MEDITATIE juli 2008                                 Print

1°  Zie de tekst uit Genesis zoals aangegeven in de maandbrief van deze maand.

2°  Toevallig deze week in de krant ‘De Morgen’ een column van Bernard
      Dewulf. Schitterend!

Wesp

Ik loop op straat, terug van sigaretten gehaald. Dan ben ik altijd even verdwenen. Niet onrustwekkend, als gedachtekronkel, zoals ook een kat altijd  ontsnappingsroutes meedraagt. Voor mij lopen papa, mama en een kindje. Het kindje loopt achter. Kijk, roept het plotseling. Op dat ogenblik loop ik het voorbij. Op de grond, waar het kind naar wijst, ligt een dode wesp. Nog in pyjama. Het kind hurkt dichterbij en steekt een vinger uit. Ik kijk om, loop in een boog om de opgeroepen moeder. Die loopt terug, ziet het bewonderde lijk en schreeuwt schril: bèikes. Vies. Afblijven hoor. Kom hier. Nooit meer doen hé. Sommige moeders gillen hun hele panische moederschap lang. Dan sleurt zij de arm van het half zwevende kind mee in haar vooruitgangsgeloof. Het kind kijkt nog eens om naar de postume wesp De papa krabt aan zijn buik.

Dát.

Die verdwijning; Van de verwondering. Een virus onder ondraaglijk zorgdragende volwassenen. Na de adolescentie, na de conceptie, na de barensweeën ziet dat nooit meer een bries in een berk. Fluit nooit meer op een macaroni. Snijdt een rijpe peer middendoor zonder een spoor van herkenning. Verkrampt in een prozaïsche werkelijkheid. Hoe gebeurt dit? Al jarenlang vraag ik het mij af. Wat is het dat onze verwondering diep in de doofpot van onze stijgende dagen stopt? Waarom worden zoveel mama’s en papa’s frigide voor het wonder? Bureaucraten van de dagen. Overal zie ik het gebeuren, die onrustwekkende verdwijning, en steeds meer denk ik dat het luiheid is. Gemakzucht. En alsof ze het weten, schieten ze een leveslange kramp van dagelijkse drukdoenerij, in een razernij van functionaliteit, in een belachelijke ernst, in een verbeten verantwoordelijkheid, met een muggengaas van onaantastbaarheid om zich heen – om toch maar niet meer gestoken te worden door de gevaarlijke wesp van de verwondering.

Bernard Dewulf (De Morgen)