MEDITATIE & POEZIE Mei 2007                                 Print

  1. Tik ergens een bijbel op de kop en lees eens het Scheppingsverhaal, maar nu anders.

Lees het vanuit het perspektief van kansen (en niet zoals het ons gewoonlijk werd voorgehouden: Adam en Eva die Gods werk van in het begin al verprutsten.
De mens die de schepping verderzet, vol-tooit.
Sommige mensen kunnen feesten mooi tooien. Anderen maken er de grootste en potsierlijkste kitsch van.
Nog anderen rotzooien. Allemaal mogelijkheden, allemaal kansen.

Ga eens na wat jij er dagelijks van bakt. Vol-tooi je? Meer diepte en meer bewust-zijn scheppend? Elke dag is een feest.
         

  1. Kijk aandachtig naar wat jou in je dagelijks leven beperkt. Dat is nogal wat.

Emmers ergernis vol wellicht.
Ik geef enkele voorbeelden:

  1. Ikzelf heb nogal wat last van kramiekele knieën. Ik kan daardoor een heleboel dingen niet, die ik vroeger graag deed, sport en stappen (heb kilometers in de Zwitserse bergen afgelopen).
    Of op mijn knieën zitten om te klussen.

Daar kan ik me aan ergeren en ik heb daar redenen toe, vind je niet?
Maar welke nieuwe kansen geeft me deze beperking wel? Wat leert ze mij?
Bv. Ik krijg meer kans  voor bezinning
       Ik loop me niet voorbij
       Ik leer geduldig zijn. Geduld is mijn absolute zwakte.

  1. Iemand heeft jarenlang alles zelf beredderd en had alle touwtjes stevig en autoritair in handen.
    Maar nu heeft hij/zij gedwongen een operatie moeten ondergaan en is  afhankelijk van anderen in zijn/haar omgeving (partner, kinderen...)
    Ergert zich dood.
    Welke nieuwe mogelijkheden schieten als scheuten uit deze beperking?
                            leren en durven afhankelijk zijn
                            overgave
                            dankbaarheid voor de zorgen die ze van anderen mag ontvangen
                            zien dat  wat anderen doen anders gedaan is, is maar ook goed.
  1. Iemand verliest zijn werk. Een ander, toevallig een allochtoon, neemt zijn

plaats in. Ergernis, gevoel van onrecht...
Mogelijke nieuwe kansen uit die beperktheid: tolerantie, respekt voor iemands anders- zijn. Ontdekking van andere talenten. Solidariteit.

VREEMD VERHAAL

Pientere jonge vrouw, een karaktertje moet ik zeggen, wist wat ze wilde. Consequent bovendien, groot gevoel voor recht en daarom recht door zee. Een echt kemphaantje.
Al vlug had ze door dat het hier op deze aarde niet koosjer was. De groten leefden op grote voet en de kleinste en zwakste moesten springen om onder die grote voeten niet verpletterd te worden.
Ze wilde de wereld veranderen en dus studeerde ze een rits diploma’s: rechten, geneeskunde, ekonomie, vergelijkende cultuurwetenschappen, enfin indrukwekkend bekwaam, geen theoretische trinette maar een vurige veldwerkster. Ze was zeer geëngageerd, stak haar nek uit, binnenlands en buitenlands, politiek en op de duur ziek van politiek. Een bewogen parcours.
Maar zoals dat gaat: op de duur leeggegeven en burnout.
Dus ging ze gesneuveld, gelaten en depri naar een eenzame plek op een eenzaam eilandje.
Hoe alleen ook, toch was er daar , in the middle of nowhere, een wat excentrieke maar lieve oude man. Ze dacht zo op het eerste gezicht een kluizenaar of  stuk sjamaan. Doet er niet toe.

