MEDITATIE december 2008                                 Print

(uit ‘De Kleine Prins’)

...Een toen dacht hij nog: ‘Ik vond mezelf nog wel zo rijk met die ene bloem, en het is maar een doodgewone roos. Die roos en mijn drie vulkanen die niet hoger reiken dan mijn knie en waarvan er een misschien voor goed is uitgedoofd – met dat al ben ik toch niet zo’n geweldige prins...’ En hij ging in het gras liggen en huilde. (p.54)

En toen verscheen de vos.

  1. Goede, morgen, zei de vos.
  2. Goede morgen, zei de kleine prins beleefd, en hij draaide zich om maar zag niets.
  3. Hier ben ik, onder de appelboom, zei de stem.
  4. Wie ben je? vroeg het prinsje. Je bent beeldig.
  5. Ik ben een vos, zei de vos.
  6. Kom met me spelen, stelde het prinsje voor, ik ben zo verdrietig...
  7. Ik kan niet met je spelen, zei de vos. Ik ben niet tam.

      Nota van mij: in het frans staat er voor ‘tam’ apprivoisez moi. Eigelijk moeilijk te vertalen, maar men doet het klassiek als ‘tam’. In feite zou het iets in de aard moeten zijn van: breng me binnen jouw privaatsfeer, binnen jouw aura, binnen jouw verbondenheid.

  1. O, pardon, zei de kleine prins.

Maar bij nader inzien zei hij:

  1. Wat is ‘tam’?
  2. Jij komt niet uit deze buurt, zei de vos, wat zoek je hier?
  3. Ik zoek de mensen, zei het  prinsje. Wat betekent ‘tam’?  (p.55)

...  de vos werd stil en keek het prinsje lang aan.

  1. Als je blieft...wil je me tam maken? zei hij.
  2. Ja dat wil ik wel, antwoordde de kleine prins, maar veel tijd heb ik niet. Ik moet vrienden ontdekken en allerlei dingen leren kennen.
  3. Alleen de dingen die je tam hebt gemaakt, leer je kennen, zei de vos. De mensen hebben geen tijd meer iets te leren kennen. Ze kopen dingen klaar in  winkels. Maar doordat er geen winkels zijn die vrienden verkopen, hebben mensen geen vrienden meer. Als je een vriend wil, maak me dan tam!
  4. Wat moet ik dan doen? zei het prinsje.
  5. Je moet véél geduld hebben, antwoordde de vos. Kijk, je gaat eerst een eindje van me af in het gras zitten. Ik bekijk je tersluiks en jij zegt niets. Woorden geven maar misverstand. Maar je kunt iedere dag een beetje dichterbij komen zitten... (p.56-57)

Antoine De Saint-Exupéry, De kleine prins. Ontwikkeling, Antwerpen.

 

Observeer de dieren

Een goede meditatie in verband met terughoudendheid is het observeren van dieren. Ik schrijf in deze maandbrief over een eekhoorntje en een hert in een bos. Maar je kan dat ook bij meesjes, een winterkoninkje, het roodborstje. Of fazanten op een boerenwegel, of een haas in het veld.
Ze hebben allen gemeen dat ze alert zijn, heel aandachtig. Misschien denken we: dat doen ze uit levensbehoud, uit een instinktmatige reflex. Mogelijk, maar het zou ook een heel natuurlijke ingesteldheid kunnen zijn: gewoon kijken, aanvoelen, ruiken, of de aura van wie of wat ze op hun weg vinden wel helder is. Ze liepen niet weg van een Franciscus!
We noemden dat vroeger: de taal verstaan van ‘toen de dieren nog spraken’.
Een hond komt behoedzaam snuffelen. Een kat kijkt de kat uit de boom. We zijn het orgaan of de organen kwijt om ‘de helderheid en betrouwbaarheid’ van iets of iemand af te tasten. We hebben het vervangen door ons denken en ons geheugen. ‘En woorden geven maar misverstand’, zegt de vos.
Dit orgaan is eigenlijk de oorspronkelijke intuïtie. Het woord intuïtie komt van het latijnse intueri. Het is een wat raar werkwoord. Onovergankelijk noemt  men dat. Een passief-actieve werkelijkheid. Vertaling is: innerlijk geschouwd worden. In alles wat ik ontmoet kijkt het andere mij aan. (Modern zeggen we : heeft het een impact op me).
Dat is voor ons een ongewoon perspectief. Neem nu een boom. Onze houding is gewoonlijk: ik zie daar een boom. Maar in het perspectief van intueri moet ik eigenlijk zeggen: ik word  door die boom aangekeken, geschouwd. Heel anders hé!  Dus: wat doet die boom met mij, wat doet hij in mij bewegen?
Transponeer dat eens naar de contacten die je hebt met mensen...

Tracht je eens in te leven vanuit dit verrassend perspectief. Oefenen!