MEDITATIE Augustus 2009                                 Print

De eerste grote Poort stond wijd open. Een stem klonk door het portaal:’ Hercules, mijn zoon, ga verder. Ga door de Poort en betreed het Pad. Volvoer je werk en keer weer tot mij en geef mij verslag van je daden.’ Met overwinningskreten stortte Hercules zich vooruit, rende tussen de pilaren van de Poort door met aanmatigend vertrouwen en zeker van zijn kracht. En zo begon het werk en de eerste grote daad van dienst had aangevangen. De geschiedenis die ze vertellen, bevat lering voor de mensenzonen, die zonen van God zijn.

De zoon van Mars, Diomedes met de reputatie van vurigheid, heerste in het land buiten de Pöort en daar fokte hij de oorlogshengsten en merries op de moerassen van zijn land. Wild waren deze paarden en vurig de merries en alle mensen trilden bij het horen van hun geluid, want zij trokken vernielend door het land, en veroorzaakten grote schade en doodden alle mensenzonen, die hun weg kruisten en brachten voortdurend de meest wilde en kwaadaardige paarden voort. ‘Vang deze merries en beëindig deze kwalijke daden’, was het bevel, dat klonk in de ozon van Hercules. ‘Ga, red dit verre land en hen, die erin leven. ’‘Abderis’, riep Hercules, ‘kom hier en help mij bij deze taak’, en riep zijn diepbeminde vriend, die hem steeds volgde, waar hij ook ging. En Abderis kwam en ging naast zijn vriend staan en zag met hem de taak onder ogen. Deze twee maakten zorgvuldig alle plannen en volgden de paarden bij hun trek door de weilanden en moerassen van het land. Tenslotte dreef hij deze wilde merries te hoop op een veld, waar zij zich niet meer konden bewegen, en daar werden ze gevangen en vastgebonden. Hij schreeuwde van vreugde om het behaalde succes. Zo groot was zijn vreugde om de bekroonde manhaftigheid, dat hij het beneden zijn waardigheid achtte de merries vast te houden of hen op het Pad naar Diomedes te brengen. Hij riep zijn vriend en zei: ‘Abderis, kom hier en drijf de paarden door de Poort.’ En toen draaide hij zich om en liep trots voort.

Maar Abderis was zwak en had angst voor de taak. Hij kon de merries niet houden of hen in het gareel brengen of hen door de Poort drijven in de voetstappen van zijn vriend. Zij keerden zich tegen hem; zij verscheurden en vertrapten hem. Zij doodden hem en vluchtten naar de wildere streken van Diomedes. Wijzer, bedroefd, nederig en ontmoedigd keerde Hercules terug naar zijn taak. Hij zocht de merries weer overal en liet zijn vriend stervend op de grond achter. Hij ving de paarden weer en dreef hen door de Poort. Maar Abderis was dood. De Leraar hield hem zorgvuldig in de gaten en zond de paarden naar de plaats van vrede, om daar getemd en afgericht te worden voor hun taken. Het volk van dat land, bevrijd van angst, heette de bevrijder welkom en riep Hercules uit tot redder van het land. Maar Abderis lag dood terneer. De leraar wendde zich tot Hercules en zei: ‘ Het eerste werk is beëindigd, de taak is volbracht, maar slecht uitgevoerd. Leer de ware les van deze taak en ga dan voort tot verdere dienst aan de medemensen. Ga voort naar het land, dat door de tweede Poort beschermd wordt en zoek en breng de heilige stier naar de Heilige Plaats.’

Uit: Alice A.Bailey, De werken van Hercules. Mirananda,1979, pp.30-31.