MEDITATIE April 2011                                 Print

De schaduw
Een sprookje door H.C.Andersen
Een geleerde man was op reis gegaan naar een warm land. Als hij daar ’s avonds op zijn balkon zat bij de lamp, viel zijn schaduw op de overkant van de straat, waar ook een balkon was, met gesloten gordijnen voor de open deuren. Wat zou daarachter zijn? dacht de man. Mijn schaduw kan wel naar binnen kijken en het mij vertellen. Zo zond hij zijn schaduw er op uit om hem in te lichten.
Maar op een keer kwam de schaduw niet terug. De man troostte zich en er groeide op den duur wel weer een nieuwe aan. Hij reisde terug naar zijn eigen land en schreef vele boeken.
Op een avond werd er aan zijn deur geklopt en daar stond een zeer elegant geklede heer met een gouden horlogeketting en diamanten ringen aan. ‘Kent u mij niet meer?’ zei de vreemde heer, ‘ik ben uw vroegere schaduw. Het is mij goed gegaan, ik ben nu een vermogend man.’
De geleerde was heel verbaasd en nodigde zijn vroegere schaduw uit om hem gezellig te vertellen wat hem allemaal overkomen was. De schaduw zei dat hij wel alles vertellen wou, als de geleerde maar nooit aan iemand zou verraden dat hij zijn vroegere schaduw was, want nu zag hij eruit als een méns en wou daar ook voor door gaan. De geleerde beloofde het en toen vertelde de schaduw dat hij overal naar binnen had gekeken en zoveel kwaad had gezien, en als hij toonde dat te weten, waren de mensen allervriendelijkst voor hem, zij gaven hem kleren en geld en zelfs een professoraat. ‘En daarom’, zei de schaduw, ‘mag je nu wel ú tegen mij zeggen’. En dat deed de geleerde toen maar, hoewel de schaduw tegen hem je was gaan zeggen.
Na die avond bleef de schaduw een hele tijd weg. De geleerde schreef boeken over het goede en het schone, maar hij werd niet opgemerkt en bleef arm. Hij zag er slecht uit.

Op een avond – daar was de schaduw weer. Hij zag er nog welvarender uit en vertelde dat hij een reis ging maken naar een modebadplaats. ‘Ga mee als gezelschap’, zei hij. ‘Dat zal je goed doen, ik betaal!’. Eerst was dat de geleerde àl te dol, maar hij kwijnde weg en zo nam hij tenslotte de uitnodiging maar aan. Ze reisden samen af en vermaakten zich in de badplaats, samen wandelend en rijdend. Omdat de geleerde met jij werd aangesproken en zelf u moest zeggen, meenden de mensen dat hij de kamerdienaar was van de rijke heer.
In de badplaats was ook juist een prinses, die leed aan de ziekte van alles te scherp te zien. Ze liep wel eens op met de schaduw, die zulke interessante dingen kon vertellen, die hij had geleerd door jaren lang naar zijn vroegere meester te luisteren. Zij begon op de schaduw gesteld te raken en dacht: laat ik hem eens op de proef stellen om te weten of hij een goed prins-gemaal voor mij en mijn volk zou kunnen zijn! Nu stelde zij de schaduw heel moeilijke vragen, waarop die het antwoord niet wist, maar hij redde er  zich uit door te zeggen: ‘Maar dat is heel eenvoudig! Ik wed dat zelfs mijn schaduw die hier achter mij loopt, het wel weet. Vraag het hem maar!’ Toen stelde de prinses de moeilijke vragen aan de geleerde, die ze voortreffelijk beantwoordde. Zodat de prinses dacht: als iemands schaduw al zo veel weet, hoe knap moet hij dan zelf wel zijn!
Zo werden zij het samen eens en reisden naar het land van de prinses. Voordat de verloving officiëel bekend gemaakt zou worden, zei de schaduw tegen zijn vroegere meester: ‘Hoor eens! Ik ga trouwen met de prinses en omwille van onze oude vriendschap sta ik je toe om bij mij in het paleis te blijven wonen als mijn kamerdienaar, maar dan moet je je door iedereen schaduw laten noemen en als ik eens per jaar op het balkon zal staan om mij aan het volk te vertonen, moet je aan mijn voeten liggen als een echte schaduw!’

‘Nee, dat is àl te dól’ zei de geleerde. ‘Ik zal iedereen vertellen dat ik een mens ben en jij maar een aangeklede schaduw! Ik ga meteen naar de prinses!’
‘Maar ik ga eerst en jij gaat in arrest!’, zei de schaduw en de schildwachten gehoorzaamden hem en sloten de geleerde op.
De prinses merkte aan de schaduw, dat er wat aan de hand was en hij legde haar uit: ‘Ik ben geschokt. Mijn schaduw, je weet wel, is gek geworden. Hij meent dat hij een mens is en dat ik – verbeeld je – zijn schaduw ben!’ De prinses vond dat zielig en meende dat het maar het beste was de gekke man te laten afmaken.

Op de avond van de bruiloft kwamen de schaduw en zijn bruid op het balkon, het volk juichte en het vuurwerk siste. Maar de geleerde man merkte niets van dat alles. Ze hadden hem dood gemaakt.