MEDITATIE Mei 2011                                 Print

Uit: Erik van Ruysbeek, De eeuwigheid is nu. Servire, Utrecht, 1998,p.61-62 :

Wat de mens in het dagelijks leven – in het tijdruimtelijke – aan werkelijkheid ervaart, is slechts een niveau van de werkelijkheid. De wereld is niet wat wij denken dat zij is. Zij is weliswaar ook wat wij al van haar weten, maar zij heeft in haar geheel en in haar onderdelen nog andere dimensies, die niet meer onder de zintuigen vallen. Wat wij van haar kennen behoort tot het gebied van het materiële, van de instincten, van de gewaarwordingen, van de gevoelens, van de passies, van het denken, van sommige intuïties, van het paranormale, van het voorstelbare. Kortom: tot het gebied van het stoffelijke, psychische en mentale, van het meetbare, weegbare, tastbare, beschrijfbare, berekenbare, met andere woorden, tot het gebied van de wetenschap. Onze kennis komt van het objectieve tot meer en meer subjectiviteit. Daarenboven ligt in ons het gebied dat wij doorgaans het geestelijke noemen. Het is  niet meer technisch meetbaar of becijferbaar, maar kan slechts langs het subjectieve zeer bij schatting benaderd worden, bijvoorbeeld: goedheid, schoonheid en liefde. Ze zijn slechts door een ‘awareness’ (een gewaarzijn) te bepalen, en bij iedereen is die bepaling weer anders. Hier begint het gebied dat niet meer tot de strikte wetenschap behoort.
Nog hoger en zeldzamer ligt in ons de intuïtie. Zij laat in het psychische en in het mentale spontane beelden, voorspellingen, voorstellingen, ideeën en kennis opkomen die op geen andere wijze te verkrijgen zijn. Zij schijnen werkelijk uit de geheime bodem van het psychische en mentale geboren te worden. Ze zijn het diepste wat de tijdruimtelijke mens kan beleven.
Alles wat hierover werd geschreven behoort tot de ‘wetenspyramide’ van de tijdruimtelijke mens. Het is de inventaris van deze mens. Het behelst het gebied van zijn voorstellingsvermogen. Voorbij deze belevenis schijnt hem niets meer mogelijk.

En zie, voor de mysticus kunnen pas ‘hierna’ het volle leven en het volle bewustzijn beginnen. Dit gebeurt bijna altijd door een sprong in een andere, nieuwe dimensie, die niet meer intellectueel begrepen en niet meer beschreven kan worden, omdat er niets meer te beschrijven valt. Ze kan slechts worden ervaren en door onze levende substantie worden geëxperimenteerd.