MEDITATIE & POEZIE februari 2007                                 Print

Er was eens een grote fruitboer. Hectaren boomgaard had hij. Een heel gamma appelsoorten, waaronder heel exquise.
Fruitboeren deed de man niet meer. Dat liet hij over aan zijn werknemers. Hij zat òf in zijn labo te experimenteren òf in een zonovergoten hoek van zijn immense terrein te enten en vooral te observeren.
Nu stond hij onder een pracht van een kolossale appelboom. Helemaal in de top blonk en schitterde een prachtexemplaar van een appel. Het leek wel een gouden bol op een toren, een juweel van een sluitstuk. De man had alle oog voor die éne, die volmaakte, die hemelse als was hij van een ander niveau. Eindelijk dé appel van een andere dimensie.
Alle andere appels, lager in de boom, zag hij niet. Van op de begane grond had hij maar een hand op te steken om ze te plukken. Maar die waren hem te laag bij de grond, en die midden in de boom te middelmatig en die hogerop, nou ja, die ene, alleen die ene, die schitterde in alle kleuren van de regenboog.
Hij noemde hem ‘roi du soleil’.

Die morgen zou hij hem plukken.
Hij had de fruitladder mee, breed van onder en rank vanboven. In zijn haast om dé appel te plukken plaatste hij de ladder nogal slordig op de grond. De boom was heel hoog en de ladder eigenlijk tekort.
‘Geen probleem’, zei hij binnensmonds in zelfoverschatting. Hij klom met drie treden tegelijk, gedreven. Op de bovenste sport ging hij met  zijn te korte lijf staan en rekte zich, op de punten van zijn gelakte schoenen... en toen verschoof de ladder en hij verloor zijn evenwicht en viel...
Van de top botsend van tak op tak. Het regende appelen van alle niveaus, een tapijt van kleur en de geur van geblutst fruit.
De man lag er middenop en middenin en op hem lagen een paar wat later afgevallen appelen.
Enkele werknemers hadden een kreet gehoord en gekraak. Ze zagen hem liggen, onbeweeglijk, de man op het tapijt van fruit.
Niemand zei iets, want dat hadden ze nooit gemogen. Ze begrepen niet wat hij daar lag te doen en wat zijn bedoeling was geweest. Waarom die lange ladder als er vlakbij kan geplukt worden?
Heel hoog in de boom schitterde dé gouden appel. Maar dat ontging hen.
Hem was die ook ontgaan.

Als de ladder niet lang genoeg is en niet stevig gegrond... nou, wat heeft het dan voor zin zo hoog te reiken?