MEDITATIE September 2009                                 Print

Een pracht van een vooroordeel:
De overspelige vrouw

Nemen we toch maar weer eens een stukje evangelie. Volgens Johannes: hoofdstuk 8, verzen 1 tot en met 11.
Ik citeer het stuk hier helemaal voor hen die niet meteen een bijbel bij de hand hebben. Daarna geef ik wat kanttekeningen in het kader van onze maandbrief.

Jezus ging naar de Olijfberg. Maar in de morgen begaf hij zich weer naar de tempel. Al het volk kwam naar hem toe. Hij ging zitten en onderrichtte hen. Nu brachten de schriftgeleerden en farizeeërs een vrouw naar hem, die op heterdaad was betrapt. Ze plaatsten haar in de kring en zeiden tot hem: ‘Meester,, deze vrouw is op heterdaad betrapt van overspel. Nu heeft Mozes ons in de Wet geboden dergelijke vrouwen te stenigen. Wat zegt gij?’ Dit zegden ze om hem in de val te lokken en tegen hem een aanklacht te hebben. Maar Jezus boog zich voorover en schreef met de vinger op de grond. Toen ze aanhielden met vragen richtte hij zich op en sprak:’ Wie van U zonder zonde is, werpe de eerste steen op haar.’ Weer boog hij zich voorover en schreef weer op de grond. Toen ze dit hoorden, gingen ze heen, de een na de ander, maar de oudsten  eerst. En zo bleef Jezus alleen met de vrouw in de kring. Jezus richtte zich op en sprak tot haar: ‘Vrouw, waar ze ze gebleven? Heeft niemand je veroordeeld?’ Zij zei: ‘Niemand, Rabbi’. Jezus sprak: ‘ Ook ik veroordeel je niet. Ga heen en zondig niet meer.’

Kanttekeningen

  1. Jezus is in de tempel en onderricht het volk. De tempel beschouwt hij als ‘het huis van zijn Vader’. Het is dus een heilige plek.
  2. Schriftgeleerden en farizeeërs brengen een overspelige vrouw bij hem.
  3. Jezus zegt niets. Hij schrijft met de vinger op de grond Wat?

Niemand weet wat blijkbaar. Theologen hebben er eeuwenlang hun nek en tong over gebroken.
Jezus neemt zijn tijd. Geen verwijten. Laat zich niet vangen.

  1. Vanuit epikeia, ook naar de schriftgeleerrden en farizeeërs, zegt hij: ‘ Wie zonder schuld is, werpe de eerste steen naar haar.’
  2. Hij schrijft weer. Geeft ze de kans om te argumenteren.
  3. ‘Maar ze gingen heen, de een na de ander, maar de oudsten eerst’.
  4. Dan richt hij zich tot de vrouw in epikeia: ‘Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand je veroordeeld?’
  5. Zij krijgt het woord. ‘Niemand, Heer;’
  6. ‘Ook ik veroordeel je niet. Ga en zondig niet meer.’
Merk hoe de vóór-oordelen van de schriftgeleerden en farizeeërs smelten door zijn houding van epikeia. Hoe Jezus geen enkele vorm van macht gebruikt. Geen vooroordeel, geen oordeel.