MEDITATIE Juni 2009                                 Print

Aanrader

Een absolute aanrader om te lezen is het boek van ARJUNA ARDAGH : De translucente revolutie.  Het is uitgegeven bij Altamira Becht-Haarlem. Het is een kanjer van een boek: 526 blz. (29.90 euro). Echt een boek dat je jezelf voor jouw verjaardag moet gunnen of cadeau wil krijgen van jouw geliefde of een vriend. Zoek alvast een reden. Laat je niet misleiden door de wat bizarre titel. Alles wordt heel klaar  en hapklaar uitgelegd, in korte leesbare stukjes. Je hoeft geen intellectuele bolleboos te zijn of half of heel verlicht. En...je kan er een half jaar mee zoet zijn.

Droommeditatie

1° Dagdroom of fantaseer dat je in het Aards Paradijs bent. Je hoeft niets te bedenken, niets te plannen, voor niets te zorgen. Kleuren, geluiden, smaken, beelden vormen één harmonie. Er heerst volkomen rust en vrede. Verwijl daarin. Laat je meegolven op die zalige energie. Laat gebeuren.

2° Je groeit uit het Paradijs. Je hebt er niets meer te leren. In jou kringelt bewustzijn op. Je ontdekt de vreugde van het denken, bedenken. Je bouwt, onderzoekt, experimenteert, gaat relaties aan, ontdekt de binnen- en buitenkant van de dingen. Je bent uitvinder, ontdekkingsreiziger. Je surft doorheen de materie.

3° Je komt aan grenzen. Alles heeft grenzen en je botst er op. Je wil weten wat onbegrensd is, wat niet als zand of water tussen je vingers wegglipt. Je ontdekt een onderstroom waarin je verdwijnt en toch voller leeft dan ooit tevoren. Ga in de stroom staan. Laat je smelten, witter wassen dan sneeuw voor de zon. Laat je oplossen in het tijdloze, word de oneindige ruimte. Exploreer de nieuwe energie.

Verhaal

De postbode. ‘Aangetekend’, kort maar vriendelijk zei hij het. Ik parafeerde voor ontvangst. Ik heb een hekel aan dergelijke zendingen. Je weet maar nooit: gecorrigeerde belasting, politie, oproeping... De briefomslag zag er gewoontjes uit, gerecycleerd papier. Ik was, eerlijk gezegd, toch wat nieuwsgierig. Er zat een schraal klein visitekaartje in. ‘Gelieve U aan te melden. Het Leven’. Nou, da’s bondig, dacht ik, en wie schrijft me zoiets? Ik hoorde mezelf zeggen: ‘Het Leven’. Ik had de laatste tijd genoeg van het leven. Ik had m’n part gehad. ‘Gelieve U aan te melden.’ Was dat een bevel of een beleefde invitatie? Aanmelden, waar? Ik kende geen aanmeldingsbureau. Ik begon het een flauwe grap te vinden van een of andere leukerd. Ik mikte het dan ook opgefrommeld in de papiermand.

Maar de volgende dagen raakte het niet uit m’n gedachten. Het ‘aanmelden’ bleef rondtollen. Ik was er niet gelukkig mee. Was ik wel gelukkig? Wie was ik of wat wilde ik zijn?
Er schoot plots een flits door me heen.
Connect.
Ik had me blijkbaar aangemeld en was verbonden.
‘Wat wil je zijn?’, hoorde ik.
Ik liep langs de zee en spontaan zei ik: ‘De zee’.
Ik werd de zee, in een oogwenk. Het gebeurde gewoon.
Heel mijn wezen was water. Ik golfde oneindig. Diep soms en soms oppervlakkig, vredig en af en toe onstuimig kolkend. Ik spatte op in duizende druppels. Ik speelde water. Ik was zee en druppels. Ik was geen onderscheid.
‘Eén druppel-zijn is genoeg, dacht ik, dat is gemakkelijker. Zee-zijn is zo ontzettend omvattend.
Ik rolde af en aan en maakte tekeningen op het strand.
‘Oh, zei ik, het zou leuk zijn als ik het strand zou zijn. Ik zou er kunnen rusten’.
Het gebeurde gewoon: ik werd strand en zand en korrelig. Duizenden witte korrels was ik en ik schitterde in de zon. Het water streelde me dag en nacht en ik speelde met het water ‘grensje’, tot daar en niet verder.
‘Eén korrel is voldoende’, voelde ik, ‘al de stranden, het is zo omvangrijk. In elke zandkorrel zit het wezen van alle zeestranden. Het is gemakkelijker te vatten’.
De wind deed me opstuiven en zo lag ik op een avond aan de rand van een mysterieus woud. Het zag er donker uit, geheimzinnig, indrukwekkend en diep.
‘Ik wil in het woud, zei ik, ik wil zo diep en donker zijn, met al die geluiden van de nachtelijke dieren.’ Het gebeurde gewoon.

Ik werd bomen en planten slingerden zich in mijn stammen tot hoog in de kruinen. Dieren kwamen in en rond mij wonen, speelden en paarden in mijn schaduw. Ze aten de vruchten van mijn takken en struiken. Wat een spel!
‘Eén boom, een grote dan, is genoeg’ zei ik, ‘Uit het zaadje van één vrucht kiemen vele bomen. Gans het woud is te omvangrijk’.
Toen ik boom was, stevig geworteld en met een grote kroon, vroeg ik me af: ‘ Wie of wat  maakt al deze dingen? Wie staat aan het begin van alles? Zo zou ik willen zijn?’
En het gebeurde gewoon. Ik werd de Adem van alles, de Geest die alles stuwt, de Oermoeder van alles wat geboren is, god en godin die in alles aanwezig is. Ik genoot ervan, speelde met alles wat uit mijn hart welde. Het was zo groots, zo uitzonderlijk schoon.
Toen dacht ik: ‘Er moeten meer wezens zijn zoals ik, gelijkend op mij’.
En ik liet wezens ontstaan naar mijn beeld en gelijkenis. Ik noemde ze mensen. Heerlijke wezens waren het. Het waren er zonder getal.
‘Eén is voor mij genoeg, dacht ik, want zoveel is te omvangrijk.’
En ik werd mens . Er kwam een zachte vrede over mij die mij voldoening gaf.

Ik veranderde in alles wat ik ontmoette, moeiteloos. Het gebeurde gewoon. Ik werd apen, leeuwen, slangen, zonnen en manen, mannen en vrouwen. Ik werd gedachten en fantasieën. Ik reisde in mijn dromen en er was niets op deze aarde en daarbuiten wat ik niet geweest was of nog kon zijn.

Zo gebeurde het dat ik op een dag weer in een huisje woonde aan het strand. De postbode belde aan en zei: ‘Aangetekend’, kort en bondig, zo was hij, maar vriendelijk. Ik parafeerde voor ontvangst. Het was een wat schrale enveloppe van gerecycleerd papier.

Ik wist dat er een klein visitekaartje in zou steken.
‘Dank voor jouw aanmelding’ stond er in schuinschrift en ondertekend :’Het Leven’.

Marcel Ploem