderne woord twitter is daarvan afgeleid. Tweet = getjilp, gekwetter. Het is ook verwant met ons woord twist en twijfel.
Dit eigentijds gekwetter heeft zijn prettige (nuttige?) kanten, wellicht. In de context van deze maandbrief over wel-levendheid kunnen we ons de vraag stellen, zoals voor alle middelen trouwens, hoe we ermee omgaan. Waar zitten de filters om het getwitter wel-levend te doen zijn? Uiteraard zijn deze tools direct verbonden met onze eigen façon de conduite. We afficheren constant wat we doen, wat we denken, voelen, oordelen, beoordelen en veroordelen. De 'technische afstand', hoe snel ook overbrugd, vergroot de anonimiteit en verkleint de mogelijkheid van verificatie. Het risico dat ik voor idioot of sufferd sta, en of ik de ander in die positie dwing, is groot, zonder verweer. Tenzij ik in de tegenaanval ga…in de agressie. Vind ik niet leuk. Je kan twisten over twitteren. Het is een nieuwe taal en we zullen er mee moeten omgaan. Althans als we wel willen leven.

Alles praat
Hierbij heb ik dus enkele domeinen van wel-levendheid besproken, hoe wellevend een attitude is van communicatie. Eigenlijk communiceren we voortdurend met alles, en alles praat in een eigen taal met ons. Precies daar liggen de domeinen (en kansen) van wel-levendheid. Hoe ga ik om met dingen, planten, dieren, mensen? En hoe laat ik mij in mijn leven beïnvloeden? Ga ik wellevend om met de natuur, voeding, omgeving? Deze attitude is geen artificiëel, houterig, stijf gedoe met ouderwets protocol. Ze is levendige en innerlijk beleefde communicatie.
In een wel-nesscentrum geef ik mijn lichaam en geest een wel-doende beurt. Welnu, eigenlijk kan ik mezelf en alles en iedereen rondom mij een deugddoende beurt geven door mijn attitude van wel-levendheid. Het leven dompelt mij in een bad van welness.

up naar boven


Terug