Op haar wandelingen ontmoette ze hem, in het begin sporadisch en wat afstandelijk, maar na een tijdje werd het een dagelijks praatje. Hij had een bizar broebeltaaltje. Zo deed hij tenminste toch. Rare kwibus.
Op een dag zei hij zonder de minste inleiding: ‘Je mag een wens doen. Eigenlijk twee. Maar tussen de eerste en de tweede moet er wel minstens een week verlopen.’
Na al haar geëngageer geloofde ze geen zier meer, zeker niet in wensen. Die had ze bergen gehad en hadden dalen vol ontgoochelingen opgeleverd.
Dus flapte ze wat geërgerd, vanuit haar depri-toestand, zonder veel nadenken eruit: ‘Twee wensen... ik heb er geen twee nodig. Het enige dat ik wens is dat ik zo rap als mogelijk van deze rotplaneet vandaan mag!’
De man bekeek haar schuin en zei: ‘Meen je dat echt?’
‘Heel zeker’, zei ze.
‘Nou, zei de man, amèn, het zij zo.’
Geloof het of geloof het niet, onze jonkvrouw floepte ineens weg en zat pardoes op een andere planeet. Rare wezens dat het daar waren! ‘Aliens’, giechelde ze. Het was lang geleden dat ze nog gelachen had. ‘Komt ervan als je iets wenst, dacht ze. Zie je wel: wensen zijn niet te vertrouwen’.
Maar na al die jaren was ze van niets meer verrast. Depri-hallucinaties, dacht ze, zal wel overwaaien.
Er liep daar raar volk rond: ze hadden een eierkop, groen, ovaal, lange spilbenen en slingerarmen. Precies allemaal even groot. En de kinderen allemaal even klein. Hun eender-heid trof haar. Iedereen was gelijk gekleed, zelfde snit, zelfde kleur. Geen verschil. Dezelfde coiffure. Ze keek aandachtig onderzoekend naar een eventueel onderscheid tussen mannen en vrouwen, maar ze zag geen bovenboebels en geen onderboebel. ’s Jongen, murmelde ze.
De huizen waren ruim maar egaal. Er was blijkbaar maar één architect gepasseerd met één plan. De mensen die ze passeerde zegden haar vriendelijk maar allen op dezelfde manier goeiedag. Alhoewel ze echt een knappe vrouw was keek niemand begerig naar haar, laat staan dat iemand haar nafloot. Bizar, dacht ze.
Na een weekje verkenning bekroop haar toch de nieuwsgierigheid en knoopte ze een gesprek aan met haar buur. In de valavond zat iedereen op hetzelfde uur op een eendere bank voor elk eender huis.
‘Is dat een gewoonte, of een bevel, vroeg ze, zo te zitten ’s avonds?’
‘Wat is dat, zei de eierdop, een bevel of gewoonte? Iedereen doet hier hetzelfde. Zo gaat dat hier.’
‘Iedereen, zei ze, zowel mannen als vrouwen?’
‘Wat zijn dat mannen en vrouwen ?, vroeg hij groen.
‘Nou, zei ze, doen jullie het dan niet? Maken jullie geen kinderen, maken jullie geen liefde?’
‘Wat is dat, liefde?, vroeg het, alles is al gemaakt. Alles is hier perfect gemaakt. Alles is af. Er valt niets te maken.’
‘Wie heeft dat hier allemaal gemaakt?’ vroeg zij.
‘De grote Maker, zei het, lang geleden heeft Hij alles zo volmaakt gemaakt dat er niets meer te maken valt. Alles is hier in evenwicht.’

Onze jonkvrouw voelde zich bizar worden, voelde aan haar hoofd of ze geen eierkop had gekregen en toen floepte ze het er zonder nadenken uit: ‘ Geef mij dan maar onze moeder aarde!’

Plots stond ze terug met haar beide voeten op de aarde, vlakbij onze broebelende sjamaan of wat ook.
‘Toch twee wensen nodig gehad, zei hij, het is je van harte gegund. Blij je weer te zien.

Welcome home!’