MEDITATIE Februari 2008                                 Print

In het boek Siddartha van Herman Hesse zit Siddartha, na de dood van zijn geliefde, totaal ontredderd aan de oever van de rivier. Niets stroomt er nog in hem. Hij zit volkomen geblokkeerd voor zich uit te staren, dagenlang.
Dan, stilaan, merkt hij hoe de rivier stroomt, hoe het dartelende water nooit hetzelfde is.
Het heeft geen herinnering en toch draagt het alles in de stroom. Het stroomt gewoon, terwijl hij vast zit en niets meer draagt, zelfs zichzelf niet.

Dan laat hij stilaan los, laat zich niet meer verteren door de tijd, de verleden tijd. Hij weet nu dat hij hier aan de oever zit en dat het leven is wat het is. Nooit hetzelfde. Het Nu dat altijd andere vormen aanneemt, maar altijd blijft stromen.
Er zijn twee oevers: de ene kant is wat gebeurd is, de andere kant wat kan gebeuren. Verleden en toekomst.
Mensen staan te dringen om van de ene oever naar de andere overgezet te worden, staan te dringen om hun leven te leven, om gaandeweg bewust te worden door vallen en opstaan. Dan beseft Siddartha dat hij degene kan zijn die mensen overbrengt van oever naar oever. Hij wordt de veerman, de man op de stroom, de levende rivier van het Nu.

Vraag is: waar zit ik vast? Wil ik veerman zijn of blijf ik onwezenlijk zitten op een of andere oever?