MEDITATIE Januari 2009                                 Print

mijn weg

Elke adem een stuwende stap,
mijn oogopslag
en iedere gedachte,
het dagelijkse wachten
het wieden in de tuin
windwaaien in de kruin
van bomen,
getuigen van mijn dromen:
stapstenen op mijn weg.

Ik ga,
soms struikel ik,
sta stil, ontmoet en loop voorbij,
lig languit lomend,
wolken schrijden in de lucht,
woorden die ik zeg,
verzwijg en koester,
verbanden die ik leg:
stapstenen op mijn weg.

Ik ga het landschap
zonder wegen, zonder pad,
niet vòòr mij,
niet voorbij,
nog nooit begaan door voet of spoor
van mens of dier,
geen tekens voor een richting,
nooit stilgestaan, nooit voortbewogen.

Ik weet nu
hoe de weg omvat,
in mij beweegt,
mijn stappen oplost en versmelt
met steen en mos en grond.
Het Al is weg
en ik ben Al:
verdwijnende stille stap.

Marcel Ploem

Om een onbevangen en ‘een kijken los doorheen alles’ te illustreren citeer ik ter meditatie volgende tekst:

Uit : Een klein Thomas Evangelie, logion 22. E. Van Ruysbeek, Soethoudt, Antwerpen, 1985.

Jezus zag kleine kinderen die gezoogd werden.
Hij zei tot zijn discipelen:
Deze zuigende kinderen zijn te vergelijken
met hen die naar het Rijk gaan.
Ze zeiden hem:
Indien we dus klein zijn,
zullen we dan in het Rijk binnengaan?
Jezus zei hun:
Als ge van twee één zult maken
en het binnenste als het buitenste
en het buitenste als het binnenste
en het bovenste als het onderste
om het mannelijke en het vrouwelijke
tot één te maken
opdat het mannelijke zichzelf niet tot mannelijk make
en het vrouwelijke zichzelf niet tot vrouwelijk,
als gij ogen zult maken in plaats van een oog
en een hand in plaats van een hand
en een voet in plaats van een voet
een beeld in plaats van een beeld,
dan zult gij het Rijk binnengaan.